-A +A

Verkoop uit de hand door curator van een onroerend goed en zekerheidsrechten

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 04/03/2010
Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2010-2011
Pagina: 
961
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

NV C.-I. t/ NV I.-Z. e.a.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 19 september 2007 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen.

...

III. Beslissing van het Hof

...

1. De cassatieberoepen in de zaken C.08.0032.N, C.08.0033.N en C.08.0037.N worden gevoegd, omdat deze zaken nauw met elkaar verbonden zijn.

...

4. Krachtens art. 1193ter, eerste lid, Ger.W. kan de curator van een faillissement, die machtiging heeft verkregen van de rechter-commissaris om een onroerend goed dat tot de failliete boedel behoort te verkopen, aan de rechtbank van koophandel machtiging vragen om het uit de hand te verkopen.

Krachtens art. 1193ter, tweede lid, Ger.W. moeten alle personen, die hetzij een inschrijving, hetzij een kantmelding hebben op het betrokken onroerend goed, evenals de gefailleerde worden gehoord of bij gerechtsbrief worden opgeroepen en kunnen zij van de rechtbank vorderen dat de machtiging om uit de hand te verkopen afhankelijk wordt gesteld van bepaalde voorwaarden, zoals een minimumverkoopprijs.

Krachtens art. 1193ter, vierde lid, Ger.W. kan tegen deze beschikking van de rechtbank hoger beroep worden ingesteld door de verzoeker of door de tussenkomende schuldeisers.

Krachtens art. 1326, tweede lid, Ger.W. brengen de verkopingen uit de hand, gemachtigd overeenkomstig voormeld art. 1193ter Ger.W., van rechtswege overwijzing mede van de prijs ten aanzien van de ingeschreven hypothecaire en bevoorrechte schuldeisers, die overeenkomstig deze bepaling tijdens de procedure van machtiging werden gehoord of behoorlijk werden opgeroepen.

Krachtens art. 1654 Ger.W. zijn de bepalingen van hoofdstuk VIII, titel III, deel V, van dit wetboek, namelijk art. 1639 tot 1653 Ger.W., van toepassing op de rangregeling, geopend na een verkoop die van rechtswege overwijzing van de prijs ten behoeve van de ingeschreven schuldeisers medebrengt.

Krachtens art. 1653 Ger.W. worden alle bestaande inschrijvingen en overschrijvingen op verzoek van de kopers ambtshalve doorgehaald op overlegging van een getuigschrift afgeleverd door de notaris, die vaststelt hetzij dat de prijs betaald is, hetzij, bij gebreke van een dergelijke betaling, dat een betaling is verricht die de koper bevrijdt voor het geheel van de sommen waartoe hij gehouden is.

5. Uit die bepalingen volgt dat, in het raam van de rangregeling geopend na een verkoping uit de hand, waartoe de curatoren van een faillissement overeenkomstig art. 1193ter Ger.W. werden gemachtigd, een ambtshalve doorhaling van alle bestaande inschrijvingen en overschrijvingen op overlegging van een door de notaris overeenkomstig art. 1653 Ger.W. afgeleverd getuigschrift, slechts mogelijk is zo alle personen die hetzij een inschrijving, hetzij een kantmelding hebben op het betrokken onroerend goed in het raam van de machtigingsprocedure werden gehoord of bij gerechtsbrief werden opgeroepen.

Van een rangregeling en van een ambtshalve doorhaling van alle inschrijvingen op overlegging van het notarieel getuigschrift, dat de betaling of de bevrijdende betaling vaststelt, kan slechts sprake zijn in de mate dat er overwijzing is van de prijs ten behoeve van de ingeschreven schuldeisers. Dit is niet het geval ten aanzien van de ingeschreven hypothecaire en bevoorrechte schuldeisers, die overeenkomstig art. 1193ter, tweede lid, Ger.W., tijdens de procedure van machtiging niet werden gehoord, noch behoorlijk werden opgeroepen.

6. De eerste verweerster voert aan dat het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden doordat het overeenkomstig art. 1193ter Ger.W. verkochte onroerend goed, ingevolge art. 129 Hyp.W., ook ten aanzien van de ingeschreven hypothecaire en bevoorrechte schuldeisers, die niet werden gehoord of behoorlijk werden opgeroepen, wordt gezuiverd, indien dit het gevolg is van het feit dat de hypotheekbewaarder in zijn getuigschrift bedoelde hypothecaire of bevoorrechte schuldeisers onvermeld liet, terwijl dit niet het geval is wanneer het niet oproepen of horen van de ingeschreven hypothecaire en bevoorrechte schuldeisers het gevolg is van de fout van een van de andere personen betrokken bij bedoelde machtigingsprocedure.

7. De omstandigheid dat de nieuwe bezitter enkel het voordeel van de zuivering behoudt voor het geval dat het niet horen of oproepen van de ingeschreven hypothecaire of bevoorrechte schuldeisers het gevolg is van een nalatigheid van de hypotheekbewaarder bij het uitreiken van het getuigschrift en niet wanneer dit het gevolg is van de fout van een van de andere personen betrokken bij bedoelde machtigingsprocedure, volgt uit het feit dat art. 129 Hyp.W. niet in andere uitzonderingen voorziet. Aan een dergelijke leemte in de wetgeving kan enkel de wetgevende macht remediëren.

