-A +A

Verhoogde verkeersgeleider zonder signalisatie maakt weg gebrekkig

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Politierechtbank
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
maa, 17/02/2014

Een onvoldoende gesinaliseerde verkeersgeleider (schildpad)  kan resulteren in de aansprakelijkheid  in de zin van art. 1384, eerste lid BW.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2011-12
Pagina: 
1516
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

 

N. Van De R. t/ Vlaams Gewest

Het geding gaat terug op een verkeersongeval te Zelzate op 6 januari 2011.

Eiser acht verweerster aansprakelijk op basis van art. 1382 BW (aquiliaanse foutaansprakelijkheid) en art. 1384, eerste lid BW (kwalitatieve aansprakelijkheid als bewaarder van een gebrekkige zaak) (...).

Eiser vordert een schadevergoeding van 2.519,70 euro, vermeerderd met de interest.

...

Feitelijke gegevens

1. Op het vlak van de feitelijke gegevens beschikt de rechtbank allereerst over een geseponeerde strafinformatie.

Het ongeval gebeurde op 6 januari 2011 om 20 u 03 aan het kruispunt van de Kennedylaan en de R4 te Zelzate.

Eiser verklaart dat hij in de Kanaalstraat reed in de richting van de Kennedylaan. Hij wilde rechts afslaan op de Kennedylaan. Plots bemerkte hij een “verhoog” dat hij niet had zien liggen. Volgens eiser zag hij het “verhoog” niet wegens de ontoereikende verlichting. Eiser verklaart dat hij ongeveer 50 km per uur reed. Hij reed het “verhoog” aan en leed ernstige voertuigschade.

De verbalisanten maken melding van een verkeersgeleider van 10 à 20 cm hoog in de bocht naar rechts die de verbinding maakt tussen de Kennedylaan en de R4.

De toegelaten snelheid gaat van 90 km per uur over naar 70 km per uur naar 50 km per uur op het kruispunt.

De verkeersgeleider wordt voorafgegaan door een wit gearceerd verdrijvingsvak.

Ter hoogte van het kruispunt staat op de verkeersgeleider een verkeersbord B1 (voorrang aan het verkeer op de Kennedylaan).

Ter hoogte van de verkeersgeleider waar het ongeval gebeurde, lagen er in de berm gele reflecterende verkeerspaaltjes die een week na het ongeval opgesteld stonden op het verdrijvingsvak, vlak vóór de verkeersgeleider.

2. Er is duidelijk fotomateriaal van de plaats van het ongeval. Daarop is een rijbaan met voorsortering naar links en naar rechts te zien. De weg verbreedt naar het kruispunt toe en rechts van de voorsorteringsstroken ligt er een gearceerd verdrijvingsvlak met daarnaast een fietspad.

Ook dat verdrijvingsvlak verbreedt naar het kruispunt toe. Op het breedste gedeelte, net vóór het bereiken van de andere weg, ligt er een verhoogde verkeersgeleider.

Bij het bereiken van die verkeersgeleider staat er een bord B1. Wie echter over het verdrijvingsvlak rijdt, bereikt de verkeersgeleider ingevolge zijn configuratie vooraleer ter hoogte van het bord B1 te komen.

Op de foto van een week na het ongeval zijn dwars over het verdrijvingsvlak de verkeerspaaltjes te zien die het onmogelijk maken verder te rijden over het verdrijvingsvlak en de verhoogde verkeersgeleider aan te rijden.

Die laatste paaltjes stonden dus volgens de verbalisanten niet opgesteld op het moment van het ongeval.

Beoordeling

1. De rechtbank beoordeelt de aansprakelijkheidsvordering in eerste instantie op basis van de aangebrachte aansprakelijkheidsgrond van art. 1384, eerste lid BW.

2. In zijn algemeenheid is het correct dat er voor de overheid geen verplichting bestaat om een rijbaan te verlichten en dat de loutere afwezigheid van verlichting een rijbaan niet gebrekkig maakt (Pol. Brugge 6 september 1999, TAVW 2002, 320).

