-A +A

Vereffening-verdeling met goederen in buitenland waarover weinig informatie

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
don, 11/12/2014

Bij gebreke aan voldoende medewerking van partijen bij de verffening-verdeling kan op grond van artikel 1212 Gerechtelijk wetboek een externe beheerder in het buitenland worden aangesteld.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2015-2016
Pagina: 
1349
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
D. t/ T.

...

I. Relevante feitelijke en procedurele elementen

1. De partijen zijn ex-echtgenoten. In het echtscheidingsvonnis van 19 november 2009 wijst de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent notaris M. en notaris D. aan als notarissen-vereffenaars met het oog op gerechtelijke vereffening-verdeling van het ontbonden huwelijksvermogensstelsel.

2. De partijen leven al geruime tijd vóór hun echtscheiding feitelijk gescheiden, T. in Zuid-Afrika en D. in België.

Blijkbaar behoren tot het nog onverdeelde huwelijksvermogen, inzonderheid:

– enerzijds (aandelen van) een medio 1997 opgerichte Zuid-Afrikaanse familietrust (“Die T. en D. Familietrust”) en daarbij horende (on)roerende elementen mede tot exploitatie van een hotel/gastenverblijf waaronder een aanzienlijke oppervlakte grond (met opstallen) te Westkape/Grabouw;

– anderzijds tal van onroerende goederen in België en meer precies te D. en te M.

De partijen verwijten elkaar een gebrek aan rekening en verantwoording betreffende de respectievelijk door T. in Zuid-Afrika en door D. in België beheerde goederen. De partijen zouden omtrent elkaars beheer in het ongewisse verkeren.

3. Bij verzoekschrift van 15 november 2012 beoogt T. met toepassing van art. 1212 Ger.W. de bijkomende aanwijzing van een externe beheerder over het onroerende vermogen van de partijen in België. Hij betoogt (later bij conclusie) geen bezwaar te hebben als zou de opdracht van deze beheerder zich ook uitstrekken tot het vermogen van de partijen in Zuid-Afrika.

D. van haar kant voert aan dat zij m.b.t. bedoeld onroerende vermogen in België een behoorlijk beheer voert, daar (1) zij inkomsten int en daarmee de lasten voldoet en (2) voorts geen nieuwe huurovereenkomsten meer sluit, omdat T. dit tegenhoudt en de verkoop van de vrij van huur zijnde goederen beoogt.

D. verzet zich in de eerste plaats tegen de aanwijzing van een beheerder in de zin van art. 1212 Ger.W. om subsidiair de opdracht van de beheerder te doen slaan niet alleen (1) op het onroerende vermogen van de partijen in België, maar ook (2) op het vermogen van de partijen in Zuid-Afrika, en zodoende op alle vermogenselementen waar zij zich ook bevinden.

II. Beroepen vonnis

Bij vonnis van 17 oktober 2013 gaat de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent allereerst in op de in onderlinge overeenstemming aangegeven vervanging van de notarissen-vereffenaars M. en D. door notaris V. en notaris D. Voorts gaat de rechtbank in op het verzoek tot aanwijziging van een beheerder in de zin van art. 1212 Ger.W. over het vermogen van de partijen in België en in Zuid-Afrika.

III. Hoger beroep

1. Bij verzoekschrift van 13 december 2013 stelt D. hoger beroep in tegen het voormelde vonnis van 17 oktober 2013. Met haar beroep beoogt zij de gedeeltelijke hervorming van het beroepen vonnis en zodoende (1) primair (desnoods na oproeping van de notarissen-vereffenaars V. en D. met het oog op toelichting) de afwijzing van het verzoek tot aanwijzing van een beheerder in de zin van art. 1212 Ger.W. en (2) subsidiair de aanwijzing van de notarissen-vereffenaars V. en D. als beheerders.

2. T. neemt conclusie tot afwijzing van het hoger beroep, eventueel na persoonlijke verschijning van de partijen.

...

