-A +A

Voorzienbaarheid van de schade

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Politierechtbank
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
maa, 24/02/2014

Een aquiliaanse fout kan op twee gronden gebaseerd zijn:

• ofwel op de schending of miskenning van een concreet wettelijk voorschrift, en die schending of miskenning is dan constitutief voor een aquiliaanse fout, dit is in casu niet de grondslag van de vordering (art. 7.3 Wegverkeersreglement zou bovendien alleen voor weggebruikers gelden);

• ofwel – en dit is in casu het geval – op de schending van de algemene zorgvuldigheidsnorm die door elkeen in het maatschappelijk verkeer moet worden in acht genomen.

Het criterium voor de schending van de zorgvuldigheidsnorm is de redelijke voorzienbaarheid van de schade en de vermijdbaarheid van de schade indien de betrokkene anders had gehandeld (H. Vandenberghe e.a., “Overzicht van rechtspraak. Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad”, TPR 1987, p. 1255, nrs. 14-17).

Een gedraging kan worden beschouwd als rechtmatig indien ze strookt met hetgeen verwacht mag worden van een normaal, zorgvuldig en vooruitziend persoon (H. Vandenberghe, “Overzicht van rechtspraak. Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad: foutvereiste, algemene kenmerken”, TPR 2010, p. 1749, nr. 36). Meestal wordt de vraag voorgelegd of wel voldoende maatregelen werden genomen om de schade te verhinderen (H. Vandenberghe, o.c., TPR 2010, nr. 37).
 

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2012-13
Pagina: 
1582
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

J.V. t/ A. Van H.

Wegens een verkeersongeval te Gent op 14 maart 2012, waarvoor eiser verweerder aansprakelijk acht, vordert eiser verweerders veroordeling tot een schadevergoeding van 1.339,75 euro, vermeerderd met de interest.

De aansprakelijkheidsvordering wordt in rechte gebaseerd op een beweerde aquiliaanse fout van verweerder (art. 1382 BW).

Feitelijke gegevens

Aan de rechtbank wordt een geseponeerde strafinformatie voorgelegd. Daaruit blijkt dat het ongeval gebeurde in de Botestraat om 15 u 30.

In de strafinformatie verklaart eiser dat hij met zijn voertuig op 5 à 6 m een ander voertuig volgde. Zonder goed te weten waarom, zag hij op een bepaald moment zijn voorligger iets uitwijken naar links. Plots kwam er een nevel van een hogedrukreiniger op zijn voertuig terecht. Door het openstaande venster aan de passagierskant kwam dat water ook het voertuig binnen. Eiser schrok en remde, maar reed zijn voorligger aan. Deze laatste was eveneens geschrokken door het effect van de hogedrukreiniger en was gestopt. Ten gevolge van het schrikken had eiser de stilstand van zijn voorligger niet gezien.

Mevrouw M. De C. – de voorligger van eiser – verklaart dat zij stopte voor een voertuig met aanhangwagen en achteraan werd aangereden (door eiser). Mevrouw De C. bevestigt dat op het moment van de aanrijding iemand rechts van de baan met een hogedrukreiniger aan het werk was aan een hek. De man was al een tijdlang bezig met de hogedrukreiniger en was het hek aan het afspuiten in de richting van de straat. Net vóór de aanrijding had mevrouw De C. zich al de bedenking gemaakt dat de man met zijn hogedrukreiniger de voorbijgangers natspoot. Mevrouw De C. sluit niet uit dat zij om die reden onbewust lichtjes uitweek naar links.

Verweerder ten slotte bevestigt dat hij inderdaad aan het werken was met de hogedrukreiniger waarmee hij het trottoir reinigt, maar zegt dat hij ermee ophield telkens als een voertuig passeerde. Verweerder zag de aanrijding, maar verklaart dat hij op dat moment niet bezig was met de hogedrukreiniger maar wel met de zwabber (“aftrekker”) op het trottoir. Volgens verweerder, die eiser zag passeren, keek eiser naar links in plaats van voor zich uit te kijken en botste hij daardoor tegen zijn voorligger.

...

Beoordeling

Zoals al gezegd, baseert eiser zijn aansprakelijkheidsvordering op een aquiliaanse fout van verweerder.

Mevrouw De C., die in de verhouding tussen eiser en verweerder een neutraal persoon is, bevestigt dat verweerder op het moment van het ongeval met de hogedrukreiniger het hek aan het schoonspuiten was, dat verweerder spoot in de richting van de straat, dat zijzelf zich de bedenking maakte dat verweerder de voorbijgangers natspoot en dat het best kan zijn dat zij om die reden (onbewust) een lichte uitwijking naar links maakte.

