-A +A

Verwerping Turkse nalatenschap

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Brussel
Datum van de uitspraak: 
din, 17/12/2013

De verwerping van de nalatenschap van een Turk, die in Turkije zijn gewone verblijfplaats had op het ogenblik van zijn overlijden, moet worden beoordeeld naar Turks recht  (art. 78 WIPR).

Turkse families in België of Belgische families met mogelijke erfgenamen in Turkije, dienen zich dus te schikken naar het Turks recht, indien ze willen vermijden plots in België geconfronteerd te worden met schuldeisers van (vergeten) erfgenamen in Turkije.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2014-2015
Pagina: 
1268
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

E.K. e.a. t/ L.L.M.

...

2. De feiten

Geïntimeerde heeft uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid uitbetaald aan S. K., de vader van appellanten. Na diens overlijden heeft de moeder van appellanten van 10 mei 1992 tot 30 juni 1993 de uitkeringen ontvangen. Geïntimeerde vordert terugbetaling van die uitkeringen van appellanten als erfgenamen van hun moeder.

3. Het onderwerp van de vordering

Voor de eerste rechter vorderde geïntimeerde de veroordeling van appellanten, in solidum, tot de betaling aan haar van 13.481,74 euro, vermeerderd met de gerechtelijke interesten en de kosten.

Appellanten concludeerden tot de niet-ontvankelijkheid, minstens de ongegrondheid van de vordering.

De eerste rechter verklaarde de vordering van geïntimeerde ontvankelijk en gegrond en veroordeelde appellanten hoofdelijk tot betaling aan geïntimeerde van 13.481,74 euro, vermeerderd met de gerechtelijke interesten aan de wettelijke rentevoet vanaf 6 november 1995 en de kosten.

In hoger beroep hernemen appellanten hun oorspronkelijk verweer.

Geïntimeerde concludeert tot de ongegrondheid van het hoger beroep.

4. De gronden van de beslissing en het antwoord op de middelen van de partijen

4.1. De grond van het hoger beroep

...

4.1.2 De grond van de vordering

De partijen zijn het met de eerste rechter eens dat de mogelijke verwerping van de nalatenschap moet worden beoordeeld naar Turks recht, het recht van de Staat waar de overledene bij zijn overlijden zijn gewone verblijfplaats had (art. 78 WIPR).

Appellanten betogen in de akte van beroep dat zij zich het recht voorbehouden om hun weigering van de nalatenschap van hun moeder aan te tonen. Dat voorbehoud vormt geen verweer in huidige procedure, waarin zij de verwerping bewijzen of niet bewijzen.

Voorts betogen appellanten dat “zou blijken” dat sommigen van hen nog minderjarig waren bij het overlijden, zodat ze niet bevoegd waren een weigering uit te drukken. Zij leggen echter geen stukken neer die dit voorwaardelijk gestelde middel ondersteunen.

Ten slotte beroepen appellanten zich op art. 545 (oud) van het Turkse BW, naar luid waarvan een vermoeden van weigering van erfenis bestaat indien de overledene insolvabel was bij het overlijden. Appellanten leveren echter geen bewijs van insolvabiliteit.

Het hoger beroep is dus ongegrond.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 09/04/2015 - 17:56
Laatst aangepast op: do, 09/04/2015 - 17:56

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.