-A +A

Vordering tot ontbinding vennootschap ongegrond na regularisatie

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
maa, 20/06/2016

Op de volgende gronden oordeelt het hof dat er thans geen grond bestaat om de vennootschap te ontbinden en te vereffenen met toepassing van artikel 182, § 1 W.Venn.

(1) Het niet neerleggen van de jaarrekeningen had geregulariseerd kunnen worden en kan nog steeds geregulariseerd worden. Artikel 182, § 1 W.Venn. bepaalt dat de toestand geregulariseerd mag worden vooraleer uitspraak gedaan wordt over de grond van de zaak.

(2) In tegenstelling tot wat de heer T. argumenteert, zijn niet alle mogelijkheden om de jaarrekening te doen goedkeuren en neer te leggen uitgeput. Er is niet alleen een college van zaakvoerders, samengesteld uit de heer T. en mevrouw De L., beiden zijn ook aandeelhouders. De heer T. had de algemene vergadering kunnen bijeenroepen en de jaarrekening kunnen doen goedkeuren, aangezien hij een meerderheid van de aandelen bezit. De dossiers bevatten geen uitnodiging tot de algemene vergadering, laat staan een rechtsgeldige uitnodiging. In zijn e-mailbericht van 26 september 2014 bevestigt de heer T. aan mevrouw De L. dat er geen aandeelhoudersvergadering heeft plaatsgevonden.

Er kan bijgevolg niet besloten worden dat de heer T. er alles aan gedaan heeft om de jaarrekeningen te doen goedkeuren, dat mevrouw De L. elke medewerking weigert en dat er geen andere optie meer blijft dan de vennootschap te ontbinden en te vereffenen.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2017/8
Pagina: 
675
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

De L. / T., K. BVBA)

(...)

II. Situering van de betwisting
3. De BVBA K. is een managementsvennootschap die op 29 januari 2010 werd opgericht (…). Mevrouw De L. is eigenaar van 49 aandelen. De heer T. heeft 51 aandelen in eigendom.

Zowel de heer T. als mevrouw De L. zijn zaakvoerders.

Krachtens artikel 11, tweede en derde lid van de oprichtingsakte moeten zij in een college van zaakvoerders handelen, behalve wat de verrichtingen van dagelijks bestuur betreft.

4. De heer T. en mevrouw De L. zijn onder wettelijk stelsel gehuwd op 27 april 1996. Begin 2012 zijn de partijen feitelijk gescheiden. Op 4 oktober 2013 leidt de heer T. de echtscheidingsprocedure in. Deze wordt op 4 maart 2014 uitgesproken en is overgeschreven in de registers van de burgerlijke stand op 25 juli 2014.

Tijdens de vereffening-verdeling van de huwgemeenschap zijn er discussies tussen de partijen over de rekening-courant van de heer T. in de vennootschap.

Het is niet betwist dat de heer T. aanvankelijk aangeboden heeft de aandelen van mevrouw De L. over te nemen.

Mevrouw De L. is daar principieel mee akkoord gegaan. Ter zitting van 30 mei 2016 bevestigde zij dat zij daar nog steeds mee akkoord ging. Over de prijs van de aandelen is nog geen overeenstemming bereikt.

5. De heer T. dagvaardt op 23 november 2015 in ontbinding en vereffening van de BVBA K.

De eerste rechter ontbond de BVBA K. en stelde Mr. P.D. aan als vereffenaar met als opdracht te handelen overeenkomstig artikelen 183 et seq. W.Venn. en met de aldaar bepaalde bevoegdheden. Zij verklaarde het vonnis tegenwerpelijk aan de vennootschap.

De tegeneisen werden ongegrond verklaard. Zij strekten tot: (1) aanzuivering van de rekening-courant door de heer T.; (2) aanstelling van een gerechtsdeskundige om de hoogte van de rekening-courant te bepalen en na te gaan welke transacties de heer T. in naam van de vennootschap is aangegaan; (3) het betalen van een nog niet nader bepaalde vergoeding voor het overdragen van het cliënteel van de vennootschap aan een nieuw opgerichte vennootschap zonder het betalen van een vergoeding; (4) aanstelling van een lasthebber ad hoc met een welbepaalde opdracht (subsidiair); (5) aanstelling van een voorlopige bewindvoerder (subsidiair).

