-A +A

Vrijwillige onverdeeldheid wegvallen onderliggende oorzaak

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
don, 29/10/2015

Artikel 815 van het Burgerlijk Wetboek, waarvan het eerste lid bepaalt dat niemand kan worden genoodzaakt in onverdeeldheid te blijven en dat de verdeling te allen tijde kan worden gevorderd, niettegenstaande enige hiermee strijdige verbodsbepaling, is niet van toepassing op de vrijwillige onverdeeldheid in hoofdzaak 

De ten dezen onderliggende bedoeling van de voorliggende conventionele onverdeeldheid strekt tot bestendiging van de feitelijke samenwoningsrelatie. Is die bedoeling teloorgegaan ingevolge de beëindiging van de feitelijke samenwoningsrelatie, dan kan uitonverdeeldheidtreding worden nagestreefd. Een vordering in die zin is niet in strijd met art. 1134, eerste lid BW en evenmin met art. 617 e.v. BW. De beëindiging van het vruchtgebruik brengt overigens, bij een clausule van gekruist vruchtgebruik, niet noodzakelijk een einde aan de onverdeeldheid m.b.t. het aangekochte goed.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
860
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

N.M. t/ G.D.

I. Relevante feitelijke en procedurele elementen

1. De partijen zijn gewezen feitelijk samenwonende partners. De relatie is begin 2012 ten einde gelopen.

2. De partijen hebben gedurende hun relatie, met een notariële akte van 28 oktober 1998, een woning te Middelkerke/Westende aangekocht. De prijs bedroeg 3.750.000 BEF (thans: 92.960,07 euro), waarin een voorschot ten bedrage van 425.000 BEF (thans: 10.535,47 euro) is begrepen.

Blijkens voormelde akte kopen de partijen elk ten belope van een onverdeelde helft, waarbij (1) N.M. (hierna: M.) de ene helft in blote eigendom verwerft en de andere helft in vruchtgebruik en (2) G.D. (hierna: D.) de andere helft in blote eigendom verwerft en de ene helft in vruchtgebruik. Het betreft een zogeheten clausule van gekruist vruchtgebruik (W. Pintens e.a., Familiaal vermogensrecht, Antwerpen, Intersentia, 2010, p. 1263, nr. 2486).

De aankoop gebeurt mede (1) met een financiering en (2) beweerdelijk met een inbreng door M. van eigen gelden ingevolge de verkoop van een eigen woning te Bredene. Over de concrete draagwijdte van een en ander is er discussie.

3. Of er, benevens de woning te Middelkerke/Westende, tussen de partijen nog substantiële onverdeelde lichamelijke elementen te verdelen zijn, is onduidelijk. Of de partijen reeds in der minne zijn overgegaan tot verdeling van de inboedel, is eveneens onduidelijk.

Voorts rijst tot op heden discussie over gebeurlijke vorderingen die de partijen ten aanzien van elkaar hebben inzonderheid wegens (1) de beweerde meerinbreng door M. en de mate waarin die meerinbreng al dan niet de lasten van de gewezen feitelijke samenwoning zou hebben overschreden; (2) de woonvergoeding die M. moet voldoen, aangezien hij de woning exclusief gebruikt sinds het vertrek van D. op 5 januari 2012 en de aldus ingetreden feitelijke scheiding en (3) de recuperatie door M. van gebeurlijk met betrekking tot de woning exclusief gedragen lasten.

II. Beroepen vonnis

1. Bij dagvaarding van 25 juni 2012 stelt D. onderhavige procedure in. Zij vordert bij conclusie en met verder voorbehoud (1) de uitonverdeeldheidtreding met betrekking tot de onverdeelde elementen, inzonderheid de woning te Middelkerke/Westende; (2) de gerechtelijke vereffening-verdeling van die onverdeelde elementen (art. 1207 e.v. Ger.W.), na de openbare verkoop van de woning te Middelkerke/Westende, aangezien een verdeling in natura niet mogelijk is en (3) een provisie ten bedrage van 5.000 euro, vermeerderd met de interesten op de woonvergoeding ten laste van M.

D. stelt centraal dat de gezamenlijke aankoop van de woning te Middelkerke/Westende weliswaar kadert binnen een conventionele onverdeeldheid, maar dat de grondslag waarop de onverdeeldheid teruggaat en meer precies de feitelijke samenwoningsrelatie is teloorgegaan, zodat zij de uitonverdeeldheidtreding kan nastreven. De aankoopakte voorziet niet in een specifieke regeling qua duurtijd en/of beëindiging van de bedoelde onverdeeldheid. Om die reden wil D. doen zeggen voor recht dat art. 1134 BW, waarop M. zich beroept tot handhaving van de onverdeeldheid, in casu als zodanig niet speelt.

