-A +A

Verhaal van de verzekeraar op de in solidum veroordeelde aansprakelijke

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Politierechtbank
Plaats van uitspraak: Mechelen
Datum van de uitspraak: 
maa, 20/08/2012

De aansprakelijkheidsverzekeraar die de benadeelde integraal heeft vergoed, wordt m.n. op grond van artikel 41 wet landverzekeringsovereenkomst gesubrogeerd in de rechten van de verzekerde. De verzekeraar kan bijgevolg de vordering uitoefenen waarover de verzekerde op grond van zijn in solidum aansprakelijkheid zou beschikt hebben indien hij zelf tot integrale vergoeding van de benadeelde was overgegaan.

Na integrale vergoeding van een foutloos slachtoffer, kan de aansprakelijkheidsverzekeraar dan ook tot terugvordering van een deel van de betaalde schadevergoeding ten laste van de medeaansprakelijken overgaan. Een betalende schuldenaar bekomt immers een regresrecht tegen de overige schuldenaars (G. Jocqué, “De rechten van de benadeelde ten aanzien van de aansprakelijkheidsverzekeraar bij een in solidum aansprakelijkheid van de verzekerde” (noot onder Cass. 25 juni 2004), TBH 2005, 856, nr. 4).

De verzekeraar die op grond van de WAM-wet het slachtoffer van een ongeval heeft vergoed, waarvoor zijn verzekerde en andere personen in solidum aansprakelijk zijn verklaard, heeft een verhaalsrecht op die andere personen ten belope van de bedragen die zijn bijdrage in de schade overtreffen. Dergelijke vordering berust op de verdeling in de bijdrageplicht tussen diegenen die aansprakelijk zijn voor schade (Cass. 19 februari 1999, Verkeersrecht 1999, 249).

Een gesubrogeerde verzekeraar kan derhalve tegen de medeaansprakelijke van een schadegeval optreden en/of tegen diens verzekeraar.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2014/11
Pagina: 
774
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(E.D.J. (van Portugese nationaliteit), Dexia Verzekeringen België NV / A.d.R.S. (van Portugese nationaliteit), KBC Verzekeringen NV)

en inzake van:

het Openbaar Ministerie, bijgevoegde partij.

Gezien de stukken van het dossier.

Gezien het vonnis van deze politierechtbank nr. 2200 van 17 maart 2008 waarbij de beklaagden A.d.R.S. en E.D.J. aansprakelijk werden verklaard voor het ongeval en werden veroordeeld in solidum met de verzekeringsmaatschappijen KBC Verzekeringen en Dexia Verzekeringen België tot betaling aan de burgerlijke partij De Federale Verzekeringen CV van een bedrag van 11.793.48 EUR, aan BVBA W. en Zonen van een bedrag van 1.891,43 EUR en aan L.R.E. van een provisioneel bedrag van 2.000 EUR, tevens werd Dr. M.P. aangesteld als geneesheer-deskundige met de gebruikelijke opdracht.

Gelet op het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Mechelen van 11 maart 2009 waarbij op burgerlijk gebied het bestreden vonnis bevestigd werd in al zijn beschikkingen.

Gelet op het deskundig verslag van Dr. M.P. neergelegd ter griffie op 8 september 2010 samen met zijn staat van kosten en ereloon.

Gelet op het vonnis van deze rechtbank d.d. 22 november 2010 nr. 2010/6905 tot begroting van de kostenstaat van Dr. M.P.

Gelet op het verzoekschrift artikel 4 van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering neergelegd ter griffie d.d. 16 januari 2012 door meester S. Deleus.

Gelet op de kennisgeving van het verzoekschrift aan de raadslieden van partijen bij gewone brief d.d. 3 februari 2012 en aan KBC Verzekeringen NV en A.d.R.S. bij gerechtsbrief d.d. 3 februari 2012.

Gelet op de neerlegging van conclusies en dossiers door de raadslieden van partijen.

Overwegende dat alleen de burgerlijke belangen in betwisting zijn na deskundig verslag.

Gehoord de raadsman van E.D.J. en Dexia Verzekeringen België NV in zijn middelen tot staving van zijn eis.

Gehoord het Openbaar Ministerie in zijn advies.

Gehoord de raadsman van A.d.R.S. en KBC Verzekeringen NV in zijn beweringen en verweermiddelen.

Het geschil heeft betrekking op de gevolgen van een verkeersongeval dat zich op 30 april 2006 te Willebroek voordeed.

IN RECHTE
A.d.R.S. en E.D.J. werden bij vonnis d.d. 17 maart 2008 van deze rechtbank t.a.v. de CVBA De Federale Verzekeringen, de BVBA W. en Zonen en L.R.E. aansprakelijk geacht. A.d.R.S. was verzekerd bij de NV KBC Verzekeringen en E.D.J. bij de NV Dexia Verzekeringen België. De rechtbank veroordeelde deze vier partijen telkens in solidum tot het betalen van de toegekende schadevergoedingen.

