-A +A

Vergelijkende reclame die niet controleerbaar is, is ongeoorloofd, zelfs wanneer zij niet misleidend is

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 15/09/2016
A.R.: 
C.15.0497.F

Indien de vergeleken kenmerken niet wezenlijk, relevant, controleerbaar en representatief voor de goederen en diensten zijn of de kenmerken die deze eigenschappen verenigen niet objectief vergeleken worden, is de vergelijkende reclame ongeoorloofd, zonder dat zij daarenboven het economisch gedrag van de personen tot wie zij zich richt, moet kunnen beïnvloeden, aangezien laatstgenoemd criterium een daarvan losstaande voorwaarde vormt.

Vergelijkende reclame die niet het resultaat is van een objectieve vergelijking is ongeoorloofd, zelfs wanneer zij niet misleidend is.

(art. VI.17, § 1, 3° WER)
(Richtlijn EG / 2006-12-12 / Artt. 2, b), en 4, c) / / )
 

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
737
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.15.0497.F
CARREFOUR BELGIUM nv,
tegen
CORA nv,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 22 mei 2015.

II. CASSATIEMIDDELEN
De eiseres voert in haar verzoekschrift, dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Krachtens artikel 4 van de richtlijn 2006/114/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 inzake misleidende reclame en vergelijkende reclame is vergelijkende reclame, wat de vergelijking betreft, geoorloofd mits vol-daan wordt aan de voorwaarden die dat artikel bepaalt onder a) tot h), en met n-me dat die reclame (a) niet misleidend mag zijn en (c) op objectieve wijze een of meer wezenlijke, relevante, controleerbare en representatieve kenmerken van die goederen en diensten, waartoe ook de prijs kan behoren, met elkaar vergelijkt.

Overeenkomstig artikel 2, b), van de richtlijn is reclame misleidend wanneer zij de personen tot wie zij zich richt of die zij bereikt, misleidt of kan misleiden en die door haar misleidend karakter hun economisch gedrag kan beïnvloeden.

Het Hof van Justitie van de Europese Unie, aan wie ter zake werd gevraagd om de uitlegging van artikel 3bis, lid 1, sub c, van richtlijn 84/450/EEG van de Raad van 10 september 1984 inzake misleidende reclame en vergelijkende reclame, zoals gewijzigd bij richtlijn 97/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 oktober 1997, waarvan de tekst werd hernomen in artikel 4, sub c, van de voormelde richtlijn van 12 december 2006, heeft in het arrest C-356/04 van 19 september 2006 geoordeeld dat voornoemd artikel aldus moet worden uitgelegd dat het tweeërlei vereisten ter zake van de objectiviteit van de vergelijking stelt.

In de eerste plaats blijkt uit punt 7 van de considerans van richtlijn 97/55 dat de cumula-tieve criteria van wezenlijkheid, relevantie, controleerbaarheid en representativiteit van het vergeleken kenmerk van een product, zoals door die bepaling vereist, bijdragen tot het waarborgen van de objectiviteit van die vergelijking (nr. 44). In de tweede plaats benadrukt voornoemd artikel 3bis, lid 1, sub c, in overeenstem-ming met punt 2 van de considerans van richtlijn 97/55, uitdrukkelijk dat de kenmerken die aan de vier bovengenoemde criteria beantwoorden, bovendien objec-tief moeten worden vergeleken (nr. 45).

In zijn arrest C-487/07 van 18 juni 2009 heeft het Hof van Justitie van de Europe-se Unie eveneens geoordeeld dat artikel 3bis, lid 1, sub a tot en met h, van de richtlijn 84/450 cumulatieve voorwaarden formuleert waaraan vergelijkende re-clame moet voldoen om als geoorloofd te kunnen worden gekwalificeerd (nr. 67).

Indien, bijgevolg, de vergeleken kenmerken niet wezenlijk, relevant, controleer-baar en representatief voor de goederen en diensten zijn of die vergelijking niet objectief is, is de vergelijkende reclame ongeoorloofd, zonder dat zij daarenboven het economisch gedrag van de personen tot wie zij zich richt, moet kunnen beïnvloeden, aangezien laatstgenoemd criterium een daarvan losstaande voorwaarde vormt.

Aangezien de uitlegging van die gemeenschapsbepaling zozeer voor de hand ligt dat zij geen ruimte voor enige redelijke twijfel laat, dient de door de eiseres voor-gestelde prejudiciële vraag niet aan het Hof van Justitie van de Europese Unie te worden gesteld.

Artikel VI.17, § 1, Wetboek economisch recht, dat door het arrest wordt toege-past, is de omzetting, naar Belgisch recht, van artikel 4 van de richtlijn 2006/114, doordat het bepaalt dat de vergelijkende reclame geoorloofd is mits het voldoet aan de opgesomde voorwaarden, en met name dat de reclame niet misleidend mag zijn en op objectieve wijze een of meer wezenlijke, relevante, controleerbare en representatieve kenmerken van deze goederen en diensten, waartoe ook de prijs kan behoren, met elkaar vergelijkt.

Vergelijkende reclame die niet het resultaat is van een objectieve vergelijking is derhalve ongeoorloofd, zelfs wanneer zij niet misleidend is.
Het middel dat op de tegengestelde uitlegging van de voormelde bepalingen be-rust, faalt naar recht.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiseres tot de kosten.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel,  en in openbare terechtzitting van 15 september 2016 uitgesproken 
 

Noot: 

Bulletin Juridique et Social [B.J.S.] RUE, Guillaume; Note 'Publicité comparative illicite même en l'absence de caractère trompeur' 2017, n° 580, p. 11.

Karel De Smet, « Vergelijkende en misleidende reclame », R.A.B.G., 2017/5, p. 393-398

Rechtsleer:

• D. Mertens, “Commentaar bij artikel VI.105 WER” in X, Handels- en Economisch recht. Commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer; R. Steennot, “Reclame”, TPR 2004 afl. 1, 1760-1767.

• R. Steennot, “De gevolgen van de nieuwe regeling inzake oneerlijke handelspraktijken op reclame en promotietechnieken” in A. De Boeck en Y. Montagnie (eds.), De nieuwe bepalingen in de handelspraktijkenwet, Brugge, Vanden Broele, 2005, 45.

• E. Terryn en G. Straetmans, “Voorwaarden voor geoorloofde vergelijkende reclame”, TPR 2015, 1437.

• X, “Heated arguments - advertisers go on the attack”, The Economist, 4 juni 2009.

• G.-L. Ballon, “Vergelijkende reclame in België: een overzicht”, DCCR 2013, 132.

• G. Straetmans en L. Van Lysebetten, “Commentaar bij artikel I.8, 14° WER” in Handels- en Economisch recht. Commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, 18, vn. 10.

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 01/01/2018 - 15:34
Laatst aangepast op: ma, 01/01/2018 - 15:34

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.