-A +A

Websites die illegaal muziek aangeboden door derden aanbieden kunnen worden geblokkeerd

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
maa, 26/09/2011

Zelfs indien tussenpersonen auteursrechten zelf niet schenden maar er via hun diensten door derden (vb. internetgebruikers auteursrechten worden geschonden) in casu gebruikers van een website die op deze site illegale muziek aanbieden, kan deze tussenpersoon het voorwerp uitmaken van een stakingsvordering om aldus aan het misbruik van het auteursrecht een einde te maken en de waarbij de website ontoegankelijk gemaakt wordt door DNS-blocking.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2011/18
Pagina: 
1269
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(VZW BELGIAN ANTI-PIRACY FEDERATION/NV T., NV VAN PUBLIEK RECHT B.)
(Advocaten: Mr. B. Michaux, Mr. T. De Meese, Mr. L. Masson)
(...)
De feiten

Appellante is een Belgische beroepsvereniging die als maatschappelijk doel heeft de strijd tegen piraterij en namaak in naam en voor rekening van haar leden (rechthebbenden in de entertainmentsector: film, muziek en computergames) op het Belgische grondgebied.
Geïntimeerden zijn twee Internetleveranciers, die toegang verlenen aan hun abonnees tot websites, waaronder de websites van “The Pirate Bay”. Deze laatste website werd opgericht in 2004 en helpt Internetgebruikers om film en muziekbestanden te downloaden.

Op 7 juni 2010 werden eerste en tweede geïntimeerden door de raadsman van appellante in gebreke gesteld om onmiddellijk het nodige te doen om de toegang onmogelijk te maken voor de Belgische Internetgebruikers tot websites thepiratebay.org, piratebay.org, piratebay.net, piratebay.se, thepiratebay.com, thepiratebay.net, thepiratebay.nu, thepiratebay.se, en andere mogelijke extensies van de (the)piratebay.

Op 8 juni 2010 heeft tweede geïntimeerde aan appellante laten weten dat zij bereid was met appellante een vrijwillige overeenkomst te sluiten om wel bepaalde domeinnamen te blokkeren via “DNS-blocking” op voorwaarde dat eerste geïntimeerde en VOO dezelfde overeenkomst zouden onderschrijven.

Op 11 juni 2010 bracht appellante reeds de dagvaarding uit.

Beoordeling

Heropening van de debatten

Het hof is van oordeel voldoende geïnformeerd te zijn. Er is geen reden om de debatten te heropenen.

Geïntimeerden verzoeken de zaak naar de rol te verwijzen in afwachting van een uitspraak van het Hof van Justitie in twee zaken. Er is echter geen reden om de behandeling van deze zaak te schorsen in afwachting van een antwoord van het Hof van Justitie in twee andere zaken, met name Scarlet / Sabam en Sabam / Netlog.
De vorderingen en de feiten die in deze zaken aan de orde zijn, zijn volledig verschillend van onderhavige zaak.

De aan het Hof van Justitie gestelde prejudiciële vragen gaan ervan uit dat de vordering ertoe strekt de Internetdienstleverancier een filtersysteem te laten installeren om wel bepaalde bestanden te identificeren en vervolgens te blokkeren.

De vordering in deze zaak heeft een ander voorwerp: met name enkel en alleen websites ontoegankelijk maken (geen filtersysteem om de bestanden te identificeren). Het antwoord van het Hof van Justitie in die twee zaken is niet dienstig voor de oplossing van onderhavig geschil.

Het voorwerp van de betwisting betreft de vordering van appellante ten aanzien van geïntimeerden om deze laatsten te dwingen actief mee te werken aan de strijd tegen auteursrechtelijke inbreuken die via Internet worden gepleegd. Geïntimeerden zouden technische maatregelen moeten nemen teneinde inbreuken op het auteursrecht te doen ophouden en dit op grond van artikel 87 AW.

Het hof stelt vast dat de grieven van partijen grotendeels dezelfde zijn als deze die zij voor de eerste rechter hebben aangevoerd.

Meer bepaald houdt appellante voor dat een actie tegen de oprichters van de “The Pirate Bay” onvoldoende is. De Belgische Internetgebruikers zouden nog altijd toe-gang krijgen tot “The Pirate Bay” (via een andere provider).

