-A +A

Wederzijds berichten berichten sluiten belaging niet uit

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
vri, 15/09/2017
A.R.: 
2016/NT/703

De loutere omstandigheid dat het slachtoffer deelnam aan het sms-verkeer, dan wel andere elektronische communicatie of sociale media contacten zoals facebook en ook zelf berichten verstuurde, doet geen afbreuk aan het misdrijf belaging.

 

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Arrest
1. nr. W VDH,

- beklaagde -

verdacht van:

te Herzele, met samenhang te Aalst en/of elders in het Rijk,

(...)

Tenlastelegging C

op niet nader te bepalen tijdstippen in een periode van 15 januari 2013 tot en met 17 december 2014,

een persoon die klacht doet, met name AC te hebben belaagd, terwijl hij wist of had moeten weten dat hij door zijn gedrag de rust van die bewuste persoon ernstig zou verstoren;

(art. 442 bis Sw);

 

Tenlastelegging D

op niet nader te bepalen tijdstippen in een periode van 15 januari 2013 tot en met 17 december 2014,

een elektronische communicatiedienst of -netwerk of ander elektronisch communicatiemiddel gebruikt te hebben om overlast te veroorzaken aan zijn correspondent of schade te berokkenen, namelijk

door AC meermaals te benaderen via telefoon, sms en computer;

(artikel 145 § 3 bis van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, zoals meermaals gewijzigd);

(...)

 

4.5 Ook de aan de beklaagde WVDH ten laste gelegde belaging (telastlegging C) en het misbruik van elektronische communicatie (telastlegging D) zijn bewezen.

De beklaagde werpt in dit verband vooraf op dat de strafvordering op grond van het misdrijf belaging niet ontvankelijk zou zijn omdat de klaagster, in dezen het slachtoffer AC, vooraf niet te kennen zou hebben gegeven dat zij strafvervolging wenst.

Een strafvervolging op grond van het misdrijf van belaging kon, ten tijde van de in de voormelde telastlegging C bedoelde misdrijfperiode, slechts worden ingesteld na een klacht van de persoon die beweert te worden belaagd (art. 442bis, derde lid, Sw., zoals van toepassing vóór de opheffing van die bepaling door de wet van 25 maart 2016). Dit veronderstelt dat deze laatste aangifte doet van de feiten en hierbij op een ondubbelzinnige wijze te kennen geeft dat hij de strafrechtelijke vervolging van de dader van het misdrijf wenst, zonder dat in dit verband echter bijzondere vormvereisten zijn voorgeschreven.

Uit de gegevens van het strafdossier kan er, in tegenstelling tot wat door de beklaagde wordt beweerd, wel degelijk worden afgeleid dat de burgerlijke partij AC zich niet heeft beperkt tot een aangifte van de feiten van belaging ten aanzien van de politie, maar dat zij wel degelijk een klacht in de voormelde zin heeft geformuleerd waaruit onmiskenbaar blijkt dat zij de strafvervolging van de beklaagde wenste. Aldus verklaarde het slachtoffer AC op 19 februari 2014 dat zij "effectief klacht" wegens belaging wenste in te dienen tegen de beklaagde, waarbij zij specificeerde dat zij wenste "dat de belaging stopt" (stuk 335 van onderkaft 1 van het strafdossier), terwijl zij ook op 17 oktober 2014 en op 18 december 2014 uitdrukkelijk stelde dat zij opnieuw een klacht tegen de beklaagde wenste in te dienen (stuk 372 van onderkaft 1 en stuk 4 van onderkaft 2 van het strafdossier).

Voorts blijkt uit de gegevens van het strafdossier dat de beklaagde WVDHhet slachtoffer AC tijdens de geïncrimineerde periode meermaals heeft bestookt met berichten op facebook en sms-berichten, waardoor hij haar heeft belaagd terwijl hij wist of had moeten weten dat hij door zijn gedrag de rust van AC ernstig zou verstoren.

Hoewel het slachtoffer AC duidelijk werd geterroriseerd door al deze berichten en de beklaagde WVDH dienaangaande reeds op 14 augustus 2013 naar aanleiding van zijn ondervraging door de politie ervan werd verwittigd dat het slachtoffer AC met rust gelaten wilde worden (zie de stukken 33-34 van onderkaft 1 van het strafdossier), heeft de beklaagde ook nadien nog via facebook berichten over AC verspreid waarvan hij heel zeker wist dat deze berichten haar zouden bereiken, waardoor de rust van AC ernstig werd verstoord - wat de beklaagde ook ten volle besefte. De omstandigheid dat de beklaagde tijdens de geïncrimineerde periode gedurende bepaalde weken of zelfs maanden geen berichten stuurde naar AC en deze laatste dat ook bevestigde, doet aan de aldus bewezen belaging geen afbreuk.

