-A +A

Verhuurder die huur zelf heeft opgezegd omdat woning niet voldeed aan woningkwaliteitsnormen onschuldig aan huisjemelkerij

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
vri, 01/12/2017

Wegens de huuropzegging door de verhuurder die reeds ter kennis werd gebracht ruim vóór de te laste gelegde periode, is bewezen dat de beklaagde (verhuurder) in de vervolgde periode de woning  niet meer wou verhuren of ter beschikking stellen aan de huurder. In die omstandigheden maakte de beklaagde zich in de te laste gelegde periode niet schuldig aan het wetens en willens ter beschikking stellen, c.q. verhuren van de woningen die niet conform de vereiste kwaliteits-, gezondheids- en veiligheidsnormen van de Vlaamse Wooncode waren. Het moreel bestanddeel is niet bewezen voor wat deze telastleggingen betreft.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
1389
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

P.C.

...

Aan de beklaagde wordt onder de telastlegging A, 1o, 2o en 3o te laste gelegd dat zij drie woningen in het pand gelegen te (...), die niet voldeden aan de vereisten en normen van art. 5 van de Wooncode heeft verhuurd, met name een ongeschikte en onbewoonbare woning op de derde verdieping aan C.F., een ongeschikte woning op de gelijkvloerse verdieping aan D.M. en een ongeschikte woning op de eerste verdieping aan B.M.

...

De beklaagde is de eigenares van de woning gelegen te (...). Dit pand is onderverdeeld in vier woningen. Drie van de vier woningen werden bewoond in de te laste gelegde periode. De beklaagde betwist de vastgestelde gebreken in de woningen niet. Zij vraagt echter aan het hof de vrijspraak, omdat zij de huurders reeds met een aangetekende brief kennis had gegeven van de opzegging van de huur voorafgaand aan de te laste gelegde periode. Hierdoor zou er in de te laste gelegde periode geen wil geweest zijn om te verhuren.

In eerste aanleg werden twee aangetekende brieven neergelegd die op 11 oktober 2014 werden verstuurd naar de huurders B.M. (telastlegging A.3) en C.F. (telastlegging A.1). In beide brieven werd gemeld dat de huur werd opgezegd en dat de opzeggingstermijn van zes maanden zou lopen vanaf 15 december 2014 tot en met 15 juni 2015.

Wegens de huuropzegging die reeds ter kennis werd gebracht ruim vóór de te laste gelegde periode, is bewezen dat de beklaagde in de vervolgde periode de woningen op de eerste en derde verdieping niet meer wou verhuren of ter beschikking stellen aan B.M. en C.F. In die omstandigheden maakte de beklaagde zich in de te laste gelegde periode niet schuldig aan het wetens en willens ter beschikking stellen, c.q. verhuren van de woningen op de eerste en derde verdieping te (...) die niet conform de vereiste kwaliteits-, gezondheids- en veiligheidsnormen van de Vlaamse Wooncode waren. Het moreel bestanddeel is niet bewezen voor wat de telastleggingen A.1 en A.3 betreft.

Wat de telastelegging A.2 betreft, namelijk het verhuren van een ongeschikte woning op de gelijkvloerse verdieping van het pand te (...) aan D.M. op 23 april 2015, wordt geen opzeggingsbrief voorgelegd. De woning op de gelijkvloerse verdieping werd een eerste maal gecontroleerd door de wooninspectie op 23 april 2015. Er werd bewoning door D.M. vastgesteld en er werden 27 strafpunten genoteerd waardoor de woning ongeschikt was. Volgende gebreken werden vastgesteld: gebrekkige afwerking bovenste plafonds, vocht in de kelder, lekkende keukenkraan, onvoldoende onderverluchting verbrandingstoestel, ontbrekende deurbel.

Bij het verhoor van de beklaagde op 19 oktober 2015 verklaarde ze dat er geen bewoning meer was, behalve op de gelijkvloerse verdieping. Ze verklaarde: «De appartementen waarin er problemen waren, die ongeschikt verklaard waren, zijn niet verhuurd momenteel. Er werd enkel aanplakking aangebracht aan de gevel met de vermelding ongeschiktheid voor de eerste en derde verdieping. Enkel op de gelijkvloerse verdieping is er iemand.»

Bij een volgende controle op 25 april 2016 werd geen bewoning meer vastgesteld op de gelijkvloerse verdieping en was de woning conform de vereisten van artikel 5 Wooncode.

Gelet op de afwezigheid van een opzeg voor de huur voor de gelijkvloerse verdieping, de verklaring van de beklaagde dat de gelijkvloerse verdieping op 19 oktober 2015 nog bewoond was en dat zij meende dat de woning op de gelijkvloerse verdieping niet ongeschikt was, staat het voor het hof vast dat de beklaagde op 23 april 2015 de woning op de gelijkvloerse verdieping, waarbij 27 strafpunten werden vastgesteld, wetens en willens verhuurde aan D.M. De telastlegging A.2 is bewezen.

...

Noot: 

T. Vandromme, «Verhuur van krotwoningen (inbreuken op de Vlaamse Wooncode)» in Comm.Straf., Mechelen, Kluwer, losbl., p. 18 e.v., nrs. 49 e.v.

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 23/04/2018 - 22:43
Laatst aangepast op: do, 10/05/2018 - 23:26

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.