-A +A

Vluchtmisdrijf is de vlucht nemen met de kennis (op het ogenblik van de vlucht) van het betrokken zijn van het voertuig in het ongeval

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 02/06/2015
A.R.: 
P.13.1344.N

Vluchtmisdrijf bestaat vanaf het ogenblik dat de bestuurder van een voertuig weet dat dit voertuig oorzaak van dan wel aanleiding tot een wegverkeersongeval is geweest, en de vlucht neemt om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken; dit vereiste opzet moet op het ogenblik van de vlucht aanwezig zijn.

Publicatie
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Arrest

Nr. P.13.1344.N

J A A D,

beklaagde,

eiser,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Brugge van 28 juni 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 33 Weg-verkeerswet en artikel 52.2 Wegverkeersreglement: het bestreden vonnis beant-woordt eisers verweer niet dat het ongeval zich voordeed op een uur en plaats waar niemand zich bevond en waar de eiser niemand kon bereiken, dat hij niet an-ders kon dan weggaan en 's anderendaags de politiediensten contacteren en dat hij dit overeenkomstig artikel 52.2 Wegverkeersreglement ook mocht doen binnen de 24 uur; de redenen van het bestreden vonnis zijn tegenstrijdig waar het enerzijds aanneemt dat de eiser geen werkende GSM bij zich had op de plaats van het ongeval en anderzijds oordeelt dat uit het loutere weggaan van de eiser "zonder meer" of met achterlating van het voertuig het bijzondere opzet om zich te onttrekken aan de dienstige vaststellingen kan worden afgeleid; vermits het bijzonder opzet moet bestaan op het ogenblik van de vlucht, is het eveneens tegenstrijdig aan te nemen, enerzijds, dat de vraag wanneer de eiser later contact nam met de politie niet dienstig is, anderzijds, dat het bijzonder opzet toch kan blijken uit het feit dat de eiser zich bijna 13 uur na het ongeval bij de politie meldde; het vonnis leidt uit de door dat vonnis aangehaalde feitelijke omstandigheden onwettig af dat dat de eiser de plaats van het ongeval verliet met het vereiste bijzonder opzet om zich te onttrekken aan de dienstige vaststellingen.

2. Artikel 33, § 1, 1°, Wegverkeerswet stelt strafbaar elke bestuurder van een voertuig of van een dier die, wetend dat dit voertuig of dit dier oorzaak van, dan wel aanleiding tot een ongeval op een openbare plaats is geweest, de vlucht neemt om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken, zelfs wanneer het ongeval niet aan zijn schuld te wijten is.

3. Vluchtmisdrijf bestaat vanaf het ogenblik dat de bestuurder van een voer-tuig weet dat dit voertuig oorzaak van dan wel aanleiding tot een wegverkeerson-geval is geweest, en de vlucht neemt om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken. Dit vereiste opzet moet op het ogenblik van de vlucht aanwezig zijn.

4. Krachtens artikel 52.2, tweede lid, Wegverkeersreglement moeten, zo een partij die schade geleden heeft niet aanwezig is, de bij het ongeval betrokken per-sonen zoveel mogelijk ter plaatse hun naam en adres opgeven en, in elk geval, deze inlichtingen zo haast mogelijk rechtstreeks of door tussenkomst van de politie mededelen. Deze wetsbepaling is evenwel niet van toepassing op degene die de plaats van het ongeval verlaat met de bedoeling zich aan dienstige vaststellingen te onttrekken.

5. Het bestreden vonnis (p. 3) oordeelt:

- eisers bewering dat hij geen werkende GSM bij zich had, is nog aannemelijk maar hij kon de politiediensten bij thuiskomst verwittigd hebben, wat hij niet deed; integendeel, omstreeks 8.30u belde hij zijn garage op met verzoek zijn voertuig weg te takelen.

- het klinkt bovendien niet geloofwaardig dat een zakenman zoals de eiser niet weet dat de politie ook permanentiediensten ‘s nachts heeft;

- de eiser verliet de plaats van het ongeval zodat de vaststellingen in verband met mogelijke dronkenschap, intoxicatie, vermoeidheidsgraad, lichamelijke ge-schiktheid en de technische staat van het voertuig, welke eveneens belangrijk zijn om de aansprakelijkheid voor het ongeval te bepalen, niet konden gebeu-ren;

- de eiser verliet zonder meer de plaats van het ongeval, liet zijn voertuig in de gracht achter en bood zich bijna 13 uren later pas bij de politie aan, nadat zijn garagist hem had gemeld dat de politie op de hoogte was.

Op grond van die redenen die geenszins tegenstrijdig zijn, beantwoordt het be-streden vonnis eisers verweer en vermag het wettig te oordelen dat de eiser geen andere bedoeling kan gehad hebben dan zich aan dienstige vaststellingen te ont-trekken. Aldus is de beslissing dat de eiser schuldig is aan vluchtmisdrijf als be-doeld bij artikel 33, § 1, 1°, Wegverkeerswet, regelmatig met redenen omkleed en naar recht verantwoord.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 67,71 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, op de openbare rechtszitting van 2 juni 2015 

Noot: 

Het bestreden vonnis had de redenen van het beroepen vonnis overgenomen dat, om de overtreding vluchtmisdrijf bewezen te verklaren, vermeldde dat de eiser was onderschept door de politieagenten die hem, toen ze ter plaatse aankwamen, lopend op ongeveer tweehonderd meter van het ongeval waren gekruist, dat zij hem hadden teruggeleid naar de plaats van het ongeval en dat de eiser eerst had ontkend de eigenaar te zijn van het geaccidenteerde voertuig en ook dat hij van de weg was afgeraakt. Met eigen redenen vermeldde dat vonnis bovendien dat ofschoon het aannemelijk was dat de eiser had kunnen beslissen om de plaats van het ongeval te verlaten, rekening houdend met de plaatsgesteldheid, het uur waarop het ongeval is gebeurd en het gebrek aan openbaar vervoer, evenwel blijft dat de eiser, door aanvankelijk tegen de politieagenten die hem hebben onderschept te verklaren dat het geaccidenteerde voertuig niet het zijne was en dat niet hij niet van de weg was afgeraakt, ongetwijfeld gepoogd had aan de nodige vaststellingen te ontkomen die de politiediensten voor het ongeval waarvoor hij aansprakelijk was, dienden te verrichten. Het openbaar ministerie dat oordeelt dat het bestreden vonnis op die gronden geenszins het materiële bestanddeel loskoppelde van het morele bestanddeel, heeft besloten dat het middel niet kon worden aangenomen.

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 11/08/2017 - 09:46
Laatst aangepast op: vr, 11/08/2017 - 09:46

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.