-A +A

Voorlopig bewindvoerder dient betrokken in de procedure hoger beroep over zijn aanstelling

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
maa, 16/11/2015

Tegen de beslissing in kortgeding tot aanstelling van een voorlopige bewindvoerder over een vennoootschap kan hoger beroep worden ingesteld.

Geen enkele wetsbepaling vereist dat de door hier bestreden beschikking aangestelde voorlopig bewindvoerder in de zaak moet worden opgeroepen.

Ook artikel 1053 Ger.W. kan niet tot de conclusie leiden dat de appellante haar hoger beroep ook tegen de voorlopig bewindvoerder had moeten instellen.

De onsplitsbaarheidsregeling waarin artikel 1053 Ger.W. geldt, is immers enkel voor partijen die in eerste aanleg in het geding waren 

Niettemin lijdt het naar het oordeel van het hof geen twijfel dat uit de aard zelf van de procedure van aanstelling van een voorlopig bewindvoerder volgt dat wanneer hoger beroep wordt ingesteld door een partij die opkomt tegen de beschikking, de voorlopig bewindvoerder moet betrokken worden in de rechtspleging in hoger beroep (cf. in verband met de noodzaak om een schuldbemiddelaar in een hoger beroep of derdenverzet te betrekken: Cass. 4 september 2003, RW 2004-05, 10; Cass. 14 mei 2009, Arr.Cass. 2009, 1259; cf. in verband met de noodzaak om een gerechtelijk vereffenaar in het hoger beroep te betrekken: Cass. 2 september 2011, RW 2011-12, 1511 met noot “De rol van de vereffenaar in een appelprocedure tegen een gerechtelijke ontbinding”).

Er anders over oordelen zou inhouden dat:

de voorlopig bewindvoerder, aan wie in het kader van de kwestieuze in vraag gestelde aanstelling belangrijke opdrachten te vervullen en belangrijke bevoegdheden heeft, geen enkele rol zou te vervullen hebben in de (alhier voorliggende) beroepsprocedure die nochtans kan leiden tot de vernietiging of de hervorming van de beschikking die in zijn aanstelling voorzag;
het gezag van gewijsde van een gebeurlijke vernietiging of hervorming van de beschikking die in zijn aanstelling voorzag, hem niet eens zou kunnen worden tegengesteld.
Waar het vereist is dat de schuldbemiddelaar in de appel- en verzetsprocedure wordt betrokken, en dit ook voor de gerechtelijke vereffenaar het geval blijkt te zijn, valt moeilijk in te zien waarom dit niet zou gelden voor de voorlopig bewindvoerder.

Zowel de schuldbemiddelaar, de gerechtelijke vereffenaar als de voorlopig bewindvoerder dienen naar het oordeel van het hof immers te worden aanzien als noodzakelijke en onontbeerlijke partijen in de procedures die gericht zijn tegen de beslissing waarbij zij zijn aangesteld.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2017/8
Pagina: 
669
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(J. BVBA / A.J., C., K. BVBA)

(…)

Met de alhier bestreden beschikking/vonnis van 11 maart 2015 is, op verzoek van A.J. en de BVBA C. mr. A.H. aangesteld als voorlopig bewindvoerder over de BVBA K.

Met de aldaar omschreven bevoegdheden en opdrachten.

In de procedure voor de eerste rechter is de BVBA J. vrijwillig tussengekomen.

Wegens mogelijk conflict van belangen is uiteindelijk Mr. A.H. vervangen als voorlopig bewindvoerder door Mr. G.D. (Besch. Voorz. d.d. 20 mei 2015).

De BVBA J., de appellante, vordert de vernietiging van het bestreden vonnis en de afwijzing van de oorspronkelijke vordering als ongegrond.

Ter openbare terechtzitting van 22 juni 2015 heeft het hof ambtshalve opgemerkt dat de voorlopig bewindvoerder niet in zake is.

Er zij inderdaad vastgesteld dat BVBA J. de oorspronkelijke eiseres, A.J. en BVBA C. Beheer en de Bvba K. zelf, in zake heeft gebracht met de beroepsakte, doch niet de voorlopige bewindvoerder (noch de gewezen voorlopige bewindvoerder Mr. A.H. noch de huidige voorlopig bewindvoerder Mr. G.D.).

Het hof heeft de zaak voor behandeling gesteld op de terechtzitting van 19 oktober 2015.

Ter aldus vastgestelde zitting van 19 oktober 2015 is Mr. G.D. verschenen als vertegenwoordiger van de BVBA K.

Desbetreffend uitdrukkelijk ondervraagd door het hof, heeft Mr. G.D. expliciet bevestigd niet te verschijnen in zijn hoedanigheid van voorlopig bewindvoerder.

Het hof heeft dienvolgens het woord aan de partijen verleend en ook opgeworpen dat er problemen zouden kunnen zijn met de ontvankelijkheid van het hoger beroep waar de voorlopig bewindvoerder niet mee betrokken is in de voorliggende beroepsprocedure.