Een verhaal tegen de lokale Internet toegangsleveranciers zou de juiste weg zijn. De rechthebbenden zouden om een verbod tegen tussenpersonen, wier diensten door een derde worden gebruikt om een inbreuk te plegen op een auteursrecht of een naburig recht, kunnen verzoeken.

Het Deense Hof van Cassatie zou op 27 mei 2010 een arrest hebben geveld inhoudende dat de Internettoegangsleveranciers een rechtelijk bevel moeten krijgen om de toegang onmogelijk te maken tot de website “The Pirate Bay” voor hun klanten. De Internettoegangsleveranciers zouden een specifieke domeinnaam uit de database moeten schrappen zodat er niet langer verband wordt gelegd tussen de domeinnaam en het bijkomende IP-adres van de site, waardoor de Internetbrowser van de abonnee geen verbinding zou maken met de site in kwestie.

Eerste geïntimeerde stelt dat er voor Internettussenpersonen een vrijstelling is van aansprakelijkheid. De Internettussenpersonen zouden geen algemene toezichtverplichting hebben.

De vordering zou niet proportioneel zijn.

Het stakingsbevel zou leiden tot ernstige aantastingen van fundamentele rechten en vrijheden en rechtmatige activiteiten van derden.

Het zou een significante last op eerste geïntimeerde leggen en zou slechts beperkte voordelen voor appellante creëren. De blokkeringsmaatregelen zouden inefficiënt zijn zodat de vordering tegen de Internettoeleveranciers niet de aangewezen weg zou zijn om een einde te stellen aan de inbreukmakende handelingen. Indien het gevorderde stakingsbevel zou worden opgelegd, zou een termijn moeten worden toegekend om de nodige voorbereidingen te treffen en implementaties te realiseren. Alleszins zou zij door appellante moeten worden gevrijwaard tegen alle mogelijke aanspraken van derden.

Van haar kant is tweede geïntimeerde van oordeel dat de door appellante gevraagde maatregel technisch niet mogelijk is. Er zou geen technische mogelijkheid bestaan om volledig te beletten dat een bepaalde website door een B.-klant wordt bezocht. Zij zou nooit aansprakelijk kunnen worden gesteld voor doorgegeven informatie (art. 18 van de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij (hierna afgekort WEH)).

Op grond van artikel 21 van de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij zouden aan de dienstverleners geen algemene toezichtverplichting op de informatie die doorgegeven wordt, kunnen worden opgelegd. Er zouden mogelijkheden zijn om de “DNS-blocking” en de “IP-blocking” te omzeilen. Bij “IP-blocking” zou het gevaar bestaan dat legitieme informatie wordt geblokkeerd.

De gevorderde maatregel zou kennelijk onredelijk en disproportioneel zijn. De maatregel zou belangen, fundamentele rechten en vrijheden en rechtmatige activiteiten van derden ernstig aantasten. Het zou niet zijn bewezen dat bezoekers van “The Pirate Bay” de auteursrechten aantasten: downloaden voor eigen gebruik.

De implementatie van “IP-blocking” zou een significante last meebrengen.

De gevorderde maatregel zou een zeer bescheiden bijdrage leveren tot de bestrijding van de illegale activiteiten die appellante bestrijdt. De maatregel zou niet zijn gevorderd ten opzichte van andere Internetproviders. Er zou alleszins een termijn moeten worden gegeven om de nodige voorbereidingen en implementaties te realiseren.

Het hof stelt vast dat appellante niet meer aandringt op de voorlopige maatregel van artikel 19 § 2 Ger.W. Slechts indien wordt ingegaan op het verzoek van geïntimeerden om aan het Hof van Justitie een prejudiciële vraag te stellen, stelt zij een nieuw verzoek om een voorlopige maatregel. Dit is niet het geval (zie hoger). Zij wenst nog enkel de stakingsmaatregel op grond van artikel 87 § 1 AW.

Over de rechthebbende organisatie

Het artikel 87 § 1, 1ste en 2de lid van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten (hierna afgekort AW) bepaalt:
(...)
Op grond van voormeld artikel is appellante gerechtigd om een vordering in te stellen strekkende tot de staking van daden die inbreuk maken op de auteursrechten en/of naburige rechten van haar leden en subleden. Appellante is een beroepsvereniging in de zin van artikel 87 § 1, 6de lid AW.

