-A +A

Voorwaarden verlaagd tarief registratierechten aankoop woning

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg
Plaats van uitspraak: Brugge
Datum van de uitspraak: 
din, 04/05/2010

Om van het verlaagd tarief te kunnen genieten inzake registratierechten is de koper verplicht binnen de 3 jaar zich in de woning te hebben ingeschreven als hebbende daar zijn hoofdverblijf. Er kan evenwel rekening gehouden worden met overmacht.

De rechter kan de administratieve boete die een repressief karakter heeft beoordelen.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2012-2013
Pagina: 
110
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

M.K. en N.J. t/ Belgische Staat, FOD Financiën

...

II. Bijzonderste gegevens van de zaak

2.1. Bij akte verleden voor notaris Van T. op 18 maart 2002 kochten eisers een woonhuis gelegen (...), onder de gunstregeling van art. 53, 2° W.Reg. (evenredig registratierecht van 6%). Deze regeling heeft tot gevolg dat eisers onder meer de verplichting hadden om ingeschreven te zijn in het bevolkingsregister op het adres van het verkregen goed binnen een termijn van drie jaar te rekenen van de authentieke akte.

Na onderzoek bleek dat eisers binnen voormelde periode (nl. uiterlijk op 18 maart 2005) niet waren ingeschreven in het bevolkingsregister op het adres van het verkregen goed. Het is pas op 25 mei 2005 dat eerste eiser en op 29 december 2005 dat tweede eiseres aldaar hun inschrijving hebben genomen.

Dientengevolge waren eisers naast de aanvullende registratierechten ten bedrage van 8.056,54 euro, een rechtenvermeerdering verschuldigd gelijk aan 1/3 van het bedrag van bijkomende rechten.

Bij gebrek aan betaling werd op 23 juni 2006 een dwangbevel uitgevaardigd. Tegen dit dwangbevel werd verzet aangetekend.

...

III. Beoordeling

...

3.2. Nopens de grond

3.2.1. De wetgever heeft de inschrijvingsplicht in het bevolkingsregister op het adres van het verkregen goed binnen drie jaar na de authentieke akte als criterium gehanteerd om het verlaagd tarief van registratierecht te kunnen behouden. Deze verlaging blijft evenwel verkregen zo de niet-nakoming van deze inschrijvingsplicht het gevolg is van overmacht (zie art. 60, derde lid W.Reg.).

In casu diende de inschrijving te gebeuren uiterlijk op 18 maart 2005. Het is echter pas op 25 mei 2005 dat eerste eiser en op 29 december 2005 dat tweede eiseres aldaar hun inschrijving hebben genomen.

3.2.2. Eisers voeren aan dat de niet-nakoming van de door de wet gestelde voorwaarden als overmacht dient te worden beschouwd. De woning was volgens hen binnen drie jaar niet bewoonbaar omdat naast de reeds verkregen bouwvergunning op 22 maart 2002 een nieuwe bijkomende bouwvergunning moest worden aangevraagd voor de uitbreiding en wijziging van het dakprofiel (hoofddak). Hiervoor dienden bijkomende kredieten te worden aangevraagd. Daarnaast had eerste eiser – die de verbouwingen grotendeels zelf deed – tijdens die verbouwingen te kampen met ernstige gezondheidsproblemen en verlies van zijn werk. Deze omstandigheden hebben ertoe geleid dat de woning pas op 29 december 2005 bewoonbaar was.

3.2.3. Eisers kunnen niet worden gevolgd wanneer zij beweren dat het niet(tijdig) nakomen van de inschrijvingsplicht het gevolg is van overmacht.

Overmacht kan enkel voortvloeien uit een van de menselijke wil onafhankelijke gebeurtenis die de mens niet heeft kunnen voorzien of voorkomen. Het onderstelt dus een onvoorziene en onafwendbare gebeurtenis waardoor het naleven van de aangegane verbintenis of verplichting onmogelijk wordt gemaakt.

In casu stelt de rechtbank vast dat art. 60 W.Reg. zeer duidelijk is en niet vatbaar voor interpretatie. In casu staat het vast dat eisers hun inschrijving op het adres van het verkregen goed hebben genomen buiten de driejarige termijn.

De (slechte) staat van de kwestieuze woning ten tijde van de aankoop is geen onvoorzienbaar feit dat eisers op absolute wijze heeft belet hun verplichtingen na te komen. Niet alleen konden eisers zich bij de aankoop laten adviseren door de nodige deskundigen, maar bovendien moeten zij er rekening mee houden dat de verbouwingen gepaard kunnen gaan met ongewenste vertragingen die het niet tijdig nakomen van de inschrijvingsplicht tot gevolg kunnen hebben.