Beoordeling
I.

Het hof stelt vast dat de bij de hier bestreden beschikking aangestelde voorlopig bewindvoerder in geen enkel opzicht partij was in het geding voor de voorzitter van de rechtbank van koophandel te Gent, afdeling Gent.

Het is pas met de op het eind van de procedure gewezen beschikking die de vordering impliciet doch ondubbelzinnig ontvankelijk en gegrond heeft verklaard, dat de voorlopig bewindvoerder in het verhaal kwam en als gerechtelijk mandataris werd aangesteld.

Het lijdt verder geen twijfel dat de appellante, die voor de eerste rechter vrijwillig in de procedure is tussengekomen, hoger beroep kan instellen tegen de hier bestreden beschikking. De appellante heeft zich inderdaad verzet tegen de aanstelling en heeft door de positie die zij inneemt in de geschillenprocedure (zie kopie van het vonnis d.d. 3 maart 2014, gewezen door de voorzitter van de rechtbank van koophandel te Gent, zetelende zoals in kort geding, respectievelijk van het arrest van de 7bis k. van dit hof d.d. 18 mei 2015 - beide in kopie gevoegd bij de beroepsakte in de huidige beroepsprocedure), het nodige belang hiertoe.

Blijft echter de vraag tegen wie dit hoger beroep moet worden ingesteld, meer in het bijzonder of ook de voorlopig bewindvoerder in de zaak moet worden betrokken.

II.

Geen enkele wetsbepaling vereist dat de door hier bestreden beschikking aangestelde voorlopig bewindvoerder in de zaak moet worden opgeroepen.

Ook artikel 1053 Ger.W. kan niet tot de conclusie leiden dat de appellante haar hoger beroep ook tegen de voorlopig bewindvoerder had moeten instellen.

De onsplitsbaarheidsregeling waarin artikel 1053 Ger.W. geldt, is immers enkel voor partijen die in eerste aanleg in het geding waren (zie Cass. 18 juni 1981, Arr.Cass. 1980-81, 1215).

Zoals in vorig randnr. I. al werd vastgesteld is dit voor de voorlopig bewindvoerder niet het geval.

III.

Niettemin lijdt het naar het oordeel van het hof geen twijfel dat uit de aard zelf van de procedure van aanstelling van een voorlopig bewindvoerder volgt dat wanneer hoger beroep wordt ingesteld door een partij die opkomt tegen de beschikking, de voorlopig bewindvoerder moet betrokken worden in de rechtspleging in hoger beroep (cf. in verband met de noodzaak om een schuldbemiddelaar in een hoger beroep of derdenverzet te betrekken: Cass. 4 september 2003, RW 2004-05, 10; Cass. 14 mei 2009, Arr.Cass. 2009, 1259; cf. in verband met de noodzaak om een gerechtelijk vereffenaar in het hoger beroep te betrekken: Cass. 2 september 2011, RW 2011-12, 1511 met noot “De rol van de vereffenaar in een appelprocedure tegen een gerechtelijke ontbinding”).

Er anders over oordelen zou inhouden dat:

de voorlopig bewindvoerder, aan wie in het kader van de kwestieuze in vraag gestelde aanstelling belangrijke opdrachten te vervullen en belangrijke bevoegdheden heeft, geen enkele rol zou te vervullen hebben in de (alhier voorliggende) beroepsprocedure die nochtans kan leiden tot de vernietiging of de hervorming van de beschikking die in zijn aanstelling voorzag;
het gezag van gewijsde van een gebeurlijke vernietiging of hervorming van de beschikking die in zijn aanstelling voorzag, hem niet eens zou kunnen worden tegengesteld.
Waar het vereist is dat de schuldbemiddelaar in de appel- en verzetsprocedure wordt betrokken, en dit ook voor de gerechtelijke vereffenaar het geval blijkt te zijn, valt moeilijk in te zien waarom dit niet zou gelden voor de voorlopig bewindvoerder.

Zowel de schuldbemiddelaar, de gerechtelijke vereffenaar als de voorlopig bewindvoerder dienen naar het oordeel van het hof immers te worden aanzien als noodzakelijke en onontbeerlijke partijen in de procedures die gericht zijn tegen de beslissing waarbij zij zijn aangesteld.

Er kan ook verwezen worden naar de positie van de curator over een faillissement.

IV.

Gelet op wat voorafgaat stelt het hof vast dat appellante de voorlopig bewindvoerder niet heeft betrokken in deze beroepsprocedure die ontegensprekelijk gericht is tegen de beschikking waarbij hij werd aangesteld.

Waar het hof in toepassing van artikel 811 Ger.W. niet vermag te bevelen dat een derde in het geding wordt betrokken, kan het ook de debatten niet ambtshalve heropenen om de voorlopig bewindvoerder alsnog, gebeurlijk gedwongen, in de zaak te doen tussenkomen.