Ook het verweer van de beklaagde dat het sms-verkeer wederkerig was en er derhalve geen sprake kan zijn van belaging, wordt door het hof niet gevolgd. De loutere omstandigheid dat het slachtoffer deelnam aan het sms-verkeer en ook zelf berichten verstuurde, doet immers geen afbreuk aan de omstandigheid dat zij door de beklaagde werd belaagd. Dit klemt te meer daar in meerdere sms-berichten van het slachtoffer aan de beklaagde duidelijk blijkt dat zij uiteindelijk niets met hem te maken wilde hebben (aldus de bijlagen 102 en 105 bij het navolgend proces-verbaal nr. 003416/2013, zijnde de stukken 158 en 161 van onderkaft 1 van het strafdossier : "Ge zyt ne stalker laat my gerust" en "Stop me mails te strn !").

Het is overigens opmerkelijk dat de beklaagde WVDH bijzonder vaag blijft over de eigenlijke aanleiding waarom hij in contact kwam met AC : naar eigen zeggen nam de beklaagde contact op met studentes van het eerste jaar verpleegkunde "in opdracht van een vriendin wiens naam ik niet wens te vermelden" (stuk 33 van onderkaft 1 van het strafdossier), terwijl nergens uit blijkt waarom de beklaagde hierover zo geheimzinnig diende te doen. In zijn computer werd overigens ook een klaarblijkelijk voor studentes verpleegkunde bestemde vragenlijst teruggevonden, evenals een bestand met daarin een vraag om mee te werken aan een bevraging van personen die recent verpleegkunde zijn beginnen volgen, naar hun motivatie (bijlagen 126 en 127 bij het navolgend proces-verbaal nr. 003416/2013, zijnde de stukken 182-183 van onderkaft 1 van het strafdossier). Uit de stukken van het strafdossier blijkt echter niet dat de beklaagde het slachtoffer in de eerste plaats - laat staan louter - met dit oogmerk zou hebben benaderd, maar hoogstens dat hij de bevraging van studentes verpleegkunde gebruikte als een voorwendsel om in contact te treden met AC.

De telastlegging C is dan ook bewezen gebleven voor het hof.

Hetzelfde geldt voor de telastlegging D, daar de beklaagde WVDH elektronische communicatiemiddelen (sms, facebook) heeft misbruikt om overlast te veroorzaken aan zijn correspondent, zijnde AC. Ook hier wijst het hof erop dat aan het bestaan van het desbetreffende misdrijf geen afbreuk wordt gedaan door de omstandigheid dat de communicatie volgens de beklaagde wederzijds was en er gedurende bepaalde periodes zelfs geen communicatie was.

Noot: 

Filip Van Volsem, Nogmaals over het materieel bestanddeel van het misdrijf belaging, RABG, 2011/8, 596

Wetgeving:

• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/4, 1 en nr. 1046/8, 8;
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8,
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/1, 1;
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/1, 2.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/3, 1
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr nr. 1046/5, 1.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/6, 2.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8, 2.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8, 3.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8, 5.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8, 6.
• Art. 114 § 8, 2° van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven bestrafte met een geldboete van 500 tot 50.000 EUR en of gevangenisstraf van één tot vier jaar het misbruik maken van een telecommunicatiemiddel met het oogmerk om overlast te veroorzaken aan een andere persoon. Die bepaling werd opgeheven door art. 155, 4° van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie en belaging via telecommunicatie werd strafbaar gesteld met art. 145 § 3, 2° van deze wet en dit met behoud van deze straffen. Na het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 55/2007 van 28 maart 2007 heeft de wetgever art. 145 § 3, 2° van de wet van 13 juni 2005 opgeheven en werd de belaging via telecommunicatie strafbaar gesteld door art. 145 § 3bis van die wet met vergelijkbare straffen als die voorzien in art. 442bis Strafwetboek (P. DE HERT, J. MILLEN en A. GROENEN, “Het delict belaging in wetgeving en rechtspraak”, o.c., 7-8).
• Art. 119 van het Sociaal Strafwetboek bepaalt dat een inbreuk op het verbod van pesterijen op het werk wordt bestraft met een sanctie van de vierde categorie, nl. een gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar en of een geldboete van 600 tot 6.000 EUR.

