-A +A

Vervalbeding diefstal verzekering onvoldoende voorzorg

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 05/02/2016
A.R.: 
C.15.0179.F

De rechtbank dient steeds te onderzoeken of een beding op grond waarvan een verzekeraar zich beroept tussenkomst te weigeren geen vervalbeding is.

Aangezien art. 65 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringenartikel van dwingend recht is, dient de rechter na te gaan of een clausule van de verzekeringsovereenkomst die op een andere manier wordt verwoord, geen vervalbeding is.

Een verzekeringspolis kan voorzien in uitsluitingen. Dit zijn uitgesloten risico's waarvoor de tussenkomst van de verzekering wordt uitgesloten.Voor de toepassing van een uitsluitingsgrond dient geen causaal verband bewezen

Een verzekering kan ook voorzien in een vervalbeding. .Het vervalbeding legt een sanctie op aan de verzekerde. Indien hij een bepaalde plicht niet nakomt is verzekeringsmaatschappij niet meer verplicht om tussenkomst te verlenen

Vervalbedingen betreffen omstandigheden die uitdrukkelijk bedongen zijn in de polis waarbij mits er een oorzakelijk verband bestaat tussen deze niet-nakoming en het schadegeval, de verzekering niet meer dient tussen te komen.(art. 65 Verzekeringswet, art. 11 WLVO).

Een beding in een verzekering waarbij de verzekeraar stelt niet te zullen tussenkomen bij diefstal in een voertuig dat niet slotvast werd gemaakt is een vervalbeding. Ondanks een dergelijk beding zal de verzekering dus toch dienen tussen te komen en de verzekerde vergoeden tenzij de verzekering het bewijs kan leveren dat de oorzaak van de diefstal precies ligt in het feit dat het voertuig niet slotvast was of dat bv. de sleutels in het voertuig lagen.

Ongeacht de middelen die de verzekerde aan de feitenrechter heeft voorgelegd, kan hij tegen dat arrest, dat zijn vordering tot vergoeding van de gevolgen van de diefstal van zijn voertuig verwerpt op grond van het beding van de verzekeringsovereenkomst volgens hetwelk de diefstal niet gedekt is wanneer de sleutels in of op het voertuig zijn gebleven, en waarvan de eiser de toepassing betwistte, verwerpt en hem zodoende benadeelt, een middel inzake de schending van artikel 11 van de wet van 25 juni 1992 aanvoeren, dat voor het eerst voor het Hof mag worden opgeworpen.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.15.0179.F
T. V.,
tegen
AXA BELGIUM nv,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen van 22 oktober 2014, dat uitspraak doet op verwijzing na het arrest van 25 april 2013 van het Hof.

II. CASSATIEMIDDEL
De eiser voert in zijn verzoekschrift, dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Eerste, door de verweerster tegen het middel opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid: het middel is gericht tegen een beslissing die conform is aan de conclusie van de eiser.

Het middel is gericht tegen de beslissing van het arrest dat de vordering verwerpt die de eiser had ingesteld tot vergoeding van de gevolgen van de diefstal van zijn voertuig, op grond van de algemene voorwaarden van de verzekeringspolis die de partijen bindt en die de diefstal van een voertuig van dekking uitsluiten indien de sleutels in of op het voertuig zijn gebleven.

Het arrest wordt verweten niet te onderzoeken of het beding dat de dekking van de in die omstandigheden plaatsgevonden diefstal uitsluit geen vervalbeding was en of, overeenkomstig artikel 11 Wet Landverzekeringsovereenkomst, de omstan-digheid dat er zich op het ogenblik van de diefstal een sleutel in het voertuig be-vond, wat het arrest als bewezen beschouwt, in een oorzakelijk verband met die diefstal staat.

Voornoemd artikel 11 is van dwingend recht en uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, volgt niet dat de eiser heeft afgezien van de hem bij wet ge-boden bescherming.

Hieruit volgt dat de eiser, ongeacht de middelen die hij aan de feitenrechter heeft voorgelegd, gerechtigd is om tegen dat arrest, dat zijn vordering betreffende de grondslag van dat beding van de verzekeringsovereenkomst, waarvan de eiser de toepassing betwistte, verwerpt en hem zodoende benadeelt, een middel inzake de schending van een dergelijke bepaling aan te voeren dat voor het eerst voor het Hof mag worden opgeworpen.

Tweede door de verweerster tegen het middel opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid: het middel geeft de artikelen 1319, 1320 en 1322 Burgerlijk Wetboek niet als geschonden op.

Het middel verwijt het arrest niet dat het aan het litigieuze beding een uitlegging geeft die niet verenigbaar is met de bewoordingen ervan maar dat het daaraan een omschrijving geeft die strijdig is met artikel 11 Wet Landverzekeringsovereen-komst.

