-A +A

Vordering wegens wegmaking of verberging van goederen van de nalatenschap

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 12/11/2015
A.R.: 
C.14.0443.N

De rechtsvordering wegens wegmaking of verberging van goederen van de nalatenschap kan gelijktijdig met de verdeling worden ingesteld, maar zij kan ook, hetzij vóór hetzij na de verdeling worden ingesteld, met dien verstande dat iedere erfgenaam dan slechts kan opkomen voor zijn herberekend eigen aandeel in de weggemaakte of verborgen gehouden zaak (1). (1) Zie Cass. 12 december 1996, AR C.96.0040.F, AC 1996, nr. 504.

Op grond van de wetsbepaling die, onder de in de wet bepaalde voorwaarden, voorziet in de hoofdelijke aansprakelijkheid van de testamentuitvoerders, kan slechts vergoeding worden gevorderd voor de schade die voortvloeit uit de slechte uitvoering van hun mandaat met betrekking tot de roerende goederen van de nalatenschap; hieruit volgt dat op grond van artikel 1033 Burgerlijk Wetboek lastens een testamentuitvoerder slechts een aansprakelijkheidsvordering kan worden ingesteld en dat een erfgerechtigde die, in geval van heling van roerende goederen van de nalatenschap door een testamentuitvoerder die ook zelf erfgerechtigd is, op grond van dit artikel geen aanspraak kan maken op het aandeel van de erfgerechtigde testamentuitvoerder in de weggemaakte of verborgen gehouden goederen, aangezien dergelijke vordering niet strekt tot vergoeding van schade.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
660
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.14.0443.N
1. M. V. D. H.,
2. M. V. H., ,
3. A. V. H.,
4. H. V. H.,
allen optredend in eigen naam en in hun hoedanigheid van rechtsopvolger van wijlen J. V. H.,
eisers,
tegen
1. J. D. K.,
2. Y. D. S.,
verweersters.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Gent van 16 februari 2012 en 24 april 2014.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Krachtens artikel 792 Burgerlijk Wetboek verliezen de erfgenamen die goe-deren van de nalatenschap hebben weggemaakt of verborgen hebben gehouden, de bevoegdheid om de nalatenschap te verwerpen, en, al verwerpen zij deze, toch blijven zij zuiver erfgenaam, zonder op enig aandeel in de weggemaakte of ver-borgen gehouden zaken aanspraak te kunnen maken.

2. De rechtsvordering op grond van artikel 792 Burgerlijk Wetboek kan gelijk-tijdig met de verdeling worden ingesteld, maar zij kan ook, hetzij vóór hetzij na de verdeling worden ingesteld, met dien verstande dat iedere erfgenaam dan slechts kan opkomen voor zijn, na toepassing van artikel 792 Burgerlijk Wetboek, herbe-rekend eigen aandeel in de weggemaakte of verborgen gehouden zaak.

3. Het middel dat aanvoert dat de erfgenamen die deze vordering na de verde-ling van de nalatenschap instellen, aanspraak kunnen maken op al hetgeen de an-dere erfgenamen niet opvorderen in de weggemaakte of verborgen gehouden za-ken, faalt naar recht.

Tweede middel

Eerste onderdeel

4. Krachtens artikel 1033 Burgerlijk Wetboek kan, indien verscheidene personen de uitvoering van uiterste wilsbeschikkingen op zich hebben genomen, een van hen, bij gebreke van de anderen, alleen handelen en zijn zij hoofdelijk aan-sprakelijk voor de roerende goederen die hun zijn toevertrouwd, tenzij de erflater hun werkzaamheden heeft verdeeld en ieder van hen zich tot de hem opgedragen taak heeft beperkt.

Op grond van deze bepaling die, onder de in de wet vermelde voorwaarden, voor-ziet in de hoofdelijke aansprakelijkheid van de testamentuitvoerders, kan slechts vergoeding worden gevorderd voor de schade die voortvloeit uit de slechte uitvoering van hun mandaat met betrekking tot de roerende goederen van de nalatenschap.

Hieruit volgt dat op grond van artikel 1033 Burgerlijk Wetboek lastens een testamentuitvoerder slechts een aansprakelijkheidsvordering kan worden ingesteld en dat een erfgerechtigde, in geval van heling van roerende goederen van de nalatenschap door een testamentuitvoerder die ook zelf erfgerechtigd is, op grond van dit artikel geen aanspraak kan maken op het aandeel van de erfgerechtigde testament-uitvoerder in de weggemaakte of verborgen gehouden goederen, aangezien dergelijke vordering niet strekt tot vergoeding van schade.

5. Het onderdeel dat geheel ervan uitgaat dat de eisers op grond van artikel 1033 Burgerlijk Wetboek aanspraak kunnen maken op het aandeel van wijlen de echtgenoot van de eerste verweerster, als testamentuitvoerder die ook zelf erfge-rechtigd was in de weggemaakte en verborgen gehouden goederen, kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

Eerste en tweede subonderdeel

5. Uit het antwoord op het eerste onderdeel blijkt dat de aangevoerde misken-ning van de bewijskracht, ook al zou ze vaststaan, geen invloed heeft op de wet-tigheid van de bestreden beslissing, die uitspraak doet zoals zij dat had moeten doen indien die bewijskracht niet was miskend.

Het onderdeel is niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eisers op 1.288,64 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer

Noot: 

Tijdschrift voor Belgisch Burgerlijk Recht [TBBR] MASSCHELEIN, Mary Ann; Noot 'De bijzondere sanctie van artikel 792 Burgerlijk Wetboek' 2016, nr. 6, p. 334-339.

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 07/02/2017 - 10:37
Laatst aangepast op: di, 07/02/2017 - 10:37

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.