6. De vereffenaar werd op 6 april 2015 geïnstalleerd. Op de dag van de pleitzitting in hoger beroep (30 mei 2016) bevestigde de vereffenaar nog niets ondernomen te hebben.

III. Grieven - Voorwerp van het hoger beroep
7. Mevrouw De L. tekent hoger beroep aan met - samengevat - twee grieven: (1) de heer T. heeft geen belang bij de vordering tot ontbinding en vereffening; (2) de vordering tot ontbinding kan slechts worden ingesteld als ultieme vordering, terwijl er in deze zaak nog andere mogelijkheden voorhanden zijn.

Voorts herneemt mevrouw De L. de argumentatie met betrekking tot haar oorspronkelijke tegenvorderingen.

8. De heer T. vordert het hoger beroep als ongegrond af te wijzen.

Hij tekent voorts incidenteel beroep aan en vordert het bestreden vonnis te hervormen in zoverre het de tegeneis tot betaling van 150.000 EUR provisioneel aan de vennootschap en de aanstelling van een gerechtsdeskundige om de rekening-courantschuld te onderzoeken heeft afgewezen als ongegrond. De heer T. vordert deze tegeneis ontoelaatbaar te verklaren.

IV. De gronden van de beslissing en het antwoord op de middelen van de partijen
De exceptie van onontvankelijkheid wegens gebrek aan belang is ongegrond
9. De eerste betwisting in hoger beroep betreft de kwestie of de heer T. het wettelijk vereiste belang van artikel 17 Ger.W. heeft om zijn vordering in te stellen.

De heer T. heeft het geding ingeleid op grond van artikel 182, § 1 W.Venn. Dit artikel geeft de rechter de mogelijkheid de ontbinding uit te spreken van de vennootschap die gedurende 3 opeenvolgende boekjaren in strijd met de wettelijke voorschriften de jaarrekening niet heeft neergelegd. De rechter kan krachtens hetzelfde artikel de regularisatie toestaan.

Het belangvereiste van artikel 17 Ger.W. is ieder voordeel, hetzij materieel, hetzij moreel, dat de eiser door middel van zijn vordering in rechte daadwerkelijk en niet op theoretische wijze kan verkrijgen. Het is niets anders dan de mogelijkheid om een voordeel te halen uit het eventuele gegrondheidsoordeel dat de rechter zal vellen (zie o.a. Cass. 26 februari 2004, RW 2006-07, 133; Cass. 5 maart 1982, JT 1983, (309), 133; C. Van Reepinghen, Verslag over de gerechtelijke hervorming, Brussel, Belgisch Staatsblad, 1964, 41; S. Beerbaert, “Het belang als ontvankelijkheidsvereiste bij de gewone rechter, de Raad van State en het Arbitragehof”, P&B 2000, 157-158 en 164, met referenties; J. Laenens, K. Broeckx, D. Scheers en P. THIRIAR, Handboek Gerechtelijk Recht, Antwerpen, Intersentia, 2008, p. 83, nr. 131; M.E. Storme, “Procesrechtelijke knelpunten bij de geldendmaking van rechten uit aansprakelijkheid voor de burgerlijke rechter, in het bijzonder belang, hoedanigheid en rechtspleging” in Postuniversitaire cyclus Delva 1992-1993, Gent, Mys & Breesch, 1993, (189), p. 204, nr. 14).

De heer T. heeft een procesrechtelijk belang bij zijn vordering tot ontbinding en vereffening. In geval van gegrondverklaring beïnvloedt dit de vordering tot overname van de aandelen en de vereffening en verdeling van de voormalige huwgemeenschap. Om die reden wordt de exceptie als ongegrond verworpen.

De vordering tot ontbinding en vereffening is ongegrond
10. De tweede betwisting in hoger beroep heeft betrekking op de gegrondheid van de vordering tot ontbinding en vereffening.