Derde door de verweerster tegen het middel opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid: het middel oefent kritiek uit op een feitelijke beoordeling door het hof van beroep

De omschrijving van een overeenkomst of van een beding ervan bestaat erin de precieze juridische aard te bepalen en wordt door de feitenrechter derhalve niet op onaantastbare wijze beoordeeld.

De gronden van niet-ontvankelijkheid kunnen niet worden aangenomen.

Gegrondheid van het middel

Het arrest vermeldt dat "[de eiser], overeenkomstig artikel 1315, eerste lid, Bur-gerlijk Wetboek, moet aantonen dat het risico, zoals het zich heeft voorgedaan, gedekt is en door [de verweerster] niet van dekking uitgesloten is", stelt vervolgens vast dat "de algemene voorwaarden van de verzekeringspolis ‘comfort auto', die voor de partijen bindend zijn, de dekking van de diefstal uitsluiten wanneer die diefstal is ‘overkomen terwijl het voertuig onbemand is en de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen niet genomen zijn, onder meer... sleutels en/of uitschake-lingsmechanisme van het antidiefstalsysteem in of op het voertuig gebleven, behalve indien het voertuig zich in een slotvaste individuele garage bevond en er in de garage is ingebroken'" en overweegt dat "voornoemd beding duidelijk is en geen uitlegging behoeft".

Het overweegt ook wat volgt:

- "de vaststellingen van de verbalisanten en de bij het strafdossier gevoegde foto's tonen aan dat de autosleutel zich in het contactslot van het voertuig bevond toen het uit de Maas werd gehaald";

- "uit de vaststelling van de door [de verweerster] gemandateerde gerechts-deurwaarder, die in aanwezigheid [van de eiser] is opgemaakt op 12 februari 2009, volgt dat het voertuig geen enkel spoor van braak ter hoogte van de deurgrepen en de deurranden vertoonde, dat twee vensters van de twee deuren aan bestuurderszijde waren gebroken, dat de stuurkolom was geblokkeerd en dat daarin een sleutel is teruggevonden";

- "[de eiser] beweert dat ‘geenszins is bewezen dat de in het voertuig teruggevonden sleutel zijn reservesleutel was en dat die sleutels op het ogenblik van de diefstal op of in het voertuig waren gebleven'" en dat "hij met die bewering het hem op-gedragen bewijs van de dekking van het schadegeval niet kan leveren";

- "de hierboven herhaalde objectieve gegevens van het dossier tonen immers aan dat er een sleutel in het contactslot van het voertuig was gebleven, terwijl [de eiser] daarenboven toegegeven heeft slechts over twee sleutels te beschikken, waarvan er één nog in het bezit van zijn vriendin was sinds hun scheiding in maart 2008, een omstandigheid die niet is aangetoond en die door laatstgenoemde uitdrukkelijk wordt betwist";

- "zijn vordering is dus niet gegrond, zonder dat er verder over de precieze om-standigheden van het schadegeval hoeft te worden uitgeweid".
Uit die vermeldingen volgt dat het arrest overweegt, zonder te zijn aangetast door de in het middel aangeklaagde dubbelzinnigheid, dat voornoemd beding een beding tot uitsluiting van dekking vormt en dat de eiser die dekking, krachtens voor-noemd beding, niet geniet, aangezien is bewezen dat er zich een sleutel in het voertuig bevond.

Voor het overige bepaalt artikel 11, eerste lid, Wet Landverzekeringsovereen-komst, zoals het op de feiten van toepassing is, dat in de verzekeringsovereen-komst geen geheel of gedeeltelijk verval van het recht op verzekeringsprestatie bedongen mag worden dan wegens niet-nakoming van een bepaalde, in de over-eenkomst opgelegde verplichting, en mits er een oorzakelijk verband tussen de te-kortkoming en het schadegeval bestaat.

Krachtens het dwingend karakter van die bepaling, vastgelegd in artikel 3 Wet Landverzekeringsovereenkomst, dient de rechter te onderzoeken of een beding van de verzekeringsovereenkomst dat onder een andere omschrijving wordt voor-gesteld, geen vervalbeding is.

Het beding dat de verzekeraar toestaat zijn dekking te weigeren wanneer de ver-zekerde zijn contractuele verplichtingen niet is nagekomen, is een vervalbeding in de zin van voornoemd artikel 11.

Het arrest, dat aldus uitspraak doet zonder na te gaan of de aanwezigheid van een sleutel in de wagen in oorzakelijk verband met de diefstal staat, schendt artikel 11 Wet Landverzekeringsovereenkomst.

Het middel is in zoverre gegrond.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.
Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, van 5 februari 2016 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 02/09/2017 - 12:45
Laatst aangepast op: za, 02/09/2017 - 12:47

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.