-A +A

Verbod verkoop tussen echtgenoten relatieve nietigheid

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 24/02/2017
A.R.: 
C.16.0285.N

Krachtens artikel 1595 Burgerlijk Wetboek kunnen echtgenoten in principe geen koopovereenkomst met elkaar sluiten.

Dat verbod blijft bestaan zolang het huwelijk niet is beëindigd; de niet-naleving van dat verbod wordt gesanctioneerd door een relatieve en derhalve voor bevestiging vatbare nietigheid; deze bevestiging kan slechts plaatsgrijpen nadat de nietigheidsgrond heeft opgehouden te bestaan.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2017/14
Pagina: 
1191
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(M.V.T. / W.V.L. - Rolnr.: C.16.0285.N)

I. Rechtspleging voor het Hof
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 15 maart 2016.

II. Cassatiemiddel

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Ontvankelijkheid

1. De verweerder werpt een grond van niet-ontvankelijkheid op om reden dat het middel geen schending aanvoert van artikel 1278 Gerechtelijk Wetboek.

2. De in het middel als geschonden aangevoerde wetsbepalingen volstaan om tot cassatie te kunnen leiden.

De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.

Gegrondheid

3. Krachtens artikel 1595 Burgerlijk Wetboek kunnen echtgenoten in principe geen koopovereenkomst met elkaar sluiten.

4. Dat verbod blijft bestaan zolang het huwelijk niet is beëindigd.

De niet-naleving van dat verbod wordt gesanctioneerd door een relatieve en derhalve voor bevestiging vatbare nietigheid.

Deze bevestiging kan slechts plaatsgrijpen nadat de nietigheidsgrond heeft opgehouden te bestaan.

5. De appelrechters die een bevestiging van de nietige koopovereenkomst afleiden uit elementen die dateren van vóór de ontbinding van het huwelijk, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Omvang van cassatie

6. De beslissingen over de juridische kwalificatie en de rechtsgeldigheid van de koopovereenkomst benadelen de eiseres niet en zouden de verweerder enkel benadelen bij vernietiging van de bestreden beslissing, zodat noch de eiseres, noch de verweerder er belang bij hebben op te komen tegen die beslissingen.

Bijgevolg zijn die beslissingen niet te onderscheiden van de te vernietigen beslissing en strekt de vernietiging zich uit tot die beslissingen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep niet ontvankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.

VOORZIENING IN CASSATIE

VOOR: mevrouw V. T., M.,

eiseres tot cassatie,

TEGEN: de heer V. L., W.,

verweerder in cassatie.

Aan de Heren Eerste Voorzitter en Voorzitter van het Hof van Cassatie,

Aan de Dames en Heren Raadsheren bij het Hof van Cassatie,

Hooggeachte Dames en Heren,

Eiseres heeft de eer een arrest aan uw beoordeling voor te leggen dat op tegenspraak tussen de partijen op 15 maart 2016 werd uitgesproken door de 42ste kamer (familiekamer) van het hof van beroep te Brussel (2014/FA/6).

FEITEN EN PROCEDUREVOORGAANDEN

1. Partijen zijn met elkaar gehuwd voor de ambtenaar van de burger-lijke stand te Jabbeke op 11 september 1993. Zij hebben bij huwelijkscontract het stelsel van scheiding van goederen aangenomen.

Bij notariële akte van 23 oktober 1995 hebben zij de bvba Food & Fibre opgericht, waarbij oorspronkelijk elke partij de helft van de aandelen bezat.

Op 9 maart 2007 sloten de partijen een overeenkomst waarbij eiseres haar aandelen aan verweerder verkocht voor de prijs van euro 10.000.

Vanaf november 2010 hebben de partijen onderhandeld met het oog op een echtscheiding door onderlinge toestemming, maar dit heeft niet tot een akkoord geleid. Bij dagvaarding van 24 augustus 2011 vorderde eiseres de echtscheiding op grond van de onherstelbare ontwrichting van het huwelijk. De echtscheiding werd uitgesproken bij vonnis van 24 april 2012. Dit vonnis is in kracht van ge-wijsde getreden op 5 juli 2012.

