-A +A

Vordering tot vernietiging van de koop-verkoop dieren wegens bedrieglijke verzwijging

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 08/05/2014
A.R.: 
C.13.0022.N

Artikel 1 van de Wet van 25 augustus 1885 tot herziening van de wetgeving betreffende de koopvernietigende gebreken bepaalt dat bij de verkopingen of ruilingen van paarden, ezels, muilezels en andere huisdieren die tot het schapen, runder of varkensras behoren, de ziekten of gebreken die door de regering vastgesteld worden, met de beperkingen en de voorwaarden die zij aangewezen acht, voor koopvernietigende gebreken gehouden worden en dat alleen zij aanleiding zullen geven tot de vordering voorzien bij artikel 1641 Burgerlijk Wetboek.

Artikel 1 van het Koninklijk Besluit van 24 december 1987 betreffende de koopvernietigende gebreken bij de verkoop of ruiling van huisdieren, in de versie na de wijziging bij Koninklijk Besluit van 4 juli 2004 en zoals van kracht tot 9 juni 2007, bepaalt dat enkel de volgende ziekten of gebreken als koopvernietigende gebreken worden beschouwd: 1° bij paard, ezel, muilezel of muildier: malleus, chronische intermitterende kreupelheid.

Krachtens artikel 1 van de Wet van 25 augustus 1885 kan een gebrek dat niet als koopvernietigend gebrek is opgenomen in artikel 1 van het Koninklijk Besluit van 24 december 1987 geen aanleiding geven tot een vordering tot vrijwaring op grond van artikel 1641 Burgerlijk Wetboek.

Deze bepaling staat niet eraan in de weg dat zulk gebrek aanleiding geeft tot een vordering tot vernietiging van de koopovereenkomst wegens bedrieglijke verzwijging van het gebrek op grond van artikel 1116 Burgerlijk Wetboek.

Publicatie
tijdschrift: 
TBBR
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2018-2
Pagina: 
63
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.13.0022.N
G D P,
eiseres,
tegen
T D,
verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Veurne van 6 september 2012.

II. CASSATIEMIDDEL
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. De appelrechters oordelen dat "de hypothese dat er in de periode [na de le-vering] iets met het paard is misgelopen onwaarschijnlijk is gelet op het feit dat dierenarts V d V in zijn onderzoek geen letsels van een recent trauma vermeldt". Zij leiden aldus uit een door hen als zeker bevonden feit af dat er in de periode na de verkoop niets met het paard is misgelopen.

2. In zoverre het onderdeel aanvoert dat de appelrechters het wettelijk begrip feitelijk vermoeden hebben miskend door het bestaan van het gebrek op het ogen-blik van de verkoop af te leiden uit een onzeker feit, steunt het op een onjuiste le-zing van het arrest en mist het derhalve feitelijke grondslag.

3. In zoverre het onderdeel de schending aanvoert van het rechtsbegrip bedrog en van de artikelen 1109, 1116, 1117 en 1645 Burgerlijk Wetboek, is het geheel afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schending van het wettelijk begrip feitelijk vermoeden en is het bijgevolg niet ontvankelijk.

Tweede onderdeel

4. Artikel 1 van de Wet van 25 augustus 1885 tot herziening van de wetgeving betreffende de koopvernietigende gebreken bepaalt dat bij de verkopingen of rui-lingen van paarden, ezels, muilezels en andere huisdieren die tot het schapen-, runder- of varkensras behoren, de ziekten of gebreken die door de regering vast-gesteld worden, met de beperkingen en de voorwaarden die zij aangewezen acht, voor koopvernietigende gebreken gehouden worden en dat alleen zij aanleiding zullen geven tot de vordering voorzien bij artikel 1641 Burgerlijk Wetboek.

Artikel 1 van het Koninklijk Besluit van 24 december 1987 betreffende de koop-vernietigende gebreken bij de verkoop of ruiling van huisdieren, in de versie na de wijziging bij Koninklijk Besluit van 4 juli 2004 en zoals van kracht tot 9 juni 2007, bepaalt dat enkel de volgende ziekten of gebreken als koopvernietigende gebreken worden beschouwd: 1° bij paard, ezel, muilezel of muildier: malleus, chronische intermitterende kreupelheid.

5. Krachtens artikel 1 van de Wet van 25 augustus 1885 kan een gebrek dat niet als koopvernietigend gebrek is opgenomen in artikel 1 van het Koninklijk Be-sluit van 24 december 1987 geen aanleiding geven tot een vordering tot vrijwaring op grond van artikel 1641 Burgerlijk Wetboek.

