-A +A

Verdeling schadevergoeding onder verzekeraars 19bis WAM kan niet geweigerd bij ernstige twijfel over omstandigheden ongeval

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 16/01/2015

De feitenrechter kan een vordering op grond van artikel 19bis-11, § 2 WAM niet enkel afwijzen op grond van de overweging dat de fout van de door de aangesproken verzekeraar verzekerde bestuurder niet is aangetoond en er duidelijke twijfel is over de omstandigheden van het ongeval.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2016/5
Pagina: 
408
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(L.F.M. NV en S.C. / A.B. NV - Rolnr.: C.14.0279.N)

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde van 20 juni 2013.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL
De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
l. Artikel 19bis-11, § 2 WAM bepaalt: “In afwijking van 7°) van de voorgaande paragraaf, indien verscheidene voertuigen bij het ongeval betrokken zijn en indien het niet mogelijk is vast te stellen welk voertuig het ongeval heeft veroorzaakt, wordt de schadevergoeding van de benadeelde persoon in gelijke delen verdeeld onder de verzekeraars die de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de bestuurders van deze voertuigen dekken, met uitzondering van degenen wier aansprakelijkheid ongetwijfeld niet in het geding komt.”

De toepassing van artikel 19bis-11, § 2 WAM vereist dat het niet mogelijk is vast te stellen welk voertuig het ongeval heeft veroorzaakt.

2. De appelrechters oordelen dat de vordering van de eiseressen ongegrond is omdat:

bij gemis aan enig objectief gegeven een fout in hoofde van bestuurder D.C., verzekerde van de verweerster, niet genoegzaam bewezen is;
er een duidelijke twijfel is omtrent de juiste omstandigheden van het ongeval;
de veronderstellingen en gevolgtrekkingen waarop de eiseressen, en de eerste rechter zich steunen, te onzeker zijn en geen steun vinden in de beschikbare gegevens, meer bepaald het geseponeerd strafdossier.
3. De appelrechters die de vordering van de eiseressen gesteund op artikel 19bis-11, § 2 WAM op deze gronden afwijzen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis, behoudens in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen.

 

 

Noot: 

• Heirbrant, S. en Vereecken, S., « Artikel 19bis-11, § 2 WAM en de beperkingen bij schadevergoeding in de aansprakelijkheidsverzekering », R.A.B.G., 2016/5, p. 403-407

• G. Jocque, “Schadevergoeding bij onmogelijkheid om vast te stellen welk voertuig het ongeval veroorzaakt heeft”, NJW 2015, afl. 316, 102-103.

• O. Dierckx de Casterle, “Le dommage indemnisable visé par l'article 19bis-11, § 2 de la loi du 21 novembre 1989 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité en matière de véhicules automoteurs”, VAV 2015, afl. 1, 13-14.

• B. Ceulemans en A. Vanhaelen, “La fin d'une controverse autour de l'article 19bis-11, § 2, de la loi du 21 novembre 1989, ou le début d'une augmentation des primes d'assurance R.C. auto?”, For.ass. 2015, afl. 152, 61-65.

• I. Pechard, “L'article 19bis-11, paragraphe 2, de la loi du 21 novembre 1989. La Cour de cassation et la Cour constitutionnelle ont tranché. Premières réflexions”, JLMB 2015, afl. 13, 588-593.

• Tuyttens, I., « Uitgebreide toepassing kettingbotsingsregeling artikel 19bis-11, § 2 WAM: vergoeding voor materiële schade voor elk type weggebruiker ondanks haar fraudegevoelige karakter », R.A.B.G., 2016/5, p. 380-384

• Vereecken en S. Heirbrant, Verkeersongevallen. Actuele stand van zaken na ruim tien jaar artikel 19bis-11, § 2 WAM bij verkeersongevallen met verscheidene betrokken voertuigen en ongekende aansprakelijkheid, Herentals, Knops Publishing, 2015, 54-59.

• S. Vereecken, “Verschillende interpretaties omtrent het noodzakelijk aantal voertuigen betrokken bij een verkeersongeval bedoeld onder artikel 19bis-11, § 2 WAM”, VAV 2011, afl. 3, 172-178.

• J. Legrand, “ L'article 19bis-11, § 2 de la loi du 21 novembre 1989 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité en matière de véhicules automoteurs (loi R.C. auto) ”, T.Verz. 2011, afl. 2, 164-167.

• A. Randao Alface, “Accident de la route impliquant plusieurs véhicules. L'article 19bis-11, § 2 de la loi du 21 novembre 1989: d'incertitudes en certitudes… et vice versa”, Rec.jur.ass. 2011, 337-346.

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 11/07/2017 - 17:15
Laatst aangepast op: di, 11/07/2017 - 17:15

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.