-A +A

Vervallenverklaring borgsom bij niet verschijning na invrijheidstelling met borgsom

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 09/12/2014
A.R.: 
P.13.0747.N

Krachtens artikel 35, § 4, zevende lid, Voorlopige Hechteniswet wordt de niet-verschijning van de veroordeelde bij de tenuitvoerlegging van het vonnis vastgesteld door de rechtbank die de veroordeling heeft uitgesproken, die tevens de borgsom vervallen verklaart aan de Staat; de rechtbank die de veroordeling heeft uitgesproken is de rechter die de straf heeft opgelegd zodat, wanneer het hof van beroep op een ontvankelijk hoger beroep de door het beroepen vonnis opgelegde straf bevestigt, het deze straf oplegt (1). (1) Zie Cass. 28 september 2010, AR P.10.1065.N, AC 2010, nr. 556.

 

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. P.13.0747.N
PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT,
eiser,
tegen
A M,
beklaagde,
verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 7 maart 2013.

II. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 35, § 4, zevende lid, Voorlopige Hechteniswet: het bestreden arrest oordeelt ten onrechte dat onder de rechtbank die de veroordeling heeft uitgesproken de correctionele rechtbank te Veurne en niet het hof van beroep te Gent dient te worden begrepen, omdat het arrest van 4 juni 2008 het beroepen vonnis bevestigt; ook in dit geval heeft het hof van beroep uitspraak gedaan over de strafvordering en komt het bijgevolg toe aan dit hof te oordelen over de bestemming van de borgsom; het hof van beroep heeft zich bij-gevolg ten onrechte onbevoegd verklaard.

2. Krachtens artikel 35, § 4, zevende lid, Voorlopige Hechteniswet wordt de niet-verschijning van de veroordeelde bij de tenuitvoerlegging van het vonnis vastgesteld door de rechtbank die de veroordeling heeft uitgesproken, die tevens de borgsom vervallen verklaart aan de Staat.

De rechtbank die de veroordeling heeft uitgesproken is de rechter die de straf heeft opgelegd. Wanneer het hof van beroep op een ontvankelijk hoger beroep de door het beroepen vonnis opgelegde straf bevestigt, legt het deze straf op.

3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat bij het arrest van 4 juni 2008 het hof van beroep te Gent op de hogere beroepen van de verweerder en het openbaar ministerie de door het vonnis van de correctionele recht-bank te Veurne van 26 juni 2007 opgelegde bestraffing heeft bevestigd. Aldus is de in artikel 35, § 4, zevende lid, Voorlopige Hechteniswet bedoelde rechter het hof van beroep te Gent.

Het bestreden arrest oordeelt dat de appelrechters niet bevoegd zijn te oordelen over de vordering van het openbaar ministerie tot vaststelling van de niet-verschijning van de verweerder bij de tenuitvoerlegging van zijn straf en tot ver-vallenverklaring van de borgsom aan de Staat. Aldus is het bestreden arrest is niet naar recht verantwoord.

Het middel is gegrond.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigd arrest.
Laat de kosten ten laste van de Staat.
Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent, anders samengesteld.
Bepaalt de kosten op 83,72 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer

Noot: 

• F. Goossens en H. Berkmoes, De borgsom en de teruggave ervan, RW 2016-2017, 1096

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 02/10/2015 - 16:45
Laatst aangepast op: do, 23/03/2017 - 18:06

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.