Over de inbreuk

Het wordt niet betwist dat met de hulp van de website “The Pirate Bay” op massale schaal bestanden met werken uit het repertoire van de (sub)leden van appellante zonder toestemming en zonder vergoeding worden gedownload en via een peer-tot-peersoftware ter beschikking worden gesteld aan het wereldpubliek.
Al deze bestanden worden door de Internetgebruikers, abonnees van geïntimeerden, gesteld zonder toestemming en zonder vergoeding van de rechthebbenden, dus in
strijd met het uitsluitend recht op reproductie en mededeling aan het publiek in hoofde van rechthebbenden (art. 1 § 1 AW en art. 39 AW). De inbreuk staat dus vast.

Over de stakingsmaatregel

Ondanks acties tegen de oprichters van “The Pirate Bay” in Zweden en Nederland hebben de Belgische Internetgebruikers nog steeds toegang tot “The Pirate Bay”.

De verantwoordelijken van (The) Pirate Bay zelf volharden, niettegenstaande veroordelingen in het buitenland, om hun sites toegankelijk te houden.

De vraag rijst of deze vordering tegen de lokale Internettoegangsleveranciers de meest geëigende weg is om op te treden tegen de bestreden vorm van Internetpiraterij.
In ieder geval zijn geïntimeerden zelf geen inbreukmakers.

Krachtens artikel 87 § 1, 2de lid AW, hierboven aangehaald, bestaat de mogelijkheid voor de stakingsrechter, nadat hij het bestaan van een inbreuk op het auteursrecht heeft vastgesteld, een bevel uit te spreken tegen tussenpersonen wiens diensten worden gebruikt om deze inbreuk te plegen.

Geïntimeerden zijn als Internettoegangsleverancier aan te merken als tussenpersoon (HvJ 19 februari 2009, C-557/07, LSG / Tele 2). In die hoedanigheid worden zij door appellante aangesproken.

Geïntimeerden roepen op de eerste plaats in dat zij niet aansprakelijk zijn voor doorgegeven informatie, zelfs als zouden zij in de technische mogelijkheid zijn om de doorgifte van bepaalde onrechtmatige informatie tegen te houden. Zij verwijzen naar artikel 18 van de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij (wet elektronische handel), waarvan de inhoud luidt als volgt:

“Wanneer een dienst van de informatiemaatschappij bestaat in het doorgeven in een communicatienetwerk van door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, of in het verschaffen van toegang tot een communicatienetwerk, is de dienstverlener niet aansprakelijk voor de doorgegeven informatie, als aan elk van de volgende voorwaarden voldaan is:

1 ° het initiatief tot de doorgifte niet bij de dienstverlener ligt;
2° de ontvanger van de doorgegeven informatie niet door de dienstverlener wordt geselecteerd;
3 ° de doorgegeven informatie niet door de dienstverlener wordt geselecteerd of gewijzigd. ”

Met appellante is het hof van oordeel dat de aansprakelijkheid van geïntimeerden hier niet aan de orde is.

Appellante beweert niet dat geïntimeerden een auteursrechtelijke inbreuk plegen. Er wordt enkel gesteld dat zij best geplaatst zijn om een einde te stellen aan auteursrechtelijke inbreuken die door hun abonnees worden gepleegd. Overigens precies voor deze situatie voorziet artikel 87 § 1, 2de lid AW, conform de Europese regelgeving (art. 12 § 3 richtlijn 2000/31 betreffende bepaalde aspecten.van de diensten van de informatiemaatschappij met name de elektronische handel, in de interne markt), in de mogelijkheid van een rechterlijk bevel tegen de Internetleveranciers (tussenpersonen).

De wettelijke regels inzake de beperking van aansprakelijkheid van de Internetleveranciers vormt geen obstakel voor de stakingsvordering. Deze vordering strekt er uitsluitend toe een website ontoegankelijk te maken, wat betekent dat geïntimeerden de onrechtmatige informatie die zich bevindt op de website “The Pirate Bay” niet doorgeven. Zij zijn derhalve niet aansprakelijk voor de onrechtmatige inhoud die over hun netwerk wordt doorgegeven.

