-A +A

Vrijwillige tusssenkomst verzekeraar en rechtsplegingsvergoeding

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
woe, 20/01/2010
Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2012-2013
Pagina: 
739
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. P.09.1146.F

C.P. en K.J. t/ D.B., NV A.B. e.a.

I. Rechtspleging voor het Hof

De cassatieberoepen zijn gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Brussel, correctionele kamer, van 16 juni 2009.

...

II. Beslissing van het Hof

Beoordeling

...

2. In zoverre de cassatieberoepen gericht zijn tegen de beslissingen op de burgerlijke rechtsvorderingen

Naar luid van art. 162bis, eerste lid Sv. veroordeelt ieder veroordelend vonnis, uitgesproken tegen de beklaagde en tegen de personen die voor het misdrijf burgerrechtelijk aansprakelijk zijn, hen tot het betalen aan de burgerlijke partij van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in art. 1022 Ger.W.

Art. 89, § 5 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst bepaalt dat, wanneer het geding tegen de verzekerde is ingesteld voor het strafgerecht, de verzekeraar door de benadeelde in de zaak kan worden betrokken en vrijwillig kan tussenkomen, onder dezelfde voorwaarden als zou de vordering voor het burgerlijk gerecht zijn gebracht.

De rechtsplegingsvergoeding is een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. Krachtens art. 1022 Ger.W. valt zij ten laste van de partij die in het ongelijk is gesteld.

Daaruit volgt dat de verzekeringsmaatschappij voor de burgerlijke rechter tot betaling van deze vergoeding had kunnen worden veroordeeld.

Aangezien de verzekeraar onder dezelfde voorwaarden voor het strafgerecht in het geding kan worden betrokken, maakt het voormelde art. 89, § 5 van de wet van 25 juni 1992, niettegenstaande de bewoordingen van art. 162bis, eerste lid Sv., de veroordeling mogelijk van de verzekeraar van de beklaagde, die vrijwillig is tussengekomen en die in het ongelijk is gesteld.

De appelrechters, die oordelen dat de vordering tot veroordeling tot de rechtsplegingsvergoeding die door de burgerlijke partijen tegen de vrijwillig tussengekomen partij is ingesteld, niet ontvankelijk is, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 05/01/2013 - 23:16
Laatst aangepast op: za, 05/01/2013 - 23:16

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.