Er bestaat derhalve geen aanleiding om een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof te stellen.

8. De appelrechters stellen vast dat:

– een kredietovereenkomst werd gesloten tussen de eiseres en de NV J.S., waarbij door de NV P.-I. als zekerheid een hypotheek in tweede rang werd toegestaan aan de eiseres op een onroerend goed gelegen te (...);

– op hetzelfde goed een hypotheek in eerste rang rustte ten voordele van de bank voor een bedrag van 1.090.731, 51 euro;

– de NV J.S. en de NV P.-I. in staat van faillissement werden verklaard;

– de curatoren van de NV P.-I. overeenkomstig art. 1193ter Ger.W. vorderden te worden gemachtigd tot de verkoop uit de hand over te gaan van voormeld onroerend goed, zonder dat de eiseres hierbij werd betrokken of opgeroepen;

– de curatoren desondanks machtiging verkregen van de rechtbank van koophandel en tot de verkoop overgingen van kwestieus onroerend goed aan de eerste verweerster voor de prijs van 1.090.731,51 euro;

– notaris V. naderhand een akte opstelde strekkende tot de doorhaling van de hypotheek van de eiseres, waarop de tweede verweerder tot deze doorhaling overging.

Zij oordelen dat:

– de notariële zuivering, zoals bepaald in art. 1653 Ger.W., volledig onder de verantwoordelijkheid gebeurt van de notaris, die het bedoelde attest aflevert, zonder dat enige rechterlijke tussenkomst in deze procedure is voorgeschreven;

– de op basis van art. 1653 Ger.W. gebeurde doorhaling dan ook definitief is, zodat de rechter geen rechtsmacht heeft om deze te doen herleven, zoals door de eiseres gevorderd.

9. De appelrechters geven aldus te kennen dat ook ten aanzien van de eiseres, die als ingeschreven hypothecaire schuldeiser niet werd gehoord, noch opgeroepen in het raam van de machtigingsprocedure bedoeld in art. 1193ter Ger.W., in het raam van de daaropvolgende rangregeling rechtsgeldig tot de doorhaling van alle bestaande inschrijvingen en overschrijvingen kon worden overgegaan op overlegging van een door een notaris overeenkomstig art. 1653 Ger.W. afgeleverd getuigschrift.

10. Door aldus te oordelen schenden de appelrechters art. 1193ter, 1326, 1653 en 1654 Ger.W.

Het middel is in zoverre gegrond.

Zaak C.08.0032.N

11. De appelrechters oordelen dat de vordering van de verweerster ertoe strekkende alle inschrijvingen en overschrijvingen op het door haar gekocht onroerend goed te doen doorhalen, zonder voorwerp is geworden op grond dat alle bestaande inschrijvingen en overschrijvingen op 15 juni 2005 reeds werden doorgehaald op overlegging van een door notaris V. overeenkomstig art. 1653 Ger.W. afgeleverd getuigschrift en dat de beschikking van de Beslagrechter te Mechelen van 9 juni 2006, waarbij de ongedaanmaking van deze doorhaling werd bevolen, werd tenietgedaan in het, op de dag van hun uitspraak, door hen in een andere zaak gewezen arrest, dat thans het voorwerp uitmaakt van het cassatieberoep in de zaak C.08.0037.N.

12. De vernietiging van het arrest in de zaak C.08.0037.N strekt zich uit tot de beslissingen die er het gevolg van zijn, te dezen het in de zaak C.08.0032.N bestreden arrest.

Het cassatieberoep vertoont geen belang meer.

Zaak C.08.0033.N

13. De appelrechters oordelen dat, aangezien de beschikking van de Beslagrechter te Mechelen van 9 juni 2006, waarbij de ongedaanmaking van de doorhaling werd bevolen, werd tenietgedaan in het, op de dag van hun uitspraak, door hen in een andere zaak gewezen arrest, dat thans het voorwerp uitmaakt van het cassatieberoep in de zaak C.08.0037.N, de ingeroepen titel, bij gebrek aan geldige hypothecaire inschrijving, niet uitgevoerd kan worden en de opheffing van het gelegd uitvoerend onroerend beslag dient te worden gelast.

14. De vernietiging van het arrest in de zaak C.08.0037.N strekt zich uit tot de beslissingen die er het gevolg van zijn, te dezen het in de zaak C.08.0033.N bestreden arrest.

Het cassatieberoep vertoont geen belang meer.
 

Noot: 

De zekerheidsrechtelijke beperkingen van de verkoop uit de hand van een onroerend goed dat tot een failliete boedel behoort, ENGELS C., Noot onder Cass. 4 maart 2010, 963

 

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 15/02/2011 - 20:46
Laatst aangepast op: di, 15/02/2011 - 20:46

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.