-A +A

Vervanging van de notaris bij vereffening-verdeling die door Hof van Beroep werd aangesteld dient in eerste aanleg aanhangig gemaakt bij familierechtbank

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
din, 29/06/2010

Slechts de (familie)rechtbank van eerste aanleg is bevoegd is om te voorzien in de vervanging van de notaris-vereffenaar aangetselkd door het Hof van Beroep.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
262
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

S.D. t/ A.L.

1. Bij arrest van dit hof van 16 juni 2010 werd de vereffening en verdeling bevolen van de huwgemeenschap A.S. nadat de echtscheiding tussen hen beiden was uitgesproken. Notaris B., met standplaats te Antwerpen, werd aangesteld als notaris-vereffenaar.

De raadsman van mevr. S.D. (hierna te vermelden als «verzoekster in vervanging») heeft bij exploot van dagvaarding van 25 november 2015 gevraagd te willen voorzien in de vervanging van notaris B., voornoemd.

De gewezen echtgenoot van verzoekster in vervanging (de h. L.A.) is niet mede gedagvaard (ook niet in gemeenverklaring), maar is wel verschenen ter zitting van 15 december 2015, alsdan vertegenwoordigd door zijn raadman, maar zonder dat deze als zodanig vrijwillig is tussengekomen.

Het verzoek tot vervanging is gebaseerd op de bewering dat notaris B. zou nalaten voort te werken in het dossier, dat volledig in het slop zou zijn geraakt. Hiertoe wordt verwezen naar o.a. onderscheiden brieven.

2.1. Het Hof heeft ter zitting van 15 december 2015 ambtshalve de vraag in het debat gebracht of het verzoek tot vervanging wel bij het Hof kon worden ingediend.

Verzoekster heeft hieromtrent mondeling standpunt ingenomen en wenste geen conclusie te nemen hierover.

2.2. Het ter zake toepasselijke art. 1211, § 1 Ger.W. bepaalt:

«In geval van weigering, verhindering van de notaris-vereffenaar of indien er omstandigheden zijn die gerechtvaardigde twijfel doen ontstaan over zijn onpartijdigheid of onafhankelijkheid, voorziet de rechtbank in zijn vervanging. De notaris-vereffenaar van wie de partijen gezamenlijk de aanstelling hebben gevraagd, kan slechts worden vervangen, op verzoek van één van de partijen, om redenen ontstaan of vastgesteld na zijn aanstelling.

«Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 1220, § 2 en § 3, kan, na de opening van de werkzaamheden, geen vervanging meer worden gevraagd door één van de partijen, tenzij de partij die om de vervanging verzoekt slechts nadien in kennis is gesteld van de ingeroepen reden.

«In geval van hoger beroep tegen de beslissing bedoeld in de artikelen 1209, § 1, en 1210, wordt het verzoek tot vervanging ingediend bij de rechter in hoger beroep. De vervanging kan bijgevolg later niet worden gevraagd op grond van de middelen ingeroepen voor de rechter in hoger beroep.»

2.3. De niet-aanwezigheid van de notaris-vereffenaar ter zitting van 15 december 2015 belet de behandeling van de zaak niet.

De notaris-vereffenaar was rechtsgeldig opgeroepen. De notaris-vereffenaar heeft ervoor geopteerd niet aanwezig te zijn. De mogelijkheid tot tegenspraak werd geboden.

2.4. Het hiervoor vermelde arrest gewezen door dit hof van 16 juni 2010 is een eindarrest, waarmee het hof zijn rechtsmacht over de alsdan bestaande geschilpunten integraal heeft uitgeput.

In voornoemd arrest werden de kosten vereffend en werd het hoger beroep gegrond verklaard. Uit deze elementen blijkt afdoende dat het arrest in kwestie als eindarrest moet worden beschouwd.

2.5. Het is niet omdat destijds reeds een arrest werd geveld door dit hof dat de gehele procedure van vereffening en verdeling bij dit hof aanhangig zou blijven. De uitspraak waarbij de vereffening en verdeling wordt bevolen (en een notaris-vereffenaar wordt aangesteld) geldt als einduitspraak. Dat dit incident kadert in of voortbouwt op dezelfde globale vereffening en verdeling, doet hieraan geen afbreuk.

