-A +A

Verboden wapen - Stanleymes

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
din, 31/05/2016
A.R.: 
2016/NT/22

Een "Stanleymes" of "breekmes" is een blank wapen - met name een wapen voorzien van één of meerdere klingen die één of meerdere snijvlakken hebben (cfr. artikel 2, 13° Wapenwet) - en als zodanig geen verboden wapen in de zin van artikel 3§1 van de Wapenwet, maar een vrij verkrijgbaar wapen in de zin van artikel 3§2 van diezelfde wet, waarvan de dracht een wettige reden vergt.

Het was met de invoering van de Wapenwet niet de bedoeling van de wetgever om een onbenoemde en niet-omschreven categorie blanke wapens of messen in stand te houden die slechts onder één van de onderverdelingen van de Wapenwet zou kunnen worden ondergebracht naargelang het gebruik dat ervan wordt gemaakt. Alle blanke wapens, zoals hoger omschreven, vallen uit hun aard onder toepassing van de Wapenwet, hetzij onder de verboden categorieën vervat in de artikelen 3,§1, 5°, 6° of 12° van deze wet, hetzij onder de vrij verkrijgbare wapens zoals bedoeld in artikel 3§2 van deze wet. Er valt niet in te zien waarom een "Stanleymes" of "breekmes" hierop een uitzondering zou vormen.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
Uitgever: 
intersentia
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

...

X

VERDACHT VAN :

A.

Bij inbreuk op de artikelen 1, 2, 3, 8, 23, 24, 25, 26, 29, 46, 47, 48 en 49 van de wet dd. 08 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens, spijts het verbod, een verboden wapen te hebben vervaardigd, hersteld, te koop hebben gesteld, verkocht, overgedragen of vervoerd, opslaan, voorhanden te hebben gehad of gedragen, terzake een voorwerp of een stof die niet als wapen is ontworpen maar waarvan, gegeven de concrete omstandigheden, duidelijk is datgene die deze voorhanden heeft, draagt of vervoert, deze wenst te gebruiken voor het toebrengen van lichamelijk letsel aan of het bedreigen van personen, in casu een stanleymes.

(het wapen neergelegd zijnde ter griffie van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent onder OS-nummer 2014/373)

B.

Door gebaren of zinnebeelden de genaamden S en B te hebben bedreigd met een aanslag op personen of eigendommen, waarop een criminele straf gesteld is.

te 9820 Merelbeke op 05.12.2014

(...)

2.2.

2.2.1.

Onder de tenlastelegging A wordt aan de beklaagde "verboden wapendracht" verweten, met name het dragen van een voorwerp dat niet als wapen is ontworpen maar waarvan, in de gegeven concrete omstandigheden, het duidelijk is dat diegene die het voorwerp draagt, dit wenst te gebruiken voor het toebrengen van lichamelijk letsel of het bedreigen van personen.

Blijkens de strafinformatie doelt deze tenlastelegging op het "Stanleymes" of "breekmes" waarmee de beklaagde de onder de tenlastelegging B omschreven feiten pleegde.

Een "Stanleymes" of "breekmes" is een blank wapen - met name een wapen voorzien van één of meerdere klingen die één of meerdere snijvlakken hebben (cfr. artikel 2, 13° Wapenwet) - en als zodanig geen verboden wapen in de zin van artikel 3§1 van de Wapenwet, maar een vrij verkrijgbaar wapen in de zin van artikel 3§2 van diezelfde wet, waarvan de dracht een wettige reden vergt.

Het was met de invoering van de Wapenwet niet de bedoeling van de wetgever om een onbenoemde en niet-omschreven categorie blanke wapens of messen in stand te houden die slechts onder één van de onderverdelingen van de Wapenwet zou kunnen worden ondergebracht naargelang het gebruik dat ervan wordt gemaakt. Alle blanke wapens, zoals hoger omschreven, vallen uit hun aard onder toepassing van de Wapenwet, hetzij onder de verboden categorieën vervat in de artikelen 3,§1, 5°, 6° of 12° van deze wet, hetzij onder de vrij verkrijgbare wapens zoals bedoeld in artikel 3§2 van deze wet. Er valt niet in te zien waarom een "Stanleymes" of "breekmes" hierop een uitzondering zou vormen.

De tenlastelegging A dient dan ook, met behoud van tijds- en plaatsbepaling, te worden heromschreven als volgt:

Bij inbreuk op de artikelen 1, 2-13°, 3, §2-1°, 9 en 23 van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens, zonder wettige reden een vrij verkrijgbaar wapen te hebben gedragen, met name een blank wapen, zijnde elk wapen voorzien van één of meerdere klingen die één of meerdere snedes hebben, meer bepaald een Stanleymes.