2. Bij exploot van 17 december 2012 liet eiseres verweerder dagvaar-den tot nietigverklaring van de koop/verkoop van de aandelen van de bvba Food & Fibre.

Bij vonnis van 9 april 2014 werd de vordering van eiseres ontvankelijk en gegrond verklaard. De overeenkomst tot koop/verkoop van de aandelen werd nie-tig verklaard en eiseres werd veroordeeld tot terugbetaling aan de tegenpartij van een bedrag van euro 10.000.

3. Bij exploot van 18 juli 2014 stelde verweerder hoger beroep in te-gen dit vonnis.

In het bestreden arrest van 15 maart 2016 wordt dit hoger beroep ontvankelijk en gegrond verklaard. De door eiseres ingestelde vordering tot nietigverklaring van de overeenkomst wordt ongegrond verklaard.

 

ENIG MIDDEL TOT CASSATIE

Geschonden wetsbepalingen

• de artikelen 1108, 1338 en 1595 van het Burgerlijk Wetboek,
• artikel 823 van het Gerechtelijk Wetboek.

Aangevochten beslissing

De appelrechters verklaren de vordering van eiseres tot nietigverklaring van de tussen partijen op 9 maart 2007 gesloten overeenkomst tot koop/verkoop van aandelen ongegrond, op grond van de volgende overwegingen :

"4.5.
Overwegende dat nu vaststaat dat partijen zich niet in één van de vier ge-vallen bevinden waarin een koopcontract tussen echtgenoten kan worden aangegaan, besloten moet worden dat deze koop / verkoop niet rechtsgeldig werd aangegaan.

5. Aangaande de door [eiseres] gevorderde nietigheid

5.1.
Overwegende dat hoewel de wet dit niet uitdrukkelijk bepaalt, het duidelijk is dat op de schending van het verbod tot het sluiten van een koopcontract tussen echtgenoten overeenkomstig artikel 1595, eerste lid B.W., de sanctie van de relatieve nietigheid van de gesloten koopovereenkomst van toepas-sing is.

5.2.
Overwegende dat in elk geval de echtgenoot-verkoper, in casu [eiseres], als door artikel 1595, eerste lid B.W. beschermde persoon, gerechtigd is de nietigverklaring te vorderen.

5.3.

Overwegende dat aangenomen moet worden dat overeenkomstig artikel 1338 B.W. de bevestiging van de nietige koopovereenkomst mogelijk is;

Dat de bevestiging hetzij uitdrukkelijk, hetzij stilzwijgend kan gebeuren;

Dat de stilzwijgende bevestiging van de nietige koopovereenkomst kan volgen uit elk feit dat met zekerheid laat blijken dat de beschermde partij de nietigheid heeft willen bevestigen of er aan verzaakt heeft om ze in te roepen;

Dat de stilzwijgende bevestiging met alle middelen rechtens bewezen mag worden;

Overwegende dat [verweerder] dienaangaande inroept;

- dat [eiseres] vrijwillig de door haar thans aangevochten verkoop van haar aandelen d.d. 3 maart 2007 heeft aangegaan en de koopprijs in ontvangst genomenheeft;

- dat per 1 april 2007, dit is na de verkoop van haar aandelen, [eiseres] nog benoemd werd als zaakvoerder van de bvba Food & Fibre en ze dit gebleven is tot 30 september 2008, en zij aldus het mandaat van zaakvoerder nog vrijwillig heeft uitgeoefend gedurende meer dan een jaar na de aangevochten verkoop van haar aandelen dit terwijl ze niet betwist dat er op dat ogenblik slechts één aandeelhouder van de bvba was, namelijk [verweerder];

- er een periode van meer dan vijf en een half jaar ligt tussen de aange-vochten verkoop van de aandelen d.d. 9 maart 2007 en het uitbrengen van een dagvaarding in nietigverklaring ervan op 17 december 2012;

- deze bijzondere lange periode van stilzitten bovendien nog gekenmerkt wordt door een fase van onderhandelingen met het oog op een echt-scheiding door onderlinge toestemming in november - december 2010, het uitbrengen door [eiseres] van een dagvaarding in echtscheiding op 24 augustus 2011 en het uitspreken van de echtscheiding door een vonnis van 24 april 2012;

Overwegende dat in tegenstelling tot wat de eerste rechter overwogen heeft het geheel van deze feiten en het omstandig stilzwijgen van [eieres] gedurende een periode waarin zij eerst onderhandelde over een echtschei-ding door onderlinge toestemming en vervolgens een procedure tot echt-scheiding op grond van onherstelbare ontwrichting startte en voerde, niet anders kan worden uitgelegd dan als een verzaking door [eiseres] aan haar recht om de nietigheid van de koopovereenkomst te vorderen.