Daarenboven moet worden opgemerkt dat de wijziging (en uitbreiding) aan het dakprofiel tijdens de aan de gang zijnde werken en waarvoor een nieuwe bouwvergunning moest worden aangevraagd geen onvermijdelijke maar een vrijwillige keuze van eisers was. Ze hadden zich immers toen kunnen beperken tot het herstellen van het bestaande dak.

Ten slotte kan de werkonbekwaamheid van eerste eiser gedurende een periode van zestien weken ook niet worden beschouwd als een gebeurtenis waardoor eisers in de absolute onmogelijkheid werden gesteld om hun wettelijke verplichtingen na te komen.

3.2.4. Een boete voor een bedrag van 4.020 euro heeft een repressief karakter. Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mocht de rechtbanken het recht worden ontzegd om op de betwiste administratieve beslissing om een dergelijke geldboete op te leggen, een toetsing met volle rechtsmacht uit te oefenen. Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt (Arbitragehof 24 februari 1999, arrest nr. 22/99).

Dat kan alleen in die zin worden begrepen dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan de belastingplichtige zich schuldig heeft gemaakt. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk mee dat de rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.

Concreet is de rechtbank in elk geval van oordeel dat een administratieve boete gepast is. Uit een controle door de ontvanger van het tweede registratiekantoor te Brugge bleek immers dat eisers hun wettelijke verplichtingen niet hebben nageleefd.

Van de andere kant houdt de rechtbank rekening met de bijzondere sociale, financiële en familiale omstandigheden die eisers na de aankoop van de kwestieuze woning hebben doorgemaakt (slechte toestand van het dak met aanvraag van een nieuwe bouwvergunning, aanvraag van bijkomend krediet, verlies van werk en gezondheidsproblemen). Aan de hand van de feiten die in dat verband vaststaan, acht de rechtbank een boete van 250 euro gepast. Van het gedeelte van de boete dat voormeld bedrag overtreft, is de vordering ongegrond.

...
 

Noot: 

Aankoop van een woning met klein beschrijf of abattement en dan … jaren later een brief in de bus van de Vlaamse Belastingdienst. Wat zijn uw rechten?

Wie een woning of een bouwgrond aankoopt met een beperkt Kadastraal Inkomen (KI) kan in Vlaanderen soms genieten van een vermindering van de registratierechten tot 5%, ook wel het “klein beschrijf” genoemd. Ook kan men soms genieten van een vrijstelling op de eerste 15.000 euro van de aankoopsom. Deze vermindering wordt het “abattement” genoemd.

Zowel het klein beschrijf als het abattement zijn aan strenge voorwaarden onderworpen. Zo vereisen beide gunstregimes dat men binnen een bepaalde periode (van 2, 3 of 5 jaar) de woning gaat bewonen of men zich op het adres van de woning domicilieert. Bij het klein beschrijf is het ook vereist dat men het domicilie drie jaar behoudt op dat adres.

Deze voorwaarden kunnen niet altijd worden nageleefd: verbouwingen hebben langer geduurd dan verwacht, u moest verhuizen omwille van het werk, u of een familielid zijn ziek geworden of een echtscheiding of relatiebreuk heeft roet in het eten gegooid. Allemaal redenen die de inschrijvingsverplichting of bewoningsverplichting onmogelijk kunnen hebben gemaakt.

En dan krijgt u plots, jaren later, een brief in de bus van de Vlaamse Belastingdienst (VLABEL), die de bijkomende registratierechten (registratiebelasting) komt navorderen, met een fikse boete en interesten erbij. Kan dit zomaar, vraagt u zich dan af?

Een terechte vraag! Het is immers mogelijk dat de zaak reeds is verjaard, en de fiscus dus te laat is om de bijkomende registratierechten op te vorderen. Zelfs als de zaak nog niet verjaard is, kan u zich mogelijk beroepen op overmacht om alsnog aan belastingheffing te ontkomen.

Laat u daarom bijstaan door een fiscaal advocaat. Deze onderzoekt, samen met u, de mogelijkheden om een bezwaar in te dienen tegen de aanslag of, als het bezwaar al werd afgewezen, bekijkt samen met u de slaagkansen van een procedure voor de rechtbank. Wij kunnen u helpen in fiscale zaken.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 08/09/2012 - 04:44
Laatst aangepast op: vr, 05/01/2018 - 14:06

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.