...

2. M. neemt conclusie tot (1) afwijzing van de vordering van D. (...).

3. Bij vonnis van 23 mei 2013 gaat de tweede kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge in op de punten van de vordering van D. tot (1) uitonverdeeldheidtreding m.b.t. de onverdeelde elementen, inzonderheid de woning te Middelkerke/Westende en (2) gerechtelijke vereffening-verdeling van die onverdeelde elementen (art. 1207 e.v. Ger.W.), met aanwijzing van notaris B.M. (met standplaats te Middelkerke) als notaris-vereffenaar in de zin van art. 1210, § 1 Ger.W.

...

In zoverre D. de openbare verkoop van de woning te Middelkerke/Westende nastreeft, acht de rechtbank haar vordering, bij gebrek aan akkoord van M. (art. 1209, § 3 Ger.W.), voorbarig.

De overige punten van de vordering van D. (ver)wijst de rechtbank hetzij af hetzij door naar de notaris-vereffenaar.

...

4. Bij gerechtsdeurwaardersexploot van 26 juni 2013 laat D. overgaan tot betekening van het vonnis van 23 mei 2013.

III. Hogere beroepen

1. Bij verzoekschrift van 26 juli 2013 stelt M. hoger beroep in tegen het vonnis van 23 mei 2013. Met zijn hoger beroep beoogt M., met hervorming van het beroepen vonnis, de afwijzing van de vordering van D. (...).

2. D. neemt conclusie tot afwijzing van het hoger beroep als ontvankelijk maar ongegrond en zodoende tot bevestiging van het beroepen vonnis, met verder voorbehoud.

Eens te meer wil D. (bij wijze van impliciet en hoe dan ook voorwaardelijk incidenteel hoger beroep) doen zeggen voor recht dat art. 1134 BW, waarop M. zich beroept tot handhaving van de onverdeeldheid, in casu als zodanig niet speelt.

...

IV. Beoordeling

...

3. Ten gronde is het hof in de lijn van de redengeving in het beroepen vonnis van oordeel dat:

– art. 815, eerste lid BW niet (zonder meer) kan dienen als grondslag voor de vordering van D. tot uitonverdeeldheidtreding m.b.t. de onverdeelde elementen, inzonderheid de woning te Middelkerke/Westende (zie ook: Cass. 20 september 2013, RW 2014-15, 618, noot L. De Keyser, TBBR 2014, 489, noot L. Saveur, T.Not. 2014, 224, noot C. Engels; R. Jansen, “Art. 815 BW” in Comm.Erf. 2011, p. 16-17, nrs. 16-17; V. Sagaert, “De beëindiging van conventionele onverdeeldheden. Nee, of toch?” in R. Barbaix en N. Carette (eds.), Tendensen vermogensrecht 2015, Antwerpen, Intersentia, 2015, p. 97-98, nrs. 8-10);

– het immers gaat om een conventionele en derhalve vrijwillige onverdeeldheid, die de deelgenoten vrij kunnen invullen, ook qua bedoeling en duurtijd;

– de in art. 815, eerste lid BW bedoelde noodzaak om de onverdeeldheid onverkort te (kunnen) beëindigen bij een conventionele onverdeeldheid als zodanig niet speelt;

– de wilsautonomie primeert, terwijl art. 577-2, § 8 juncto art. 815 BW inzake een conventionele onverdeeldheid slechts een aanvullend karakter vertonen (R. Jansen, “Art. 815 BW” in Comm.Erf. 2011, p. 18-19, nr. 19);

– met een regeling qua duurtijd en beëindiging kan worden afgeweken van (1) de regel van art. 815, eerste lid BW dat de uitonverdeeldheidtreding te allen tijde kan worden nagestreefd en (2) de regel van art. 815, tweede lid BW dat afwijkende overeenkomsten slechts kunnen verbinden voor vijf jaar;

– het gebeurlijke gebrek aan een dienstige regeling qua duurtijd en beëindiging, zoals in casu, niet maakt dat de conventionele onverdeeldheid zonder meer moet blijven duren (R. Jansen, “Art. 815 BW” in Comm.Erf. 2011, p. 7-8, nr. 5 en p. 18-19, nr. 19);

– zoals reeds aangegeven, art. 815, eerste lid BW niet zonder meer kan dienen als grondslag voor een vordering tot uitonverdeeldheidtreding;

– in die optiek moet worden nagegaan wat de onderliggende bedoeling was van de voorliggende conventionele onverdeeldheid;