Op de terechtzitting van 22 juni 2015 is trouwens reeds voldoende gewezen op diens afwezigheid ten deze.

In de gegeven omstandigheden dient het hoger beroep van appellant dan ook als ontoelaatbaar te worden afgewezen.

Dit ontoelaatbaar hoger beroep maakt het geschil zelf niet aanhangig bij de rechter in hoger beroep (cf. Cass. 29 oktober 1981, Arr.Cass. 1981-82, 309).

(…)

Noot: 

Cnudde, S., « De voorlopig bewindvoerder: een uitzonderlijke maatregel ter vrijwaring van het vennootschapsbelang », R.A.B.G., 2017/8, p. 665-668

Rechtsleer:

• K. Geens, M. Wyckaert, C. Clottens, F. Parrein, S. De Dier en S. Cools, “Overzicht van rechtspraak. Vennootschappen (1999-2010)”, TPR 2012, p. 279 en 281 met de verwijzingen aldaar.

• M. Denef en B. Wauters, “Conflicten in vennootschappen geïllustreerd: voorlopig bewind en geschillenregeling bij echtelijke perikelen” in K. Geens (ed.), Vennootschaps- en financieel recht, Themis, Academiejaar 2001-2002, Cahier 11, Brugge, die Keure, 2002, p. 50-51;

• K. Geens, M. Wyckaert, C. Clottens, F. Parrein, S. De Dier en S. Cools, “Overzicht van rechtspraak. Vennootschappen (1999-2010)”, TPR 2012, p. 274-284, nr. 219.

• S. Rutten en F. Dupon, “Overzicht van rechtspraak. De bevoegdheid (2001-2013)”, TPR 2014, p. 1883 et seq.

• S. Cools en R. Tas, “Rechterlijke maatregelen bij conflicten in vennootschappen” in K. Geens (ed.), Vennootschaps- en financieel recht, Themis, Academiejaar 2011-2012, Cahier 65, Brugge, die Keure, 2011, p. 43;

• B. Tilleman, Bestuur van vennootschappen, Brugge, die Keure, 2005, p. 176-178, nrs. 287-290.

• S. Cools en R. Tas, “Rechterlijke maatregelen bij conflicten in vennootschappen” in K. Geens (ed.), Vennootschaps- en financieel recht, Themis, Academiejaar 2011-2012, Cahier 65, Brugge, die Keure, 2011, p. 43;

• B. Tilleman, Bestuur van vennootschappen, Brugge, die Keure, 2005, p. p. 189, nr. 311 en 214-217, nrs. 338-343, p. 188-191, nrs. 310-312. en p. 190-191, nr. 312.

• K. Geens, M. Wyckaert, C. Clottens, F. Parrein, S. De Dier en S. Cools, “Overzicht van rechtspraak. Vennootschappen (1999-2010)”, TPR 2012, p. 281 en 288.
 
• S. Cools en R. Tas, “Rechterlijke maatregelen bij conflicten in vennootschappen” in K. Geens (ed.), Vennootschaps- en financieel recht, Themis, Academiejaar 2011-2012, Cahier 65, Brugge, die Keure, 2011, nr. 16 enb p. 45

•  B. Tilleman, Bestuur van vennootschappen, Brugge, die Keure, 2005, p. 214-217, nrs. 338-343.

Rechtspraak:

• Kh. Kortrijk (KG) 27 mei 1999, TRV 1999, 326

• Kh. Bergen 3 november 1999, JLMB 2000, 986;

• Kh. Brussel (KG) 1 februari 1999, TRV 1991, 191, noot J.V.;

• Kh. Turnhout (KG) 16 juli 2008, RW 2009-10, 1266, JDSC 2010, 235

• Brussel 8 september 2000, RPS 2001, 284, noot, JDSC 2003, 329.

• Brussel 8 september 2000, RPS 2001, 284, noot, JDSC 2003, 329;

• Brussel 10 februari 1998, JDSC 2000, noot Caluwaerts, RPS 1998, 402, noot; 

• Turnhout (KG) 16 juli 2008, RW 2009-10, 1266, JDSC 2010, 235;

• Gent 14 april 2014, DAOR 2014, JDSC 2015, 353;

• Kh. Turnhout (KG) 16 juli 2008, RW 2009-10, 1266, JDSC 2010, 235;

• Kh. Bergen 3 november 1999, JLMB 2000, 986;

• Kh. Bergen (KG) 26 januari 2000, JLMB 2001, 826, JDSC 2002, 324, RPS 2000, 91;

• Brussel 15 oktober 1998, RPS 1999, 286;

• Turnhout (KG) 16 juli 2008, RW 2009-10, 1266, JDSC 2010, 235;

• Gent 14 april 2014, DAOR 2014, JDSC 2015, 353
 

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 22/07/2017 - 10:32
Laatst aangepast op: za, 22/07/2017 - 10:32

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.