-A +A

Vluchtmisdrijf kan ondanks men ter plaatste is gebleven

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 26/05/2015
A.R.: 
P.13.1017.N

Vluchtmisdrijf is een ogenblikkelijk misdrijf en er is sprake van vluchtmisdrijf indien de bestuurder zich niet als bestuurder van het voertuig dat oorzaak dan wel aanleiding was van een ongeval op een openbare plaats, kenbaar maakt om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken, ongeacht of hij ter plaatse blijft; de dienstige vaststellingen zijn niet alleen de vaststellingen die nodig zijn om de verantwoordelijkheid voor het gebeurde verkeersongeval te kunnen bepalen, maar ook de vaststellingen betreffende onder meer dronkenschap of alcoholintoxicatie (1). (1) Zie Cass. 28 november 1995, AR P.95.0276.N, AC 1995, nr. 511.

Publicatie
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Arrest

Nr. P.13.1017.N

J L R V,

beklaagde,

eiser,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Turnhout van 18 april 2013.

De eiser voert in twee identieke memories, waarvan één aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 6.2 EVRM, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het vermoeden van onschuld en dat de twij-fel in het voordeel van de beklaagde moet spelen: het bestreden vonnis veroor-deelt de eiser, terwijl er geen objectieve getuigenverklaring voorhanden is; de ap-pelrechters gaan uit van een hypothese dat de eiser het voertuig bestuurde terwijl eisers stelling dat niet hij het voertuig bestuurde, niet van alle geloofwaardigheid is ontbloot.

2. Wanneer de rechter, op grond van de redenen die hij vermeldt, oordeelt dat de feiten van een telastlegging bewezen zijn, sluit hij elke twijfel over de schuld van de beklaagde uit. Hij miskent het vermoeden van onschuld van artikel 6.2 EVRM niet wanneer hij met opgave van redenen oordeelt dat de verklaring van de beklaagde ongeloofwaardig is.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

3. Voor het overige komt het middel op tegen de onaantastbare beoordeling door de rechter van de feiten en van de bewijswaarde van de regelmatig overge-legde feitelijke gegevens waarover de partijen tegenspraak hebben kunnen voeren, of verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft.

In zoverre is het middel niet ontvankelijk.

Tweede middel

4. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, alsmede misken-ning van de algemene motiveringsplicht: het bestreden vonnis beantwoordt niet eisers verweer dat hij een attest van arbeidsongeschiktheid heeft laten toevoegen aan het strafdossier en na het ongeval nog gepraat heeft met de tegenpartij en wist dat zijn voertuig geïdentificeerd werd door verscheidene getuigen.

5. Het bestreden vonnis (p. 5) oordeelt onder meer: "In deze heeft [de eiser] vluchtmisdrijf gepleegd doordat hij ontkende te hebben gereden [...], nog afgezien van de vaststellingen dat [de eiser] zich van de plaats van het ongeval wilde verwijderen, eerst met de fiets en vervolgens door in de ziekenwagen te stappen alhoewel hij niet gewond was en niet naar het ziekenhuis moest worden gevoerd." en dat hij "aanvankelijk om 23.00 uur (weigerde) de alcoholtest af te leggen, zeg-gende dat hij niet gereden had."

Met deze redenen beantwoordt het bestreden vonnis bedoeld verweer. Het moet niet antwoorden op argumenten die slechts ter ondersteuning van dit verweer worden aangevoerd, maar zelf geen zelfstandig verweer vormen.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Derde middel

6. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 33, § 1, Wegverkeerswet, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging: het bestreden vonnis veroordeelt de eiser voor vluchtmis-drijf omdat hij ontkende met de wagen te hebben gereden; nochtans hebben de verbalisanten nuttige vaststellingen kunnen doen in aanwezigheid van de eiser; poging tot vluchtmisdrijf is niet strafbaar.

7. Krachtens artikel 33, § 1, 1°, Wegverkeerswet is strafbaar, elke bestuurder van een voertuig of van een dier die, wetend dat dit voertuig of dit dier oorzaak van, dan wel aanleiding tot een ongeval op een openbare plaats is geweest, de vlucht neemt om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken, zelfs wanneer het ongeval niet aan zijn schuld te wijten is.

8. Vluchtmisdrijf is een ogenblikkelijk misdrijf. Er is sprake van vluchtmisdrijf indien de bestuurder zich niet als bestuurder van het voertuig dat oorzaak dan wel aanleiding was van een ongeval op een openbare plaats, kenbaar maakt om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken, ongeacht of hij ter plaatse blijft. De dienstige vaststellingen zijn niet alleen de vaststellingen die nodig zijn om de verantwoordelijkheid voor het gebeurde verkeersongeval te kunnen bepalen, maar ook de vaststellingen betreffende onder meer dronkenschap of alcoholintoxicatie.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

9. Het bestreden vonnis stelt niet alleen vast dat de eiser ontkent dat hij de be-stuurder was van het in het verkeersongeval betrokken voertuig, wat het niet ge-loofwaardig acht. Het stelt ook vast dat hij aanvankelijk weigerde de alcoholtest af te leggen zeggende dat hij niet de bestuurder van het voertuig was. Met die re-denen verklaart het bestreden vonnis de eiser schuldig aan het voltrokken misdrijf van vluchtmisdrijf en verantwoordt het eisers veroordeling naar recht zonder diens recht van verdediging te miskennen.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 67,71 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer en op de openbare rechtszitting van 26 mei 2015 uitgesproken 

Noot: 

Het bestreden vonnis had de redenen van het beroepen vonnis overgenomen dat, om de overtreding vluchtmisdrijf bewezen te verklaren, vermeldde dat de eiser was onderschept door de politieagenten die hem, toen ze ter plaatse aankwamen, lopend op ongeveer tweehonderd meter van het ongeval waren gekruist, dat zij hem hadden teruggeleid naar de plaats van het ongeval en dat de eiser eerst had ontkend de eigenaar te zijn van het geaccidenteerde voertuig en ook dat hij van de weg was afgeraakt. Met eigen redenen vermeldde dat vonnis bovendien dat ofschoon het aannemelijk was dat de eiser had kunnen beslissen om de plaats van het ongeval te verlaten, rekening houdend met de plaatsgesteldheid, het uur waarop het ongeval is gebeurd en het gebrek aan openbaar vervoer, evenwel blijft dat de eiser, door aanvankelijk tegen de politieagenten die hem hebben onderschept te verklaren dat het geaccidenteerde voertuig niet het zijne was en dat niet hij niet van de weg was afgeraakt, ongetwijfeld gepoogd had aan de nodige vaststellingen te ontkomen die de politiediensten voor het ongeval waarvoor hij aansprakelijk was, dienden te verrichten. Het openbaar ministerie dat oordeelt dat het bestreden vonnis op die gronden geenszins het materiële bestanddeel loskoppelde van het morele bestanddeel, heeft besloten dat het middel niet kon worden aangenomen.

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 11/08/2017 - 09:41
Laatst aangepast op: vr, 11/08/2017 - 09:41

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.