Op de volgende gronden oordeelt het hof dat er thans geen grond bestaat om de vennootschap te ontbinden en te vereffenen met toepassing van artikel 182, § 1 W.Venn.

(1) Het niet neerleggen van de jaarrekeningen had geregulariseerd kunnen worden en kan nog steeds geregulariseerd worden. Artikel 182, § 1 W.Venn. bepaalt dat de toestand geregulariseerd mag worden vooraleer uitspraak gedaan wordt over de grond van de zaak.

(2) In tegenstelling tot wat de heer T. argumenteert, zijn niet alle mogelijkheden om de jaarrekening te doen goedkeuren en neer te leggen uitgeput. Er is niet alleen een college van zaakvoerders, samengesteld uit de heer T. en mevrouw De L., beiden zijn ook aandeelhouders. De heer T. had de algemene vergadering kunnen bijeenroepen en de jaarrekening kunnen doen goedkeuren, aangezien hij een meerderheid van de aandelen bezit. De dossiers bevatten geen uitnodiging tot de algemene vergadering, laat staan een rechtsgeldige uitnodiging. In zijn e-mailbericht van 26 september 2014 bevestigt de heer T. aan mevrouw De L. dat er geen aandeelhoudersvergadering heeft plaatsgevonden.

Er kan bijgevolg niet besloten worden dat de heer T. er alles aan gedaan heeft om de jaarrekeningen te doen goedkeuren, dat mevrouw De L. elke medewerking weigert en dat er geen andere optie meer blijft dan de vennootschap te ontbinden en te vereffenen.

Voor zoveel als nodig wordt vastgesteld dat een gedeelte van de vertraging in de neerlegging van de jaarrekeningen, die uiteindelijk uitliep op het niet neerleggen ervan, een gevolg is van het feit dat de boekhouder niet de nodige stukken van de heer T. ontving.

(3) De heer T. had zijn eigen voorstel tot overname van de aandelen ook verder kunnen uitvoeren en desnoods via een gerechtelijke procedure de waarde kunnen doen bepalen, zodat hij als enige aandeelhouder-zaakvoerder alsnog de jaarrekeningen had kunnen goedkeuren. Mevrouw De L. had een procedure tot gedwongen overdracht met waardebepaling kunnen instellen, zij het dat zij een voorstel met een bepaalde waarde geformuleerd heeft in het kader van de vereffening-verdeling van de huwgemeenschap, waarop de heer T. gerepliceerd heeft geen enkele opleg te willen betalen.

De afwezigheid van affectio societatis vanaf een bepaald ogenblik had door de overname van de aandelen door de heer T. ondervangen kunnen worden. Het gebrek aan wil van de aandeelhouders om de vennootschap verder te zetten hoeft niet noodzakelijk te leiden tot de ontbinding en vereffening. De afwezigheid van affectio societatis is ook niet opgenomen in artikel 182, § 1 W.Venn., welke rechtsgrond de heer T. inroept in de gedinginleidende dagvaarding.

Om deze redenen is de oorspronkelijke hoofdvordering ongegrond. Het bestreden vonnis wordt in die zin hervormd.

(…)

Noot: 

• Rechtskundig Weekblad [RW] VAN DEN BERGH, Bart; Noot 'De voorlopig bewindvoerder als volwaardig vennootschapsorgaan: procesrechtelijke implicaties voor betekeningen aan de vennootschap in vereffening' 2016-17, nr. 6, p. 220-225.

• Nieuw Juridisch Weekblad [NJW] GUILIAMS, Sophie; Noot 'Betekening aan vennootschap is vereffening' 2016, nr. 334, p. 26-28.

• Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent [RABG] CLIJMANS, Nico; Noot 'De betekening aan een vennootschap in vereffening met een voorlopig bewindvoerder' 2015, nr. 17, p. 1219-1224.

Rechtsleer:

• K. Geens, M. Wyckaert, C. Clottens, F. Parrein, S. De Dier en S. Cools, “Overzicht van rechtspraak. Vennootschappen (1999-2010)”, TPR 2012, p. 279 en 281 met de verwijzingen aldaar.

