-A +A

Vermindering onderhoudsgeld wegens vermindering inkomsten na zelf gegeven ontslag om medische redenen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg Burgerlijke rechtbank
Plaats van uitspraak: Brugge
Datum van de uitspraak: 
don, 09/03/2017

Er kan geen vermindering van onderhoudsgeld gevraagd wegens verminderde inkomsten wanneer de verminderingen van de inkomsten een gevolg is van een eigen beslissing van de onderhoudsplichtige, zoals een zelf gegeven ontslag.

Wanneer dit ontslag of de vermindering van inkomsten ingegeven is omwille van medische redenen [of overmacht] dan draagt men de bewijslast dat de medische redenen [of de overmachtsomstandigheid] een rechtstreeks scausaal verband heeft met de vermindering van de inkomsten.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
27
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

T.R. t/A.R.

...

II. Beoordeling

1. Voorwerp van betwisting

Partijen zijn de ouders van A.M., geboren op 29 maart 1999 en A.I., geboren op 6 december 2005.

Bij vonnis van 25 november 2014 werd de vader veroordeeld tot betaling van een onderhoudsbijdrage van 150 euro voor M. en 125 euro voor I.

De vader voert aan dat hij door omstandigheden buiten zijn wil niet meer werkzaam is bij de firma M.T. Hij beweert medische problemen te hebben aan zijn knie en heup. Hij geniet thans een werkloosheidsuitkering en zal een opleiding in de medische sector als verpleegkundige volgen (van drie jaar). Zijn inkomen is thans gehalveerd. Hij biedt aan om een onderhoudsbijdrage van 75 euro voor M. en 50 euro voor I. te betalen.

De moeder voert aan dat de vader zichzelf in deze situatie heeft gebracht door zijn ontslag in te dienen. Volgens haar liggen er geen voldoende medische gegevens voor die aantonen dat de vader zijn werk niet meer kon uitoefenen. Zij beweert dat de vader na dit ontslag toch nog vrijwillig bij dezelfde werkgever heeft gewerkt en daarna in eerste instantie voorlopige werkloosheidsuitkeringen heeft ontvangen.

De moeder vraagt een verhoging van de onderhoudsbijdrage omdat de verblijfsregeling niet meer wordt nageleefd. Ze verwijst hierbij naar de houding van de vader waardoor de kinderen niet meer willen langsgaan. Daarnaast vraagt zij dat de voorwaarde van voorafgaand overleg en akkoord tussen partijen over de buitengewone kosten wordt geschrapt, aangezien de vader elk overleg hierover weigert en voor geen van deze kosten zijn akkoord geeft.

De vader vraagt om deze vordering ongegrond te verklaren.

2. Gewijzigde omstandigheden

1. Blijvende saisine impliceert dat de zaken ingeschreven blijven op de rol, zodat partijen in geval van «nieuwe elementen» de aangelegenheid opnieuw voor de rechter kunnen brengen.

Onder «nieuwe elementen» wordt in art. 1253ter/7, § 1 Ger.W. verstaan: (1o) een feit dat niet bekend was bij het eerste verzoek; (2) m.b.t. een uitkering tot levensonderhoud betreft het nieuwe omstandigheden waarin de partijen of hun kinderen komen te verkeren en die hun situatie ingrijpend wijzigen; (3) voor wat betreft de organisatie van de verblijfsregeling, het recht op persoonlijk contact en de uitoefening van het ouderlijk gezag gaat het om nieuwe omstandigheden die de toestand van de partijen of die van het kind wijzigen.

Voorts bepaalt art. 387bis BW dat de rechtbank bij de beoordeling van de wijzigingsverzoeken steeds rekening moet houden met het belang van het kind.

2. De rechtbank stelt allereerst vast dat de vader zelf zijn ontslag heeft gegeven bij brief van 27 juni 2016, met ingang van 29 augustus 2016. Daarna heeft de vader via interimcontracten opnieuw bij dezelfde werkgever gewerkt van 29 augustus 2016 tot 30 september 2016. Vervolgens verkreeg hij met ingang van 3 oktober 2016 voorlopige werkloosheidsuitkeringen zoals blijkt uit de brief van het ACV. Het medisch attest van de huisarts dateert van 5 oktober 2016, dus na de eigen ontslagname en na de aanvraag tot het verkrijgen van werkloosheidsuitkeringen. In dit attest gericht aan een geneesheer-specialist wordt vermeld: handeling: doorverwijzing ter objectivering van de klachten en therapeutisch advies. Hieruit kan niet worden afgeleid dat er onomstotelijk sprake is van een knie- of heupproblematiek. Er liggen trouwens geen stukken voor van een arbeidsgeneeskundige dienst die hiervan eventueel gewag kunnen maken. De vader legt ook geen stukken voor waaruit blijkt dat hij wegens deze medische problematiek in het verleden afwezig was op zijn werk.

Gelet op voormelde elementen wordt door de vader niet afdoende aannemelijk gemaakt dat eigen ontslagname in oorzakelijk verband staat met medische klachten waaraan hij zou lijden. Er liggen evenmin stukken voor inzake behandeling en/of verslaggeving van een geneesheer-specialist. De vader toont daarenboven niet aan dat hij aan zijn werkgever heeft gevraagd om hem minder belastend werk te geven. Meer nog, na zijn eigen ontslag heeft de vader opnieuw dezelfde job uitgeoefend via interimarbeid waardoor hij in de mogelijkheid was om zijn situatie te regulariseren bij de RVA (werkloosheidsuitkering vanaf 3 oktober 2016). Er liggen verder geen stukken voor betreffende de beoogde verplegeropleiding.