5.4.

Overwegende dat [eiseres] tevergeefs opwerpt dat haar vorderingsrecht slechts zou verjaren na verloop van 10 jaar te rekenen vanaf de ontbinding van het huwelijk van partijen op 5 juli 2012;

Dat immers liet feit dat haar vorderingsrecht nog lang niet verjaard was op het ogenblik dat ze de vordering tot nietigverklaring in rechte heeft ingesteld, er geenszins aan in de weg staat dat uit het geheel van de boven genoemde feiten en het omstandig stilzwijgen van [eiseres] haar verzaking aan haar recht om de nietigheid van de koopovereenkomst te vorderen afgeleid kan worden.

6. Conclusie

Overwegende dat uit hetgeen voorafgaat volgt dat de oorspronkelijke hoofdvordering van [eiseres] tot nietigverklaring van de overeenkomst van koop / verkoop van haar aandelen d.d. 9 maart 2007 ongegrond is;

Overwegende dat nu de hoofdvordering ongegrond verklaard wordt de in ondergeschikte orde gestelde tegenvordering van [verweerder] tot terugbe-taling van de koopprijs van euro 10.000 in hoofdsom niet meer aan de orde is;

Overwegende dat het vonnis a quo dan ook op beide punten hervormd wordt.".
(Bestreden arrest, blz. 8-9)

Grieven

Eerste onderdeel

Overeenkomstig artikel 1595, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek kan tussen echtgenoten geen koopcontract worden aangegaan, dan in de vier gevallen die door deze bepaling genoemd worden en waarvan de appelrechters oordelen dat zij in deze zaak niet van toepassing zijn. Dit verbod blijft bestaan zolang het huwelijk niet werd beëindigd.

De koopovereenkomst die tussen echtgenoten is aangegaan, is aangetast door een relatieve nietigheid, die door de echtgenoten, en in het bijzonder door de verkoper kan worden ingeroepen.

Overeenkomstig artikel 1338 van het Burgerlijk Wetboek kan de nietigheid worden bevestigd of bekrachtigd, indien in de akte melding wordt gemaakt van de hoofdinhoud van de verbintenis, van de reden waarom de vernietiging kan worden gevorderd en van de bedoeling om het gebrek, waarop die vordering berust, te bevestigen. Bij gebreke van een akte van bevestiging of bekrachtiging, is het voldoende dat de verbintenis vrijwillig is uitgevoerd na de tijd, waarop zij op geldige wijze bevestigd of bekrachtigd kon worden. Uit de bevestiging, bekrachtiging of vrijwillige uitvoering in de vorm en op het tijdstip door de wet bepaald, volgt de afstand van middelen en excepties die men tegen die akte kon inroepen, onverminderd nochtans de rechten van derden.

Uit deze bepaling vloeit voort dat de bevestiging van een nietige rechts-handeling slechts mogelijk is zodra de grond van onregelmatigheid ophoudt te be-staan.

In dezelfde zin volgt uit artikel 823 van het Gerechtelijk Wetboek dat af-stand van rechtsvordering slechts mogelijk is met betrekking tot een recht dat mag worden prijsgegeven en waarover de partij kan beschikken. Elke afstand van recht of verzaking vereist inderdaad het bestaan van een geldige wilsuiting door een partij die hiertoe bekwaam is (artikel 1108 van het Burgerlijk Wetboek).

Uit de samenlezing van bovenvermelde bepalingen volgt dat, nu het ver-bod tot verkoop tussen echtgenoten zich over het gehele huwelijk uitstrekt, de verkopende echtgenoot de verkoop tussen echtgenoten pas kan bevestigen na de ontbinding van het huwelijk.