Telkens hierna naar de tenlastelegging A verwezen wordt, betreft het de telastlegging zoals hiervoor verbeterd

2.2.2.

Als zodanig is de tenlastelegging A naar het oordeel van het hof niet bewezen in hoofde van de beklaagde.

Uit de strafinformatie blijkt dat de beklaagde werkzaam is in de bouwsector (verwarmingsinstallaties) en dat de feiten omschreven onder de tenlastelegging B zich voordeden aan het eind van de werkdag, toen de beklaagde, samen met een collega, terugkeerde naar huis (cfr. verklaring namens de werkgever K-Tec BVBA - subkaft 1/st.46). De dracht van een "Stanleymes" of "breekmes" door arbeiders uit de bouwsector binnen het kader van hun normale werkzaamheden - waartoe het woon-werkverkeer kan worden gerekend - is wettig verantwoord in het licht van de aard hun gebruikelijke arbeid en vormt dan ook geen inbreuk op de artikelen 9 en 23 van de Wapenwet.

De enkele omstandigheid dat dit "Stanleymes" of "breekmes" op een bepaald ogenblik tijdens het woon - werktraject werd aangewend voor onrechtmatige doeleinden, heeft niet tot gevolg dat de classificatie daarvan overeenkomstig de bepalingen van de Wapenwet plots een wijziging ondergaat. De enige situatie waar het concreet gebruik van een wapen determinerend is voor de classificatie ervan binnen het kader van de Wapenwet, is het geval omschreven in artikel 3, § 1, 17° van de Wapenwet. Deze bepaling beoogt evenwel geen blanke wapens in de zin van artikel 2, 13° van de Wapenwet.

De beklaagde dient dan ook van rechtsvervolging te worden ontslagen voor de tenlastelegging A, die geen afzonderlijke kosten veroorzaakte.



2.3.

Zoals voor de eerste rechter blijven de feiten omschreven onder de tenlastelegging B en de schuld van de beklaagde daaraan voor het hof bewezen.

Het hof verwijst in dit verband naar de oordeelkundige motieven van de eerste rechter, die het beaamt en overneemt (voor zover betrekking hebbende op de tenlastelegging B).

Uit de strafinformatie blijkt dat de inzittenden van de personenwagen Ford Fiesta, nauwelijks tien minuten na de feiten, gedetailleerde en eensluidende verklaringen aflegden ten aanzien van de politiediensten, aangaande het voorval, waarbij ook werd vastgesteld dat veiligheidsgordel van de passagier vooraan doorgesneden was en dat alle betrokkenen diep onder de indruk waren van de feiten.

De suggestie van de beklaagde dat in het bijzonder korte tijdsbestek tussen de feiten en de aankomst van de politiediensten, de voormelde vier personen een fictief verhaal zouden bedacht hebben, en uit dien hoofde - hoewel zij op weg waren naar een feest - nog eens ruim twee uur hebben zouden hebben besteed aan het afleggen van hun verklaringen op de kantoren van de verkeerspolitie te Wetteren, is volkomen ongeloofwaardig.

Het hof ziet geen enkele reden om aan de geloofwaardigheid van deze verklaringen te twijfelen.

2.4.

Uit het gedrag van de beklaagde bedoeld onder de bewezen gebleven tenlastelegging B, waarbij de beklaagde in het midden van de autosnelweg zijn gram ging halen bij de bestuurder van een ander voertuig dat hem zogezegd zou gehinderd hebben, en waarbij hij bovendien een persoon bedreigde met een "Stanleymes" of "breekmes", blijkt een volstrekt onbezonnen en agressieve ingesteldheid.

De door de eerste rechter bepaalde bestraffing (honderd uur werkstraf of vervangende gevangenisstraf van 10 maanden) blijft dan ook noodzakelijk om de beklaagde de ernst van de door hem gepleegde feiten te doen inzien en hem ertoe te brengen om zich van recidive te onthouden. De omstandigheid dat de beklaagde thans van rechtsvervolging wordt ontslagen voor de tenlastelegging A doet hieraan geen afbreuk.

De voorwaarden gesteld door artikel 37, ter § 1 van het Strafwetboek zijn vervuld. De beklaagde werd ingelicht over de draagwijdte van de werkstraf en werd gehoord in zijn opmerkingen. De beklaagde heeft in ondergeschikte orde zijn instemming gegeven voor een hem eventueel op te leggen werkstraf.

Het overtuigingstuk 2014/373 neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Gent dient, eigendom zijnde van de beklaagde, te worden verbeurd verklaard als gediend hebbende voor het plegen van het misdrijf overeenkomstig artikel 42 van het Strafwetboek.

...

(Vierde kamer, 2016/NT/22, 31/05/2016)

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 18/09/2017 - 17:16
Laatst aangepast op: wo, 20/06/2018 - 19:17

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.