-A +A

Verkoop van de goederen uit faillissement

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
maa, 26/09/2011

Krachtens art. 1190 Ger.W. is de openbare verkoop van de onroerende goederen van de failliete boedel de regel.

Van deze regel kan slechts afgeweken worden door een uitdrukkelijke machtiging door de rechtbank verleend aan de curatoren, om het goed onderhands te verkopen.

Een dergelijke machtiging kan krachtens art. 1193ter Ger.W. maar gegeven worden met naleving van de in deze wetsbepaling opgegeven formaliteiten en mits deze wijze van verkoop het belang van de failliete boedel dient.

Het persoonlijk belang van een kandidaat-koper die geen schuldeiser is – dit is het geval van de heer F. – is zonder relevantie bij de beoordeling van de gevraagde machtiging, omdat alleen het belang van de boedel decisief is.

Het staat de curatoren vrij biedingen te vragen en hiervoor een methode (informele procedure) uit te werken.

Het resultaat van deze biedingsprocedure noch de afspraken die de curatoren hebben gesloten binden de rechtbank die uitspraak moet doen over de machtiging tot onderhandse verkoop. Het door deze kandidaat-kopers gedane bod bond overigens – anders dan in het bestreden vonnis beslist – ook de curatoren niet.

De al dan niet bindende kracht van een biedingsprocedure staat de appreciatie van de rechter die enkel het belang van de boedel voor ogen moet hebben, geenszins in de weg.

 

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2012-2013
Pagina: 
952
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

F. t/ Faillissement NV M.I.A.T.

I. Antecedenten

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 3 maart 2011 vroegen de curatoren aan de Rechtbank van Koophandel te Tongeren hen overeenkomstig art. 1193ter Ger.W. te machtigen over te gaan tot de onderhandse verkoop van een onroerend goed van de gefailleerde aan de echtgenoten W.-Van W. tegen de prijs van 626.501,60 euro volgens bijgevoegde ontwerpakte van de aangestelde notaris.

Bij verzoekschrift neergelegd op 18 maart 2011 is de heer F. tussengekomen met het verzoek voor recht te zeggen dat de onderhandse verkoop met hem moest worden gesloten tegen een prijs van 630.000 euro.

NV K.B., eerste hypothecaire schuldeiser, is in de procedure tussengekomen.

De Rechtbank van Koophandel te Tongeren heeft bij “vonnis” van 4 april 2011 de curatoren machtiging verleend om tot de onderhandse verkoop over te gaan overeenkomstig de bijgevoegde ontwerpakte tegen de prijs van 626.501,60 euro en zulks met de ambtelijke tussenkomst van notaris Godin.

In het bestreden “vonnis” worden ook de (kandidaat-)kopers en de tweede hypothecaire schuldeiser als procespartij vermeld.

Bij verzoekschrift neergelegd op 12 april 2011 heeft de heer F. hoger beroep ingesteld. Dit hoger beroep is gericht tegen de curatoren en de echtgenoten W.-Van W.

De overige in het bestreden vonnis opgegeven procespartijen werden in het hoger beroep betrokken en mede opgeroepen.

...

II. Beoordeling

A. Relevante feiten

1. De curatoren van het faillissement van NV M.I.A.T. werden bij vonnis van 9 september 2010 gemachtigd over te gaan tot de openbare verkoop van het nader omschreven onroerend goed (woning met aanhorigheden) van de gefailleerde. Volgens bijgevoegde schatting schommelde de waarde van het onroerend goed tussen 298.000 en 425.000 euro.

2. De aangestelde notaris organiseerde in samenspraak met de curatoren een procedure van bieding onder gesloten omslag. Op de vastgestelde datum van 16 februari 2011 was het hoogste bod dat van de echtgenoten W.-Van W.; de heer F. deed een bod van 601.000 euro.

3. Op 18 februari 2011 deed de heer F. een bod van 630.000 euro. De curatoren wensten geen rekening te houden met dit bod.

...