Na te hebben vastgesteld dat het huwelijk tussen de partijen werd ontbon-den op 5 juli 2012, beslissen de appelrechters dat de verzaking door eiseres aan haar recht om de nietigheid van de koopovereenkomst te vorderen en de stilzwij-gende bevestiging van de nietige koopovereenkomst volgt uit de volgende om-standigheden :

- [eiseres] heeft vrijwillig de door haar thans aangevochten verkoop van haar aandelen d.d. 3 maart 2007 aangegaan en heeft de koopprijs in ontvangst genomen;
- per 1 april 2007, dit is na de verkoop van haar aandelen, werd [eiseres] nog benoemd als zaakvoerder van de bvba Food & Fibre en ze is dit gebleven tot 30 september 2008, en zij heeft aldus het mandaat van zaakvoerder nog vrijwillig uitgeoefend gedurende meer dan een jaar na de aangevochten verkoop van haar aandelen dit terwijl ze niet be-twist dat er op dat ogenblik slechts één aandeelhouder van de bvba was, namelijk [verweerder];
- er ligt een periode van meer dan vijf en een half jaar tussen de aange-vochten verkoop van de aandelen d.d. 9 maart 2007 en het uitbrengen van een dagvaarding in nietigverklaring ervan op 17 december 2012;
- deze bijzondere lange periode van stilzitten wordt bovendien nog ge-kenmerkt door een fase van onderhandelingen met het oog op een echtscheiding door onderlinge toestemming in november - december 2010, het uitbrengen door [eiseres] van een dagvaarding in echtschei-ding op 24 augustus 2011 en het uitspreken van de echtscheiding door een vonnis van 24 april 2012;
- het omstandig stilzwijgen van eiseres gedurende een periode waarin zij eerst onderhandelde over een echtscheiding door onderlinge toe-stemming en vervolgens een procedure tot echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting startte en voerde.

Door uit voormelde omstandigheden, die zich allen grotendeels situeren in de periode dat het huwelijk tussen de partijen nog niet was ontbonden, dit is, vol-gens de vaststellingen van de appelrechters, op 5 juli 2012, de verzaking af te lei-den door eiseres aan haar recht om de nietigheid van de koopovereenkomst te vorderen en de stilzwijgende bevestiging van deze nietige overeenkomst, hoewel de eiseres gedurende deze gehele periode nog niet bekwaam was om de nietigheid te bevestigen en evenmin bekwaam was om aan haar recht om de nietigheid te vorderen te verzaken, schenden de appelrechters alle in het middel genoemde be-palingen.

TOELICHTING

Overeenkomstig artikel 1595 van het Burgerlijk Wetboek kan tussen echt-genoten geen koopcontract worden aangegaan behalve in vier door deze bepaling genoemde gevallen, waarvan de appelrechters oordelen dat zij te dezen niet van toepassing zijn.

De koopovereenkomst die tussen echtgenoten is aangegaan, is aangetast door een relatieve nietigheid (Cass. 25 februari 1926, Pas. 1926, I, 264). Deze re-latieve nietigheid kan worden ingeroepen door de echtgenoten, en in het bijzonder door de verkoper (J.F. TAEYMANS, ""La vente et échange entre époux", in Les contrats entre époux, 1995, 16, nr. 9; E. BEGUIN, "La vente entre époux", in 15 années d'application de la réforme des régimes matrimoniaux, Brussel, Bruylant, 1991, 261 ; B. TILLEMAN, Beginselen van Belgisch Privaatrecht, X, Overeenkom-sten, Deel 2, Bijzondere Overeenkomsten, A. Verkoop, Deel 1. Totstandkoming en kwalificatie van de koop, 600, nr. 1540; S. LOUIS, "Transfert entre époux de parts et actions de société", TEP 2010, 333, nr. 442; A. VANDEWIELE en E. HAEGEMAN, "Verkoop tussen echtgenoten", T. Not. 2010, 163).

