-A +A

Vier uitzonderingen waarin de boedelrechter uitspraak kan doen over zwarighedheden die niet voor notaris werd geformuleerd

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Brussel
Datum van de uitspraak: 
din, 15/11/2011
A.R.: 
2009AR1238

I. In beginsel kunnen uitsluitend de bezwaren voorgelegd aan de boedelnotarissen het voorwerp uitmaken van een beslissing van de boedelrechter. Nieuwe bezwaren kunnen bijgevolg niet rechtstreeks bij de boedelrechter aanhangig gemaakt worden. Op dit principe bestaan - volgens rechtsleer en rechtspraak - vier uitzonderingen.

II. Artikel 9, §1, derde lid Org. W. Not. De omvang van de inlichtingsplicht van de boedelnotarissen is afhankelijk van alle concrete omstandigheden eigen aan de zaak zoals het feit dat partijen worden bijgestaan door een raadsman.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

ARREST
Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :
Rep. Nr. 2011/
A.R. nr. 2009/AR/1238

INZAKE VAN :

Mevrouw M. T.,
appellante tegen een vonnis van rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 23 maart 2009,1ste kamer 

TEGEN :
1) De heer J. T.,
2) Mevrouw A. T.,
3) Mevrouw R. T.,(...)
eerste, tweede en derde geïntimeerden, vertegenwoordigd door Meester Greet HERMANS, advocaat te 2500 LIER, Vismarkt 37,
4) De heer J. T.,
vierde geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Ingrid VAN DEN EEDE, advocaat te 1860 MEISE, Brusselsesteenweg 161,

Eindarrest
(bevestiging)
Artikel 1219, § 2 Ger. W. Gerechtelijke verdeling. Proces-verbaal van bewering en zwarigheden.
I. Principe van voorlegging van de beweringen en zwarigheden aan de boedelnotaris; uitzonderingen.
II. Formulering van de bezwaren bij de boedelnotaris; omvang van de inlichtingsplicht van de boedelnotaris; impact hierop van de bijstand van partijen door een advocaat.

I. In beginsel kunnen uitsluitend de bezwaren voorgelegd aan de boedelnotarissen het voorwerp uitmaken van een beslissing van de boedelrechter. Nieuwe bezwaren kunnen bijgevolg niet rechtstreeks bij de boedelrechter aanhangig gemaakt worden. Op dit principe bestaan - volgens rechtsleer en rechtspraak - vier uitzonderingen.

II. Artikel 9, §1, derde lid Org. W. Not. De omvang van de inlichtingsplicht van de boedelnotarissen is afhankelijk van alle concrete omstandigheden eigen aan de zaak zoals het feit dat partijen worden bijgestaan door een raadsman.

 

I. Voornaamste feiten en procedurestukken (...)

II. Bespreking: (...)

2.2. Ten onrechte stelt appellante dat in deze de boedelnotarissen partijen erop hadden moeten wijzen dat zij hun zwarigheden voldoende duidelijk dienden te formuleren.

De partijen worden geacht te weten dat de boedelnotarissen hun advies over de door de partijen geformuleerde bezwaren dienen te geven en hierbij geacht worden als een soort ‘eerste rechter' optreden.

Bovendien worden alle partijen bijgestaan door raadslieden die hun respectieve cliënten ingelicht hebben over het belang van het indienen van zwarigheden.

In deze is het overigens zo dat alleen appellante bezwaren formuleerde en dat zij deze bezwaren formuleerde middels een brief van haar advocaat dewelke aangehecht bleef aan het proces-verbaal van de beweringen en zwarigheden.

Overigens is de omvang van de inlichtingsplicht van de boedelnotarissen afhankelijk van alle concrete omstandigheden eigen aan de zaak zoals het feit dat partijen worden bijgestaan door een raadsman.

Appellante kan derhalve geen tekortkoming inzake de inlichtingsplicht ten laste leggen van de boedelnotarissen. (...)