In hoger beroep stelde de correctionele rechtbank te Mechelen bij vonnis van 11 maart 2009 hierover letterlijk het volgende: “Op burgerlijk gebied. De rechtbank bevestigt het bestreden vonnis in al zijn beschikkingen en verwijst de zaak terug naar de eerste rechter om verder te handelen naar recht.”

I. De vordering van de NV Dexia Verzekeringen België
Partijen voeren voorafgaandelijk betwisting over een aantal kwesties, zodat de rechtbank hier eerst zal op ingaan.

1. Het gezag van gewijsde
Hier dient op de eerste plaats duidelijk gemaakt te worden dat het gezag van het gerechtelijk gewijsde beperkt is tot wat de rechter heeft beslist over een punt dat in betwisting was en tot wat, om reden van het geschil dat voor de rechter was gebracht en waarover de partijen tegenspraak hebben kunnen voeren, de noodzakelijke grondslag, al weze het impliciet, van de beslissing uitmaakt (Cass. 13 juni 2002, Internet, www.cass.be; Cass. 27 februari 1995, RW 1995-96, 43 en Cass. 28 maart 1980, RW 1980-81, 643).

Het gezag strekt zich niet verder uit dan tot hetgeen het voorwerp van de beslissing heeft uitgemaakt, waarbij vereist wordt dat de gevorderde zaak dezelfde is, dat de vordering op dezelfde oorzaak berust, dat de vordering tussen dezelfde partijen bestaat en door hen en tegen hen in dezelfde hoedanigheid is gedaan. Het gezag van het rechterlijk gewijsde in burgerlijke zaken is beperkt tot de toestand waarop de beslissing betrekking heeft. (P. Vanlersberghe, “Gezag van gewijsde in burgerlijke zaken” in Rechtskroniek voor de vrede- en politierechters 2010, die Keure, 2010, (329), 334, nr. 9).

Er werd derhalve reeds beslist dat A.d.R.S. en E.D.J. t.a.v. de CVBA. De Federale Verzekeringen, de BVBA W. en Zonen en L.R.E. in solidum aansprakelijk zijn. Gezien A.d.R.S. en E.D.J., of hun verzekeraars, onderling nog geen geschil voerden m.b.t. de verdeling van aansprakelijkheid, hebben de vonnissen van 17 maart 2008 en 11 maart 2009 op dit punt geen gezag van gewijsde.

2. De verdeling van aansprakelijkheid
- A.d.R.S. en de NV KBC Verzekeringen stellen op de eerste plaats dat gezien E.D.J. het trekkend voertuig bestuurde en conform het artikel 1 van de WAM-wet (wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen) het gesleepte motorrijtuig gedekt is door de WAM-verzekering van het voertuig waaraan het gekoppeld was (het voertuig bestuurd door E.D.J.), de NV Dexia Verzekeringen België de gehele schadevergoeding op zich dient te nemen.

De rechtbank wenst hier vooreerst op te wijzen dat het gesleepte voertuig nog een bestuurder nodig had en als motorvoertuig zelf alleszins apart diende verzekerd te zijn.

Verder is het duidelijk dat de WAM-wet louter de burgerlijke aansprakelijkheid t.a.v. derden op het oog heeft. Het artikel 1 bepaalt derhalve geenszins dat een regresrecht van de aansprakelijkheidsverzekeraar tegen de medeaansprakelijke of diens verzekeraar uitgesloten is.

- De aansprakelijkheidsverzekeraar die de benadeelde integraal heeft vergoed, wordt m.n. op grond van artikel 41 wet landverzekeringsovereenkomst gesubrogeerd in de rechten van de verzekerde. De verzekeraar kan bijgevolg de vordering uitoefenen waarover de verzekerde op grond van zijn in solidum aansprakelijkheid zou beschikt hebben indien hij zelf tot integrale vergoeding van de benadeelde was overgegaan.

Na integrale vergoeding van een foutloos slachtoffer, kan de aansprakelijkheidsverzekeraar dan ook tot terugvordering van een deel van de betaalde schadevergoeding ten laste van de medeaansprakelijken overgaan. Een betalende schuldenaar bekomt immers een regresrecht tegen de overige schuldenaars (G. Jocqué, “De rechten van de benadeelde ten aanzien van de aansprakelijkheidsverzekeraar bij een in solidum aansprakelijkheid van de verzekerde” (noot onder Cass. 25 juni 2004), TBH 2005, 856, nr. 4).