Gezien de nietigheid slechts een relatieve nietigheid is, kan zij worden be-vestigd overeenkomstig artikel 1338 van het Burgerlijk Wetboek. Een bevestiging vereist niet alleen dat de partij die bevestigt voorafgaand kennis heeft van de ge-breken van de rechtshandeling en daarenboven de intentie heeft om te verzaken, maar bovendien is de bevestiging slechts mogelijk zodra de grond van onregelma-tigheid ophoudt te bestaan (I. CLAEYS, "Nietigheid van contractuele verbintenis-sen in beweging", in Sancties en nietigheden, Larcier, 2003, 302, nr. 49; M. DUPONT, "Nulité absolue en nullité relative", in P. WÉRY, Nullité des contrats, Brussel, Larcier, 2006, 76, 39; A. VAN OEVELEN, "De nietigheid van de overeen-komst", in Bijzondere overeenkomsten. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, IV. Commentaar verbintenissenrecht, titel II. Con-tractenrecht, hoofdstuk IV; P. VAN OMMESLAGHE, Droit des obligations, Brussel, Bruylant, 2010, 959, nr. 637; J. ROODHOOFT, "Nietigheid", in BHVR II.4. De Overeenkomst, 105).

Gezien het verbod tot verkoop tussen echtgenoten zich uiteraard over het gehele huwelijk uitstrekt, impliceert dit dat de verkopende echtgenoot de verkoop tussen echtgenoten slechts kan bevestigen na de ontbinding van het huwelijk (E. BEGUIN, "La vente entre époux", in 15 années d'application de la réforme des ré-gimes matrimoniaux, Brussel, Bruylant, 1991, 261 ; B. TILLEMAN, Beginselen van Belgisch Privaatrecht, X, Overeenkomsten, Deel 2, Bijzondere Overeenkomsten, A. Verkoop, Deel 1. Totstandkoming en kwalificatie van de koop, 601, nr. 1542; S. LOUIS, "Transfert entre époux de parts et actions de société", TEP 2010, 333, nr. 442; vgl. Cass. 13 september 2012, C.11.0730.F).

De appelrechters beslissen dat eiseres de nietige koopovereenkomst stil-zwijgend heeft bevestigd, zodat zij thans de nietigverklaring ervan niet meer kan vorderen.

De appelrechters overwegen in dit verband dat:
- eiseres vrijwillig de door haar thans aangevochten verkoop van haar aandelen van 9 maart 2007 heeft aangegaan en de koopprijs in ont-vangst genomen heeft;
- eiseres per 1 april 2007, dit is na de verkoop van haar aandelen, nog benoemd werd als zaakvoerder van de bvba Food & Fibre en ze dit gebleven is tot 30 september 2008, en zij aldus het mandaat van zaak-voerder nog vrijwillig heeft uitgeoefend gedurende meer dan een jaar na de aangevochten verkoop van haar aandelen, dit terwijl ze niet be-twist dat er op dat ogenblik slechts één aandeelhouder van de bvba was, namelijk de tegenpartij;
- een periode van meer dan vijf jaar en een half jaar ligt tussen de aan-gevochten verkoop van de aandelen van 9 maart 2007 en het uitbren-gen van een dagvaarding in nietigverklaring ervan op 17 december 2012;
- deze bijzonder lange periode van stilzitten bovendien nog gekenmerkt wordt door een fase van onderhandelingen met het oog op een echt-scheiding door onderlinge toestemming in november-december 2010, het uitbrengen door eiseres van een dagvaarding een echtscheiding op 24 augustus 2011 en het uitspreken van de echtscheiding door een vonnis van 24 april 2012.

De appelrechters beslissen dat het geheel van deze omstandigheden en het omstandig stilzwijgen van eiseres gedurende een periode waarin zij eerst onder-handelde over een echtscheiding door onderlinge toestemming en vervolgens een procedure tot echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting startte en voerde, niet anders kan worden uitgelegd dan als een verzaking door eiseres aan haar recht om de nietigheid van de koopovereenkomst te vorderen.

Uit de vaststellingen van de appelrechters blijkt dat het huwelijk tussen de partijen ontbonden is op 5 juli 2012. Alle omstandigheden waaruit de appelrech-ters de bevestiging van de nietige verkoop afleiden, hebben betrekking op de peri-ode voorafgaand aan het huwelijk. Uit het lange stilzitten van eiseres kon voorts geen vestiging worden afgeleid, gezien enkel de periode na de ontbinding van het huwelijk in acht genomen mocht worden en de dagvaarding reeds dateert van 17 december 2012.