2.3.4. Wat de schenking van 10.000 euro betreft:

Appellante vraagt dat er voor recht zou gezegd worden dat de beweerde schenking als voorschot op erfenis van 10.000 euro niet in mindering mag gebracht worden van haar erfdeel in tegenstelling met wat staat in de notariële staat van vereffening - verdeling.

Dit bezwaar werd niet voorgelegd aan de boedelnotarissen.

Deze aangelegenheid betreft in de eerste plaats de draagwijdte van artikel 1219, §2 Ger.W.

Hierbij dringt zich de vraag op of - na het opmaken van het proces - verbaal van beweringen en zwarigheden door de boedelnotaris - de deelgenoten nog nieuwe beweringen of zwarigheden kunnen voorleggen aan de rechtbank bij wie de beslechting van de beweringen en zwarigheden, opgenomen in voormeld proces-verbaal, aanhangig is.

Het Hof van Cassatie heeft daarop - in beginsel - negatief geantwoord in zijn arrest van 6 april 1990 . In beginsel kunnen uitsluitend de bezwaren voorgelegd aan de boedelnotarissen het voorwerp uitmaken van een beslissing van de boedelrechter. Nieuwe bezwaren kunnen bijgevolg niet rechtstreeks bij de boedelrechter aanhangig gemaakt worden.

Op dit principe bestaan - volgens rechtsleer en rechtspraak - vier uitzonderingen, met name:

1. indien alle partijen er mee (minnelijk) akkoord gaan dat nieuwe beweringen en zwarigheden - dus niet uitgedrukt in het PV van beweringen en zwarigheden of niet voortvloeiend uit de beweringen en zwarigheden opgenomen in dergelijk PV - toch nog aan de rechtbank kunnen voorgelegd worden;

2. indien het bezwaar betrekking heeft op gegevens of feiten die de partijen nog niet kenden op het ogenblik van het opstellen van het proces-verbaal van beweringen en zwarigheden of indien blijkt dat de staat van vereffening van de notaris en de zwarigheden die daarop werden geformuleerd tot stand zijn gekomen op grond van gebrekkige en onvolledige gegevens die door partijen bewust en gewild werden verzwegen voor de boedelnotaris;

3. indien de boedelnotaris geen melding maakte in het PV van beweringen en zwarigheden van zwarigheden die een partij wel had gemaakt;

4. indien de opgeworpen nieuwe bezwaren de openbare orde betreffen.

Het desbetreffend door appellante ingeroepen bezwaar valt niet onder één van deze uitzonderingen.

Derhalve is het bezwaar m.b.t. de schenking van 10.000 euro niet ontvankelijk omdat appellante het niet heeft voorgelegd aan de boedelnotaris bij het opmaken van diens PV van beweringen en zwarigheden ( Zie de inhoud van de brief van haar raadsman dewelke gehecht is aan het PV van beweringen en zwarigheden).

Er is geen wettige reden voorhanden die appellante zou toelaten dit bezwaar nog rechtstreeks bij de boedelrechter aanhangig te maken.

Dit bezwaar is derhalve onontvankelijk zoals geïntimeerden overigens terecht opmerken. (...)

OM DEZE REDENEN,
HET HOF,
Rechtdoende op tegenspraak, (...)
Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond (...)

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op
15/11/2011

 

Noot: 

Noot onder dit vonnis gepubliceerd in RABG 2014/4, 216, A. Reniers

Rechtsleer:

• C. DE WULF, Het opstellen van notariële akten. Organieke wet Notariaat. Personen- en familierecht. Familiaal vermogensrecht, Kluwer, 2003, p. 827 et seq.:

• H. CASMAN en C. DECLERCK (eds.), De hervorming van de gerechtelijke vereffening en verdeling, Antwerpen-Cambridge, Intersentia, 2012, 172 p.

• J. VERSTRAETE en P. HOFSTRÖSSLER, De vernieuwde procedure inzake gerechtelijke verdeling, Brugge, die Keure, 2012, 397 p.

• C. DECLERCK en S. MOSSELMANS, "Vereffening en verdeling in vraag gesteld", Not.Fisc.M.2012, nr. 6, (166) 197.

