-A +A

Verduistering activa middels rekening-courant

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 05/01/2016
A.R.: 
P.14.1894.N

Het arrest dat oordeelt dat het bedrieglijk opzet bij het misdrijf van verduistering van activa erin bestaat dat de dader zichzelf een voordeel verschaft heeft dat hij anders niet zou hebben gehad daar hij wegens zijn vordering in rekening-courant als chirografaire schuldeiser in het faillissement uiteindelijk slechts een minimale fractie van dit bedrag zou hebben gerecupereerd, oordeelt aldus dat de dader zich een onrechtmatig voordeel heeft verschaft en verantwoordt de beslissing dat het bedrieglijk opzet vaststaat naar recht.

Schuldvergelijking vereist het bestaan van twee schulden die elkaar compenseren en is derhalve slechts mogelijk tussen twee schuldenaars die tevens tegenover elkaar een schuldvordering hebben; de enkele omstandigheid dat een vennoot tegenover de vennootschap een schuldvordering heeft omdat hij eigen gelden heeft aangewend tot betaling van de schulden van die vennootschap en dat hij tot terugbetaling daarvan gelden opneemt uit zijn rekening-courant, maakt geen schuldvergelijking uit aangezien die omstandigheid niet voor gevolg heeft dat daardoor een eigen schuld van de vennoot jegens de vennootschap bestaat (1). (1) Cass. 15 mei 2014, AR C.13.0552.N, AC 2014, nr. 348 met concl. van advocaat-generaal C. Vandewal.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
107
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. P.14.1894.N
G F,
beklaagde,
eiser,
tegen
Alain CLEYMAN, met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Pr. Jos. Charlottelaan 71, in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van MULTICONVOY & MACHINEHANDLING bvba,
burgerlijke partij,
verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 25 november 2014.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. Het arrest verklaart de telastleggingen A, B, D.1, D.2, E.1 en F niet bewezen en ontslaat de eiser dienaangaande van rechtsvervolging.
In zoverre ook tegen die beslissing gericht, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.

Middel

Eerste onderdeel

2. Het onderdeel voert schending aan van artikel 489ter, eerste lid, 1°, Straf-wetboek: het arrest verklaart de eiser schuldig aan het feit van de telastlegging E3 (verduistering van vennootschapsactiva); uit de vaststellingen die het doet, met name het feit dat de eiser nog na de staking van betaling eigen gelden in de ven-nootschap heeft gestoken om er schulden van de vennootschap mee te betalen, kan het arrest niet wettig afleiden dat het vereiste bedrieglijk opzet aanwezig is.

3. Het arrest oordeelt niet alleen zoals het onderdeel vermeldt. Het oordeelt ook dat het bedrieglijk oogmerk hier erin bestaat dat de eiser zichzelf een voordeel verschafte dat hij anders niet zou hebben gehad daar hij wegens zijn vordering in rekening-courant als chirografaire schuldeiser in het faillissement uiteindelijk slechts een minimale fractie van dit bedrag zou hebben gerecupereerd. Aldus oor-deelt het arrest dat de eiser zich een onrechtmatig voordeel heeft verschaft en is de beslissing dat het bedrieglijk opzet vaststaat, naar recht verantwoord.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.
Tweede onderdeel

4. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 1298 Burgerlijk Wetboek, de artikelen 7 en 8 Hypotheekwet, de artikelen 17, 2° en 99 Faillissementswet en artikel 489ter, eerste lid, 1°, Strafwetboek: het arrest oor- deelt dat de eiser een zuiver chirografaire schuldeiser is zonder mogelijkheid van schuldvergelijking na staking van betaling; het doet hierdoor afbreuk aan de ge-dane vaststellingen, waaruit het bestaan van een tegenprestatie of van samenhang tussen de schuldvorderingen blijkt die de eiser in een bevoorrechte positie met mogelijkheid van schuldvergelijking plaatste; aldus is het arrest tegenstrijdig gemotiveerd, minstens niet wettig verantwoord.

5. Schuldvergelijking vereist het bestaan van twee schulden die elkaar com-penseren en is derhalve slechts mogelijk tussen twee schuldenaars die tevens tegenover elkaar een schuldvordering hebben.

6. De enkele omstandigheid dat een vennoot tegenover de vennootschap een schuldvordering heeft omdat hij eigen gelden heeft aangewend tot betaling van schulden van die vennootschap en dat hij tot terugbetaling daarvan gelden op-neemt uit zijn rekening-courant, maakt geen schuldvergelijking uit. Die omstan-digheid heeft immers niet voor gevolg dat daardoor een eigen schuld van de ven-noot jegens de vennootschap bestaat.
In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

7. Het arrest stelt vast dat de eiser op 7 mei 2008 met eigen middelen een be-drag van 65.000 euro heeft aangewend voor de betaling van schulden van de vennootschap en dat hij nadien nog snel 45.000 euro uit het maatschappelijk ver-mogen van de vennootschap weghaalde ten behoeve van zijn persoonlijk ver-mogen. Het oordeelt verder dat het feit dat die geldafname de gedeeltelijke com-pensatie vormde voor de betaling door de eiser met eigen middelen van schulden van de vennootschap, van de eiser een gewone schuldeiser maakte wiens vorde-ring zou worden opgenomen in het passief van het faillissement. Op grond van die redenen die geenszins tegenstrijdig zijn, is de beslissing dat de eiser een gewone chirografaire schuldeiser is, regelmatig met redenen omkleed en naar recht verantwoord.

In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.

8. Voor het overige komt het onderdeel op tegen een overtollige reden en is het niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen..

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiser tot de kosten.
Bepaalt de kosten op 94,60 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer en op de openbare rechtszitting van 5 januari 2016 uitgesproken

Noot: 

• C. De Valkeneer, “Des infractions liées à l’état de faillite” in Les infractions contre les biens, Brussel, Larcier, 2008, (171) 192-193;

• P. Traest, “Misdrijven die verband houden met de staat van faillissement” in Gerechtelijk akkoord en faillissement, losbl., hoofdstuk 7.2, VIII.A.10-29 en VIII.A.10-30.

• H.-D. Bosly, “L’abus de biens sociaux” in Les infractions contre les biens, Brussel, Larcier, 2008, (233) 238-240;

• S. Lossy en M. Bervoets, “Misbruik van vennootschappen” in Comm.Straf., p. 17-18, nr. 21.

c) Wat het begrip vermogensvoordelen betreft: vgl. het “loutere opbouwen van een fictieve schuld” waarvan sprake in Cass. 10 januari 2012, RABG 2012-13, 896, noot P. Waeterinckx.

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 10/09/2017 - 06:46
Laatst aangepast op: zo, 10/09/2017 - 06:46

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.