-A +A

Verkoop onder opschortende voorwaarde van machtiging van de vrederechter van een onroerend goed is ongeldig

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Vredegerecht
Plaats van uitspraak: Turnhout
Datum van de uitspraak: 
vri, 23/01/2009
Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2009-2010
Pagina: 
1142
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Gelet op het verzoekschrift van 19 november 2008, neergelegd door mevrouw V., handelend in hoedanigheid van moeder van de minderjarige kinderen D.K. en D.S.;

Overwegende dat bij dit verzoekschrift gevraagd wordt dat machtiging zou worden verleend tot verkoop van het onroerend goed gelegen te R. (...);

Overwegende dat de verzoekende partij betoogt dat zij een koper heeft gevonden voor een bedrag van 220.000 euro en dat dit, volgens een bijgevoegd schattingsverslag opgemaakt door de heer L.D. op 17 december 2007 in het raam van een voorafgaande schatting inzake het overlijden van mevrouw D., geactualiseerd door notaris D. op 19 november 2008, een zeer goede prijs zou zijn;

Overwegende dat beweerd wordt dat een dergelijke prijs bij een openbare verkoop niet kan worden gehaald;

Overwegende dat derwijze zou worden gehandeld in het belang van de minderjarigen;

Overwegende dat de meerderjarige mede-eigenaars voorts akkoord zouden gaan met de verkoop tegen dergelijke voorwaarden;

Overwegende dat de vrederechter contact nam met het kantoor van de notaris en bijkomend de stukken opvroeg waarnaar verwezen werd;

Overwegende dat nu blijkt dat er reeds een onderhandse verkoopovereenkomst werd opgesteld;

Overwegende dat de rechtbank een ondertekend compromis ontving op 6 januari 2009 en dat het document zelf de datum van 29 september 2008 draagt;

Overwegende dat er voorts, erger nog, een bewijs is van ontvangst van 22.000 euro, ontvangen door het adviesbureau D.;

Overwegende dat een makelaar in onroerende goederen beter zou moeten weten;

Overwegende dat mevrouw V., als ouder, op dat ogenblik geenszins kon handelen in de hoedanigheid van langstlevende ouder over de minderjarige kinderen K. en S.D.;

Overwegende dat zij de vereiste machtiging niet had overeenkomstig art. 410 B.W.;

Overwegende dat zij evenmin kon handelen bij wijze van sterkmaking;

Overwegende dat het goedkeuren van een verkoop waarbij minderjarigen gerechtigd zijn, een appreciatiebevoegdheid is van de vrederechter, waarvoor niemand zich sterk hoeft te maken;

Overwegende dat art. 410 B.W. duidelijk is;

Overwegende dat men allereerst een hoedanigheid moet hebben, om dan te kunnen onderhandelen en eventueel voorwaarden te bedingen;

Overwegende dat zonder machtiging helemaal niets kon geschieden wat de belangenbehartiging van de minderjarigen betreft;

Overwegende dat er pas verkocht kan worden nadat de Vrederechter hiermee heeft ingestemd;

Overwegende dat het de Vrederechter niet is toegelaten, want het zou strijdig zijn met de bepalingen van art. 410 B.W., om retroactief goed te keuren;

Overwegende dat het al even fout is te denken dat men zou kunnen verkopen onder de opschortende voorwaarde van machtiging;

Overwegende dat de essentie van de wetgeving dienaangaande is dat de controlefunctie en de machtiging eerst wordt uitgeoefend door de Vrederechter en dat partijen dan pas hun gang kunnen gaan;

Overwegende dat voor zover als nodig mag worden verwezen naar het boek «Het machtigingsvereiste in de zin van art. 410 B.W.» van Sven Mosselmans, verschenen in C.A.B.G., nummer 2003/6, p. 103;

Overwegende dat te dezen de machtiging volledig geweigerd wordt;

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 28/02/2010 - 17:55
Laatst aangepast op: zo, 28/02/2010 - 17:55

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.