-A +A

Verkoop ongevalvrij tweedehandsauto niet conforme levering indien toch ongeval had

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg Burgerlijke rechtbank
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
maa, 05/09/2016

Krachtens art. 1649ter BW worden vier cumulatieve overeenstemmingscriteria opgelegd waaraan de verkochte zaak moet voldoen om in overeenstemming met de overeenkomst te zijn. Het niet voldoen aan één van deze vier criteria is voldoende om tot een gebrek aan overeenstemming te besluiten. Het voertuig is niet in overeenstemming met de door de verkoper gegeven beschrijving ervan (art. 1649ter, § 1, 1o BW). Het was immers niet ongevalvrij op het ogenblik van de koop. Verweerster heeft aldus niet voldaan aan haar contractuele leveringsplicht en heeft een contractuele wanprestatie begaan.

Krachtens art. 1649quater BW is de verkoper jegens de consument aansprakelijk voor elk gebrek aan overeenstemming dat bestaat bij de levering van de goederen en dat zich manifesteert binnen de bij wet bepaalde termijn die, wat tweedehandsgoederen betreft, niet korter mag zijn dan één jaar.

Dat een professionele verkoper zelf niet op de hoogte was van het gebrek aan overeenstemming is, binnen het toepassingsgebied van de Wet Consumentenkoop, niet relevant. 

De klassieke bepaling dat de koper "de levering van het voertuig heeft aanvaard in de staat waarin het zich bevond" baat niet. Krachtens art. 1649octies BW zijn contractuele bedingen of afspraken overeengekomen vooraleer het gebrek aan overeenstemming ter kennis is gebracht en waardoor, rechtstreeks of onrechtstreeks, de rechten die de consument uit de wet put, worden beperkt of uitgesloten, evenwel nietig.

De bepaling op de factuur volgens welke eiser het voertuig heeft aanvaard in de staat waarin het zich bevond, als gevolg waarvan eiser zich niet meer op art. 1649ter, § 1 BW zou kunnen beroepen m.b.t. een gebrek aan overeenstemming dat hij op het ogenblik van de levering niet kende, is nietig.

Een bewering van een verkoper dat een consument-koper er vóór de levering op de hoogte was of kon zijn van een voorafgaand ongeval aan een voertuig dat nochtans als ongevalvrij voertuig werd verkocht, volstaat niet. De verkoper dient bij een dergelijke verkoop aan te tonen dat de koper kennis had van het niet-ongevalvrije karakter van het voertuig op het ogenblik van de levering.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
553
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

L.V. t/ BVBA G.M.

...

II. Feitelijke gegevens en antecedenten

Op 24 september 2011 kocht eiser een tweedehands Mercedes C200 bij verweerster, tegen de prijs van 27.500 euro. Verweerster bevestigde daarbij dat het voertuig ongevalvrij was.

Eiser stelde bij de eerste poetsbeurt vast dat er spuitwerken waren uitgevoerd aan het voertuig. Hij stelt dat het voertuig niet schadevrij was en is hersteld op een onzorgvuldige manier. Verweerster betwist dat het voertuig niet ongevalvrij zou zijn. Zij geeft toe dat de zijkant van het voertuig werd herspoten en voert aan dat dit zichtbaar was bij verkoop en dat dit aan eiser was meegedeeld.

Bij vonnis van deze rechtbank van 13 februari 2013 werd G. B. als deskundige aangesteld teneinde onder andere na te gaan of het voertuig op 24 september 2011 bij verkoop aan eiseres ongevalvrij was.

Op 10 februari 2015 legde de deskundige zijn eindverslag neer.

III. De vorderingen van partijen

De vordering van eiser zoals geformuleerd in zijn laatst neergelegde syntheseconclusie strekt er primair toe om de verkoopovereenkomst van 24 september 2011 tussen eiser en verweerster te ontbinden dan wel nietig te verklaren ten laste van verweerster en haar op die grond te veroordelen tot betaling van 28.500 euro, vermeerderd met de interesten en kosten. Subsidiair vordert eiser om verweerster minstens te veroordelen tot betaling van 10.203,89 euro vermeerderd met de interesten en de kosten.

Verweerster verzoekt primair de vordering van eiser ontvankelijk maar ongegrond te verklaren, aangezien zij niet op de hoogte kon zijn van de schade aan het chassis en of het herspuiten dan wel volgens de regels van de kunst werd gedaan. Subsidiair vordert verweerster uitspraak te verlenen overeenkomstig de vaststellingen van deskundige B., zijnde dat verweerster 5.361,01 euro btw inclusief dient te betalen aan eiser. (...).

IV. Bespreking

1. De vordering van eiser tot ontbinding van de overeenkomst

1.1. Eiser vordert primair de ontbinding van de koopovereenkomst wegens niet-conforme levering op basis van de Wet Consumentenkoop, minstens op basis van het gemene recht, met terugbetaling van de betaalde aankoopprijs van 27.500 euro, vermeerderd met de interesten.

...

