-A +A

Verdeling aanpassing verbod delegatie bevoegdheid door aangestelde notaris

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
don, 07/01/2016

Enkel de rechter kan een notaris-vereffenaar als gerechtelijke opdrachthouder aanwijzen in de zin van het oude art. 1209, tweede lid Ger.W. De door de rechter aangewezen notaris-vereffenaar kan zijn gerechtelijke opdracht niet zomaar op eigen initiatief aan een andere notaris overdragen (Ch. Declerck, «Draaiboek van vereffening-verdeling» in W. Pintens en J. Du Mongh (eds.), Themiscahier familiaal vermogensrecht 2003-04, Brugge, die Keure, 2004, p. 12, nr. 22; M. Puelinckx-Coene e.a., «Overzicht van rechtspraak (1996-2004) Erfenissen», TPR 2005, p. 656, nr. 305). Noch het akkoord van de partijen noch de vaststelling van dit akkoord nadien in een proces-verbaal en/of in een vonnis (tot beslechting van een tussengeschil) kan dit verhelpen. Dat de hier bedoelde notarissen geassocieerd zijn, verhelpt evenmin.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
1351
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

B. t/ M.

...

I. Relevante feitelijke en procedurele elementen

1. B. en M. zijn ex-echtgenoten.

Zij hebben samen twee (intussen meerderjarige) kinderen: Thomas (o29 mei 1993) en Simon (o31 januari 1996) B.

De partijen huwden op 18 november 1989 te (...) onder een bij (ongewijzigd) huwelijkscontract van 4 november 1989 bedongen stelsel tot scheiding van goederen met gemeenschap van aanwinsten.

2. Bij verstekvonnis van 11 juli 2011 spreekt de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge (ingaande op de vordering van B.) de echtscheiding uit tussen B. en M. met toepassing van art. 229, § 1 BW. De echtscheidingsrechter beveelt de gerechtelijke vereffening-verdeling van het gewezen huwelijksvermogen, met aanwijzing van notaris Xavier D. als notaris-vereffenaar in de zin van het oude art. 1209, tweede lid Ger.W. en notaris Michel V. als notaris-vertegenwoordiger in de zin van het oude art. 1209, derde lid Ger.W.

Op 25 augustus 2011 laat M. aan B. een dagvaarding tot verzet tegen het verstekvonnis van 11 juli 2011 betekenen.

Bij verzetvonnis van 26 december 2011 wijst de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge het verzet van M. tegen de uitgesproken echtscheiding af als ontvankelijk maar ongegrond. De vordering van M. tot aanwijzing van een andere notaris-vereffenaar wijst de rechtbank evenzeer af.

Het echtscheidingsvonnis wordt betekend op 13 januari 2012 en het beschikkende gedeelte ervan wordt overgeschreven in de registers van de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand op 4 juni 2012.

De procedure tot echtscheiding is (door B.) ingesteld bij dagvaarding van 19 mei 2011, zodat het huwelijk in de vermogensrechtelijke verhouding tussen de echtgenoten van dan af is ontbonden (art. 1278, tweede lid Ger.W.).

3. Bij proces-verbaal van 20 juni 2012 gaat notaris Pierre D. over tot opening van werkzaamheden.

In het proces-verbaal van 19 maart 2013 tot verderzetting van werkzaamheden bevestigen beide partijen ermee akkoord te gaan dat notaris Pierre D., in afwijking van het echtscheidingsvonnis, optreedt als notaris-vereffenaar.

In dit proces-verbaal van 19 maart 2013 neemt notaris Pierre D. akte van een tussengeschil dat naar zijn oordeel de verdere notariële werkzaamheden blokkeert, zodat dienaangaande een voorafgaande rechterlijke beslissing raadzaam is.

Het tussengeschil behelst de vraag of, rekening houdende met het huwelijkscontract van 4 november 1989, de BVBA Bart B. vermogensrechtelijk deel uitmaakt van de huwelijksgemeenschap B.-M.

Volgens B. maakt de BVBA Bart B. geen deel uit van de huwelijksgemeenschap.

Volgens M. maakt de BVBA Bart B., minstens gedeeltelijk, deel uit van de huwelijksgemeenschap. De gemeenschappelijke gelden en/of eigen gelden van M. die aan de BVBA B. werden geleend, moeten in ieder geval worden vergoed, aldus M.