Daarnaast zijn geïntimeerden van oordeel dat zij niet mogen onderworpen worden aan een algemene toezichtverplichting, zoals voorzien in artikel 21 van voormelde wet elektronische handel:

“Met betrekking tot de levering van de in artikelen 18, 19 en 20 bedoelde diensten hebben de dienstverleners geen algemene verplichting om toe te zien op de informatie die zij doorgeven of opslaan, noch om actief te zoeken naar feiten of omstandigheden die onwettige activiteiten duiden.

Het in 1ste lid genoemde beginsel geldt enkel voor de algemene verplichtingen. Het laat het recht van de bevoegde gerechtelijke instanties onverlet om, in een specifiek geval, een tijdelijke toezichtverplichting op te leggen, indien een wet in deze mogelijkheid voorziet.”

Het gevorderde bevel “om in hun hoedanigheid van Internettoegangsleverancier de litigieuze inbreuken te doen staken” veroorzaakt geen toezichtverplichting in hoofde van geïntimeerden over de informatie die zij doorgeven of opslaan. Geïntimeerden moeten geen enkele controle uitoefenen op een onrechtmatige informatie. Het gevorderde bevel is immers beperkt tot het gewoon ontoegankelijk maken van geïdentificeerde websites van “The Pirate Bay” door toepassing te maken van een specifieke technische maatregel (zie hierna). Nadien moeten geïntimeerden niet verifiëren of bepaalde abonnees de maatregel al dan niet hebben omzeild, toegang hebben gekregen tot de websites “The Pirate Bay” en auteursrechtelijke inbreuken hebben gepleegd.

Verder zou, aldus geïntimeerden, het onredelijk en disproportioneel zijn om geïntimeerden te verplichten blokkeringsmaatregelen te implementeren, waarvan nu al zou vaststaan dat gebruikers deze eenvoudig kunnen omzeilen (beperkt voordeel voor appellante). Het zou volstaan dat de Internetgebruikers de instellingen van hun browser zouden aanpassen. Bovendien zou niet elk bezoek aan “The Pirate Bay” onrechtmatig zijn. Het onverkort blokkeren van “The Pirate Bay” zou ook legitieme activiteiten (downloaden voor louter privegebruik) raken. Verder zou de gevorderde maatregel een zware operationele last voor geïntimeerden vertegenwoordigen en een risico voor concurrentievervalsing inhouden.

Het stakingsbevel mag worden geweigerd wanneer het opleggen van dergelijke maatregel onredelijk of disproportioneel zou zijn. Ook de maatregelen die in de context van een auteursrechtelijke stakingsprocedure worden bevolen moeten evenredig zijn.

De omstandigheid dat niet al het materiaal met behulp van de websites “The Pirate Bay” auteursrechtelijk beschermd is, doet geen afbreuk dat een zeer aanzienlijk deel van het materiaal wel inbreukmakend is. Tot het deel dat niet beschermd is, kunnen de Internetgebruikers ook via andere kanalen dan “The Pirate Bay”-websites toegang krijgen.

Voor zover geïntimeerden laten gelden dat downloaden voor privégebruik niet inbreukmakend is, dient te worden opgemerkt dat dit niet geldt voor het terbeschikkingstellen van de werken aan andere deelnemers via het peer-to-peernetwerk (directe uitwisseling tussen computers van individuele Internetgebruikers).

De bewering van geïntimeerden dat zij in de onmogelijkheid zijn om een waterdichte ontoegankelijkheid van de litigieuze websites uit te voeren, mag geen reden zijn om het gevraagde bevel af te wijzen. De omstandigheid dat het stakingsbevel geen eind zal maken aan alle mogelijke illegale activiteiten op het Internet, heeft niet tot gevolg dat dit bevel disproportioneel zou zijn. Het kan bijdragen tot een beperking van de inbreuken die van aard is de belangen van appellante redelijkerwijze te dienen. Van geïntimeerden wordt niet verwacht dat zij garanderen dat geen enkele klant de bewuste website(s) nog kan bezoeken.

