-A +A

vrijwillige tussenkomst en hoger beroep

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
din, 11/03/2008

In hoger beroep kunnen (de burgerlijke) partijen niet voor het eerst agressief optreden tegenover de vrijwillig tussenkomende partij.

Een vrijwillige tussenkomst tot het verkrijgen van een veroordeling kan niet voor de eerste maal in hoger beroep plaatsvinden en is bijgevolg niet ontvankelijk (rb. Turnhout 10/11/2014, RW 2015-2016, 233)

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2009-2010
Pagina: 
1007
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Hof van Beroep te Antwerpen, 10e Kamer – 11 maart 2008

...

2. In het tussenarrest van 20 juni 2007 werd door het Hof beklaagde V. vrijgesproken.

De NV F.V. was voor de eerste rechter vrijwillig tussengekomen ter terechtzitting van 2 november 2005.

De NV F.V. voert aan in de procedure slechts te zijn tussengekomen in haar hoedanigheid van de verzekeraar van de burgerlijke aansprakelijkheid van bestuurder V. in het raam van een polis motorrijtuigen.

De NV F.V. voegt eraan toe in de procedure nooit te zijn verschenen als verzekeraar burgerlijke aansprakelijkheid van de inzittende W., die door het Hof in het tussenarrest van 20 juni 2007 schuldig werd verklaard.

3. In de conclusie van de NV F.V. die neergelegd werd ter terechtzitting van de Correctionele Rechtbank te Hasselt op 2 november 2005 is vermeld:

– op de eerste bladzijde:

– getypt: «mede in zake»: de identiteit van beklaagde V.

– in handschrift: de identiteit van beklaagde W.

– op de tweede bladzijde:

«Concluante is de B.A.-verzekeraar motorrijtuigen van beklaagde V.

Indien de rechtbank de tenlasteleggingen ten aanzien van hem bewezen verklaart, gelden volgende opmerkingen aangaande de aanspraken van de burgerlijke partijen»;

– op de derde bladzijde:

«Concluante is dan ook van oordeel dat, indien haar verzekerde...».

Uit voormelde bewoordingen en formuleringen blijkt duidelijk dat de vrijwillig tussenkomende partij enkel de bedoeling had om tussen te komen voor de bestuurder, en beklaagde, V. De vrijwillig tussenkomende partij NV F.V. neemt het in conclusies niet op voor de inzittende W.

Het bestreden vonnis vermeldt overigens op de eerste bladzijde ter zake van NV F.V.: vrijwillig tussenkomende partij als burgerlijke aansprakelijkheidsverzekeraar motorrijtuigen van eerste beklaagde.

4. Een vrijwillig tussenkomende derde beperkt zich ertoe het voor een van de partijen in het geding op te nemen. De vrijwillig tussenkomende partij vereenzelvigt zich als het ware met de partij die zij juridisch ondersteunt. In dit geval is deze tussenkomst louter defensief, d.w.z. beoogt niet de veroordeling van een andere partij. De vrijwillig tussenkomende derde wenst door zijn tussenkomst een van de partijen te beschermen en te steunen in haar eis of verweer. Door een van de partijen aldus te steunen, beoogt de bewarende tussenkomst ook de bescherming van de belangen van de tussenkomende derde die in het gedrang kunnen komen wanneer de partij, die hij ter hulp snelt, in het ongelijk wordt gesteld.

5. In de conclusies van de burgerlijke partijen, neergelegd voor de eerste rechter, is de vrijwillig tussenkomende partij NV F.V. niet aangesproken als verzekeraar van beklaagde W. Wel vorderde de burgerlijke partij Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten, in conclusie neergelegd op 2 november 2005, onder meer «de vrijwillig tussenkomende partij(en) solidair, in solidum, minstens de ene bij gebreke van de andere te veroordelen tot betaling aan de burgerlijke partij de som van ...», wat ook aan te merken is als een stijlformulering, tussenkomende partij(en) in het meervoud geplaatst zijnde, terwijl slechts één vrijwillig tussenkomende partij aanwezig was, wat niets afdoet of kan afdoen aan het gegeven dat de NV F.V. slechts vrijwillig tussenkwam voor haar verzekerde V. In haar hoedanigheid van verzekeraar van de inzittende W. werd de NV F.V. niet in de procedure betrokken. Elke vordering tegen NV F.V., als verzekeraar van de burgerlijke aansprakelijkheid van inzittende W., zelfs in eerste aanleg, is/was niet ontvankelijk, omdat NV F.V. in die hoedanigheid zich niet in de voorliggende procedure gemanifesteerd heeft.

In hoger beroep kunnen de burgerlijke partijen niet voor het eerst agressief optreden tegenover de vrijwillig tussenkomende partij NV F.V., als verzekeraar van beklaagde W., zijnde de inzittende die strafrechtelijk verantwoordelijk werd verklaard voor de aanrijding. Dat zou immers de regel van de dubbele aanleg schenden.

De eisuitbreiding voor de zitting van 6 september 2001, waarvan sprake in de conclusie van het Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten, is verricht in een procedure die niet de voorliggende procedure is. De overige door het Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten aangevoerde middelen en argumenten kunnen aan bovenstaande vaststellingen niets afdoen, zijn dus niet relevant, en behoeven geen verder antwoord.