Deze bepaling staat niet eraan in de weg dat zulk gebrek aanleiding geeft tot een vordering tot vernietiging van de koopovereenkomst wegens bedrieglijke verzwij-ging van het gebrek op grond van artikel 1116 Burgerlijk Wetboek.

6. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat een gebrek dat niet als koopvernietigend gebrek is opgenomen in artikel 1 van het Koninklijk Besluit van 24 december 1987, geen grond kan vormen voor een vordering tot vernietiging wegens een bedrieglijke verzwijging van dit gebrek, faalt naar recht.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiseres tot de kosten.
Bepaalt de kosten voor de eiseres op 846,69 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer,en in openbare rechtszitting van 8 mei 2014 uitgesproken

C.13.0022.N
Conclusie van advocaat-generaal Van Ingelgem

I. SITUERING

1. De betwisting betreft de verkoop door eiseres aan verweerder van een paard waarbij achteraf de neurologische stoornis ataxie werd vastgesteld, op basis waarvan de verkoop door de bestreden beslissing werd vernietigd, en eiseres tot vergoeding van de schade werd veroordeeld.

2. Tegen deze beslissing voert eiseres een enig middel tot cassatie aan dat op twee onderdelen berust.

II. BESPREKING VAN HET MIDDEL
(...)

2. In het tweede onderdeel voert eiseres de schending aan van artikel 1 van de Wet van 25 augustus 1885 die de wetgeving betreffende de koopvernietigende gebreken herziet (BS 28 aug. 1885) en van artikel 1 van het Koninklijk Besluit van 24 december 1987 betreffende de koopvernietigende gebreken bij de verkoop of ruiling van huisdieren (in de versie na wijziging bij KB van 4 juli 2004 en zoals van kracht tot 9 juni 2007).

2.1 Artikel 1 van voormelde wet bepaalt duidelijk dat alleen de gebreken die voorkomen in de lijst van koopvernietigende gebreken - vastgesteld bij KB van 24 december 1987 (BS 14 jan. 1988) - aanleiding kunnen geven tot een vordering tot vrijwaring jegens de verkoper op basis van artikel 1641 Burgerlijk Wetboek. A contratrio, kan een gebrek dat niet is opgenomen in de lijst van koopvernietigende gebreken geen aanleiding geven tot zulke vordering(1). Er wordt in dat kader echter uitsluitend gesproken over een uitsluiting van een vordering tot vrijwaring op grond van artikel 1641 Burgerlijk Wetboek. Over een uitsluiting van een vordering tot vernietiging wegens bedrog op basis van artikel 1116 Burgerlijk Wetboek spreekt de wetgever evenwel niet.

2.2 De redenering van eiseres dat een gebrek dat niet is opgenomen in de lijst van koopvernietigende gebreken volgens de wet geen verborgen gebrek uitmaakt, maar een zichtbaar gebrek is dat niet bedrieglijk kan worden verzwegen, lijkt mij dan ook niet correct. De wet zegt enkel dat een gebrek dat niet is opgenomen in de lijst van koopvernietigende gebreken geen aanleiding kan geven tot een vordering tot vrijwaring op grond van verborgen gebreken (art. 1641 BW). Zulke vordering zal weliswaar niet ontvankelijk zijn, maar de uitsluiting uit de lijst van koopvernietigende gebreken heeft daarentegen niet als gevolg dat het gebrek daardoor automatisch zichtbaar wordt en dus niet langer kan worden verzwegen (zie ook de bestreden beslissing, folio 622, eerste alinea onder punt b). Een gebrek dat is uitgesloten uit de lijst van koopvernietigende gebreken lijkt mij in die context dus nog steeds vatbaar voor een bedrieglijke verzwijging en kan aldus m.i. nog steeds aanleiding geven tot een vordering wegens bedrog op basis van artikel 1116 Burgerlijk Wetboek.

2.3 Het tweede onderdeel lijkt mij derhalve te falen naar recht.

III. CONCLUSIE: VERWERPING
_______________
(1) F. Vranken, Koop en ruil van dieren. Vrijwaring en aansprakelijkheid, APR, Gent, Story - Scientia, 1979, 178, nr. 276.
 

Noot: 

M. Bastians , Actions ouvertes à l’acheteur d’un animal visé par la loi du 25 août 1885 : état des lieux après l’arrêt de la Cour de cassation du 8 mai 2014, TBBR 2018-2, p. 64

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 07/06/2018 - 19:41
Laatst aangepast op: vr, 08/06/2018 - 09:13

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.