-A +A

Vrijgave kantonnement na buitenlands vonnis

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg Burgerlijke rechtbank
Plaats van uitspraak: Brussel
Datum van de uitspraak: 
woe, 06/08/2014

In tegenstelling tot een kantonnement na uitvoerend beslag (zie art. 1404 Ger.W.), geldt het kantonnement na bewarend beslag (zie art. 1403 Ger.W.) niet als betaling. De na bewarend beslag gekantonneerde gelden blijven deel uitmaken van het vermogen van de schuldenaar zodat overigens ook andere schuldeisers van de beslagene er aanspraak op zullen kunnen maken.

Ten gevolge van een buitenlandse uitspraak ten gronde die de vordering van een vermeende schuldeiser afwijst beschikt deze niet langer over een zekere en vaststaande schuldvordering ten overstaan van de vermeende schuldenaar ten laste van wie hij een bewarend beslag onder derden legde met opvolgend kantonnement en kan deze laatste de vrijgave van de door haar na bewarend derdenbeslag gekantonneerde gelden bekomen

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2015/12
Pagina: 
843
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(BIAO-CI, vennootschap naar het recht van Ivoorkust / K.S., gerechtsdeurwaarder)

(…)

1. VOORWERP VAN DE VORDERINGEN EN VAN HET VERWEER
(…)

2. FEITEN EN PROCEDUREVOORGAANDEN
De belangrijkste feiten en procedurevoorgaanden, relevant voor de beoordeling van huidige zaak en zoals zij uit de procedurestukken en de door partijen neergelegde stukken blijken, kunnen als volgt samengevat worden:

Bij tegensprekelijk vonnis van 30 juni 2010 veroordeelt de rechtbank van koophandel te Parijs de vennootschap naar het recht van Ivoorkust BIAO, tot betaling aan de vennootschap naar Luxemburgs recht A.E., van een bedrag van 1.459.417,46 EUR, te vermeerderen met te kapitaliseren interesten, een vergoeding ten bedrage van 10.000 EUR en de gedingkosten. Tevens staat de rechtbank de voorlopige tenuitvoerlegging toe.

Op 28 juli 2010 laat A.E. krachtens dit vonnis bewarend derdenbeslag leggen lastens BIAO in handen van de NV Fortis Bank.

Hierna tekent BIAO op 4 augustus 2010 hoger beroep aan tegen dit vonnis.

Bij beschikking van 14 december 2010 bekomt A.E. de uitvoerbaarverklaring van dit vonnis in België, waarna zij op 24 januari 2011, lopende de beroepsprocedure, opnieuw bewarend derdenbeslag laat leggen lastens BIAO in handen van haar Belgische bankier Fortis Bank.

Teneinde de onbeschikbaarheid op te heffen en het beslagene te bevrijden, deelt BIAO op 11 februari 2011 haar intentie mee om de oorzaken van het bewarend derdenbeslag te kantonneren.

Na de afrekening te hebben ontvangen van A.E., stort ze op 25 mei 2011 een bedrag van 1.072.013,44 EUR op de rekening van gerechtsdeurwaarder K.S. Deze maakt op 30 mei 2011 een proces-verbaal van kantonnement op en stort de gelden door op een rekening bij de Deposito- en Consignatiekas.

Op 14 juni 2011 verleent A.E. opheffing van het bewarend derdenbeslag. Een jaar later, bij arrest van 14 juni 2012, hervormt het hof van beroep te Parijs het bestreden vonnis van 30 juni 2010 volledig en verklaart de oorspronkelijke vordering van A.E. onontvankelijk bij gebrek aan belang. Tevens veroordeelt het hof A.E. tot betaling aan BIAO van een vergoeding ten bedrage van 15.000 EUR en de gedingkosten van beide aanleggen.

Daags nadien verzoekt BIAO bij gerechtsdeurwaarder K.S. om de vrijgave van de gekantonneerde gelden.

