-A +A

Verklaring van derde-beslagene te vermelden activa

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg
Datum van de uitspraak: 
vri, 21/04/2017
A.R.: 
F.15.0200.N

Artikel 55 van de wet van 7 november 1987 heeft niet tot gevolg dat de derde-beslagene geen melding dient te maken van het bestaan van de activa waaruit de collectieve of individuele spaarrekeningen zijn samengesteld in de verklaring van derde-beslagene die ertoe strekt aan de beslagleggende schuldeisers transparantie te verschaffen over de activa van de schuldenaar.

Krachtens art. 1542 Ger.W. is de derde-beslagene, binnen vijftien dagen na het derdenbeslag, ertoe gehouden verklaring te doen van de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag. Deze verklaring moet nauwkeurig alle dienstige gegevens voor de vaststelling van de rechten van partijen vermelden en inzonderheid de bevestiging door de derde-beslagene dat hij niet of niet meer de schuldenaar is van de beslagene.

Art. 1542 Ger.W. bepaalt verder dat de derde-beslagene, indien hij zijn verklaring niet doet binnen vijftien dagen na het derdenbeslag, of ze niet met nauwkeurigheid heeft gedaan en zoals gezegd wordt in art. 1452, geheel of ten dele schuldenaar kan worden verklaard van de oorzaken en de kosten van het beslag, onverminderd de kosten van de tegen hem ingestelde rechtspleging, die in die gevallen te zijnen laste zijn

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
1500
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

 AR nr. F.15.0200.N

Belgische Staat, minister van Financiën t/ NV K.B.

...

I. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Krachtens art. 164, § 1 KB WIB92, in zijn toepasselijke versie, zijn alle pachters, huurders, ontvangers, agenten, huismeesters, notarissen, gerechtsdeurwaarders, griffiers, curatoren, vertegenwoordigers en andere bewaarnemers en schuldenaars van aan een belastingschuldige verschuldigde of toebehorende inkomsten, sommen en zaken, verplicht, op het hun door de bevoegde ontvanger bij ter post aangetekende brief gedane verzoek, te betalen met het voor beslag vatbare gedeelte van de inkomsten, sommen en zaken die zij verschuldigd zijn of die zij onder zich houden en met kwijting insluitend gevolg voor de belastingschuldige, tot beloop van het bedrag, geheel of gedeeltelijk, dat door deze laatste verschuldigd is uit hoofde van belastingen, belastingverhogingen, nalatigheidsinteresten, boeten en kosten van vervolging of tenuitvoerlegging. Dit verzoek geeft aanleiding tot het opmaken van het bericht van beslag als bedoeld in art. 1390 Ger.W. (§ 3) en de derde-houders die niet het verzoek kunnen voldoen, zijn verplicht om binnen vijftien dagen na het neerleggen ter post van dit verzoek, bij ter post aangetekende brief gericht aan de ontvanger, de verklaring te doen bedoeld in art. 1542 Ger.W. (§ 4).

Indien zij niet aan de voormelde verplichtingen voldoen, kunnen de derde-houders worden vervolgd alsof zij rechtstreeks schuldenaars waren (§ 5).

2. Krachtens art. 1542 Ger.W. is de derde-beslagene, binnen vijftien dagen na het derdenbeslag, ertoe gehouden verklaring te doen van de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag. Deze verklaring moet nauwkeurig alle dienstige gegevens voor de vaststelling van de rechten van partijen vermelden en inzonderheid de bevestiging door de derde-beslagene dat hij niet of niet meer de schuldenaar is van de beslagene.

Art. 1542 Ger.W. bepaalt verder dat de derde-beslagene, indien hij zijn verklaring niet doet binnen vijftien dagen na het derdenbeslag, of ze niet met nauwkeurigheid heeft gedaan en zoals gezegd wordt in art. 1452, geheel of ten dele schuldenaar kan worden verklaard van de oorzaken en de kosten van het beslag, onverminderd de kosten van de tegen hem ingestelde rechtspleging, die in die gevallen te zijnen laste zijn.

3. Krachtens art. 55 van de wet van 7 november 1987 waarbij voorlopige kredieten worden geopend voor de begrotingsjaren 1987 en 1988 en houdende financiële en diverse bepalingen, kan behoudens bij al dan niet vroegtijdige opneming of vereffening van de overeenkomstig art. 72 WIB gevormde spaartegoeden, pensioenen, renten of kapitalen, geen uitvoerend beslag worden gelegd, noch op de activa waaruit de collectieve of individuele spaarrekeningen zijn samengesteld, noch op de dekkingswaarden van de technische reserves m.b.t. de spaarverzekering.

Uit de parlementaire voorbereiding blijkt de bedoeling van de wetgever om uitsluitend het uitvoerend beslag tijdelijk te verhinderen, maar niet om deze activa definitief aan het verhaalsrecht van de schuldeisers te onttrekken, noch om een bewarend beslag hierop te verhinderen.

Vermeld art. 55 heeft dan ook niet tot gevolg dat de derde-beslagene geen melding dient te maken van het bestaan van deze activa in de verklaring van derde-beslagene die ertoe strekt aan de beslagleggende schuldeisers transparantie te verschaffen over de activa van de schuldenaar.

4. De appelrechters die oordelen dat «de activa uit collectieve of individuele spaarrekeningen in het raam van pensioensparen niet het voorwerp kunnen zijn van een uitvoerend derdenbeslag» en dat de verweerster dientengevolge als derde-beslagene, door geen melding te maken van in het raam van het pensioensparen gevormde activa «geen onnauwkeurige, laat staan valse, verklaring van derde-beslagene [heeft] afgelegd en dus niet veroordeeld kan worden tot de oorzaken en kosten van het beslag», verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

...

Noot: 


Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 12/05/2018 - 10:06
Laatst aangepast op: ma, 21/05/2018 - 14:47

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.