Appellante als rechthebbende is gerechtigd iedere vorm van piraterij aan te pakken met de rechtsmiddelen die door de wetgever worden aangeboden. Zij kan niet worden verplicht eerst tegen de daadwerkelijke inbreukmakers op te treden alvorens een bevel tegen de Internettoegangsleveranciers te eisen (subsidiariteit). Dergelijke verplichting wordt nergens in de wet ingeschreven. Bovendien heeft de Europese wetgever de beslissing genomen om de rechthebbende de mogelijkheid te bieden om rechtstreeks op te treden tegen de tussenpersonen (art. 8.3. van de richtlijn 2001/29/EG betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij).

Aan geïntimeerden kan worden gevraagd met het oog op de bestrijding van auteursrechtelijke inbreuken de toegang tot wel bepaalde websites ontoegankelijk te maken voor hun abonnees. Het is aan de stakingsrechter, die een specifieke positieve maatregel kan bepalen om een einde te stellen aan de auteursrechtelijke inbreuk, om de modaliteiten ervan vast te leggen.

Slotsom van dit alles is dat het stakingsbevel niet strijdig is met het evenredigheidsbeginsel. Appellante heeft recht op een volledige bescherming van haar repertoire. Geïntimeerden bewijzen niet dat deze bescherming in conflict komt met andere rechten die even fundamenteel zijn. Hun beschouwingen wegen niet op tegen het belang van appellante, die geconfronteerd wordt met grootschalige gratis verspreiding van de werken van haar leden via “The Pirate Bay”. Door die handelwijze lijden de bij appellante aangesloten leden ontegensprekelijk schade.

Van concurrentievervalsing is er geen sprake. Geïntimeerden zijn op de Belgische markt de grootste spelers voor de levering van een toegang tot het Internet.

De vraag rijst of er technische maatregelen bestaan om inbreuken op het auteurs-recht via het Internet te verhinderen. Er is zeker geen absolute onmogelijkheid voor een Internetleverancier om de litigieuze auteursrechtelijke inbreuken te doen stopzet-ten aangezien Internettoegangsleveranciers door de procureur des Konings/onderzoeksrechter verzocht kunnen worden websites ontoegankelijk te maken, zij het met andere doeleinden (bv. bestrijding van kinderporno).

Tweede geïntimeerde heeft overigens in haar brief van 8 juni 2010 zelf voorgesteld de litigieuze websites te blokkeren, weliswaar onder de voorwaarde dat haar belangrijkste concurrenten dezelfde overeenkomst zouden onderschrijven.

Er zijn blijkbaar twee technieken om een website ontoegankelijk te maken. De eerste techniek is de “DNS-blocking” (Domaine Name System blocking) en de tweede techniek de “IP-blocking” (IP staat voor Internet Protocol). De Internetgebruikers worden via de domeinnaam of een IP-adres met een website verbonden.

Bij een blokkeringssysteem op DNS-niveau wordt gevraagd aan de Internetaanbieder om in de database de desbetreffende domeinnaam te schrappen waardoor het bijhorende IP-adres niet wordt gevonden. Bij een blokkeringssysteem “IP-blocking” wordt aan de Internetaanbieder ook gevraagd om het IP-adres van een website te blokkeren. In dat geval kan noch via een domeinnaam noch via een IP-adres een verbinding met de website tot stand worden gebracht.

Appellante is van oordeel dat de “DNS-blocking” slechts een gedeeltelijke oplossing is in de mate dat zij omzeild kan worden. Voor resultaten op langere termijn zou beroep moeten gedaan worden op de meer ingrijpende techniek van de “IP-blocking”.
Eerste geïntimeerde houdt voor dat “IP-blocking” een significante overbelasting van haar klantendiensten zal veroorzaken omdat haar abonnees niet zullen weten dat de ontoegankelijkheid van de websites “The Pirate Bay” te wijten is aan een technisch defect dan wel aan een rechterlijk bevel. Tweede geïntimeerde stelt dat “IP-blocking” geen technische aanvaardbare oplossing is. Elke Internetgebruiker zou sites vinden om de blokkeringsmaatregelen te omzeilen. Achter een bepaald IP-adres zouden er zich meerdere websites kunnen bevinden.