C. Grond van de betwisting

1. Krachtens art. 1190 Ger.W. is de openbare verkoop van de onroerende goederen van de failliete boedel de regel.

Van deze regel kan slechts afgeweken worden door een uitdrukkelijke machtiging door de rechtbank verleend aan de curatoren, om het goed onderhands te verkopen.

2. Een dergelijke machtiging kan krachtens art. 1193ter Ger.W. maar gegeven worden met naleving van de in deze wetsbepaling opgegeven formaliteiten en mits deze wijze van verkoop het belang van de failliete boedel dient.

Het persoonlijk belang van een kandidaat-koper die geen schuldeiser is – dit is het geval van de heer F. – is zonder relevantie bij de beoordeling van de gevraagde machtiging, omdat alleen het belang van de boedel decisief is.

3. In conclusie en in het bestreden vonnis komt de voor de notaris georganiseerde procedure van bieding onder gesloten omslag en haar draagwijdte/rechtsgevolg veelvuldig aan bod.

4. Het bestreden vonnis gaat ervan uit dat “deze rechtbank steeds de toelating aan haar curatoren (verleent) om een bepaald goed te verkopen aan een bepaalde koper tegen een bepaalde prijs” en oordeelt vervolgens dat de heer F. gebonden is door de biedingsprocedure en de curatoren gebonden door het bod van de echtgenoten W.-Van W. Zodoende zou de rechtbank enkel de keuze hebben tussen een toekenning van de machtiging zoals concreet gevraagd en een afwijzing van de machtiging die dan leidt tot een openbare verkoop. Het belang van de boedel wordt vervolgens afgewogen tegen een onderhandse verkoop aan een bod van 626.501,60 euro of een openbare verkoop met een minimumbod van 630.000 euro.

Het bestreden vonnis vermeldt daarbij dat op verzoek van de rechtbank de heer F. zich verbonden heeft zijn bod van 630.000 euro bij een openbare verkoop te handhaven.

5. Het staat de curatoren vrij biedingen te vragen en hiervoor een methode (informele procedure) uit te werken.

Het resultaat van deze biedingsprocedure noch de afspraken die de curatoren hebben gesloten – anders dan aangevoerd, werd geen compromis van verkoop gesloten, ook niet onder opschortende voorwaarde, maar engageerden de curatoren zich het bod van de echtgenoten W.-Van W. aan de rechtbank voor te leggen – binden de rechtbank die uitspraak moet doen over de machtiging tot onderhandse verkoop. Het door deze kandidaat-kopers gedane bod bond overigens – anders dan in het bestreden vonnis beslist – ook de curatoren niet.

6. De al dan niet bindende kracht van een biedingsprocedure staat de appreciatie van de rechter die enkel het belang van de boedel voor ogen moet hebben, geenszins in de weg.

7. Uit de conclusies van de heer F. blijkt dat zijn verzet tegen de gevraagde machtiging en de eraan gekoppelde vordering gebaseerd zijn op zijn wil het desbetreffende onroerend goed zelf te verwerven. Hij ageert derhalve uit een persoonlijk belang.

De beoordeling al dan niet de gevraagde machtiging te verlenen staat evenwel in functie van het belang van de failliete boedel bij een onderhandse verkoop; het belang van een kandidaat-koper is zonder relevantie bij deze beoordeling. Hij kan niet vragen dat hij gemachtigd wordt onderhands te kopen aan 630.000 euro.

8. De eerste rechter oordeelde dat bij afweging tussen een verkoop uit de hand met een bod van 626.501,60 euro en een openbare verkoop met een minimumbod van 630.000 euro, gelet op bijkomende kosten en tijdverlies in geval van openbare verkoop, een verkoop uit de hand het belang van de boedel diende. Het hof is van oordeel dat een correcte beoordeling werd gedaan van het belang van de boedel bij deze onderhandse verkoop, mede gelet op het geringe verschil – nog geen 3.500 euro – dat de noodzakelijke bijkomende kosten van een openbare verkoop niet verantwoordt.
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 03/02/2013 - 14:09
Laatst aangepast op: zo, 03/02/2013 - 14:09

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.