De verzekeraar die op grond van de WAM-wet het slachtoffer van een ongeval heeft vergoed, waarvoor zijn verzekerde en andere personen in solidum aansprakelijk zijn verklaard, heeft een verhaalsrecht op die andere personen ten belope van de bedragen die zijn bijdrage in de schade overtreffen. Dergelijke vordering berust op de verdeling in de bijdrageplicht tussen diegenen die aansprakelijk zijn voor schade (Cass. 19 februari 1999, Verkeersrecht 1999, 249).

Een gesubrogeerde verzekeraar kan derhalve tegen de medeaansprakelijke van een schadegeval optreden en/of tegen diens verzekeraar (zie hierover C. Paris, “A propos de la subrogation de l'assureur” in Rechtskroniek voor de vrede- en politierechters 200,; die Keure, 2008, (149), 152, nr. 4).

De terugvordering is uiteraard beperkt tot het aandeel in de aansprakelijkheid van de aangesproken medeschuldenaar.

- Wanneer verschillende aansprakelijken door hun fout schade hebben veroorzaakt, kan de medeaansprakelijke in zijn verhouding tot de betalende aansprakelijke niet vrijgesteld worden, noch kan deze tot volledige vrijwaring gehouden zijn. Een vrijstelling van aansprakelijkheid in hoofde van de medeaansprakelijke komt neer op een ontkenning van het oorzakelijk verband tussen zijn fout en de schade. Een integrale vrijwaring door de medeaansprakelijke negeert het oorzakelijk verband tussen de fout van de betalende aansprakelijke en de schade. In beide gevallen volgt het oorzakelijk verband tussen de fouten en de schade noodzakelijkerwijze uit hun eigen aansprakelijkheid (G. Jocqué, “Vraagstukken in verband met de overheidsaansprakelijkheid voor het beheer van het wegennet” in Rechtskroniek voor de vrede- en politierechters 2010, die Keure, 2010, (275), 286, nr. 19).

- De rechtbank wees er bij vonnis van 17 maart 2008 reeds op dat gezien A.d.R.S. nog in zekere mate de geleiding van het voertuig verzekerde, hij als een bestuurder moet worden beschouwd. Het vonnis stelde hierover o.m. dat indien betrokkene op de rem was blijven duwen zolang de rechterrijstrook niet vrij was over een aanzienlijke lengte, hierbij rekening houdend met de toegelaten snelheid op een autosnelweg, de sleep zich niet op de rijbaan had kunnen begeven.

- Beide voertuigen stonden op de pechstrook. Beide bestuurders hadden hetzelfde zicht op het aankomende verkeer en kwamen tegelijkertijd, zonder dat A.d.R.S. dit verhinderde, de rechter rijstrook op.

Gelet op de mate waarin de fouten bijdroegen tot de aangerichte schade, raamt de rechtbank in de onderlinge verhouding tussen E.D.J. (verzekerd bij de NV Dexia Verzekeringen België) en A.d.R.S. (verzekerd bij de NV KBC Verzekeringen), het aandeel van laatstgenoemde inzake zijn (mede)aansprakelijkheid op 50%, terwijl E.D.J. hiertoe voor 50% bijdroeg.

3. De begroting
1. Schade van de CVBA. De Federale Verzekeringen: geen betwisting: rekening houdende met de gedeelde aansprakelijkheid ziet de afrekening er als volgt uit:

betaling 30 juni 2009: 168,99 EUR;
betaling 10 juni 2009: 8.121,19 EUR;
betaling 7 augustus 2009: 1.140,02 EUR.
2. Schade van de BVBA W. en Zonen: geen betwisting: rekening houdende met de gedeelde aansprakelijkheid ziet de afrekening er als volgt uit:

betaling 16 september 2009: 1.410,88 EUR.

3. Schade van L.R.E.: de schade werd vergoed nadat een dadingsovereenkomst tussen de verzekeringsmaatschappij DVV en het slachtoffer op 1 augustus 2011 werd ondertekend. Het officieel schrijven van de raadsman van de NV Dexia Verzekeringen België d.d. 3 augustus 2011 stelt uitdrukkelijk dat in geval van een procedure de cijfers nog ter discussie kunnen staan.

De rechtbank dient dan ook de betwisting op te lossen.

A.d.R.S. en de NV KBC Verzekeringen werpen op dat de ereloonstaten van Dr. V.M., raadsgeneesheer van de partij DVV - Dexia Verzekeringen, niet terugvorderbaar zijn. De NV Dexia Verzekeringen België toont alleszins niet aan dat het om schade in de zin van het artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek gaat, zodat de rechtbank deze post, hetzij de helft van 639 EUR, verwerpt.

