-A +A

Verval milieuvergunning aanvang termijn

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Raad van State
Datum van de uitspraak: 
don, 25/02/2016

Art. 28 van het milieuvergunningsdecreet moet restrictief worden geïnterpreteerd. Op die wijze geïnterpreteerd kan de verplichting om de inrichting binnen een termijn van maximum drie jaar in gebruik te nemen enkel een aanvang nemen vanaf het ogenblik dat vaststaat dat de vergunning voor de houder ervan een zeker en definitief gegeven is.

Van de vergunninghouder kan immers niet worden verwacht dat hij een precaire milieuvergunning ten uitvoer brengt, met alle risico’s van dien. Dit is het geval wanneer derden een beroep tot nietigverklaring instellen bij de Raad van State waardoor de vergunning ongedaan kan worden gemaakt of zelfs kan worden ingetrokken.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
109
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

M.D.C. e.a. t/ Vlaams Gewest

Arrest nr. 233.938

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 16 april 2014, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur van 18 februari 2014 waarbij het bestuurlijk beroep ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant van 1 augustus 2013, houdende aktename, geldend als vergunning, van de verandering van een rundveehouderij, gelegen aan de P.-straat 2 te Ternat, ongegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd.

...

IV. Onderzoek van het enig middel

...

Beoordeling

9. Art. 28, § 1, 1o van het decreet van 28 juni 1985 “betreffende de milieuvergunning” (hierna: “milieuvergunningsdecreet”) bepaalt dat de vergunning van rechtswege vervalt wanneer zij betrekking heeft op een inrichting die “niet in gebruik werd genomen binnen de krachtens art. 17 bepaalde termijn”. Luidens het derde lid van voormeld art. 17 mag die termijn geen drie jaar overschrijden.

Blijkens de memorie van toelichting bij het ontwerp van decreet dat het milieuvergunningsdecreet is geworden, beoogt deze vervalregeling “vooral de bescherming van de buren en derden, die uit het niet in bedrijf nemen of houden van een inrichting zouden kunnen afleiden dat de exploitant van zijn voornemen om de inrichting te vestigen of verder te exploiteren heeft afgezien en daarnaar zouden kunnen handelen” (Parl.St. Vl.R. 1984-85, nr. 291/1, p. 14).

10. Art. 28 van het milieuvergunningsdecreet moet restrictief worden geïnterpreteerd. Op die wijze geïnterpreteerd kan de verplichting om de inrichting binnen een termijn van maximum drie jaar in gebruik te nemen enkel een aanvang nemen vanaf het ogenblik dat vaststaat dat de vergunning voor de houder ervan een zeker en definitief gegeven is. Van de vergunninghouder kan immers niet worden verwacht dat hij een precaire milieuvergunning ten uitvoer brengt, met alle risico’s van dien. Dit is het geval wanneer derden een beroep tot nietigverklaring instellen bij de Raad van State waardoor de vergunning ongedaan kan worden gemaakt of zelfs kan worden ingetrokken.

11. In voorliggend geval hebben vijf van de huidige verzoekende partijen de nietigverklaring gevorderd van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur van 27 augustus 2009 waarbij aan de tussenkomende partij de vergunning werd verleend voor het verder exploiteren en veranderen van de rundveehouderij [...]. De exploitant is in deze procedures tussengekomen om zijn belangen te vrijwaren. Uit die vaststelling kan bezwaarlijk worden afgeleid dat hij louter door het aanwenden van een rechtsmiddel door derden-belanghebbenden zou hebben afgezien van de realisatie van het project.

De beroepen tot nietigverklaring werden respectievelijk verworpen bij arrest nr. 217.307 van 19 januari 2012 en arrest nr. 217.682 van 2 februari 2012. Bijgevolg heeft de onzekerheid over de rechtskracht van de basisvergunning pas opgehouden te bestaan na de kennisgeving van laatstvermeld arrest aan de tussenkomende partij. Rekening houdend met dit uitgangspunt, was de termijn voor ingebruikname niet verstreken op het ogenblik dat het bestreden besluit werd genomen.

Het enig middel is ongegrond.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 07/10/2016 - 18:41
Laatst aangepast op: vr, 07/10/2016 - 18:41

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.