-A +A

Verzoekschrift tot valsheidsvordering kan ingesteld naar aanleiding cassatieberoep

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 21/05/2002
A.R.: 
P011016N

In de regel is een verzoekschrift dat een valsheidsvordering bevat, ingesteld naar aanleiding van cassatieberoep, ontvankelijk en is de valsheidsvordering toegelaten, wanneer het tijdens het cassatiegeding van valsheid betichte stuk niet van valsheid kon worden beticht voor de feitenrechter, het verzoekschrift betrekking heeft op een wezenlijke vereiste voor de regelmatigheid van de bestreden beslissing en het in het verzoekschrift gestelde feit waarschijnlijk genoeg is om de bewijskracht van een authentieke akte aan te tasten ?

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. P.01.1016.N
D. O.,
eiser, beklaagde,

I. Bestreden beslissing
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 29 mei 2001 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Gent.

II. Rechtspleging voor het Hof

III. Cassatiemiddelen

De eiser O. D. stelt in een verzoekschrift de navolgende valsheidsvordering in:

"Valsheidsprocedure artikel 895 en volgende Gerechtelijk Wetboek:
de huidige valsheidsprocedure is enkel gericht tegen de materiële vergissing opgenomen in het zittingsblad van 22 mei 2001 en in het beroepsvonnis van 29 mei 2001: van enig misdadig opzet is in hoofde van de griffier en van de beroepsrechters geen sprake, en is ook niet vereist: zie Cass. 19 september 1984, A.C. 1984-1985, I, nr 56.

1. Er was duidelijk géén afstand van beroep op strafrechtelijk vlak, daar waar zelfs uitvoerig werd gepleit omtrent de betichting "C" op de ztting van 24 april 2001;

2. Er was enkel sprake van afstand van burgerlijk beroep, daar waar de burgerlijke belangen geregeld waren kort vóór en kort nà de zitting van 24 april 2001, zodat afstand van burgerlijk gebied mocht en kon geacteerd worden op de zitting van sluiting der debatten van 22 mei 2001;

3. Er kan geen toepassing zijn van de rechtsfiguur van "ontkentenis van proceshandeling" (artikel 848 en volgende Gerechtelijk Wetboek), omdat er door Mr G. Dhont géén afstand van strafrechtelijk beroep werd gevraagd, doch dit enkel verkeerd werd geacteerd.
Daarenboven bestaat de rechtsfiguur van 'ontkentenis van proceshandeling' niet in strafzaken: (zie Cass. 11 februari 1986, A.C. 1985-1986, I, nrs. 373 + 804);

4. (eiser) vordert bijgevolg dat het Hof van Cassatie zou handelen als naar recht bij toepassing van de valsheidsprocedure, hetgeen verder dient te leiden tot de verbreking van het vonnis van 29 mei 2001 en de verzending van het geding naar een andere rechtbank van eerste aanleg zetelend in graad van beroep inzake politierechtbankvonnissen (gesuggereerd te verzenden naar de Correctionele Rechtbank te Brugge).

IV. Beslissing van het Hof

A. Onderzoek van de valsheidsvordering

Overwegende dat in de regel een verzoekschrift dat een naar aanleiding van een cassatieberoep ingestelde valsheidsvordering bevat, ontvankelijk is en dat de valsheidsvordering toegelaten is, wanneer het tijdens het cassatiegeding van valsheid betichte stuk niet van valsheid kon worden beticht voor de feitenrechter, het verzoekschrift betrekking heeft op een wezenlijke vereiste voor de regelmatigheid van de bestreden beslissing en het in dat verzoekschrift gestelde feit waarschijnlijk genoeg is om de bewijskracht van een authentieke akte aan te tasten;

Overwegende dat eiser alleen maar beweringen uit die door geen enkel gegeven aannemelijk gemaakt worden;

Dat het verzoek niet ontvankelijk is;

B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;

OM DIE REDENEN,
HET HOF,

Verwerpt de valsheidsvordering en het cassatieberoep;

Veroordeelt eiser in de kosten.

Gezegde kosten begroot op de som van drieënzestig euro veertien cent verschuldigd.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel

Noot: 

BETICHTING VAN VALSHEID - Strafzaken - Cassatiegeding - Valsheidsvordering ingesteld naar aanleiding van een cassatieberoep - Verzoekschrift - Ontvankelijkheid - Voorwaarden: zie ook:

• Cass. 9 sept. 1997, A.R. nrs. P.97.1155.N en P.97.1201.N, nr. 342;

• Cass. 1 dec. 1993, A.R. nrs. P.93.1416.F en P.93.1546.F, nr. 497.

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 06/05/2016 - 12:31
Laatst aangepast op: vr, 06/05/2016 - 12:31

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.