-A +A

Verzoek tot toepassing artikel 65 Strafwetboek uitgaande van de beklaagde wegens eenheid van opzet dient door de rechter beantwoordt

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 04/05/2010
A.R.: 
P.10.0477.N

Wanneer uit de stukken van de rechtspleging waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat de beklaagde aan de strafrechter om toepassing van artikel 65, tweede lid, Strafwetboek heeft verzocht, dient deze dit verzoek te beantwoorden (1). (1) De enkele neerlegging ter terechtzitting door een partij van een stuk waarvan de inhoud niet in een eis, verweer of exceptie blijkt te zijn opgenomen vereist geen beantwoording door de rechter (R. DECLERCQ, Beginselen van strafrechtspleging, 4e Editie 2007, nr 1588).

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. P.10.0477.N
M. A.
beklaagde, gedetineerd,
eiser,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 11 februari 2010.
De eiser voert in een memorie een middel aan.
Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.
Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling
Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
1. Het bestreden arrest verklaart de strafvordering voor de telastlegging B vervallen door verjaring.
Het cassatieberoep tegen die beschikking is bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
Ambtshalve middel
Geschonden wettelijke bepaling
- Artikel 408, tweede lid, Wetboek van Strafvordering.

2. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat voor de appelrechters op de openbare rechtszitting van 14 januari 2010 het openbaar ministerie, na voor het feit A (zonder de voorbedachtheid) een straf te hebben gevorderd en voor het feit B de vaststelling van de verjaring van de strafvordering, verklaarde niet akkoord te gaan met de toepassing van artikel 65 Strafwetboek.
Hieruit blijkt dat de eiser om de toepassing van artikel 65, tweede lid, Strafwetboek heeft verzocht.

3. De appelrechters beantwoorden het verzoek van de eiser om artikel 65, tweede lid, Strafwetboek toe te passen niet. Aldus schendt het arrest de vermelde wetsbepaling.
Middel

4. Het middel dat niet tot ruimere cassatie of tot cassatie zonder verwijzing kan leiden, behoeft geen antwoord.
Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de schuld

5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eiser tot straf veroordeelt en tot betaling van een bijdrage.
Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.
Zegt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.
Veroordeelt de eiser in de helft van de kosten.
Laat de overige helft ten laste van de Staat.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.
Bepaalt de kosten op 76,20 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie

Noot: 

Artikel 65 Strafwetboek:

Wanneer een zelfde feit verscheidene misdrijven oplevert of wanneer verschillende misdrijven die de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van een zelfde misdadig opzet, gelijktijdig worden voorgelegd aan een zelfde feitenrechter, wordt alleen de zwaarste straf uitgesproken.
Wanneer de feitenrechter vaststelt dat misdrijven die reeds het voorwerp waren van een in kracht van gewijsde gegane beslissing en andere feiten die bij hem aanhangig zijn en die, in de veronderstelling dat zij bewezen zouden zijn, aan die beslissing voorafgaan en samen met de eerste misdrijven de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van een zelfde misdadig opzet, houdt hij bij de straftoemeting rekening met de reeds uitgesproken straffen. Indien deze hem voor een juiste bestraffing van al de misdrijven voldoende lijken, spreekt hij zich uit over de schuldvraag en verwijst hij in zijn beslissing naar de reeds uitgesproken straffen. Het geheel van de straffen uitgesproken met toepassing van dit artikel mag het maximum van de zwaarste straf niet te boven gaan.

Commentaar:

De rechter kan zich dus ook uitspreken over het collectief karakter van een misdrijf wanneer er reeds in een eerdere zaak uitspraak werd gedaan en dus oordelen dat de zaak die hem voorligt een geheel vormt met de vorige zaak. Hij kan ook bij de bepaling van de strafmaat rekening houden met de eerder opgelopen straf. Het aldus laattijdig vastgestelde cllectief misdrijf vormt ook geen beletsel voor de toepassing van de probatiewet.

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 11/07/2011 - 20:57
Laatst aangepast op: ma, 11/07/2011 - 21:05

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.