A.E. verzet zich hier onmiddellijk tegen nu volgens haar het arrest van 14 juni 2012, bij gebrek aan uitvoerbaarverklaring in België en vervolgens betekening aan haar, geen uitvoerbare titel in België uitmaakt op basis waarvan in toepassing van artikel 1405 Ger.W. de vrijgave van de gekantonneerde gelden kan bekomen worden.

(…)

3. BEOORDELING
3.1. De exceptie van borgstelling van de eisende vreemdeling
(…)

3.2. De vrijgave van de gekantonneerde gelden
BIAO heeft de volledige oorzaken van het bewarend derdenbeslag gekantonneerd.

In tegenstelling tot een kantonnement na uitvoerend beslag (zie art. 1404 Ger.W.), geldt het kantonnement na bewarend beslag (zie art. 1403 Ger.W.) niet als betaling. De na bewarend beslag gekantonneerde gelden blijven deel uitmaken van het vermogen van de schuldenaar zodat overigens ook andere schuldeisers van de beslagene er aanspraak op zullen kunnen maken.

Nu BIAO gekantonneerd heeft in handen van de gerechtsdeurwaarder kunnen haar gekantonneerde gelden, overeenkomstig artikel 1405 in fine Ger.W., slechts vrijgegeven worden met haar toestemming “of krachtens een beslissing die niet meer vatbaar is voor een gewoon rechtsmiddel”.

Er bestaat geen betwisting over dat het arrest van het hof van beroep te Parijs van 14 juni 2012 niet meer vatbaar is voor een gewoon rechtsmiddel.

Dit arrest heeft de vordering van de beslaglegger A.E. onontvankelijk verklaard bij gebrek aan belang. Ten gevolge van deze uitspraak beschikt A.E. niet langer over een zekere en vaststaande schuldvordering ten overstaan van BIAO en kan deze laatste de vrijgave van de door haar na bewarend derdenbeslag gekantonneerde gelden bekomen (zie in dezelfde zin E. Dirix en K. Broeckx, Beslag, in APR, Mechelen, Kluwer, 2010, p. 279, nr. 405).

Het is geenszins vereist dat dit arrest om de vrijgave van het kantonnement te bekomen uitvoerbaar is in België vermits BIAO niets betaald heeft. Zij heeft het hervormde vonnis van 30 juni 2010 niet uitgevoerd. Zij heeft enkel, om de onbeschikbaarheid ten gevolge van het lastens haar gelegd bewarend derdenbeslag op te heffen en hetgeen de oorzaken van het bewarend derdenbeslag overtrof te bevrijden, de gekantonneerde gelden in de plaats gesteld van de in beslag genomen gelden zonder dat deze gelden ooit haar vermogen verlaten hebben. Dit is het grote verschil met het kantonnement na uitvoerend beslag, waar wel een uitvoerbare titel noodzakelijk zou geweest zijn om de vrijgave te bekomen (zie E. Dirix en K. Broeckx, Beslag, in APR, Mechelen, Kluwer, 2010, p. 295, nr. 425, waarnaar ten onrechte verwezen wordt in stuk met nr. 14 van verweerster).

(…)

3.3. De gevorderde schadevergoeding en de gedingkosten
(…)

3.4. De voorlopige tenuitvoerlegging
(…)

OM DEZE REDENEN,

Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Rechtsprekende op tegenspraak;

Verklaart de vordering van de vennootschap naar het recht van Ivoorkust BIAO ontvankelijk en gegrond als volgt;

Veroordeelt gerechtsdeurwaarder K.S. tot opvraging van de door de vennootschap naar het recht van Ivoorkust BIAO op 30 mei 2011 gekantonneerde gelden, te vermeerderen met de opgebrachte interesten, en tot doorstorting van al deze sommen aan de vennootschap naar het recht van Ivoorkust BIAO;

(…)

 

Noot: 

Slabbaert, K., « Over beslag, kantonnement en exequatur van buitenlandse rechterlijke beslissingen », R.A.B.G., 2015/12, p. 846-848

 

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 10/07/2017 - 08:55
Laatst aangepast op: ma, 10/07/2017 - 08:55

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.