-A +A

Vordering van OCMW tot terugbetaling leefloon aal onderhoudsgerechtigden is geen onderhoudsvordering

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Vredegerecht
Plaats van uitspraak: Westerlo
Datum van de uitspraak: 
woe, 04/10/2017

Overeenkomstig art. 591, 14° juncto art. 572bis, 7o Ger.W. neemt de vrederechter – dus niet de familierechtbank – ongeacht het bedrag van de vordering, kennis van geschillen betreffende de aan het leefloon gerelateerde verplichtingen tot levensonderhoud (de «alimentatieplicht»).

Bij het uitoefenen van het terugvorderingsrecht op grond van die bepaling, oefent het OCMW geen onderhoudsvordering uit, maar treedt het op krachtens een eigen recht waarop de gewone bevoegddheidsregels van toepassing zijn.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
953
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

V.A. en D.M. t/ OCMW Laakdal

...

Aangezien comparanten een geschil hebben over de beslissingen van het Bijzonder Comité voor Sociale dienst van het OCMW te Laakdal van 13 oktober 2015, 8 december 2015 en 12 januari 2016 en zij dit geschil aan Ons Ambt voorleggen met een verzoekschrift van vrijwillige verschijning.

Overwegende dat de drie hiervoor vermelde beslissingen betrekking hebben op het volgende:

– op 13 oktober 2015 werd beslist dat aan mevr. V.K., (...) vanaf 12 augustus 2015 een recht op maatschappelijke integratie in de vorm van een (aanvullend) leefloon als samenwonende persoon wordt toegekend;

– op 8 december 2015 werd beslist dat eerste comparanten vanaf oktober 2015 maandelijks 180 euro aan het OCMW-Laakdal dienen te betalen als onderhoudsbijdrage;

– op 12 januari 2016 werd beslist dat de beslissing van 8 december 2015 gehandhaafd blijft.

...

Samengevat zijn eerste comparanten van oordeel dat zij niet gehouden zijn tot het betalen van een onderhoudsbijdrage en is tweede comparant van oordeel dat zij daartoe wel gehouden zijn.

Overwegende dat allereerst het onderscheid in het daglicht moet worden gesteld tussen enerzijds geschillen omtrent de toekenning van het leefloon en anderzijds geschillen over de terugvordering van het leefloon.

Overeenkomstig art. 580, 8°, c, eerste lid Ger.W. neemt de arbeidsrechtbank kennis van geschillen betreffende de toepassing van de wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum, voor wat betreft de geschillen betreffende de toekenning, de herziening, de weigering en de terugbetaling door de gerechtigde van het bestaansminimum. Daarbij dient onmiddellijk te worden aangemerkt dat deze wettekst nog verkeerdelijk verwijst naar de term «bestaansminimum», die door de wet «betreffende het recht op maatschappelijke integratie» van 26 mei 2002 werd vervangen door de term «leefloon».

De beslissing van het Bijzonder Comité voor Sociale dienst van het OCMW te Laakdal van 13 oktober 2015 is een beslissing betreffende de toekenning van een leefloon.

Het is de arbeidsrechtbank die ingevolge art. 580, 8o, c, eerste lid Ger.W. bevoegd is om na te gaan of het leefloon al dan niet terecht werd toegekend en deze rechtbank oefent die toetsing van de OCMW-beslissing met volle rechtsmacht uit (zie noot K. De Vos, «Uitvoering van de ouderlijke onderhoudsplicht in natura als exceptie tegen het verhaalsrecht van het OCMW tot terugvordering van uitgekeerd leefloon» onder Rb. West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 21 mei 2015, T.Fam. 2016, 122 met verwijzing naar Cass. 27 september 1999, S.98.0138.N en Cass. 18 juni 2001, S.99.0170.F).

Overigens wijst de voormelde beslissing van 13 oktober 2015 er in fine ook expliciet op dat het hoger beroep tegen die beslissing dient te worden ingesteld bij de arbeidsrechtbank. Hoewel eerste comparanten in casu ook vorderen dat aan de beslissing van het Bijzonder Comité van 13 oktober 2015 «geen gevolg wordt gegeven», bleek bij de behandeling van het dossier dat deze beslissing waarbij het leefloon werd toegekend, nooit het voorwerp was van enige betwisting. Enkel in betwisting is de terugvordering van het toegekende leefloon op de onderhoudsplichtige ouders, namelijk eerste comparanten (zie hierna).