Evenmin relevant is dat het hof de «rechter is die de notaris-vereffenaar heeft aangesteld». Na de procedure waarbij een notaris-vereffenaar wordt aangesteld, ontstaat immers als het ware een nieuwe procedure, los van enige betwisting voor de rechtbank, met de notaris-vereffenaar als centrale spilfiguur. Pas nadat de rechter door de notaris geadieerd wordt (in de regel na de neerlegging van de staat van vereffening, met de zwarigheid en het advies van de notaris-vereffenaar), doet zich opnieuw een gerechtelijk aspect voor.

Dit impliceert dat het hof niet rechtstreeks kan kennisnemen van incidenten in het raam van de gerechtelijke vereffening en verdeling, meer bepaald van een eis strekkende tot de vervanging van de notaris-vereffenaar. Hiervoor kunnen trouwens, benevens voorgaande overwegingen, ook nog enkele tekstuele argumenten worden geput uit de tekst van art. 1211, § 1 Ger.W.

Dit – hierboven reeds aangehaalde wetsartikel – bepaalt dat de «rechtbank» in zijn vervanging voorziet. Deze op het eerste gezicht generieke term staat in contrapositie tot de notie «rechter in hoger beroep», waarvan eveneens sprake in art. 1211, § 1 in fine Ger.W.

Het enige geval waarin de appelrechter (het hof van beroep) kan kennisnemen van een verzoek tot vervanging van een notaris-vereffenaar (hoger beroep is trouwens door de wet uitgesloten tegen beslissingen die de vervanging van een notaris betreffen) is dat waarin een hoger beroep is ingesteld tegen de beslissingen bedoeld in artt. 1209, § 1 en 1210 Ger.W. (zie art. 1211, § 1 in fine Ger.W.).

2.6. Een en ander maakt dat slechts de (familie)rechtbank van eerste aanleg van de provincie Antwerpen, afdeling Antwerpen, bevoegd is om te voorzien in de vervanging van de notaris-vereffenaar.

2.7. Het huidige art. 1224/2 Ger.W., krachtens welke bepaling devolutieve werking toekomt aan het hoger beroep, indien het hoger beroep slaat op een vonnis gewezen na de opening van werkzaamheden, is immers niet van toepassing.

Aangenomen dat de nieuwe wet van 13 augustus 2011 houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling van toepassing zou zijn (omdat de vervanging van de notaris-vereffenaar, bij gebrek aan wettelijke bepalingen onder gelding van de oude wet, geregeld zou worden door de nieuwe wet), geldt te dezen geen devolutieve werking ingevolge het arrest van 16 juni 2010, aangezien er geen sprake is geweest van een hoger beroep tegen een vonnis gewezen na de opening van de werkzaamheden.

Het enige hoger beroep dat in deze zaak is aangetekend, is het hoger beroep tegen het vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen van 16 juni 2009, waarover het hierboven reeds besproken eindarrest van 16 juni 2010 zich heeft gebogen en uitgesproken. Dit hoger beroep betrof slechts een hoger beroep tegen de ongegrondverklaring van de vordering tot echtscheiding.

2.8. De vraag rijst of er een rechtsgrond bestaat om de zaak te verwijzen naar de «bevoegde» rechter.

Art. 643 Ger.W. is in casu geen relevante bepaling, temeer omdat dit hof niet als rechter in hoger beroep geadieerd is in de zaak, gelet op het feit dat verzoekster onmiddellijk voor dit hof heeft gedagvaard.

Nochtans pleit minstens en alleszins de proceseconomie ervoor om de zaak rechtstreeks te verzenden naar de bevoegde rechter.

2.9. Verzoekster moet er wel voor zorgen dat haar ex-echtgenoot formeel in de procedure tot vervanging wordt betrokken.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 10/10/2017 - 16:31
Laatst aangepast op: di, 10/10/2017 - 16:31

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.