Door op grond van vermelde vaststellingen te beslissen dat eiseres heeft verzaakt aan haar recht om de nietigheid van de overeenkomst te vorderen en deze nietigheid heeft bevestigd, schenden de appelrechters alle in het middel genoemde bepalingen.

 

 

 

Op deze gronden en overwegingen besluit ondergetekende advocaat bij het Hof van Cassatie voor eiseres dat het U, Hooggeachte Dames en Heren, moge behagen het bestreden arrest te vernietigen, te bevelen dat hiervan melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beslissing, de zaak en de partijen te verwijzen naar een ander hof van beroep en uitspraak te doen over de kosten als naar recht.

 

Antwerpen, 24 juni 2016

 

Bijlagen:

1. exploot van betekening van deze voorziening aan de verwerende partij;
2. de pro fisco verklaring.

 

C.16.0285.N
Conclusie van advocaat-generaal Van Ingelgem:

I. SITUERING

1. Eiser vordert (na de ontbinding van haar huwelijk) de nietigverklaring van de met verweerder tijdens hun huwelijk (onder het stelsel van scheiding van goederen) gesloten overeenkomst tot koop/verkoop van haar aandelen (t.b.v. 10.000 euro) in een door hen opgerichte bvba.

2. Het bestreden arrest verklaart haar vordering ongegrond op grond van de omstandigheid dat eiseres de nietige verkoopovereenkomst stilzwijgend zou hebben bevestigd, wat als een verzaking van haar rechten om de nietigheid te vorderen wordt uitgelegd.

3. De omstandigheden waaruit de appelrechters de bevestiging van de nietige verkoop afleiden hebben evenwel betrekking op de periode voorafgaand aan de ontbinding van het huwelijk tussen partijen en schenden volgens eiseres, in haar enig middel, de artikelen 1108, 1338 en 1595 van het Burgerlijk Wetboek, evenals artikel 823 van het Gerechtelijk Wetboek.

II. BESPREKING VAN HET MIDDEL

1. Tussen echtgenoten kan volgens artikel 1595, eerste lid, BW geen koopcontract worden aangegaan dan in de vier gevallen die door de bepaling genoemd worden, en waarvan de appelrechters oordelen dat zij in deze zaak niet van toepassing zijn.

2. Over de redenen die aan dat verbod ten grondslag liggen, heerst absolute unanimiteit in de rechtsleer(1). In de eerste plaats is dat verbod ingegeven door de vrees voor misbruik door de ene echtgenoot van de invloed die hij heeft op de andere, waardoor deze laatste niet volledig vrij toestemt in de overdracht. Tevens gaat het verbod uit van de vrees dat echtgenoten onder het mom van een verkoop een schenking aan elkaar zouden doen en op die manier trachten de herroepelijkheid van schenkingen tussen echtgenoten uit artikel 1096 BW te omzeilen. Ten slotte wordt ook nog verwezen naar de vrees dat de vermogensoverdracht gebeurt met het oog op een bedrieglijke benadeling van de schuldeisers van de echtgenoot-overdrager.

3. Tot de geldigheid van een overeenkomst zijn door artikel 1108 BW vier voorwaarden vereist: een geldige wilsovereenstemming, de handelingsbekwaamheid, een geldig voorwerp en een geoorloofde oorzaak. Wanneer aan één van deze geldigheidsvoorwaarden niet is voldaan, geldt als sanctie de nietigheid van de overeenkomst.

4. Wat de voorwaarde van de handelingsbekwaamheid betreft, bepaalt artikel 1123 BW dat eenieder contracten kan aangaan, indien hij daartoe door de wet niet onbekwaam is verklaard. Artikel 1124 BW preciseert dat onbekwaam om contacten aan te gaan zijn: minderjarigen, krachtens artikel 429/1 beschermde personen en, in het algemeen, al degenen aan wie de wet het aangaan van bepaalde contracten verbiedt. Een voorbeeld van een dergelijk verbod vindt men aldus terug in artikel 1595 BW, op grond waarvan tussen echtgenoten geen koopcontract kan worden aangegaan, dan in de in die bepaling vermelde gevallen.