1.2. Tussen partijen is een overeenkomst tot stand gekomen betreffende de aankoop door eiser van een voertuig Mercedes C200 dat ongevalvrij was. Verweerster heeft er zich toe verbonden om een dergelijk ongevalvrij voertuig te leveren (art. 1604 BW).

Op de vraag van deze rechtbank of het voertuig ongevalvrij was op het moment van de verkoop, antwoordde gerechtsdeskundige B. als volgt: «Wat de oorsprong van de schade was is onbekend. Er was schade ten gevolge van een impact, met wat dit is onbekend, en dit achterhalen ligt buiten de bevoegdheid van de opdracht. Er was schade ten gevolge van een impact, dus ten gevolge van een ongeval. Of dit was met een ander voertuig en tegen een materieel iets, doet niets ter zake. De begripsomschrijving ongevalvrij of schadevrij is quasi hetzelfde. Men kan wel schade hebben zonder ongeval, bijvoorbeeld door slecht weer of omvallende bomen.»

Op basis van de vaststellingen van de gerechtsdeskundige besluit de rechtbank dat het door eiser aangekochte voertuig Mercedes C200 niet ongevalvrij was op het ogenblik van de aankoop. Een voertuig dat ongevalvrij is, is een voertuig dat niet is betrokken in een ongeval, zijnde een plotseling, onverwacht en extern inwerkend geweld op een voertuig als gevolg waarvan schade ontstaat aan dit voertuig. De schade aan het voertuig Mercedes C200 bestond onder meer uit een gedeeltelijke doorscheuring van de linker voorste indeuking kop van de linker steunbalk voorvleugel. Deze schade is zonder twijfel ontstaan ten gevolge van een impact met een voorwerp. Of dit voorwerp al dan niet een voertuig betreft, is niet relevant.

Op basis van de vaststellingen gedaan door gerechtsdeskundige B. kan aldus worden besloten dat het door verweerster aan eiser geleverde voertuig niet ongevalvrij was op het ogenblik van de koop.

1.3. Eiser vordert de ontbinding van de koopovereenkomst op basis van de Wet Consumentenverkoop.

De koop gesloten tussen eiser en verweerster m.b.t. het voertuig Mercedes C200 valt onder het toepassingsgebied van de Wet Consumentenverkoop. Verweerster betwist dit overigens niet.

Krachtens art. 1649ter BW worden vier cumulatieve overeenstemmingscriteria opgelegd waaraan de verkochte zaak moet voldoen om in overeenstemming met de overeenkomst te zijn. Het niet voldoen aan één van deze vier criteria is voldoende om tot een gebrek aan overeenstemming te besluiten. Het voertuig is niet in overeenstemming met de door de verkoper gegeven beschrijving ervan (art. 1649ter, § 1, 1o BW). Het was immers niet ongevalvrij op het ogenblik van de koop. Verweerster heeft aldus niet voldaan aan haar contractuele leveringsplicht en heeft een contractuele wanprestatie begaan.

1.4. Krachtens art. 1649quater BW is de verkoper jegens de consument aansprakelijk voor elk gebrek aan overeenstemming dat bestaat bij de levering van de goederen en dat zich manifesteert binnen de bij wet bepaalde termijn die, wat tweedehandsgoederen betreft, niet korter mag zijn dan één jaar. Dat verweerster zelf niet op de hoogte was van het gebrek aan overeenstemming is, binnen het toepassingsgebied van de Wet Consumentenkoop, niet relevant. Verweerster betwist niet dat het gebrek aan overeenstemming zich heeft gemanifesteerd binnen de bij wet bepaalde termijn en betwist evenmin dat eiser verweerster tijdig van dit gebrek op de hoogte heeft gebracht. Aangezien het gebrek aan overeenstemming zich voordeed binnen de wettelijke garantietermijn, zijn de artt. 1641 e.v. BW niet van toepassing.

Verweerster voert aan dat eiser op het ogenblik van de levering het voertuig heeft aanvaard in de staat waarin het zich bevond en dat zij eiser op de hoogte heeft gebracht van het feit dat het voertuig deels werd herspoten. Krachtens art. 1649octies BW zijn contractuele bedingen of afspraken overeengekomen vooraleer het gebrek aan overeenstemming ter kennis is gebracht en waardoor, rechtstreeks of onrechtstreeks, de rechten die de consument uit de wet put, worden beperkt of uitgesloten, evenwel nietig. De bepaling op de factuur volgens welke eiser het voertuig heeft aanvaard in de staat waarin het zich bevond, als gevolg waarvan eiser zich niet meer op art. 1649ter, § 1 BW zou kunnen beroepen m.b.t. een gebrek aan overeenstemming dat hij op het ogenblik van de levering niet kende, is nietig. De bewering van verweerster dat zij eiser er vóór de levering van op de hoogte heeft gebracht dat het voertuig deels werd herspoten, houdt niet in dat eiser er kennis van had dat het voertuig niet ongevalvrij was. Bovendien toont verweerster niet aan dat zij eiser hiervan vóór de levering op de hoogte heeft gebracht. De e-mailcorrespondentie tussen partijen toont aan dat dit niet het geval was. Verweerster dient aan te tonen dat eiser kennis had van het niet-ongevalvrije karakter van het voertuig op het ogenblik van de levering. Verweerster faalt in deze bewijslast.

