-A +A

Verjaring loon van de zeeman

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Arbeidshof
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
maa, 16/10/1995

Het recht op loon en het recht op gage van de zeeman verjaart na 1 jaar (artikel 270, vijfde lid, van boek II van het Wetboek van Koophandel.).
Dit loon is onderworpen aan de wet van 12 april 1965 op loonbescherming, bepaling die zeer ruim dient opgevat.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
1996-1997
Pagina: 
446

«In casu gaat het ongetwijfeld over een arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst. Op dergelijke overeenkomsten is, zeker wat de verhouding werkgever-werknemer betreft, de wet van 5 juni 1928 houdende regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst toepasselijk.

«Deze wet bevat geen bepaling inzake verjaring. Een dergelijke bepaling vindt men wel in artikel 270, vijfde lid, van boek II van het Wetboek van Koophandel.

«Artikel 270, vijfde lid, spreekt van ‘loon en huur‘. Bedoeld worden alle voordelen waarop de zeeman uit hoofde van de tijdens de zeereis verrichte prestaties recht heeft. Deze verjaring bedraagt een jaar en begint te lopen vanaf het einde van de reis (zie ‘De verjaring in het Arbeidsrecht‘, J. Herman, J.T.T., 1984, 127, nrs. 43 en 44).

«Anderzijds is de wet van 12 april 1965 op de bescherming van het loon toepasselijk op:

1) het loon in geld waarop de werknemer ingevolge zijn dienstbetrekking recht heeft ten laste van de werkgever;

2) de fooien of het bedieningsgeld waarop de werknemer recht heeft ingevolge zijn dienstbetrekking of krachtens het gebruik;

3) de in geld waardeerbare voordelen waarop de werknemer ingevolge zijn dienstbetrekking recht heeft ten laste van de werkgever.

«Onder deze bepaling, die ruim opgevat moet worden (Cass., 24 mei 1972, J.T.T., 1972, 202) omdat tijdens de parlementaire bespreking tijdens de voorbereiding van de wet van 12 april 1965 herhaaldelijk onderstreept werd dat het loonbegrip in de wet een ruime betekenis heeft (Arbeidsovereenkomst, J. Steyaert, blz. 192, nr. 249), valt heel zeker de gage bedoeld in artikel 54 van de wet van 5 juni 1928, die in het geval van geïntimeerde bestond in een percentage van 5,5 % op de brutobesomming van de vangst van de reis.»

Noot: 

De Wet houdende regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst van 5 juni 1928 werd opgeheven in zoverre zij betrekking heeft op de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij door de wet van 03/05/2003 tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser

Art 59 van deze wet stelt "De rechtsvorderingen die uit de door deze wet geregelde arbeidsovereenkomst ontstaan, verjaren één jaar na het eindigen van deze overeenkomst of vijf jaar na het feit waaruit de vordering is ontstaan, zonder dat deze termijn één jaar na het eindigen van deze overeenkomst mag overschrijden."

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 12/10/2017 - 16:45
Laatst aangepast op: do, 12/10/2017 - 16:50

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.