-A +A

Vrijheidsberoving ingevolge herroeping van probatie-uitstel kan niet opgeheven door verzoek tot voorlopige invrijheidstelling

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 11/10/2016
A.R.: 
P.16.0976.N

De opsluiting van de veroordeelde krachtens artikel 15 Probatiewet betreft de uitvoering van een straf die bij gerechtelijke beslissing is opgelegd en is niet vergelijkbaar met de voorlopige hechtenis.

Artikel 6 EVRM is niet van toepassing voor de rechter die geen uitspraak doet over de gegrondheid van de strafvordering of over de bepaling van burgerlijke rechten of verplichtingen; het gerecht dat uitspraak doet over een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling, doet geen uitspraak over de gegrondheid van een strafvordering noch over de bepaling van burgerlijke rechten of verplichtingen.

Publicatie
tijdschrift: 
Tijdschrift voor Strafrecht
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2017/2
Pagina: 
131
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. P.16.0976.N
H F,
verzoeker tot voorlopige invrijheidstelling, gedetineerd,
eiser,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 22 september 2016.

II. RELEVANTE FEITELIJKE GEGEVENS

1. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiser werd veroordeeld tot een gevangenisstraf met uitstel onder probatievoorwaarden, op verzoek van de procureur des Konings werd opgesloten wegens niet-naleving van deze voorwaarden en dat de correctionele rechtbank bij vonnis van 22 april 2016 het probatie-uitstel heeft herroepen. De eiser heeft tegen die beslissing hoger be-roep ingesteld en de zaak is aanhangig voor het hof van beroep. De eiser heeft voor de correctionele kamer van het hof van beroep een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling ingediend waarover dat hof bij de bestreden beslissing uitspraak heeft gedaan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

2. Tegen een beslissing van het hof van beroep kan enkel cassatieberoep wor-den ingesteld wanneer dat gerecht uitspraak doet over een verzoek of een vorde-ring dat voor hem op ontvankelijke wijze kan worden aanhangig gemaakt.

Hieruit volgt dat het onderzoek naar de ontvankelijkheid van het cassatieberoep een onderzoek van het middel vereist.

Middel

3. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM: het arrest verklaart ten onrechte eisers verzoek tot voorlopige invrijheidstelling niet ontvankelijk; een veroordeelde, die in toepassing van artikel 15 Probatiewet van zijn vrijheid is be-roofd, moet in de mogelijkheid zijn deze detentie te laten controleren door een rechtbank of een hof van beroep zodat deze detentie de redelijke termijn niet overschrijdt, zolang niet definitief is beslist over de herroeping van het uitstel; de omstandigheid dat de Voorlopige Hechteniswet hierin niet voorziet, betekent niet dat zijn verzoek tot voorlopige invrijheidstelling niet ontvankelijk is.

4. De opsluiting van de veroordeelde krachtens artikel 15 Probatiewet betreft de uitvoering van een straf die bij gerechtelijke beslissing is opgelegd en is niet vergelijkbaar met de voorlopige hechtenis.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

5. Artikel 6 EVRM is niet van toepassing voor de rechter die geen uitspraak doet over de gegrondheid van de strafvordering of over de bepaling van burgerlij-ke rechten of verplichtingen.

Het gerecht dat uitspraak doet over een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling, doet geen uitspraak over de gegrondheid van een strafvordering noch over de bepaling van burgerlijke rechten of verplichtingen.

In zoverre het middel schending van artikel 6 EVRM aanvoert, faalt het naar recht.

6. Artikel 15 Probatiewet bepaalt: "Het openbaar ministerie kan de veroor-deelde die probatie-uitstel van de tenuitvoerlegging van de straf heeft genoten, doen opsluiten in geval van niet-naleving van de probatievoorwaarden, mits het daarvan aan de probatiecommissie bericht geeft en het geval aanhangig maakt bij de rechtbank van eerste aanleg van de verblijfplaats van de veroordeelde.

Deze rechtbank doet uitspraak overeenkomstig artikel 14, § 2, binnen tien dagen na de aanhouding. Beslist het dat er geen reden is tot herroeping van het uitstel, dan wordt de betrokkene onmiddellijk in vrijheid gesteld, niettegenstaande hoger beroep."

7. Die wetsbepaling voorziet zelf in een procedure waarbij de wettigheid van de gevangenhouding van een veroordeelde die bij toepassing ervan van zijn vrijheid wordt beroofd, door een rechter wordt beoordeeld. Noch deze wet noch enige andere wetsbepaling voorzien bijkomend in de mogelijkheid voor de veroordeelde daartoe een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling te richten tot de rechter die moet oordelen over de herroeping van het probatie-uitstel.

8. Hieruit volgt dat de veroordeelde die met toepassing van artikel 15 Proba-tiewet is aangehouden, geen verzoek tot voorlopige invrijheidstelling kan indienen voor de rechter die geroepen is te oordelen over de herroeping van zijn probatie-uitstel.
In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

9. Het cassatieberoep is niet ontvankelijk.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiser tot de kosten.
Bepaalt de kosten op 74,31 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, en op de openbare rechtszitting van 11 oktober 2016 uitgesproken

Noot: 

Noot onder dit arrest in Tijdschrift Strafrecht 2017/2, 132

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 06/08/2017 - 07:56
Laatst aangepast op: zo, 06/08/2017 - 07:56

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.