In het proces-verbaal van 29 april 2013 adviseert notaris Pierre D. dat de aandelen van de BVBA Bart B. eigen zijn van B., aangezien (1) de hoofdactiviteit van de BVBA B. de uitoefening van een advocatenkantoor inhoudt, zodat M. ervan geen aandeelhouder kan zijn, terwijl het huwelijkscontract de beroepsgoederen bovendien als eigen beschouwt en (2) het maatschappelijke doel (volgens de oprichtingsakte) eveneens in het vermogensbeheer van de vennootschap voorziet.

Notaris Pierre D. besluit dat de aandelen en bijgevolg de activa van de BVBA Bart B. eigen zijn aan B., zodat zij niet voorkomen in de vereffening-verdeling van de huwelijksgemeenschap, indien na controle van de balans blijkt dat art. 213 BW werd nageleefd. De notaris-vereffenaar vervolgt dat de gemeenschappelijke gelden en/of eigen gelden van M. die werden geïnvesteerd in of geleend aan de BVBA Bart B., wel moeten worden verrekend.

II. Beroepen vonnis

1. Op 23 mei 2013 bezorgt notaris Pierre D. het proces-verbaal tot verderzetting van werkzaamheden van 19 maart 2013, met het bedoelde tussengeschil, en zijn notariële advies van 29 april 2013, aan de griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge.

2. Beide partijen nemen conclusie conform van hun voor de notaris opgeworpen bezwaren.

Beide partijen willen, na rechterlijke tranchering, het dossier laten terugzenden naar de notaris.

3. Bij vonnis van 16 januari 2014 in de zaak met AR nummer 11/1629/A stelt de tweede kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge vast dat de partijen in het proces-verbaal tot verderzetting van werkzaamheden van 19 maart 2013 ermee akkoord zijn gegaan dat notaris Pierre D., in afwijking van het echtscheidingsvonnis, als notaris-vereffenaar optreedt.

De rechtbank verklaart het door notaris Pierre D. aanhangig gemaakte tussengeschil ontvankelijk.

De rechtbank volgt de zienswijze van notaris Pierre D., met verwijzing naar de bepalingen uit het huwelijkscontract en art. 3 van de statuten van de BVBA Bart B., dat de aandelen van de BVBA Bart B. niet tot het gemeenschappelijke vermogen B.-M. behoren. Zodoende volgt de rechtbank het advies van notaris Pierre D. (in het proces-verbaal van 29 april 2013).

De rechtbank verzendt de zaak terug naar notaris Pierre D. met het oog op voortzetting van de werkzaamheden van vereffening-verdeling in het licht van voormelde redengeving.

...

III. Hoger beroep

1. (...). Met haar hoger beroep wil M., met hervorming van het beroepen vonnis, dat het hof oordeelt dat de vermogenswaarde van de aandelen van de BVBA Bart B. toebehoort aan de ontbonden huwelijksgemeenschap, terwijl slechts de «gereedschappen en werktuigen» dienstig voor de uitoefening van het beroep als advocaat, eigen zijn aan B. en hem zonder vergoedingsplicht toekomen. Om die reden wil ze de waarde van de litigieuze aandelen door een deskundige laten waarderen tot begroten van de vergoeding die haar toekomt. Zij vraagt de zaak terug te verzenden naar de notaris met het oog op voortzetting van de werkzaamheden van vereffening-verdeling in het licht van deze redengeving.

...

2. B. neemt conclusie tot afwijzing van het hoger beroep en zodoende tot integrale bevestiging van het beroepen vonnis.

...

IV. Beoordeling

...

2. Voorts rijst de vraag naar de ontvankelijkheid van het in eerste aanleg naar analogie met het oude art. 1219, § 2 Ger.W. aanhangig gemaakte tussengeschil.

In de lijn van de bespreking ter terechtzitting van 10 december 2015 rijst meer specifiek de vraag of de partijen met hun akkoord om, in afwijking van de aanwijzing van notaris Xavier D. als notaris-vereffenaar in het echtscheidingsvonnis, notaris Pierre D. «aan te duiden» als notaris voor de verrichtingen van de vereffening-verdeling, het pad van de gerechtelijke vereffening-verdeling niet hebben verlaten om zodoende het pad van de minnelijke vereffening-verdeling op te gaan.