• Cnudde, S., « De voorlopig bewindvoerder: een uitzonderlijke maatregel ter vrijwaring van het vennootschapsbelang », R.A.B.G., 2017/8, p. 665-668

• M. Denef en B. Wauters, “Conflicten in vennootschappen geïllustreerd: voorlopig bewind en geschillenregeling bij echtelijke perikelen” in K. Geens (ed.), Vennootschaps- en financieel recht, Themis, Academiejaar 2001-2002, Cahier 11, Brugge, die Keure, 2002, p. 50-51;

• K. Geens, M. Wyckaert, C. Clottens, F. Parrein, S. De Dier en S. Cools, “Overzicht van rechtspraak. Vennootschappen (1999-2010)”, TPR 2012, p. 274-284, nr. 219.

• S. Rutten en F. Dupon, “Overzicht van rechtspraak. De bevoegdheid (2001-2013)”, TPR 2014, p. 1883 et seq.

• S. Cools en R. Tas, “Rechterlijke maatregelen bij conflicten in vennootschappen” in K. Geens (ed.), Vennootschaps- en financieel recht, Themis, Academiejaar 2011-2012, Cahier 65, Brugge, die Keure, 2011, p. 43;

• B. Tilleman, Bestuur van vennootschappen, Brugge, die Keure, 2005, p. 176-178, nrs. 287-290.

• S. Cools en R. Tas, “Rechterlijke maatregelen bij conflicten in vennootschappen” in K. Geens (ed.), Vennootschaps- en financieel recht, Themis, Academiejaar 2011-2012, Cahier 65, Brugge, die Keure, 2011, p. 43;

• B. Tilleman, Bestuur van vennootschappen, Brugge, die Keure, 2005, p. p. 189, nr. 311 en 214-217, nrs. 338-343, p. 188-191, nrs. 310-312. en p. 190-191, nr. 312.

• K. Geens, M. Wyckaert, C. Clottens, F. Parrein, S. De Dier en S. Cools, “Overzicht van rechtspraak. Vennootschappen (1999-2010)”, TPR 2012, p. 281 en 288.
 
• S. Cools en R. Tas, “Rechterlijke maatregelen bij conflicten in vennootschappen” in K. Geens (ed.), Vennootschaps- en financieel recht, Themis, Academiejaar 2011-2012, Cahier 65, Brugge, die Keure, 2011, nr. 16 enb p. 45

•  B. Tilleman, Bestuur van vennootschappen, Brugge, die Keure, 2005, p. 214-217, nrs. 338-343.

Rechtspraak:

• Kh. Kortrijk (KG) 27 mei 1999, TRV 1999, 326

• Kh. Bergen 3 november 1999, JLMB 2000, 986;

• Kh. Brussel (KG) 1 februari 1999, TRV 1991, 191, noot J.V.;

• Kh. Turnhout (KG) 16 juli 2008, RW 2009-10, 1266, JDSC 2010, 235

• Brussel 8 september 2000, RPS 2001, 284, noot, JDSC 2003, 329.

• Brussel 8 september 2000, RPS 2001, 284, noot, JDSC 2003, 329;

• Brussel 10 februari 1998, JDSC 2000, noot Caluwaerts, RPS 1998, 402, noot; 

• Turnhout (KG) 16 juli 2008, RW 2009-10, 1266, JDSC 2010, 235;

• Gent 14 april 2014, DAOR 2014, JDSC 2015, 353;

• Kh. Turnhout (KG) 16 juli 2008, RW 2009-10, 1266, JDSC 2010, 235;

• Kh. Bergen 3 november 1999, JLMB 2000, 986;

• Kh. Bergen (KG) 26 januari 2000, JLMB 2001, 826, JDSC 2002, 324, RPS 2000, 91;

• Brussel 15 oktober 1998, RPS 1999, 286;

• Turnhout (KG) 16 juli 2008, RW 2009-10, 1266, JDSC 2010, 235;

• Gent 14 april 2014, DAOR 2014, JDSC 2015, 353
 

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 22/07/2017 - 12:05
Laatst aangepast op: za, 22/07/2017 - 12:05

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.