Overeenkomstig art. 591, 14° juncto art. 572bis, 7o Ger.W. neemt de vrederechter – dus niet de familierechtbank – ongeacht het bedrag van de vordering, kennis van geschillen betreffende de aan het leefloon gerelateerde verplichtingen tot levensonderhoud (de «alimentatieplicht»).

Het in casu voorgelegde geschil over de beslissingen van het Bijzonder Comité voor Sociale dienst van het OCMW te Laakdal van 8 december 2015 en 12 januari 2016 is een geschil betreffende de terugvordering van (een gedeelte van) het toegekende leefloon op de onderhoudsplichtige ouders (eerste comparanten), welke terugvordering tweede comparant uitoefent op grond van art. 26 van voormelde wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.

Ons Ambt is op grond van de voormelde exclusieve bevoegdheid van art. 591, 14o Ger.W. prima facie bevoegd om kennis te nemen van het voorliggende geschil. Daarbij dient echter rekening te worden gehouden met hetgeen hierna volgt.

Overwegende dat art. 26 van de wet van 26 mei 2002 géén eigen alimentatierechten en -plichten in het leven roept. Bij het uitoefenen van het terugvorderingsrecht op grond van die bepaling, oefent het OCMW (tweede comparant) dan ook geen onderhoudsvordering uit, maar treedt het op krachtens een eigen recht (D. Simoens, «Het O.C.M.W.-verhaal op de onderhoudsplichtige familieleden van de geholpen persoon», RW 2005-06, 1122).

Daarna moet allereerst worden toegevoegd dat het eigen recht van het OCMW geenszins verhindert dat de onderhoudsplichtigen alle excepties aan het OCMW tegenwerpen die zij aan de onderhoudsgerechtigde zélf hadden kunnen tegenwerpen gedurende de periode dat het leefloon werd toegekend (cf. noot K. De Vos, «Uitvoering van de ouderlijke onderhoudsplicht in natura als exceptie tegen het verhaalsrecht van het OCMW tot terugvordering van uitgekeerd leefloon», T.Fam. 2016, 123, met verwijzing naar Cass. 17 december 1990, Arr.Cass. 1990-1991, 430; Brussel 14 september 2006, JT 2007, 190; Rb. Gent 3 mei 2002, NJW 2002, 539).

De primauteit van het burgerlijk recht op het sociale recht of de primauteit van de regels uit het Burgerlijk Wetboek (D. Simoens, o.c., RW 2005-06, 1126) heeft echter belangrijke gevolgen op het vlak van de bevoegdheid. Geschillen aangaande de terugvordering van het leefloon op de onderhoudsplichtigen mogen niet «automatisch» voor de vrederechter worden gebracht op grond van diens exclusieve bevoegdheid inzake onderhoudsvorderingen, omdat het OCMW geenszins een onderhoudsvordering instelt, maar wél een eigen recht uitoefent.

Bijgevolg zijn de gemeenrechtelijke bevoegdheidsregels van toepassing: overschrijdt de waarde van de vordering het bedrag van 2.500 euro, dan is niet de vrederechter maar de rechtbank van eerste aanleg bevoegd (D. Simoens, RW, 2005-06, 1131, met verwijzing naar Cass. 17 september 1982, RW 1983-84, 386, noot P.S.).

Overwegende dat in het onderhavige geval de beslissing van het Bijzonder Comité van 8 december 2015 bepaalde dat eerste comparanten met ingang vanaf de maand oktober 2015 maandelijks 180 euro aan tweede comparant dienen te betalen. Op datum van de neerlegging van het verzoekschrift vrijwillige verschijning (15 mei 2017) bedroeg de vordering van het OCMW derhalve 180 € x  20 maanden = 3.600 euro, hoofdsom welk bedrag onze algemene bevoegdheid op grond van art. 590, eerste lid Ger.W. te boven gaat. De onbevoegdheid van Ons Ambt ratione summae dient derhalve te worden vastgesteld, en dit ambtshalve (Vred. Bastenaken 13 mei 2005, T.Vred. 2007, 79), aangezien deze de openbare orde aanbelangt (Vred. Florennes-Walcourt 2 oktober 2007, JT 2008, 352).

Overwegende dat de rechter die ambtshalve zijn bevoegdheid in vraag stelt, er overeenkomstig art. 640 Ger.W. toe gehouden is de verwijzing naar de arrondissementsrechtbank te gelasten opdat over het middel van onbevoegdheid zou worden beslist.

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 11/02/2018 - 11:10
Laatst aangepast op: zo, 11/02/2018 - 11:10

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.