IV. Beoordeling

1. Het tijdig en regelmatig ingestelde hoger beroep is ontvankelijk.

2. Zoals aangegeven, gaat de rechtbank in op het verzoek tot aanwijzing van een beheerder in de zin van art. 1212 Ger.W. Het gaat daarbij om art. 1212 Ger.W., zoals sinds de inwerkingtreding op 1 april 2012 van de wet van 13 augustus 2011 houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling van toepassing, ook op zogeheten oude gerechtelijke vereffening-verdelingen, die vóór 1 april 2012 zijn bevolen.

A. Algemeen

1. Krachtens art. 1212 Ger.W. kan de rechtbank, bij of tijdens de gerechtelijke vereffening-verdeling, op vordering van een van de partijen of van de notaris-vereffenaar, met een gewoon schriftelijk verzoek, een beheerder aanwijzen. De aanwijzing van een beheerder kan worden gevraagd zodra (en tot zolang) een (procedure tot) gerechtelijke vereffening-verdeling in de zin van art. 1207 e.v. Ger.W. hangt, hetzij in rechte hetzij op het notariële terrein. De rechtbank kan niet ambtshalve overgaan tot aanwijzing van een beheerder.

Deze bepaling ligt in de lijn van het oude art. 1210 Ger.W., met dien verstande dat de regeling is versoepeld en dat niet meer noodzakelijk een notaris maar evengoed een andere (beroeps)persoon of zelfs een deelgenoot kan worden aangewezen. De conflictueuze situatie dan wel tegenstrijdige belangen zullen dit laatste vaak verhinderen.

De opdracht kan alle daden van beheer omvatten, eventueel de vertegenwoordiging in rechte van de deelgenoten. Het beoogde beheer moet slaan op te vereffenen en verdelen vermogenselementen. Het beheer moet veelal verloedering of verlies van inkomsten tegengaan en zodoende wanbeheer vermijden.

2. De aanwijzing van een beheerder laat de rechten van de deelgenoten onaangetast, maar biedt hen de mogelijkheid om het onverdeelde vermogen te laten beheren, vrij van hun onderlinge twisten. Dit biedt een (voorlopige) oplossing in moeilijke dossiers inzake gerechtelijke vereffening-verdeling. De beheerder kan delicate taken uit handen nemen van de notaris-vereffenaar en hem zodoende het werk vergemakkelijken. Op die manier kan de notaris-vereffenaar zich beter concentreren op de voorliggende vereffening-verdeling. Hoewel de rechtbank de mogelijkheid heeft om de aangewezen notaris-vereffenaar zelf formeel met daden van beheer te belasten, verdient het de voorkeur daartoe een derde (desnoods ook een notaris) te mandateren.

3. Opmerkelijk is dat ook de notaris-vereffenaar het initiatief kan nemen om een beheerder te doen aanwijzen. Hij geniet, gelet op zijn gerechtelijk mandaat, vertrouwen en heeft alle belang bij een efficiënte voortzetting van de notariële werkzaamheden. Hij kan op die manier ook tegemoetkomen aan een beter rendement van (het) onverdeelde vermogen(selementen), dan wel de deelgenoot die reeds in feite het beheer uitoefent, omkadering en bescherming bieden.

4. De procedure verloopt soepel (art. 1212, tweede lid Ger.W.), en de notaris-vereffenaar wordt erbij betrokken. Het standpunt van de notaris-vereffenaar kan immers verhelderend zijn om uit te maken of de aanwijzing van een beheerder opportuun is dan wel of een poging tot vertraging voorligt.

Gaat de rechtbank in op het verzoek tot aanwijzing van een beheerder, dan bepaalt zij de omvang van zijn opdracht en zijn vergoeding. De rechtbank kan de beheerder de bevoegdheid geven om alle daden van beheer te stellen en om, in voorkomend geval, de deelgenoten in rechte te vertegenwoordigen, maar (in dit geval) enkel indien het gaat om een procedure m.b.t. daden van beheer en niet van beschikking.

