-A +A

Verplichte informatie over rechtsmiddelen bij de kennisgeving bij gerechtsbrief

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 29/01/2016
A.R.: 
59/2011

De verplichte informatie over rechtsmiddelen in de kennisgeving bij gerechtsbrief

De kennisgeving per gerechtsbrief dient alle nodige informatie te vermelden met betrekking tot de mogelijkheden en de termijnen van het hoger beroep. Bij gebreke hieraan begint de beroepstermijn niet te lopen

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
1013
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. C.14.0006.F

H.D. t/ Procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Luik en Faillissement H.D.

I. Rechtspleging voor het Hof

...

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Luik van 3 oktober 2013.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Eerste onderdeel

Art. 80, tweede lid Faillissementswet bepaalt dat de rechtbank, bij de sluiting van het faillissement, nadat de rechter-commissaris aan de rechtbank in raadkamer mededeling van de beraadslaging van de schuldeisers over de verschoonbaarheid van de gefailleerde heeft gedaan en verslag heeft uitgebracht over de omstandigheden van het faillissement en nadat de curator en de gefailleerde in raadkamer werden gehoord over de verschoonbaarheid en over de sluiting van het faillissement, uitspraak doet over de verschoonbaarheid van de gefailleerde en dat van het vonnis dat de sluiting van het faillissement gelast, door toedoen van de griffier aan de gefailleerde wordt kennisgegeven.

Overeenkomstig art. 5 van die wet gebeurt die kennisgeving per gerechtsbrief.

Geen enkele bepaling preciseert dat die betekening de beroepstermijnen doet ingaan.

Art. 57 Ger.W., krachtens welk, tenzij de wet anders bepaalt, de termijn voor verzet aanvangt vanaf de betekening van de beslissing, vereist niet dat de afwijkende bepaling, waarvan het de toepassing voorbehoudt, uitdrukkelijk is; het is voldoende dat de afwijking kan worden afgeleid uit de op het lopende geding toepasselijke wetsbepalingen.

Art. 80, tweede lid Faillissementswet, de parlementaire voorbereiding van de wijzigende wet van 4 september 2002, en art. 5 Faillissementswet, zoals ze alle hierboven zijn weergegeven, geven uiting aan de wil van de wetgever om te kiezen voor een snelle en goedkope procedure, wat impliceert dat de kennisgeving de termijnen om het beroep in te stellen, doet ingaan.

Ze uiten tevens de wil van de wetgever dat de gefailleerde daadwerkelijk wordt gehoord over zijn verschoonbaarheid in het kader van een rechtspleging die de rechtszekerheid waarborgt.

Art. 6.1 EVRM garandeert de rechtzoekenden een daadwerkelijk recht op toegang tot de rechter voor de beslissingen inzake hun rechten en verplichtingen van burgerrechtelijke aard.

Hoewel het recht op toegang tot de rechter niet absoluut is en onderworpen kan worden aan impliciet aanvaarde beperkingen, met name voor de ontvankelijkheid van een rechtsmiddel, mogen die beperkingen de aan een rechtzoekende verleende toegang niet zodanig of zozeer inperken dat zijn recht op een rechtbank in de kern ervan wordt aangetast.

In dat verband is het niet alleen van belang dat de mogelijkheden om rechtsmiddelen aan te wenden, met inbegrip van de termijnen ervan, duidelijk worden vastgesteld, maar ook dat ze op de meest expliciet mogelijke wijze ter kennis worden gebracht van de rechtzoekenden opdat zij ervan kunnen gebruikmaken overeenkomstig de wet.

Uit het bovenstaande volgt dat, wanneer een afwijking van art. 57 Ger.W. niet voortvloeit uit een uitdrukkelijke bepaling, de kennisgeving per gerechtsbrief slechts tot gevolg heeft dat de beroepstermijn begint te lopen voor zover zij de mogelijkheden van beroep en de termijnen ervan vermeldt.

Het arrest, dat overweegt dat de kennisgeving aan de eiser van het verstekvonnis dat hem niet-verschoonbaar verklaart, de verzettermijn doet ingaan, hoewel het vaststelt dat de kennisgeving noch de mogelijkheid noch de termijn voor het beroep vermeldt, schendt art. 80, tweede lid Faillissementswet.

Het onderdeel is gegrond.

Rechtsleer

Beatrix Vanlerberghe, Informatie over de rechtsmiddelen in de kennisgeving bij gerechtsbrief, noot onder Cass.29/01/2016, RW 2016-2017, 1013.