Partijen zijn er over eens dat geen enkele techniek bestaat die een waterdichte oplossing biedt voor alle inbreuken. Aan geïntimeerden kan slechts worden gevraagd binnen de perken van hun mogelijkheden een bijdrage te leveren aan het beëindigen van de inbreuken, ook al bestaat er geen enkele technische oplossing om volledig te beletten dat de website(s) van “The Pirate Bay” worden bezocht. Aangenomen dient te worden dat een doorsnee Internetgebruiker niet zal zoeken naar mogelijkheden om de geblokkeerde website via een andere manier te bereiken.

Er dient te worden onderzocht welke positieve maatregel in het bereik van geïntimeerden ligt. Het moet voor geïntimeerden als tussenpersoon mogelijk zijn tegen aanvaardbare kosten op te treden.

Het hof is van oordeel dat de “DNS-blocking” met betrekking tot de door appellante opgegeven websites de meest aanvaardbare oplossing is. Door deze techniek wordt de link tussen het IP-adres van de website en de domeinnaam van deze site op DNS-niveau gewijzigd zodat de klanten die de domeinnaam in hun browser intikken niet meer op de gezochte website terechtkomen.

Door de “IP-blocking” worden alle websites die achter het IP-adres schuilen geblokkeerd, ook de legale. Deze Iaatste techniek heeft ongewenste effecten voor derden. Het risico dat de “IP-blocking” leidt tot blokkeren van legitieme informatie (op websites die op hetzelfde IP-adres geherbergd staan) is dus groter dan bij “DNS-blocking”. Bovendien is de nodige tijd en investering nodig om een IP-blokkeringssysteem te ontwikkelen.

De opleggen van de techniek van de “DNS-blocking” kan niet worden beschouwd als een beperking van de vrijheid van meningsuiting of van andere fundamentele rechten op een wijze die een inbreuk vormt op het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens.

Aan de opgelegde blokkeringsmaatregel dient een dwangsom, zoals in het dictum van het arrest bepaald, te worden verbonden. Deze dient als prikkel om geïntimeerden ertoe aan te zetten zich naar het bevel te schikken.

Over de vrijwaringsverplichting van appellante tegen aanspraken van derden
Er is geen behoefte aan vrijwaring van geïntimeerden tegen aanspraken van derden. De IP-techniek wordt niet opgelegd. Overigens, indien derden menen dat zij rechten kunnen laten gelden, dan dienen zij derdenverzet aan te tekenen tegen de tussengekomen beslissing.
(...)
OM DEZE REDENEN,
HET HOF,

(...)
Stelt vast dat met behulp van de websites van “The Pirate Bay”, hierna genoemd, inbreuken worden gepleegd op de auteursrechten en/of op de naburige rechten op werken en/of prestaties uit het repertoire van de (sub)Ieden van appellante.
Beveelt geïntimeerden elk afzonderlijk om in hun hoedanigheid van Internettoegangsleveranciers de litigieuze inbreuken te doen staken via de hierna vermelde “DNS-blocking”.

Beveelt geïntimeerden elk afzonderlijk om in hun hoedanigheid van Internettoegangsleverancier binnen de 14 dagen na betekening van onderhavig arrest de “DNS-blocking” toe te passen met betrekking tot de volgende limitatief opgesomde domeinnamen:
1. www.thepiratebay.org,
2. www.thepiratebay.net,
3. www.thepiratebay.com,
4. www.thepiratebay.nu,
5. www.thepiratebay.se,
6. www.piratebay.org,
7. www.piratebay.net,
8. www.piratebay.se,
9. www.piratebay.no,
10.www.jimkeyzer.se en
11.www.ripthepiratebay.com

en dit onder verbeurte van een dwangsom van 1.000 EUR per dag dat geïntimeerden elk de zogenaamde “DNS-blocking” niet toepassen op hun DNS-servers.

Zegt voor recht dat geïntimeerden aan hun verplichting hebben voldaan van zodra zij deze “DNS-blocking” hebben toegepast.
(...)
 

 

Noot: 

P. Van Eecke en A. Fierens, Pirate bay: schip voor anker in de Antwerpse havenRABG 2011/18, 1278 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 17/12/2011 - 11:35
Laatst aangepast op: za, 17/12/2011 - 11:35

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.