De rechterlijke beslissing aangaande de aanwijzing van een beheerder is, anders dan een beslissing aangaande de vervanging van een notaris-vereffenaar, vatbaar voor hoger beroep.

De beheerder kan zich laten bijstaan door één of meer personen die hij zelf kiest en die onder zijn verantwoordelijkheid optreden (art. 1212, derde lid Ger.W.). Zo kan de beheerder een vastgoedmakelaar belasten met de verhuring van vastgoed, een advocaat met het voeren van een procedure voor de inning van achterstallige betalingen of een werkman met het fatsoeneren van te verkopen goederen.

5. De (gerechts)kosten met betrekking tot het beheer vallen ten laste van de boedel (art. 870 BW), tenzij de rechtbank anders beslist.

B. Concreet

Het hof volgt de zienswijze en de werkwijze van de eerste rechter, die met toepassing van art. 1212 Ger.W. is ingegaan op het verzoek tot aanwijzing van een beheerder in de zin van art. 1212 Ger.W. (...).

Het door D. thans omstandig beklemtoonde gegeven dat de notariële werkzaamheden intussen een aanvang hebben genomen in die zin dat (blijkens notariële akten van 15 april 2014, 16 juni 2014 en 25 juni 2014) werkzaamheden tot inventarisatie, schatting en waardering worden afgesproken en gepland, neemt de eventuele aanwijzing van een beheerder in de zin van art. 1212 Ger.W. niet weg. Heikel punt zijn en blijven de (virtuele) inkomsten van de bedoelde vastgoedelementen.

Aangezien noch T. noch D. (ondanks de aangevangen notariële werkzaamheden) afdoende informatie, rekening en verantwoording bieden betreffende de respectievelijk door T. in Zuid-Afrika en door D. in België beheerde goederen, past het, op kosten van de boedel, een externe beheerder aan te wijzen, niet alleen (1) voor het onroerend vermogen van de partijen in België, maar ook (2) voor het vermogen van de partijen in Zuid-Afrika, en zodoende voor alle vermogenselementen waar ook.

Het vermogen van de partijen in Zuid-Afrika valt evenwel onder voormelde Zuid-Afrikaanse familietrust (“Die T. en D. Familietrust”). Voorts zijn de partijen in het raam van de notariële werkzaamheden (inzonderheid blijkens de notariële akte van 25 juni 2014) overeengekomen om de trust te laten waarderen door “Chartered Accountants B”, die zich als bedrijfsrevisoren tot waardering van de onroerende elementen mogen laten bijstaan door andere experten. In die optiek zou het passen de opdracht van de beheerder in de zin van art. 1212 Ger.W. te kanaliseren, zodat de beheerder alhier zich ertoe kan beperken om (1) via de bedrijfsrevisoren in Zuid-Afrika informatie te vergaren over het verdienvermogen en de (virtuele) inkomsten van de trust en (2) een en ander door te geven aan de notarissen-vereffenaars.

Zowel T. als D. zien (zij het subsidiair) in dat de opdracht van de beheerder best slaat niet alleen (1) op het onroerende vermogen van de partijen in België, maar ook (zij het met voormelde nuance) (2) op het vermogen van de partijen in Zuid-Afrika, en zodoende op alle vermogenselementen, waar zij zich ook bevinden.

Anders dan D. subsidiair aanvoert, past het in de gegeven omstandigheden en gelet op de weinig evidente opdracht, een externe beheerder aan te wijzen veeleer dan de notarissen-vereffenaars.

Voorafgaande maatregelen en meer precies (1) de oproeping van de notarissen-vereffenaars V. en D. met het oog op toelichting (zoals D. suggereert) en (2) de persoonlijke verschijning van de partijen (zoals T. suggereert), acht het hof inopportuun.

...

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 17/04/2016 - 14:50
Laatst aangepast op: ma, 18/04/2016 - 12:26

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.