Rechtsleer

• DE HERT, J. MILLEN en A. GROENEN, “Het delict belaging in wetgeving en rechtspraak”, o.c.). Bijna tot redelijke proporties gebracht”, T.Strafr. 2008, 4

• A. GROENEN, G. VERVAEKE en F. HUTSEBAUT, “Stalking: strafrechtelijke en criminologische aspecten”, Recht in beweging.  14 de  VRG-Alumnidag 2007, Antwerpen, Maklu 2007, 453

• ; F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 9, nr. 12;

• C. MEUNIER, “La répression du harcèlement”, RDPC 1999, 739 44.

• F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 5, nr. 7;

• L. STEVENS, “Stalking strafbaar. Commentaar bij • de wet van 30 oktober 1998 tot invoeging van een artikel 422bis in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van belaging”, RW 1998-99, 1378, nr. 15

• Juristenkrant, 2007/147, 18 april 2007, 8 (hierna P. VAN  WALLEGHEM, “Cassatie verduidelijkt het begrip belaging”, o.c.).

• L. ARNOU, “Parkeren van auto kan ook stalking zijn”, Juristenkrant,2002/56, 23 oktober 2002, 1.

• VAN DER KELEN en S. DE DECKER, RW 2006-07, 1434; GwH nr. 76/2009, 5 mei 2009, B.6.1.

• A. DE NAUW, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Mechelen, Kluwer, 2010, nr. 340, p. 265

 E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849.

 A. DE NAUW, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, nr. 340, p. 265.

• A. MISONNE, “Harcèlement punissable? Consultez le dictionnaire!” (noot onder Cass. 21 februari 2007), JT 2007, 263

• A. MASSET, “Chronique de jurisprudence de droit pénal (avril 2005-avril 2008)”, Act.dr.fam. 2008, 115. 455 en 460.

• J. JACQMAIN, noot onder Corr. Marche-en-Famenne 18 april 2001, Soc.Kron. 2003, 104.

 E. Brewaeys (“De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849

• L. HUYBRECHTS, noot onder Antwerpen 5 november 2008, NC 2010, 136.

• S. VANDROMME, “Rechtspersoon stalken hoeft niet strafbaar te zijn”, Juristenkrant, 2007/150, 30 mei 2007, 4.

 F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 12, nr. 22;

 E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849; F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 13, nr. 23.

 E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849.

 N. BANNEUX en L. KERZMANN, “Le mal nommé ‘harcèlement téléphonique’: chronique des tribulations législatives d’une infraction moderne”, RDTI 2009, 29-45;

• A. VANDEPLAS, “Misbruik van telecommunicatiemiddelen”, Comm.Straf. 104.

 C. MEUNIER, “Telefonische belaging”, Postal Memoralis.

 M. DE  RUE, “Le harcèlement”, o.c., 743-744; F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 16-17, nr. 34; K.

• ROSIER, “Le spamming politique: affaire de harcèlement, de prospection et de traitement de données à caractère personnel?” (noot onder Brussel 17 maart 2010), Dr.pén.entr. 2010, 324-325, nr. 7;

• M. VANDEVELDE, “Belaging via telecommunicatie te zwaar bestraft”, Juristenkrant, 2007/148, 2 mei 2007, 20.

 J. CORDIER, “La loi du 11 juin 20002 relative à la protection contre la violence et le harcèlement moral ou sexuel au travail”, JTT 2002, 381 e.v.;

 J. CORDIER, “La loi du 11 juin 20002 relative à la protection contre la violence et le harcèlement moral ou sexuel au travail” in J. CLESSE en M. DUMONT (eds.), Questions de droit social, CUP, 2002, Luik, Edition Formation Pemanente CUP, 2002, 355 e.v.;

• J. CORDIER en P. BRASSEUR, “La charge psychosociale au travail: le point sur la réforme de 2007”, Soc.Kron. 2008, 701 e.v.;

• J.CORDIER en P. BRASSEUR, Le bien-être psychosocial au travail: harcèlement moral, harcèlement sexuel, violence, stress, conflits…, Waterloo, Kluwer, 2009, 33 e.v.;

• EYSKENS, “De moeilijke positie van de pestwet in het administratief contentieux” (noot onder RvS 16 maart 2005, nr. 142.215), T.Gem. 2007, 217;

• I. VERHELST, “De nieuwe pestwet legt de nadruk op preventie”, Or. 2007, 204 e.v.