Overigens is het voor de rechtbank onduidelijk in welke mate eiser op het ogenblik van levering meer had kunnen of moeten vaststellen dan verweerster, die een professionele autohandelaar is.

Voormelde bepaling op de factuur, die iedere garantie uitsluit en bijgevolg de rechten van eiser als consument in ernstige mate beperkt, kan geen rechtsgevolgen sorteren. Verweerster blijft zodoende als verkoper garantieplichtig in de zin van art. 1649quater BW voor elk gebrek aan overeenstemming dat bestond bij de levering van het voertuig en dat zich manifesteerde binnen de bij wet bepaalde termijn.

1.5. Art. 1649quinquies BW bepaalt dat de consument, naast eventueel schadevergoeding, het recht heeft om van de aansprakelijke verkoper hetzij de herstelling of de vervanging te eisen, hetzij een passende vermindering van de prijs of de ontbinding van de overeenkomst.

Verweerster biedt aan om het voertuig te herstellen. Deze herstelling biedt evenwel geen oplossing. Het herstel moet immers leiden tot een goed dat in overeenstemming is met de overeenkomst, dit is een ongevalvrij voertuig. Een herstelling zou eventueel tot een schadevrij voertuig kunnen leiden, maar niet tot een ongevalvrij voertuig. Bovendien is het vertrouwen tussen partijen in die mate aangetast dat een herstelling van het voertuig door verweerster niet tot het verhoopte resultaat zou kunnen leiden. Vervanging van het voertuig wordt door verweerster niet aangeboden en lijkt, gelet op de specifieke aard van het goed, quasi onmogelijk.

Krachtens art. 1649quinquies, § 3 BW heeft eiser het recht om van verweerster de ontbinding van de koopovereenkomst te eisen. De rechtbank is van oordeel dat het gebrek aan overeenstemming (dit is het niet-ongevalvrije karakter van het voertuig) van voldoende zwaarwegende aard is om de gevorderde ontbinding van de koopovereenkomst te rechtvaardigen, minstens dat dit gebrek niet van geringe betekenis is. Het was immers de uitdrukkelijke wens van eiser om een ongevalvrij voertuig te kopen. Gelet op zijn uitdrukkelijke verzoek ter zake, kan worden vermoed dat eiser het voertuig niet zou hebben aangekocht indien hij had geweten dat het voertuig niet ongevalvrij was.

De rechtbank besluit aldus tot ontbinding van de koopovereenkomst ten laste van verweerster krachtens art. 1649quinquies, § 3 BW.

De ontbinding van de overeenkomst heeft tot gevolg dat de partijen hun wederzijdse prestaties aan elkaar dienen terug te geven. Dit komt erop neer dat verweerster de koopprijs van 27.500 euro dient terug te betalen aan eiser en dat eiser het voertuig Mercedes C200 dient terug te geven aan verweerster.

1.6. Verweerster voert aan dat rekening moet worden gehouden met het gebruik dat eiser intussen heeft gemaakt van het voertuig en met de vetusteit van het voertuig.

Art. 1649quinquies, § 3, laatste lid BW bepaalt dat elke terugbetaling aan de consument wordt verminderd om rekening te houden met het gebruik dat deze van het goed heeft gehad sinds de levering ervan. Met de vetusteit kan geen rekening worden gehouden.

De rechtbank stelt vast dat verweerster haar vordering ter zake niet specificeert. Bij gebrek aan gegevens, bepaalt de rechtbank de vergoeding voor het gebruik van het voertuig op 1.825 euro, zijnde één euro per dag gebruik sinds aankoop.

1.7. Krachtens art. 1649quinquies, § 1 BW vordert eiser ook schadevergoeding, ex aequo et bono begroot op 1.000 euro. De rechtbank stelt vast dat eiser een omwentelingssensor links vooraan heeft moeten vervangen (factuur van 142,90 euro). Behalve deze factuur levert eiser geen concreet bewijs van de schade, maar het is redelijkerwijze aannemelijk dat hij minstens morele schade heeft geleden alsook kosten voor heen-en-weergeloop. De door eiser gevorderde schadevergoeding van 1.000 euro is in dit geval passend en kan worden toegekend.

1.8. Eiser vordert ook interesten vanaf 24 september 2011. Indien een koopovereenkomst wordt ontbonden, dan is op de bedragen die het voorwerp uitmaken van de restitutieplicht van de verkoper, in beginsel, slechts interest verschuldigd vanaf de ingebrekestelling, zijnde 28 februari 2012 (zie ook: Cass. 5 januari 2012, Pas. 2012, 29).

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 29/11/2017 - 14:09
Laatst aangepast op: wo, 29/11/2017 - 14:09

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.