-A +A

Verjaring in tuchtzaken advocaat aanvang termijn

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 20/03/2015
A.R.: 
D.14.0007.N

Uit de artikelen 458, §1, eerste en tweede lid, en 474 Gerechtelijk Wetboek en uit de voorbereidende werken van de wet van 21 juni 2006 wijzigende de tuchtprocedure van toepassing op de leden van de balie, volgt dat het onderzoek dient te worden geopend binnen de twaalf maanden na kennisname van de feiten door de bevoegde tuchtrechtelijke autoriteit, zijnde de stafhouder of desgevallend de voorzitter van de tuchtraad, en dat het openen van het onderzoek onder meer kan blijken uit het schriftelijke bericht waarbij de advocaat op de hoogte wordt gebracht van het instellen van het onderzoek.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. D.14.0007.N
J. V. M.,
eiser,
tegen
PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL, met kantoor te 1000 Brussel, Poelaertplein 1,
verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de Nederlandstalige Tucht-raad van Beroep voor Advocaten van 11 februari 2014.

II. CASSATIEMIDDELEN
De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste middel
1. Krachtens artikel 458, § 1, eerste en tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, ont-vangt en onderzoekt de stafhouder de klachten tegen de advocaten van zijn Orde. Hij stelt een onderzoek in op verzoek van een klager, ambtshalve of op aangifte door de procureur-generaal. De stafhouder leidt het onderzoek of stelt een onder-zoeker aan, wiens taken en bevoegdheden hij omschrijft. De klager en de advocaat die het voorwerp uitmaakt van het onderzoek, worden van het instellen van het onderzoek schriftelijk op de hoogte gebracht.

Krachtens artikel 474 Gerechtelijk Wetboek, wordt de tuchtprocedure, op straffe van verjaring, ingesteld binnen twaalf maanden te rekenen van de kennisneming van de feiten door de tuchtrechtelijke autoriteit die bevoegd is om die procedure op gang te brengen.

2. Uit deze wetsbepalingen en uit de voorbereidende werken van de wet van 21 juni 2006 wijzigende de tuchtprocedure van toepassing op de leden van de ba-lie, volgt dat het onderzoek dient te worden geopend binnen twaalf maanden na kennisname van de feiten door de bevoegde tuchtrechtelijke autoriteit, zijnde de stafhouder of desgevallend de voorzitter van de tuchtraad, en dat het openen van het onderzoek onder meer kan blijken uit het schriftelijk bericht waarbij de advo-caat op de hoogte wordt gebracht van het instellen van het onderzoek.

3. Het middel dat aanvoert dat de tuchtvordering verjaard is indien meer dan een jaar verlopen is tussen het ogenblik dat de stafhouder kennis neemt van de fei-ten en het ogenblik waarop hij de zaak aanhangig maakt bij de tuchtraad, gaat uit van een verkeerde rechtsopvatting en faalt mitsdien naar recht.

Derde middel

Eerste onderdeel

4. De appelrechters oordelen dat "overduidelijk [blijkt] uit het proces-verbaal van verhoor dd. 4 maart 2010 en de erbij gevoegde brief van 13 februari 2009 uitgaande van het kantoor van en ondertekend door [de eiser], dat deze op het ogenblik van de hem ten laste gelegde feiten alleszins nog de raadsman was van [de klager J.VQ]".

5. Aldus beantwoorden de appelrechters het verweer van de eiser dat hij ten aanzien van de klagers, ten tijde van de hem ten laste gelegde feiten, niet als ad-vocaat was opgetreden.

Voor zover het onderdeel ervan uitgaat dat de appelrechters oordelen dat de eiser door het stellen van de hem ten laste gelegde feiten handelingen heeft gesteld die onder het monopolie van de advocaat vallen, berust het op een verkeerde lezing van de bestreden beslissing.
In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag.

6. In zoverre het onderdeel opkomt tegen de beoordeling in feite van de appel-rechters dat de eiser ten tijde van de hem ten laste gelegde feiten nog optrad als advocaat van een van de klagers, is het niet ontvankelijk.

7. Krachtens artikel 456 Gerechtelijk Wetboek heeft de tuchtraad tot taak de inbreuken op de eer van de Orde en op de beginselen van waardigheid, rechtscha-penheid en kiesheid, die aan het beroep ten grondslag liggen en een behoorlijke beroepsuitoefening moeten waarborgen, te bestraffen.

Hierin is begrepen de plicht van onafhankelijkheid van de §advocaat ten opzichte van zijn cliënt.

8. Onverschillig of een bepaalde gedraging al dan niet in de uitoefening of naar aanleiding van de uitoefening van het beroep plaatsvindt, kan zij een inbreuk op of een tekortkoming aan de eer van de Orde of de waardigheid van het beroep van advocaat uitmaken.

9. Door te oordelen dat "de ten laste gelegde feiten onbetwistbaar niet te ver-enigen zijn met de principes vooral van de kiesheid waartoe de advocaat verplicht is: het aankopen van een onroerend goed samen met een cliënt, zij het via een pa-trimoniumvennootschap, het verkopen van een handelseigendom aan een cliënt en het verstrekken van een lening aan een cliënt" en dat de onafhankelijkheid van de eiser als advocaat bij dergelijke transacties manifest in het gedrang is gekomen, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht dat de eiser tekort is ge-komen aan de waardigheid van het beroep van advocaat.
In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.

Tweede en derde onderdeel samen

10. Krachtens artikel 8 EVRM, heeft eenieder recht op respect voor zijn privé-leven, zijn familie- en zijn gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

11. De appelrechters oordelen dat:
- door de eiser ten onrechte wordt aangevoerd dat hij ten tijde van de ten laste gelegde feiten niet meer de raadsman van de klager was;
- de eiser als privépersoon wellicht een lening zou hebben kunnen verstrekken aan een niet-cliënt, doch niet als advocaat aan een cliënt;
- dergelijke transacties immers vrij gemakkelijk aanleiding geven tot tegenstrij-digheid van belangen;
- het in het gedrang komen van de onafhankelijkheid van de eiser als advocaat bij dergelijke transacties en vooral bij het verstrekken van een lening aan een cliënt, manifest is.

De beslissing geeft aldus te kennen dat de feiten zich niet situeren in het
privé-leven van de eiser, maar in zijn beroepsleven als advocaat, en impliciet maar zeker dat artikel 8 EVRM, dat voorschrijft dat eenieder recht heeft op respect voor zijn privé-leven, niet toepasselijk is.

12. De onderdelen die ervan uitgaan dat artikel 8 EVRM toepasselijk is, kunnen niet worden aangenomen.
Tweede middel

13. De appelrechters beantwoorden het in het middel bedoelde verweer niet.
Het middel is, in zoverre, gegrond.

Overige grieven

14. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt de bestreden beslissing in zoverre het uitspraak doet over de kosten.
Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de krant van de gedeel-telijke vernietigde beslissing.
Veroordeelt de eiser tot twee derden van de kosten en de verweerder tot een derde van de kosten van de cassatieprocedure.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Nederlandse Tuchtraad van Beroep voor Advocaten, anders samengesteld.
Bepaalt de kosten voor de eiser op 821,11 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer

Noot: 

NOOT onder dit arrest in het RW – Bart Van den bergh, Bezint eer ge begint? Over de professionele aansprakelijkheid van een advocaat wegens een gestrande actio mandati

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 10/01/2017 - 15:27
Laatst aangepast op: di, 10/01/2017 - 15:27

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.