De bepalingen inzake de rechterlijke organisatie (mede inzake gerechtelijke vereffening-verdeling) raken de openbare orde, zodat het hof – zelfs ambtshalve mits naleving van het recht van verdediging van de partijen – zijn rechtsmacht dient te onderzoeken om kennis te kunnen nemen van het voorgelegde geschil.

Het staat buiten kijf dat de eerste rechter (in voormeld verstekvonnis zoals bevestigd in voormeld verzetsvonnis) notaris Xavier D. als notaris-vereffenaar heeft aangewezen. Het staat evenzeer buiten kijf dat notaris Pierre D. in casu zonder meer (op 20 juni 2012) de werkzaamheden van vereffening-verdeling heeft aangevat en verdergezet. Pas in het proces-verbaal tot verderzetting van werkzaamheden van 19 maart 2013 noteert notaris Pierre D. dat de partijen hiermee akkoord gaan.

Enkel de rechter kan een notaris-vereffenaar als gerechtelijke opdrachthouder aanwijzen in de zin van het oude art. 1209, tweede lid Ger.W. De door de rechter aangewezen notaris-vereffenaar kan zijn gerechtelijke opdracht niet zomaar op eigen initiatief aan een andere notaris overdragen (Ch. Declerck, «Draaiboek van vereffening-verdeling» in W. Pintens en J. Du Mongh (eds.), Themiscahier familiaal vermogensrecht 2003-04, Brugge, die Keure, 2004, p. 12, nr. 22; M. Puelinckx-Coene e.a., «Overzicht van rechtspraak (1996-2004) Erfenissen», TPR 2005, p. 656, nr. 305). Noch het akkoord van de partijen noch de vaststelling van dit akkoord nadien in een proces-verbaal en/of in een vonnis (tot beslechting van een tussengeschil) kan dit verhelpen. Dat de hier bedoelde notarissen geassocieerd zijn, verhelpt evenmin.

Een (tijdige) vervanging van de notaris-vereffenaar (met de vereiste tussenkomst van de te vervangen notaris-vereffenaar in het geding) is hier niet aan de orde. Een opvolging met toepassing van art. 54 van de Notariswet, waarbij de opvolger van rechtswege wordt belast met de gerechtelijke opdracht(en) van zijn voorganger, is hier evenmin aan de orde.

Ter terechtzitting van 10 december 2015 beamen de partijen overigens dat notaris Pierre D., zonder formele procedure tot vervanging, zijn gerechtelijke opdracht heeft «overgedragen» aan Pierre D., zodat zij op die manier de weg van een minnelijke vereffening-verdeling zijn ingeslagen. De advocaat van M. geeft bovendien mee dat zij bij de opening van werkzaamheden niet wist dat niet Xavier maar wel Pierre D. de werkzaamheden van vereffening-verdeling aanvatte.

In de lijn van deze redengeving en gelet op het (naar analogie toepasselijke) oude art. 1219, § 2 Ger.W., kon notaris Pierre D., door de partijen minnelijk aangeduid in afwijking van de gerechtelijke opdracht die bij het aanwijzingsvonnis in casu aan Xavier D. was gegeven, de eerste rechter als vereffeningsrechter niet rechtsgeldig adiëren door neerlegging van de bedoelde notariële akten. Bijgevolg had de eerste rechter moeten vaststellen dat hij als vereffeningsrechter niet rechtsgeldig was geadieerd om te oordelen over het bedoelde tussengeschil dat niet tot stand was gekomen in het raam van een gerechtelijke vereffening-verdeling, maar wel in het raam van een minnelijk aan een andere notaris gegeven opdracht tot vereffening-verdeling. Aldus werd de eerste rechter niet rechtsgeldig als vereffeningsrechter geadieerd. Bijgevolg ontbeerde de rechtbank, evenals het hof thans rechtsmacht om nog als vereffeningsrechter te beslissen in het raam van deze vereffening-verdeling.

3. Om die reden moet het beroepen vonnis worden vernietigd, (...).

...

Noot: 

Revue de Jurisprudence de Liège, Mons et Bruxelles [JLMB] SCHMITZ, Nicolas; Observations 'De l'incidence du régime matrimonial sur la qualité d'assuré pour compte en assurance incendie. A propos de ce que l'arrêt de la Cour de cassation du 23 mai 2016 ne dit pas' 2016, n° 42, p. 1982-1994.

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 13/04/2018 - 20:54
Laatst aangepast op: do, 10/05/2018 - 23:50

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.