-A +A

Verborgen gebrek geen vernietiging van verkoop wanneer herstel eenvoudig is

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
woe, 08/02/2017

Een verborgen gebrek is een gebrek dat de zaak ongeschikt maakt voor het gebruik waartoe de zaak bestemd was, of dat gebruik dermate aantast dat de koper de zaak niet of voor slechts een geringere prijs zou gekocht hebben als hij het gebrek gekend zou hebben. Dat gebrek moet voldoende ernstig zijn, wat een eenvoudig herstelbare disfunctie uitsluit, en het moet op het ogenblik van de risico-overdracht minstens in de kiem bestaan hebben.
Een beperkte softwareaanpassing die een waarde van amper 3,3% van de koopprijs vertegenwoordigt en op zeer korte termijn kan worden uitgevoerd, is volgens het hof onvoldoende ernstig om een koop te ontbinden.

Publicatie
tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2017
Pagina: 
370
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Antwerpen 8 februari 2017, NjW 2017, 746.

BVBA SPCM, [ ... ] appellante,[ ... ]

tegen:

1. NV Machinemarkt België,[ ... ] geïntimeerde, [ ... ]

2. BV Pehu Machines, vennootschap naar Nederlands recht, [ ... ]

geïntimeerde,

[ ... ]

1. BVBA SPCM kocht van NV Machinemarkt België, na goedkeuring van een offerte van 16.01.2012 een bandzaagmachine 640*410 mm van het merk PEHU, type B700*410NC, met rollenbanen en toebehoren voor de prijs van 45.000,EUR. Zij meent dat deze automatische zaagmachine hoewel zulks was bedongen geen nc-bestanden kon verwerken, en zij werpt op dat dan een meerprijs gevraagd werd voor de software om dit alsnog mogelijk te maken, en dat pas 22 weken na bestelling tot levering zou zijn overgegaan. Vervolgens zou een probleem met de rem zijn vastgesteld dat niet behoorlijk opgelost geraakte en zou vastgesteld zijn dat slechts 1 nc-bestand per keer kon worden gelezen zodat slechts in hoek per keer kon worden gezaagd. Zij beweerde dat de machine aangetast was door verborgen gebreken die haar eigen staalproductie in het gedrang bracht.

2. Zij ging dan op 18.01.2013 over tot dagvaarding van NV Machinemarkt België teneinde de overeenkomst tussen partijen te horen ontbinden lastens NV Machinemarkt België, met terugbetaling van de koopprijs en van een provisionele schadevergoeding van 25.000,EUR.

3. Op 15.11.2013 ging NV Machinemarkt België over tot dagvaarding van BV Pehu Machines in tussenkomst en vrijwaring.

4. Intussen werd ook een kort geding ingeleid en bij beschikking van 25.01.2013 werd de heer V.D. aangesteld als gerechtsdeskundige.

Deze formuleerde in zijn eindverslag volgend advies:

[ ... ]

5. In eerste aanleg vorderde BVBA SPCM de koopverkoopovereenkomst tussen haar en NV Machinemarkt België met betrekking tot de bandzaagmachine 640*410 mm (Merk Pehu, type B700*410NC, zaagbladafmeting 41*1,3*5200 mm), lengtemeetsysteem, rollenbanen en toebehoren te ontbinden en NV Machinemarkt België te veroordelen tot terugbetaling aan BVBA SPCM van de aankoopprijs ten belope van 41.272,45, bedrag te vermeerderen met de verwijlintresten cfr. de wet op de betalingsachterstand bij handelstransacties vanaf de respectievelijke betalingen hetzij vanaf 09.03.2012 op 21.780,00 EUR, vanaf 30.06.2012 op 9.492,45 EUR, en vanaf 05.10.2012 op 10.000,00 EUR, evenals de gerechtelijke intresten tot op de dag der algehele betaling.

Verder vorderde zij de veroordeling van NV Machinemarkt België tot betaling van een schadevergoeding van 163.669,80 EUR, te vermeerderen met de vergoedende intresten vanaf de datum van de inleidende dagvaarding, en zij vroeg dat haar voorbehoud zou worden verleend voor de toekomstige schade ingevolge de stockage van de machine in haar gebouwen.

Van haar kant vorderde NV machinemarkt België bij tegeneis in hoofdorde de veroordeling van BVBA SPCM tot betaling van:

een bedrag van 24.937,00 EUR, het nog openstaande factuurbedrag voor

de geleverde machine, verhoogd met een schadebeding, de conventionele intresten aan 10% op het bedrag van 22.670,00 EUR vanaf 31.01.2014 tot aan datum van algehele betaling en de gerechtelijke intresten op de conventionele schadevergoeding van 2.267,00 EUR

vanaf de datum van het vonnis tot aan de algehele betaling;

een bedrag van 5.164,31 EUR, zijnde het schadebeding en verwijlintresten op het nog openstaande factuurgedeelte van partij BV Pehu Machines, bedrag te vermeerderen met de conventionele intresten op het bedrag van 18.366,00 EUR en met de gerechtelijke intresten op een bedrag van 1.698,30 EUR tot aan de algehele betaling.