3. Ieder geval moet echter individueel bekeken en in concreto beoordeeld worden.

In casu gaat het niet om een onverlichte of ontoereikend verlichte weg, maar om een moeilijk waarneembare risico houdende hindernis, namelijk een verhoogde verkeersgeleider.

4. Een zaak is gebrekkig wanneer zij een abnormaal kenmerk vertoont dat van aard is in bepaalde omstandigheden schade te berokkenen aan derden. In de actuele stand van het recht wordt aangenomen dat de beoordeling van het abnormale kenmerk het fysieke criterium moet overstijgen en dat een normatief criterium in de beoordeling betrokken moet worden, namelijk de vraag te weten aan welke vereisten van de zaak de benadeelde zich normaal mocht verwachten (H. Vandenberghe, “Overzicht van rechtspraak. Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad”, TPR 2011, p. 349, nr. 140, met verwijzing naar Cass. 11 maart 2010, Arr.Cass. 2010, 715).

Een als zodanig niet abnormale constructie kan, wegens de risicovolle positie die ze inneemt, de weg gebrekkig maken (bv. Pol. Nijvel, afd. Waver 16 mei 2011, T.Pol. 2011, 75). Zo nam de rechtspraak als gebrek aan de afwezigheid van een reflecterend verkeersbord om een verhoogde inrichting op de rijbaan te signaleren (Pol. Brugge 26 december 2008, T.Pol. 2009, 189).

In casu waren de reflecterende verkeerspaaltjes, bedoeld om de verhoogde verkeersgeleider te signaleren en de voertuigen te beletten ertegen te rijden, op het ogenblik van het ongeval niet aanwezig. Zoals al gezegd, bereikte men het bord B1 (dat overigens een ander doel heeft dan het signaleren van een hindernis) pas bij het einde van de verhoogde verkeersgeleider.

Zelfs met de openbare verlichting is de verkeersgeleider in het donker (het ongeval gebeurde begin januari kort na 20 u) bijzonder moeilijk waarneembaar.

5. Om bovenstaande redenen concludeert de rechtbank tot het gebrek in de weg ingevolge de verrassende aanwezigheid van de niet behoorlijk gesignaleerde verhoogde verkeersgeleider.

Het is voor verweersters aansprakelijkheid op basis van art. 1384, eerste lid BW irrelevant of zij kennis had van de toestand of welke er de oorzaak van was.

Aangezien art. 1384, eerste lid BW een zelfstandige en toereikende aansprakelijkheidsgrond uitmaakt, hoeft de aangebrachte aansprakelijkheidsgrond van art. 1382 BW niet meer beoordeeld te worden.

6. De omstandigheid dat de verkeersgeleider zich bevindt binnen het gearceerde gebied van het verdrijvingsvlak en m.a.w. op een plaats die niet bestemd is voor het verkeer, staat het bestaan van een gebrek niet in de weg; de loutere omstandigheid dat de verrassende verkeersgeleider zich in het verdrijvingsvlak bevindt waar normaal geen verkeer toegelaten is, verantwoordt immers niet het besluit dat er geen gebrek in de weg zou zijn (Cass. 1 mei 2009, Arr.Cass. 2009, p. 1219, nr. 305, RW 2011-12, 1423).

Daartegenover staat dat eiser zelf een samenlopende fout beging door in strijd met het hem door het verkeersreglement opgelegde verbod over het gearceerde verdrijvingsvlak te gaan rijden, welke fout mede in oorzakelijk verband staat met het ongeval dat zich niet kon voordoen indien eiser die fout niet had begaan (vgl. Rb. Brussel 24 maart 2006, T.Pol. 2007, 86).

7. Naar het oordeel van de rechtbank droegen het toedoen van verweerster en de eigen samenlopende fout van eiser in gelijke mate bij tot het ontstaan van het ongeval en van de schade, zodat er bij helften gedeelde aansprakelijkheid is.

...

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 19/05/2015 - 12:04
Laatst aangepast op: di, 19/05/2015 - 12:04

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.