 

• DE HERT, J. MILLEN en A. GROENEN, “Het delict belaging in wetgeving en rechtspraak”, o.c.). Bijna tot redelijke proporties gebracht”, T.Strafr. 2008, 4

• A. GROENEN, G. VERVAEKE en F. HUTSEBAUT, “Stalking: strafrechtelijke en criminologische aspecten”, Recht in beweging.  14 de  VRG-Alumnidag 2007, Antwerpen, Maklu 2007, 453

• ; F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 9, nr. 12;

• C. MEUNIER, “La répression du harcèlement”, RDPC 1999, 739 44.

• F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 5, nr. 7;

• L. STEVENS, “Stalking strafbaar. Commentaar bij • de wet van 30 oktober 1998 tot invoeging van een artikel 422bis in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van belaging”, RW 1998-99, 1378, nr. 15

• Juristenkrant, 2007/147, 18 april 2007, 8 (hierna P. VAN  WALLEGHEM, “Cassatie verduidelijkt het begrip belaging”, o.c.).

• L. ARNOU, “Parkeren van auto kan ook stalking zijn”, Juristenkrant,2002/56, 23 oktober 2002, 1.

• VAN DER KELEN en S. DE DECKER, RW 2006-07, 1434; GwH nr. 76/2009, 5 mei 2009, B.6.1.

• A. DE NAUW, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Mechelen, Kluwer, 2010, nr. 340, p. 265

 E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849.

 A. DE NAUW, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, nr. 340, p. 265.

• A. MISONNE, “Harcèlement punissable? Consultez le dictionnaire!” (noot onder Cass. 21 februari 2007), JT 2007, 263

• A. MASSET, “Chronique de jurisprudence de droit pénal (avril 2005-avril 2008)”, Act.dr.fam. 2008, 115. 455 en 460.

• J. JACQMAIN, noot onder Corr. Marche-en-Famenne 18 april 2001, Soc.Kron. 2003, 104.

 E. Brewaeys (“De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849

• L. HUYBRECHTS, noot onder Antwerpen 5 november 2008, NC 2010, 136.

• S. VANDROMME, “Rechtspersoon stalken hoeft niet strafbaar te zijn”, Juristenkrant, 2007/150, 30 mei 2007, 4.

 F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 12, nr. 22;

 E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849; F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 13, nr. 23.

 E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849.

 N. BANNEUX en L. KERZMANN, “Le mal nommé ‘harcèlement téléphonique’: chronique des tribulations législatives d’une infraction moderne”, RDTI 2009, 29-45;

• A. VANDEPLAS, “Misbruik van telecommunicatiemiddelen”, Comm.Straf. 104.

 C. MEUNIER, “Telefonische belaging”, Postal Memoralis.

 M. DE  RUE, “Le harcèlement”, o.c., 743-744; F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 16-17, nr. 34; K.

• ROSIER, “Le spamming politique: affaire de harcèlement, de prospection et de traitement de données à caractère personnel?” (noot onder Brussel 17 maart 2010), Dr.pén.entr. 2010, 324-325, nr. 7;

• M. VANDEVELDE, “Belaging via telecommunicatie te zwaar bestraft”, Juristenkrant, 2007/148, 2 mei 2007, 20.

 J. CORDIER, “La loi du 11 juin 20002 relative à la protection contre la violence et le harcèlement moral ou sexuel au travail”, JTT 2002, 381 e.v.;

 J. CORDIER, “La loi du 11 juin 20002 relative à la protection contre la violence et le harcèlement moral ou sexuel au travail” in J. CLESSE en M. DUMONT (eds.), Questions de droit social, CUP, 2002, Luik, Edition Formation Pemanente CUP, 2002, 355 e.v.;

• J. CORDIER en P. BRASSEUR, “La charge psychosociale au travail: le point sur la réforme de 2007”, Soc.Kron. 2008, 701 e.v.;

• J.CORDIER en P. BRASSEUR, Le bien-être psychosocial au travail: harcèlement moral, harcèlement sexuel, violence, stress, conflits…, Waterloo, Kluwer, 2009, 33 e.v.;

• EYSKENS, “De moeilijke positie van de pestwet in het administratief contentieux” (noot onder RvS 16 maart 2005, nr. 142.215), T.Gem. 2007, 217;

• I. VERHELST, “De nieuwe pestwet legt de nadruk op preventie”, Or. 2007, 204 e.v.