De rechtbank neemt als voldoende bewezen aan dat verweerder op het moment dat eiser passeerde aan het spuiten was en dat eisers voertuig wel degelijk getroffen werd door een waternevel die afkomstig was van verweerders activiteit met de hogedrukreiniger.

Een aquiliaanse fout kan op twee gronden gebaseerd zijn: ofwel op de schending of miskenning van een concreet wettelijk voorschrift, en die schending of miskenning is dan constitutief voor een aquiliaanse fout, dit is in casu niet de grondslag van de vordering (art. 7.3 Wegverkeersreglement zou bovendien alleen voor weggebruikers gelden); ofwel – en dit is in casu het geval – op de schending van de algemene zorgvuldigheidsnorm die door elkeen in het maatschappelijk verkeer moet worden in acht genomen.

Het criterium voor de schending van de zorgvuldigheidsnorm is de redelijke voorzienbaarheid van de schade en de vermijdbaarheid van de schade indien de betrokkene anders had gehandeld (H. Vandenberghe e.a., “Overzicht van rechtspraak. Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad”, TPR 1987, p. 1255, nrs. 14-17).

Een gedraging kan worden beschouwd als rechtmatig indien ze strookt met hetgeen verwacht mag worden van een normaal, zorgvuldig en vooruitziend persoon (H. Vandenberghe, “Overzicht van rechtspraak. Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad: foutvereiste, algemene kenmerken”, TPR 2010, p. 1749, nr. 36). Meestal wordt de vraag voorgelegd of wel voldoende maatregelen werden genomen om de schade te verhinderen (H. Vandenberghe, o.c., TPR 2010, nr. 37).

Uit verweerders verklaring dat hij ophield met spuiten telkens als een weggebruiker passeerde, blijkt dat hij zich perfect rekenschap gaf van het risico dat zijn werk met de hogedrukreiniger voor derden inhield. De schade was in redelijkheid voorzienbaar.

Toch blijkt uit de verklaring van mevrouw De C. dat verweerder met de hogedrukreiniger verder werkte op het ogenblik dat eiser voorbijkwam en wel in de richting van de straat. Het staat daardoor vast dat verweerder niet de nodige maatregelen nam om een ongeval te verhinderen. De criteria voor de schending van de zorgvuldigheidsnorm zijn verenigd.

Bij al het voorgaande mag men ook art. 1383 BW (waarover verweerder concludeert) niet uit het oog verliezen. Art. 1383 BW beteugelt niet alleen de fout, maar ook de onachtzaamheid of onzorgvuldigheid met aansprakelijkheid. Bovenstaande handelwijze van verweerder – verder spuiten in de richting van de straat op het moment dat een voertuig voorbijrijdt – getuigt op zijn minst van onzorgvuldigheid.

De rechtbank concludeert tot aansprakelijkheid van verweerder. Ten gevolge van verrassende neerslag van water uit de hogedrukreiniger op (en in) eisers voertuig, verloor eiser kort de aandacht voor zijn voorligger en reed hij deze aan, zodat ook het oorzakelijk verband tussen verweerders fout en het ongeval bewezen is.

De bewering van verweerder dat eiser naar links keek en daardoor de stilstand van zijn voorligger niet waarnam, is niet bewezen.

De rechtbank neemt evenmin de eigen fouten van eiser – die als samenlopende fouten tot een gedeelde aansprakelijkheid zouden kunnen leiden – als bewezen aan.

Verweerders activiteit met de hogedrukreiniger moet niet worden beschouwd als een belemmering van de weg in de zin van art. 10.1.1o Wegverkeersreglement. Het is ingevolge zijn verrassing dat eiser zijn voorligger aanreed (art. 10.1.3o Wegverkeersreglement). En ten slotte moet de veiligheidsafstand tussen eiser en zijn voorligger worden beoordeeld rekening houdend met de door de voertuigen gevoerde snelheid; het ongeval gebeurde binnen de bebouwde kom; er zijn geen gegevens bekend over de concrete snelheid van de voertuigen, maar de omstandigheid dat mevrouw De C. moest stoppen voor een voertuig met aanhangwagen, wijst op de aanwezigheid van verkeer, en de afwezigheid van schade aan haar voertuig wijst op lage snelheden.

Uit de doorhaling van het vakje “btw” op de door eiser ondertekende achterzijde van het aanrijdingsformulier blijkt dat eiser niet btw-plichtig is en de btw niet kan aftrekken.

Voor het overige is er cijfermatig geen betwisting.
 

Noot: 


Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 04/06/2014 - 14:59
Laatst aangepast op: wo, 04/06/2014 - 14:59

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.