– die bedoeling, anders dan M. beweert, niet zonder meer strekt tot wederbelegging van eigen gelden ingevolge de verkoop van een eigen woning te Bredene en/of tot een persoonlijke woonzekerheid, maar wel tot bestendiging van de feitelijke samenwoningsrelatie;

– die bedoeling is teloorgegaan ingevolge de beëindiging van de feitelijke samenwoningsrelatie;

– D. terecht centraal stelt dat de gezamenlijke aankoop van de woning te Middelkerke/Westende weliswaar kadert binnen een conventionele onverdeeldheid, maar dat de grondslag waarop de onverdeeldheid teruggaat en meer precies de feitelijke samenwoningsrelatie is teloorgegaan, zodat zij de uitonverdeeldheidtreding kan nastreven (zie ook: Cass. 6 maart 2014, RW 2013-14, 1625, noot D. Michiels, TBBR 2014, 261, noot F. Peeraer en 487, noot L. Saveur, T.Not. 2014, 231, noot C. Engels; V. Sagaert, “De beëindiging van conventionele onverdeeldheden. Nee, of toch?” in R. Barbaix en N. Carette (eds.), Tendensen vermogensrecht 2015, Antwerpen, Intersentia, 2015, p. 101-104, nrs. 18-22).

Het beroepen vonnis verdient derhalve bevestiging in zoverre de eerste rechter ingaat op de vordering van D. tot (1) uitonverdeeldheidtreding m.b.t. de onverdeelde elementen, inzonderheid de woning te Middelkerke/Westende en (2) gerechtelijke vereffening-verdeling van die onverdeelde elementen (art. 1207 e.v. Ger.W.), met (3) aanwijzing van notaris B.M. (met standplaats te Middelkerke) als notaris-vereffenaar in de zin van art. 1210, § 1 Ger.W. en (4) precisering dat de partijen in gelijke mate moeten instaan voor de provisionering van de aangewezen notaris-vereffenaar (art. 1210, § 5 Ger.W.).

Het beroepen vonnis verdient eveneens bevestiging in zoverre de eerste rechter aangeeft dat het, gelet op het bevel tot uitonverdeeldheidtreding en gerechtelijke vereffening-verdeling, geen zin heeft (1) verder voorbehoud te verlenen en/of (2) verder te zeggen voor recht dat art. 1134 eerste lid BW, waarop M. zich beroept tot handhaving van de onverdeeldheid, in casu als zodanig niet speelt.

4. Het gegeven dat de aankoopakte van 28 oktober 1998 een clausule van gekruist vruchtgebruik bevat, doet geen afbreuk aan voormelde redengeving. Een dergelijke clausule staat niet zonder meer gelijk met een regeling qua duurtijd en beëindiging van de bedoelde conventionele onverdeeldheid, die hoe dan ook niet kan blijven duren.

De onderliggende bedoeling van de voorliggende conventionele onverdeeldheid overkapt de beëindigingswijzen van vruchtgebruik in de zin van art. 617 e.v. BW., waarbij levensonderhoud tot de dood van de vruchtgebruiker(s) centraal staat, terwijl een termijnbepaling mogelijk is (zie dienaangaande: R. Dekkers en E. Dirix, Handboek burgerlijk recht, II, Zakenrecht – Zekerheden – Verjaring, Antwerpen, Intersentia, 2005, p. 183, nr. 457 en p. 234-235, nrs. 590 en 592; zie voorts: M. Muylle, De duur en beëindiging van zakelijke rechten, Antwerpen, Intersentia, 2012, p. 394-399, nrs. 560-564 en p. 419 e.v., nrs. 596 e.v.).

De onderliggende bedoeling van de voorliggende conventionele onverdeeldheid strekt tot bestendiging van de feitelijke samenwoningsrelatie. Is die bedoeling teloorgegaan ingevolge de beëindiging van de feitelijke samenwoningsrelatie, dan kan uitonverdeeldheidtreding worden nagestreefd. Een vordering in die zin is niet in strijd met art. 1134, eerste lid BW en evenmin met art. 617 e.v. BW. De beëindiging van het vruchtgebruik brengt overigens, bij een clausule van gekruist vruchtgebruik, niet noodzakelijk een einde aan de onverdeeldheid m.b.t. het aangekochte goed (S. Maes, “Bedingen van aanwas en tontine: opnieuw rechtsfiguren uit grootvaders tijd?”, NJW 2008, 384, nr. 35).

...

Noot: 

onder dit arrest in het RW: Benjamin Verheye, De slangenkuil van art. 815 BW

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 07/03/2017 - 14:40
Laatst aangepast op: zo, 02/07/2017 - 12:34

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.