Ondergeschikt - voor zover de vordering van BVBA SPCM tot ontbinding van de overeenkomst en/of de vordering tot het bekomen van een schadevergoeding gegrond zou worden verklaard - vorderde zij de veroordeling van BV Pehu Machines tot de integrale vrijwaring van haar, voor alles waartoe zij zou worden veroordeeld.

BV Pehu Machines vroeg de vordering in tussenkomst en vrijwaring ongegrond te verklaren en NV Machinemarkt België te veroordelen tot betaling van de kosten van het geding.

Zij stelde bovendien een tussenvordering in strekkende tot de veroordeling van NV Machinemarkt België tot betaling aan BV Pehu Machines van de som van 23.530,31 EUR, te vermeerderen met de sedert 28.02.2014 tot op het ogenblik van de volledige betaling op de hoofdsom ten bedrage van 18.366,00 EUR aan 12% vervallen gerechtelijke intresten, dit bedrag van 23.530,31 EUR tevens te vermeerderen met de sedert 28.02.2014 tot op het ogenblik van volledige betaling op de som ten bedrage van 1.698,30 EUR aan de toepasselijke rentevoet vervallen gerechtelijke intresten en met de kosten.

6. Bij het bestreden vonnis van 02.07.2014 werd de vordering van BVBA SPCM tegen NV Machinemarkt België ontvankelijk doch ongegrond verklaard en de vordering van NV Machinemarkt België tegen BVBA SPCM ontvankelijk en als volgt gegrond.

BVBA SPCM werd veroordeeld tot betaling aan NV Machinemarkt België van het bedrag van 22.670,00 EUR (saldo facturen), te vermeerderen met de conventionele verwijlintresten aan 10% per jaar vanaf 31.04.2014 en met de gerechtelijke intresten aan 10% en tot betaling van het bedrag van 2.267,00 EUR (schadebeding), te vermeerderen met de gerechtelijke intresten aan de gewone wettelijke intrestvoet.

Er werd verder geoordeeld dat de vordering van NV Machinemarkt België tegen BV Pehu Machines zonder voorwerp was.

De vordering van BV Pehu Machines tegen NV Machinemarkt België werd ontvankelijk en als volgt gegrond verklaard. NV Machinemarkt België werd veroordeeld tot betaling van:

het bedrag van 18.366,00 EUR (saldo hoofdsom), te vermeerderen met de gerechtelijke intresten aan 10% tot op de dag van volledige betaling;

het bedrag van 1.698,30 EUR (schadebeding), te vermeerderen met de gerechtelijke intresten aan de gewone wettelijke intrestvoet tot op de dag van volledige betaling;

het bedrag van 2.888,34 EUR (vervallen intresten).

BVBA SPCM werd veroordeeld tot de kosten van het geding, begroot op 380,27 EUR (kosten van dagvaarding), 235,15 EUR (dagvaarding in kortgeding), 379,51 EUR (dagvaarding in tussenkomst), 4.344,72 EUR (expertisekosten) en de rechtsplegingsvergoeding in hoofde van iedere partij begroot op 5.500,00 EUR.

De voorlopige tenuitvoerlegging van dit vonnis werd toegestaan.

7. Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld bij verzoekschrift, ter griffie neergelegd op 01.08.2014.

 

BVBA SPCM argumenteert dat de eerste rechter ten onrechte zou overwogen hebben dat versie 3 van de machine uiteindelijk voldeed en aan de wensen van de koopster beantwoordde en zij beweert dat die versie 3 op geen enkel ogenblik geïnstalleerd werd. Wat geleverd zou zijn, is versie 2, die niet zou beantwoorden aan hetgeen besteld is en dus ook niet aan de wensen van de koopster. Verder beweert zij dat de koop niet beheerst werd door de algemene voorwaarden van NV Machinemarkt België.

Zij vordert in laatste conclusie dat het bestreden vonnis zou worden hervormd, de vordering tot ontbinding van de koop zou worden toegewezen, met veroordeling van NV Machinemarkt België tot terugbetaling van de aankoopprijs ten belope van 41.272,45 EUR, bedrag te vermeerderen met de verwijlintresten cfr. de wet op de betalingsachterstand bij handelstransacties vanaf de respectievelijke betalingen hetzij vanaf 09.03.2012 op 21.780,00 EUR, vanaf 30.06.2012 op 9.492,45 EUR, en vanaf 05.10.2012 op 10.000,00 EUR, evenals de gerechtelijke intresten tot op de dag der algehele betaling.

