-A +A

Verbreking van de overeenkomst leasing wegens wanbetaling en verkoop van de leasinggever ter goeder trouw

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
maa, 07/11/2011
A.R.: 
2009/AR/1098

Na de verbreking van het leasingcontract wegens wanbetaling berust het Leasing - Verbreking van de overeenkomst gevolgd door een verkoop van de leasinggever - Risico en uitvoering te goeder trouw van de overeenkomst
De uitvoering te goeder trouw van de overeenkomst impliceert dat de leasinggever tot wederverkoop van het verhuurde goed tegen een redelijke prijs overgaat, rekening houdende met de omstandigheden en de marktvoorwaarden. Indien de leasingnemer de gerealiseerde opbrengst betwist, dient hij het bewijs te leveren dat de prijs niet redelijk was.

Als kredietverstrekker is de leasinggever beroepsmatig niet georganiseerd om tweedehandsvoertuigen aan consumenten te verkopen in overeenstemming met de wettelijke bepalingen. Bij een oproep voor aanbiedingen kan hij zich dan ook uitsluitend tot verkopers van tweedehandswagens richten.

 

Publicatie
tijdschrift: 
DAOR
Jaargang: 
2012/101
Pagina: 
55
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

 Gent (7debis k.), 7 november 2011

 A.R. nr. 2009/AR/1098

(G. en Lt. EB-Lease n.v.)

[ ... ]

Feiten en procedure in eerste aanleg

2. Bij overeenkomst van 22 augustus 2006 gaf de n.v. EB-Lease (hierna : geïntimeerde) een voertuig Jaguar XK Cabriolet 4.2 in leasing aan de s.p.r.l. G. (hierna: «eerste appellante ») voor een termijn van 5 jaar, mits een maandelijkse huurprijs van 1.840,68 EUR, excl. B.T.W

Bij afzonderlijke akte van dezelfde datum stelde L. (hierna : « tweede appellant») zich hoofdelijk borg tegenover geïntimeerde voor alle sommen die eerste appellante verschuldigd zou kunnen zijn, dit tot beloop van maximaal 104 900 EUR, méér de kosten en de intresten.

Bij aangetekende brief van 22 februari 2007 stelde geïntimeerde conform art. 10 een einde aan de overeenkomst. Ook tweede appellant werd bij aangetekende brief van dezelfde datum in gebreke gesteld.

Geïntimeerde heeft het geleasde materieel verkocht op 24 april 2007 voor de som van 52 000 EUR, excl. B.T.W Ze maakte volgende afrekening op : 6 681,66 EUR (vervallen huur) + 101 23 7,40 EUR (schadevergoeding art. 10 3 ° - de niet vervallen huursommen) + 4 430,18 EUR (residuwaarde) - 35 313,69 EUR (gedeeltelijke betaling door pandrealisatie) - 52 000 EUR (verkoopsopbrengst) +

 

PM (intresten vanaf 22 februari 2007 herleid tot 9,50% per jaar)= 25 035,55 EUR.

Bij dagvaarding, betekend op 10 augustus 2007, vorderde geïntimeerde : (1) ontbinding van de overeenkomst van 22 augustus 2006 lastens eerste appellante; (2) hoofdelijke veroordeling van appellanten tot betaling van 25 035,55 EUR, méér de herleide verwijlrente van 9,50% per jaar vanaf 22 februari 2007 tot betaling, méér de gedingkosten.

Bij vonnis a quo van 2 april 2008 oordeelde de eerste rechter : (1) verklaart de overeenkomst van 22 augustus 2006 ontbonden lastens eerste appellante; (2) veroordeelt appel- 1 an ten hoofdelijk tot betaling aan geïntimeerde van 21 107 ,60 EUR, méér de herleide conventionele rente aan de wettelijke rentevoet vanaf 22 februari 2007 tot betaling, te verminderen met de eventuele nettoverkoopopbrengst van het geleasde materieel, méér de gedingkosten

Procedure in hoger beroep

3. Het hoger beroep werd ingesteld door de oorspronkelijke verweerders. Appellanten formuleren als grief dat geïntimeerde het geleasde voertuig - in strijd met art. 1134 B.W - heeft verkocht voor een prijs die ver beneden de werkelijke marktwaarde ligt.