H. CASMAN, "De gerechtelijke vereffening-verdeling onder de nieuwe wet nieuwe handleiding voor de notaris-vereffenaar", Not.Fisc.M.2012, nr. 3, (70), 93.

Rechtspraak:

• Cass. 6 april 1990, T.Not.1990, 235, noot F. BOUCKAERT; Gent 23 december 1994, T.Not. 1995, 430, noot F. VAN DER CRUYCE.

 

Cassatie 14/12/2012, AR C.11.0171.N juridat

Samenvatting

In principe kunnen in een procedure van vereffening-verdeling voor het hof van beroep geen nieuwe betwistingen worden aangevoerd die niet werden opgenomen in het proces-verbaal van zwarigheden (1); dit sluit niet uit dat de partijen voor het hof van beroep nieuwe stukken bijbrengen tot staving van de zwarigheden die zij voor de notaris hebben aangevoerd. (1) Zie Cass. 9 mei 1997, AR C.94.0369.N, AC 1997, nr. 223.

Tekst arrest

Nr. C.11.0171.N
I.M.,
eiseres,

tegen
I.W.,
verweerder,
 

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 1 december 2010.
Afdelingsvoorzitter Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste onderdeel
1. De eiseres voerde in haar appelconclusie aan dat voor zoveel zou bewezen zijn dat de gelden van de ouders van de verweerder enkel aan hem zijn geschon-ken en derhalve een eigen goed uitmaken, niet is bewezen dat deze gelden zijn aangewend voor de oprichting van de gemeenschappelijke woning, zodat de ver-goeding waarop de verweerder aanspraak maakt, niet overeenkomstig artikel 1435 Burgerlijk Wetboek kan worden geherwaardeerd.

2. De appelrechters beantwoorden dit verweer niet.
Het onderdeel is gegrond.
Tweede onderdeel

3. De eiseres verwijt de appelrechters door de staat van vereffening van de no-taris te homologeren waar deze aannam dat zij recht had op een geherwaardeerde vergoeding van 109.660,69 euro, terwijl het gemeenschappelijk vermogen voor een bedrag van 157.298,45 euro van haar eigen gelden had opgeslorpt, niet te hebben geantwoord op een zwarigheid die zij zowel voor de notaris als voor het Hof heeft opgeworpen.

4. De appelrechters oordelen dat "nu [de eiseres] haar ultieme zwarigheden buiten de termijnen die door de partijen uitdrukkelijk waren aanvaard, heeft aan-gebracht en [de verweerder] het debat hierover niet heeft aanvaard, zijn deze te-recht als laattijdig verworpen".

5. Door deze redenen motiveren de appelrechters waarom met de laattijdig ge-formuleerde zwarigheden van de eiseres geen rekening kan worden gehouden en verantwoorden zij hun beslissing naar recht.
Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Derde onderdeel
6. In principe kunnen voor het hof van beroep geen nieuwe betwistingen wor-den aangevoerd die niet werden opgenomen in het proces-verbaal van zwarighe-den.
Dit sluit niet uit dat de partijen voor het hof van beroep nieuwe stukken bijbren-gen tot staving van de zwarigheden die zij voor de notaris hebben aangevoerd.

7. De appelrechters konden dan ook niet zonder schending van de aangewezen wetsbepalingen en zonder miskenning van het recht van verdediging, weigeren rekening te houden met de aanslagbiljetten over de inkomstenjaren 2000 en 2002 die de eiseres heeft voorgelegd.
Het onderdeel is gegrond.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de vergoeding die aan het vermogen van de verweerder toekomt herwaardeert, het de zwarigheid van de eiseres over de terugbetaling van directe belastingen verwerpt en het oordeelt over de kosten.
Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.
Veroordeelt de eiseres tot een derde van de kosten, houdt de overige kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.
Bepaalt de kosten voor de eiseres op 690,90 euro en voor de verweerder op 126,09 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 22/07/2016 - 18:25
Laatst aangepast op: vr, 22/07/2016 - 18:25

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.