Noot: 

Eric Brewaeys, Aanvang termijn kennisgeving per gerechtsbrief nu duidelijk, De Juristenkrant, 232, 29 juni 2011, pagina 5


De verplichte informatie over rechtsmiddelen in de kennisgeving bij gerechtsbrief

De kennisgeving per gerechtsbrief dient alle nodige informatie te vermelden met betrekking tot de mogelijkheden en de termijnen van het hoger beroep.

Bij gebreke hieraan begint de beroepstermijn niet te lopen

Cassatie 29/01/2016, RW 2016-2017, 1013

AR nr. C.14.0006.F

H.D. t/ Procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Luik en Faillissement H.D.

I. Rechtspleging voor het Hof

...

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Luik van 3 oktober 2013.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Eerste onderdeel

Art. 80, tweede lid Faillissementswet bepaalt dat de rechtbank, bij de sluiting van het faillissement, nadat de rechter-commissaris aan de rechtbank in raadkamer mededeling van de beraadslaging van de schuldeisers over de verschoonbaarheid van de gefailleerde heeft gedaan en verslag heeft uitgebracht over de omstandigheden van het faillissement en nadat de curator en de gefailleerde in raadkamer werden gehoord over de verschoonbaarheid en over de sluiting van het faillissement, uitspraak doet over de verschoonbaarheid van de gefailleerde en dat van het vonnis dat de sluiting van het faillissement gelast, door toedoen van de griffier aan de gefailleerde wordt kennisgegeven.

Overeenkomstig art. 5 van die wet gebeurt die kennisgeving per gerechtsbrief.

Geen enkele bepaling preciseert dat die betekening de beroepstermijnen doet ingaan.

Art. 57 Ger.W., krachtens welk, tenzij de wet anders bepaalt, de termijn voor verzet aanvangt vanaf de betekening van de beslissing, vereist niet dat de afwijkende bepaling, waarvan het de toepassing voorbehoudt, uitdrukkelijk is; het is voldoende dat de afwijking kan worden afgeleid uit de op het lopende geding toepasselijke wetsbepalingen.

Art. 80, tweede lid Faillissementswet, de parlementaire voorbereiding van de wijzigende wet van 4 september 2002, en art. 5 Faillissementswet, zoals ze alle hierboven zijn weergegeven, geven uiting aan de wil van de wetgever om te kiezen voor een snelle en goedkope procedure, wat impliceert dat de kennisgeving de termijnen om het beroep in te stellen, doet ingaan.

Ze uiten tevens de wil van de wetgever dat de gefailleerde daadwerkelijk wordt gehoord over zijn verschoonbaarheid in het kader van een rechtspleging die de rechtszekerheid waarborgt.

Art. 6.1 EVRM garandeert de rechtzoekenden een daadwerkelijk recht op toegang tot de rechter voor de beslissingen inzake hun rechten en verplichtingen van burgerrechtelijke aard.

Hoewel het recht op toegang tot de rechter niet absoluut is en onderworpen kan worden aan impliciet aanvaarde beperkingen, met name voor de ontvankelijkheid van een rechtsmiddel, mogen die beperkingen de aan een rechtzoekende verleende toegang niet zodanig of zozeer inperken dat zijn recht op een rechtbank in de kern ervan wordt aangetast.

In dat verband is het niet alleen van belang dat de mogelijkheden om rechtsmiddelen aan te wenden, met inbegrip van de termijnen ervan, duidelijk worden vastgesteld, maar ook dat ze op de meest expliciet mogelijke wijze ter kennis worden gebracht van de rechtzoekenden opdat zij ervan kunnen gebruikmaken overeenkomstig de wet.

Uit het bovenstaande volgt dat, wanneer een afwijking van art. 57 Ger.W. niet voortvloeit uit een uitdrukkelijke bepaling, de kennisgeving per gerechtsbrief slechts tot gevolg heeft dat de beroepstermijn begint te lopen voor zover zij de mogelijkheden van beroep en de termijnen ervan vermeldt.

Het arrest, dat overweegt dat de kennisgeving aan de eiser van het verstekvonnis dat hem niet-verschoonbaar verklaart, de verzettermijn doet ingaan, hoewel het vaststelt dat de kennisgeving noch de mogelijkheid noch de termijn voor het beroep vermeldt, schendt art. 80, tweede lid Faillissementswet.

Het onderdeel is gegrond.

Rechtsleer

Beatrix Vanlerberghe, Informatie over de rechtsmiddelen in de kennisgeving bij gerechtsbrief, noot onder Cass.29/01/2016, RW 2016-2017, 1013.

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 20/03/2017 - 18:10
Laatst aangepast op: ma, 20/03/2017 - 18:10

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.