[ ... ]

Beoordeling

4. Het risico van het resultaat van de verkoop rust bij de leasingnemer (ontlener), die als «economisch» eigenaar het risico van de waardevermindering draagt bv. door technologische veroudering. Ook draagt hij - ingevolge zijn verzuim - de risico's verbonden aan de afloop van de verkoop, behoudens wanneer de leasinggever hierbij onzorgvuldig is tewerk gegaan (Brussel, 2 3 juni 1999).

De uitvoering te goeder trouw van de overeenkomst (art. 1134 B.W.) impliceert dat de leasinggever, gelet op de duidelijke gevolgen van de clausule voor de leasingnemer, tot wederverkoop van het verhuurde goed tegen een redelijke prijs overgaat, rekening houdende met de omstandigheden en de marktvoorwaarden. De bewijslast van het tegendeel berust bij de leasingnemer wanneer deze de gerealiseerde opbrengst betwist.

Geïntimeerde werkt voor voertuigen met een netwerk van afnemers om de hoogste bieder onder garagisten-opkopers te vinden. In casu bewijst zij vier ondertekende biedingen door vier verschillende garagisten, waarvan het hoogste bod 52 000 EUR excl. B.T.W. was. Geïntimeerde verkocht de wagen effectief aan de hoogstbiedende.

Belangrijk is de vaststelling dat Jaguar Centre Wallonie, die een bod deed van slechts 49 586,78 EUR excl. B.T.W., de oorspronkelijke verkoper was van het geleasde voertuig. Deze garage was best geplaatst om de waarde van het voertuig concreet in te schatten, vermits ze als verdeler van Jaguar een grondige kennis bezit van de waarde van tweedehandswagens van dit merk.

Er moet rekening gehouden worden met het feit dat geïntimeerde niet rechtstreeks aan gebruikers kan verkopen omdat zij de diensten en de wettelijke garanties die een verkoper van tweedehandswagens moet verschaffen, niet kan bieden. Er kan verwezen worden naar artt. 1649bis e.v. B.W. inzake consumentenkoop, die van dwingend recht zijn.

Als kredietverstrekker is geïntimeerde niet professioneel georganiseerd om zich te kunnen richten op de verkoop van occasiewagens conform de wettelijke bepalingen. Het is aldus verantwoord dat geïntimeerde zich uitsluitend richt tot handelaars in tweedehandswagens.

Verder moet de garagehouder bovenop zijn inkoopprijs, nog een winstmarge kunnen incalculeren voor kosten van onderhoud, herstelling en keuring (met de verplichte Car Pass), alsook voor de door hem aan de koper te verlenen wettelijke waarborg en dienst na verkoop.

Een bepaalde richtprijs in automagazines is een indicatieve vraagprijs en garandeert nog niet dat deze prijs ook daadwerkelijk zal behaald worden bij verkoop. Ook geeft een aflossingstabel enkel de boekhoudkundige waarde weer, waarvan de werkelijke marktwaarde afwijkt. Tenslotte is voor elke wagen de voorgeschiedenis uniek, alsook de staat ervan op het ogenblik van de verkoop.

De betrokken wagen was bij verkoop één jaar oud (bouwjaar 2006) en betreft een luxe voertuig met een V8 benzinemotor en een cylinderonhoud van 4196cc. De markt voor dergelijke voertuigen, met hoog verbruik en zware verkeersbelasting, is beperkt.

Volgens het hof heeft geïntimeerde in casu voldoende inspanningen geleverd tot het behalen van een redelijke prijs. Appellanten bewijzen niet dat geïntimeerde foutief of onzorgvuldig zou hebben gehandeld. Kwade trouw wordt niet vermoed. Geïntimeerde heeft haar contractuele rechten niet uitgeoefend op een wijze die disproportioneel nadeel berokkent aan appellanten en gelijk voordeel aan haarzelf, zodat er geen sprake is van rechtsmisbruik (Cass., 8 februari 2001, R. W 2001-2002, 778).

Door appellanten wordt geen enkel element aangebracht om te weerleggen dat de gerealiseerde nettoprijs van 52 000 EUR, excl. B.T.W., een behoorlijke prijs is gelet op alle bovenstaande omstandigheden. Het hoger beroep is ongegrond.

[ ... ]

 

Noot

Zie ook: Gent 4 april 2011, TGR-T.VWR. 2011, 366.

2012/101

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 09/07/2016 - 19:31
Laatst aangepast op: zo, 10/07/2016 - 13:21

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.