Rechtspraak:

• Antwerpen 28 april 2004, RW 2005-06, 1020.
• Brussel 2 februari 2000, RDPC 2001, 347, noot X.
•. Gent 23 april 2002, NjW 2002, 212;
• Corr. Antwerpen 2 juni 2009, AM 2009, 573.
• Antwerpen 27 mei 2010, AM 2010, 380, noot.
• Corr. Gent 21 juni 2002, TGR 2003, 169.
• Corr. Brussel 20 januari 2004, Soc.Kron. 2005, 455, noot.
• Corr. Neufchâteau 9 februari 2004, Journ.proc., 2004/475, 26.
• Luik 22 juni 2004, JLMB 2004, 1781;
• Corr. Charleroi 29 november 2004, Soc.Kron. 2005, 458;
• Corr. Brussel 8 december 2004, Soc.Kron. 2005, 460, noot P. BRASSEUR.
• Brussel 17 maart 2010, Dr.pén.entr. 2010, 319, noot K. ROSIER.
• Arbitragehof nr. 71/2006, 10 mei 2006, B.6.1., RW 2008-09, 446, noot H. BUYSSENS, Soc.Kron. 2008, 730, T.S t r a f r. 2008, 32, noot;
• Arbitragehof nr. 98/2006, 14 juni 2006, B.6.1., RABG 2006, 1477, noot D.
• Corr. Gent 21 juni 2002, TGR 2003, 169; Corr. Antwerpen 2 juni 2009, AM 2009, 573.
• Cass. 21 februari 2007, P.06.1415.F, JT 2007, 262, noot A. MISONNE, RDPC 2001, 529, T.Strafr. 2008, 37.
• Corr. Neufchâteau 9 februari 2004, Journ.proc., 2004/475, 26;
• Corr. Brussel 8 december 2004, Soc.Kron. 2005, 460, noot P. BRASSEUR. 5.
• Cass. 24 november 2009, P.09.1060.N.
• Arbitragehof nr. 71/2006, 10 mei 2006, B.6.2.; Arbitragehof nr. 98/2006, 14 juni 2006, B.6.2.; GwH nr. 76/2009, 5 mei 2009, B.6.2.
• Antwerpen 27 mei 2010, AM 2010, 380, noot.
• Arbitragehof nr. 71/2006, 10 mei 2006, B.6.4.;
• Arbitragehof nr. 98/2006, 14 juni 2006, B.6.4.;
• GwH nr. 75/2007, 10 mei 2007, B.3.;
• Arbitragehof nr. 98/2006, 14 juni 2006, B.6.4.;
• Cass. 21 februari 2007, P.06.1415.F, JT 2007, 262, noot A. MISONNE, RDPC 2001, 529, T.Strafr. 2008, 37.
• Cass. 8 september 2011, P.10.0523.F.
• Cass. 21 februari 2007, P.06.1415.F, JT 2007, 262, noot A. MISONNE, RDPC 2001, 529, T.Strafr. 2008,37;
• Cass. 24 november 2009, P.09.1060.N;
• GwH nr. 75/2007, 10 mei 2007, RABG 2007, 799, Soc.Kron. 2008, 730, noot P. BRASSEUR, TRV 2007, 338, noot F. PARREIN, T.S t r a f r. 2008, 35, noot; B. AERTS, “Kan een burger een gemeente stalken?”, Juristenkrant 2009, 14 januari 2009, 6;
• Arbitragehof nr. 71/2006, 10 mei 2006, B.10.-B.13.4.;
• Arbitragehof nr. 98/2006, 14 juni 2006, B.10.-B.13.4.;
• Arbitragehof nr. 55/2007, 28 maart 2007, B.1.-B.6.;
• Arbitragehof nr. 64/2007, 18 april 2007, T.Strafr. 2007, 311, noot G. SCHOORENS; M. VANDEVELDE, “Belaging via telecommunicatie te zwaar bestraft”, Juristenkrant, 2007/148, 2 mei 2007, 20.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 09/01/2018 - 13:51
Laatst aangepast op: di, 09/01/2018 - 13:51

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.