Verder vordert zij haar veroordeling tot een schadevergoeding van 164.659,80 EUR, te vermeerderen met de vergoedende intresten vanaf de datum van de inleidende dagvaarding, en zij vraagt dat haar voorbehoud zou worden verleend voor de toekomstige schade ingevolge de stockage van de machine in haar gebouwen.

Zij vraagt verder dat ze niet veroordeeld zou worden tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding aan BV Pehu Machines en vordert de veroordeling van geïntimeerden tot de kosten.

8. NV Machinemarkt België concludeert tot de ongegrondheid van het hoger beroep, met veroordeling van BVBA SPCM tot de kosten. Ondergeschikt herneemt zij haar vordering in vrijwaring tegen BV Pehu Machines.

9. BV Pehu Machines concludeert tot de ongegrondheid van het hoger beroep, met veroordeling van BVBA SPCM tot de kosten. Ondergeschikt vraagt zij dat de vordering in vrijwaring zou worden afgewezen en dat NV Machinemarkt België tot de kosten zou worden veroordeeld.

10. Het hoger beroep is tijdig en regelmatig naar de vorm en het belang van BVBA SPCM bij haar hoger beroep spreekt voor zich. Het hoger beroep wordt dus toelaatbaar verklaard.

11. De vordering van BVBA SPCM tegen NV Machinemarkt België is gesteund op volgende rechtsgronden. BVBA SPCM roept in dat de machine aangetast zou zijn door een verborgen gebrek in de zin van art. 1641 B.W., en ondergeschikt werpt zij op dat de geleverde machine niet conform was. Verder meent zij gerechtigd te zijn op een vergoeding van de schade ingevolge de niet-naleving van de leveringstermijn.

12. Het hof kan nergens uit het dossier met de rechtens vereiste zekerheid afleiden dat de machine die eind juni 2012 geleverd werd door gelijk welk verborgen gebrek in de zin van art. 1641 B.W. zou aangetast zijn.

Een verborgen gebrek is een gebrek dat de zaak ongeschikt maakt voor het gebruik waartoe de zaak bestemd was, of dat gebruik dermate aantast dat de koper de zaak niet of voor slechts een geringere prijs zou gekocht hebben als hij het gebrek gekend zou hebben. Dat gebrek moet voldoende ernstig zijn, wat een eenvoudig herstelbare disfunctie uitsluit, en het moet op het ogenblik van de risico-overdracht minstens in de kiem bestaan hebben.

Uit het deskundigenonderzoek blijkt dat op zich totaal niets mis is met de geleverde machine, die perfect functioneert, zij het dat om automatisch verschillende NC-files na elkaar te kunnen verwerken, een zeer beperkte softwareaanpassing nodig is die een waarde van amper 3,3% van de koopprijs vertegenwoordigt

en op zeer korte termijn uitgevoerd kon worden. Zelfs indien BVBA SPCM zou kunnen aantonen dat zij van in den beginne bedongen zou hebben dat deze machine volautomatisch verschillende NC-files na mekaar moest kunnen verwerken, kan slechts vastgesteld worden dat dit perfect mogelijk is mits een zeer beperkte softwareaanpassing. Zulks houdt hoegenaamd geen gebrek in in de zin van art. 1641 B.W., zodat de vordering ongegrond is in zoverre ze op die rechtsgrond gesteund is.

[ ... ]

Beslissing

[ ... ]

Het hoger beroep wordt toelaatbaar en slechts in de navolgende beperkte mate gegrond verklaard.

Het bestreden vonnis wordt bevestigd, met die ene wijziging dat BVBA SPCM de door de eerste rechter toegekende rechtsplegingsvergoeding van 5.500,EUR voor de procedure in eerste aanleg enkel verschuldigd is aan NV Machinemarkt België, en dat NV Machinemarkt België op haar beurt veroordeeld wordt tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding in eerste aanleg van 5.500,EUR aan de vennootschap naar Nederlands recht BV Pehu Machines.

[ ... ]

 

 

Noot: 

• Pieter Brulez , Verborgen gebrek NJW 2017, 749

• S. Jansen, Prijsvermindering, Antwerpen, Intersentia, 2015, 494

• P. Brulez, Koop en aanneming: faux amis?, Antwerpen, Intersentia, 2015, 463

De vordering wegens verborgen gebrek wordt ingesteld op grond van 1641 BW (bij consumentenkoop 1649bis BW).

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 26/01/2018 - 19:26
Laatst aangepast op: vr, 26/01/2018 - 19:26

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.