6. Conclusie: de vorderingen van de burgerlijke partijen tegen de NV F.V., in haar hoedanigheid van verzekeraar van de burgerlijke aansprakelijkheid motorvoertuigen voor beklaagde W., zijn niet ontvankelijk.

...

Noot: 

Een vrijwillige tussenkomst tot het verkrijgen van een veroordeling kan niet voor de eerste maal in hoger beroep plaatsvinden en is bijgevolg niet ontvankelijk zie

• Rechtbank eerste aanleg Turnhout 10/11/2014, RW 2015-2016, 233:

E.V. e.a. t/ J.D.V. e.a.

1. Feiten en procedurele antecedenten

...

Wijlen H.B. was 87 jaar oud en verbleef in het woonzorgcentrum (...).

De aanleggers in derdenverzet zijn zusters, neven en nichten van wijlen H.B.

Eerste geïntimeerde is de zoon van een vooroverleden zus van wijlen H.B. Tweede geïntimeerde is de echtgenote van eerste geïntimeerde.

De vrijwillig tussenkomende partij is een zus van wijlen H.B.

Eerste en tweede geïntimeerden vroegen voor de Vrederechter te Westerlo de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder over wijlen H.B.

De Vrederechter heeft wijlen H.B. bezocht in het verzorgingstehuis en vervolgens mr. N.V. aangesteld als voorlopige bewindvoerder.

De appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen deze beschikking. Zij tekenden eveneens derdenverzet aan tegen kwestieuze beschikking.

Bij vonnis van de Vrederechter te Westerlo van 12 november 2012 werd de zaak verzonden naar deze rechtbank.

Bij tussenvonnis van deze rechtbank, deze kamer van 14 januari 2013 werd het hoger beroep van aanleggers in derdenverzet onontvankelijk verklaard en werd het derdenverzet ontvankelijk verklaard.

Inmiddels is wijlen H.R. overleden op 19 januari 2013.

Met een verzoekschrift, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 22 oktober 2013, is mevrouw M.B. vrijwillig tussengekomen in de procedure.

Aanleggers in derdenverzet vorderen, het vonnis van 14 januari 2013 verder uitwerkend:

– voor recht vast te stellen dat ingevolge het overlijden van H.B. op 19 januari 2013 het voorlopig bewind van rechtswege een einde genomen heeft krachtens art. 488bis, d), derde lid BW;

– bijgevolg de beschikking van de Vrederechter te Westerlo van 6 september 2012 teniet te doen;

– te zeggen voor recht dat de vrijwillige tussenkomst van M.B. ontoelaatbaar, onontvankelijk minstens ongegrond dient te worden verklaard.

Eerste en tweede geïntimeerden alsook de vrijwillig tussenkomende partij vorderen in hun laatste conclusies:

– te zeggen voor recht dat de vordering bij derdenverzet van appellanten / eisende partijen op derdenverzet uitgedoofd is ingevolge het overlijden van de beschermde persoon H.B.

– bijgevolg de vordering op derdenverzet van appellanten/eisende partijen op derdenverzet hetzij onontvankelijk hetzij ongegrond te verklaren;

– de beschikking van de Vrederechter te Westerlo van 6 september 2012 integraal te bevestigen.

2. In rechte

M.b.t. de ontvankelijkheid

Over de ontvankelijkheid van het hoger beroep werd reeds gestatueerd in het tussenvonnis van deze rechtbanken deze kamer van 14 januari 2014.

Thans dient nog beslist te worden over de ontvankelijkheid van de vrijwillige tussenkomst bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 22 oktober 2013.

De vrijwillig tussenkomende partij vraagt in haar laatste conclusies om aanleggers op derdenverzet te veroordelen tot de kosten van het geding; haar tussenkomst is dus een agressieve vrijwillige tussenkomst.

Tussenkomsten tot het verkrijgen van een veroordeling kunnen niet voor de eerste maal plaatsvinden in hoger beroep (art. 812, tweede lid Ger.W.). Dit verbod is een wettelijke bevestiging van het beginsel van de dubbele aanleg (K. Broeckx, Het recht op hoger beroep en het beginsel van de dubbele aanleg in het civiele geding, Antwerpen, Maklu, 1995, p. 313, nr. 693). De vrijwillige tussenkomst dient dan ook onontvankelijk te worden verklaard.

Ten gronde

Wijlen H.B. is overleden op 19 januari 2013. Derhalve neemt het voorlopig bewind over H.B. van rechtswege een einde ingevolge het vroegere art. 488bis, d), derde lid in fine BW, dat in de huidige procedure nog van toepassing is.

Deze rechtbank kan dus alleen maar vaststellen dat aan het voorlopig bewind van rechtswege een einde is gekomen en kan zich niet uitspreken over de aanstelling van het voorlopig bewind op zich.

De vraag tot opheffing van dit voorlopig bewind moet dus niet meer ten gronde beoordeeld worden.

...

Het derdenverzet is door het overlijden van wijlen H.B. uitgedoofd, nu de ratio van het beschermingsstatuut is komen te vervallen.

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 07/02/2010 - 21:35
Laatst aangepast op: ma, 05/10/2015 - 14:19

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.