In die optiek dient de vordering van de vader tot de vermindering van de onderhoudsbijdrage te worden afgewezen als ongegrond. Er kan enkel maar besloten worden dat de vader zichzelf in deze situatie heeft gebracht. Het verdienvermogen van de partijen dient immers als uitgangspunt te worden genomen en de vader toont niet aan dat dit verdienvermogen buiten zijn wil ingrijpend is gewijzigd.

3. De moeder baseert haar vordering tot verhoging van de onderhoudsbijdrage op de omstandigheid dat de kinderen niet meer naar de vader willen gaan waardoor zijn bijdrage in natura volgens haar summier is.

De rechtbank stelt vast dat de moeder thans geen wijziging van de verblijfsregeling vraagt. De vader beweert dat er wel nog contacten zijn met de kinderen, wel minder dan bepaald in het vonnis. Hij lijkt hiervan geen probleem te maken.

Er kan bijgevolg worden aangenomen dat de bijdrage in natura van de vader verminderd is, gelet op de vrije omgangsregeling die de facto van kracht is.

De moeder toont evenwel niet aan dat de gewone onderhoudskosten van de kinderen, die alle gebruikelijke kosten zijn met betrekking tot het dagelijks onderhoud, en die bestaan in het aandeel van de kinderen in de collectieve kosten van het gezin (onder meer kosten van huisvesting, energie, telefonie, internet, verzekeringen, ...) en de individuele kosten van onderhoud (zoals de kosten van kledij en schoenen en de courante medische en studiekosten) thans substantieel zijn gestegen ingevolge de verminderde bijdrage in natura van de vader. Een loutere verwijzing naar de tabellen van de Gezinsbond volstaat niet.

Er worden ook geen andere nieuwe of ingrijpende wijzigingen aangetoond waaruit zou blijken dat de situatie van partijen dermate is gewijzigd waardoor de onderhoudsbijdrage zoals vastgelegd in het vonnis van 25 november 2014 niet meer zou volstaan.

Er zijn vooral moeilijkheden omdat de vader niet wenst tussen te komen in een aantal buitengewone en bijzondere kosten, in het bijzonder de vrijetijdsbesteding en buitenschoolse activiteiten, waardoor de moeder meer uitgaven te dragen heeft. Dit heeft echter niets te maken met de maandelijkse onderhoudsbijdrage die betrekking heeft op de gewone kosten zoals hiervoor beschreven.

De vordering tot verhoging van de onderhoudsbijdrage van de moeder moet dan ook afgewezen worden als ongegrond.

4. De moeder vraagt om de voorwaarde van voorafgaand overleg over de buitengewone kosten te schrappen. De vader neemt hierover geen standpunt in.

Art. 1321, § 1 en § 3, 3o Ger.W. bepaalt dat, behalve in geval van akkoord over het bedrag van onderhoudsbijdrage in het belang van het kind, elke rechterlijke beslissing die de onderhoudsbijdrage vaststelt op grond van art. 203, § 1 BW, de aard van de buitengewone kosten vermeldt die in acht genomen kunnen worden, het deel van deze kosten dat elk van de ouders voor zijn of haar rekening dient te nemen alsook de modaliteiten voor de aanwending van deze kosten.

De rechtbank kan overeenkomstig art. 1253ter/7 § 1 Ger.W. deze modaliteiten alleen wijzigen wanneer zich een nieuwe omstandigheid betreffende de toestand van de ouders of van de kinderen voordoet waardoor het belang van de kinderen in het gedrang kan komen (vgl. Cass. AR C.13.0585.F, 25 juni 2015, Arr.Cass. 2015, 1754, Rev.trim.dr.fam. 2015, 951).

De rechtbank stelt in casu vast dat door de niet-gemotiveerde weigering van de vader om tussen te komen in bepaalde bijzondere schoolkosten, vrijetijdsbesteding en hobby’s van de kinderen, de moeder belangrijke meerkosten heeft. Deze houding van de vader heeft bijgevolg een grote impact op de financiële toestand van de moeder en brengt tevens de verdere ontwikkeling en ontplooiing van de kinderen in het gedrang. Er mag immers niet uit het oog verloren worden dat M. sportwetenschappen volgt en I. aan competitiezwemmen doet en al geruime tijd pianolessen volgt. Het is evenmin verantwoord dat de vader weigert om tussen te komen in de aanschaf van een bril, wat toch wel een belangrijke bijzondere medische uitgave is.

In die optiek dient bepaald te worden dat vanaf 1 januari 2017 (maand waarin de moeder haar tegenvordering heeft gesteld) voor welbepaalde bijzondere kosten omschreven in het beschikkend gedeelte van huidig vonnis in het belang van de kinderen geen overleg meer zal gelden. Voor de andere buitengewone en bijzondere kosten opgenomen in het vonnis van 25 november 2014 zal nog steeds de voorwaarde van overleg gelden. Het gaat bijvoorbeeld om sportkampen in vakanties en niet-verplichte buitenlandse schoolreizen en waarbij bij gebrek aan overeenstemming, het elk van de ouders vrij staat om hun kinderen toch op eigen kosten te laten deelnemen.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 01/09/2017 - 16:53
Laatst aangepast op: vr, 01/09/2017 - 16:53

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.