Derhalve, rekening houdende met de gedeelde aansprakelijkheid ziet de afrekening er als volgt uit:

betaling 5 juli 2007: 16,71 EUR;
betaling 5 oktober 2007: 1.703,40 EUR;
betaling 16 september 2009: 1.167,12 EUR;
betaling 5 oktober 2009: 750 EUR;
betaling 10 december 2010: 415,36 EUR;
betaling 5 september 2011: 5.532,46 EUR.
II. De vordering van de NV KBC Verzekeringen
- De NV KBC Verzekeringen stelt dat zij de registratierechten van het vonnis van 17 maart 2008 betaalde, zijnde 470,55 EUR. De rechtbank stelt vast dat hierover geen betwisting bestaat.

De rechtbank zette reeds uiteen dat hiervan slechts de helft kan worden toegekend, hetzij 235,27 EUR, te vermeerderen met de interesten vanaf datum betaling. Deze betaling zou dateren van 31 maart 2008.

- De NV KBC Verzekeringen vordert verder dat voorbehoud zou worden verleend voor de invordering van andere kosten die A.d.R.S. en de N. KBC Verzekeringen in de toekomst nog zouden voldoen. Zij stellen dat het geenszins ondenkbeeldig is dat er in de toekomst nog lijken uit de kast zouden vallen van zaken die door de NV Dexia Verzekeringen België nog niet betaald werden.

E.D.J. en de NV Dexia Verzekeringen België verzetten zich hiertegen.

De rechtbank stelt vast dat de vordering te weinig geconcretiseerd wordt, zodat het gevorderde voorbehoud wordt afgewezen.

III. T.a.v. de kosten
De NV Dexia Verzekeringen België vordert de veroordeling in de kosten en begroot de rechtsplegingsvergoeding op 1.200 EUR. De NV KBC Verzekeringen vordert eveneens de veroordeling in de kosten en begroot eveneens de vergoeding op 1.200 EUR. Over deze bedragen wordt geen betwisting gevoerd.

De rechtbank slaat de kosten om derwijze dat de NV KBC Verzekeringen 90% ervan dient te dragen en de NV Dexia Verzekeringen België 10% ervan.

Dit houdt in dat de NV KBC Verzekeringen als RPV 1.080 EUR dient te betalen en de NV Dexia Verzekeringen België 120 EUR.

En met toepassing van de hierna aangehaalde artikelen:

- Wetboek van Strafvordering: artikelen 138, 139, 140, 145, 152, 153, 163

- wet van 15 juni 1935: artikelen 2, 11, 12, 14, 31, 32, 34, 35, 36, 37, 41

- wet van 26 juni 2000: artikelen 2, 3, 4

- wet van 17 april 1878: artikelen 3, 4

- wet van 21 november 1989: artikel 14

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK

RECHTDOENDE

Op burgerlijk gebied:

Op tegenspraak:

Verklaart de vordering van de NV Dexia Verzekeringen België ontvankelijk en gegrond in de volgende mate.

Veroordeelt de NV KBC Verzekeringen om aan de NV Dexia Verzekeringen België te betalen de som van 20.426,13 EUR, te vermeerderen met de vergoedende interest aan de wettelijke rentevoet sedert 30 juni 2009 op 168,99 EUR, sedert 10 juni 2009 op 8.121,19 EUR, sedert 7 augustus 2009 op 1.140,02 EUR, sedert 16 september 2009 op 1.410,88 EUR, sedert 5 juli 2007 op 16,71 EUR, sedert 5 oktober 2007 op 1.703,40 EUR, sedert 16 september 2009 op 1.167,12 EUR, sedert 5 oktober 2009 on 750 EUR, sedert 10 december 2010 op 415,36 EUR en sedert 5 september 2011 op 5.532,46 EUR, en de gerechtelijke interest vanaf heden.

Verklaart de vordering van de NV KBC Verzekeringen ontvankelijk en gegrond in de volgende mate.

Veroordeelt de NV Dexia Verzekeringen België om aan de NV KBC Verzekeringen te betalen de som van 235,27 EUR, te vermeerderen met de vergoedende interest aan de wettelijke rentevoet sedert 31 maart 2008 en de gerechtelijke interest vanaf heden.

Verklaart de vordering m.b.t. het gevorderde voorbehoud ongegrond en wijst deze vordering dan ook af.

Slaat de kosten om derwijze dat de NV KBC Verzekeringen 90% ervan dient te dragen en de NV Dexia Verzekeringen België 10% ervan.

Begroot de kosten in hoofde van de NV Dexia Verzekeringen België dan ook op 1.080 EUR, zijnde de rechtsplegingsvergoeding.

Begroot de kosten in hoofde van de NV KBC Verzekeringen op 120 EUR, zijnde de rechtsplegingsvergoeding.

 

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 06/07/2017 - 16:53
Laatst aangepast op: do, 06/07/2017 - 16:53

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.