5. Aangezien echtgenoten niet bekwaam zijn om met elkaar een koopovereenkomst te sluiten, kan een dergelijke overeenkomst niet geldig tot stand zijn gekomen en zal zij derhalve nietig zijn. Reeds eerder oordeelde uw Hof dat het gaat om een relatieve nietigheid(2).

6. Kenmerkend voor de relatieve nietigheid is dat zij voor bevestiging vatbaar is. Om geldig te zijn moet een bevestiging beantwoorden aan de geldigheidsvoorwaarden zoals vereist voor iedere rechtshandeling. Bovendien is een bevestiging pas mogelijk als de nietigheidsgrond heeft opgehouden te bestaan. Voorts kan uit artikel 1338 BW worden afgeleid dat het voor een bevestiging noodzakelijk is dat de beschermde partij op het ogenblik van de bevestiging kennis heeft van de nietigheidsgrond(3).

7. In voormelde context rijst dan ook de vraag vanaf wanneer bij een koopovereenkomst tussen echtgenoten de nietigheidsgrond ophoudt te bestaan, en dus vanaf wanneer de echtgenoot de nietigheid kan bevestigen.

8. In deze leiden de appelrechters een bevestiging van de nietige koopovereenkomst af uit elementen die dateren van vóór de ontbinding van het huwelijk. Volgens verweerder is deze beslissing naar recht verantwoord, omdat de reden van bescherming een einde neemt zodra het voor de echtgenoten duidelijk is dat de beëindiging van hun huwelijk er zit aan te komen en er hierover door partijen onderhandelingen en een procedure in echtscheiding wordt gevoerd. Volgens verweerder kon de echtgenote de nietigheid aldus reeds bevestigen nog vóór het huwelijk was ontbonden.

9. Deze opvatting kan evenwel niet overtuigen. In zoverre zij m.i. in de eerste plaats aanleiding kan geven tot rechtsonzekerheid (vanaf wanneer is het voor de partijen immers duidelijk dat de beëindiging van hun huwelijk er zit aan te komen?), gaat zij bovendien in tegen de meerderheidsopvatting die daaromtrent terug te vinden is in de doctrine, en die ervan uitgaat dat een bevestiging van de nietige koopovereenkomst slechts kan plaatsvinden na de ontbinding van het huwelijk(4).

10. Deze meerderheidsopvatting kan naar mijn aanvoelen worden bijgetreden.

11. De nietigheidsgrond bestaat uit de onbekwaamheid van de echtgenoten om een koopovereenkomst met elkaar te sluiten. Deze onbekwaamheid duurt zolang het huwelijk duurt, en dus ook tijdens de echtscheidingsprocedure, want ook dan bestaat immers (nog) de kans op misbruik van de ene echtgenoot door de andere (bijv. door de verkoop van een goed als toegeving op het vlak van het hoederecht over de kinderen of de onderhoudsverplichting)(5).

12. Op het ogenblik van de bevestiging moet de nietigheidsgrond aldus hebben opgehouden te bestaan. Dit zal m.i. derhalve slechts het geval zijn na de beëindiging van het huwelijk, in dit geval de ontbinding ervan(6). Eerst dan is de echtgenoot immers niet langer onbekwaam om een koopovereenkomst te sluiten met zijn ex-echtgenoot(7). Zolang het huwelijk daarentegen niet is ontbonden, blijft de reden van onbekwaamheid bestaan, zelfs tijdens de echtscheidingsprocedure.

13. In zoverre de appelrechters aldus een bevestiging van de nietige koopovereenkomst afleiden uit elementen die dateren van vóór de ontbinding van het huwelijk, verantwoorden zij m.i. derhalve hun beslissing niet naar recht.

14. Het middel lijkt mij dan ook gegrond.

15. In zoverre verweerder een grond van niet-ontvankelijkheid opwerpt, om reden dat het middel artikel 1278 Ger. W. niet inroept als geschonden wetsbepaling, ben ik van mening dat deze grond niet kan worden aangenomen, nu de door eiseres aangevoerde wetsbepalingen wel degelijk het middel betreffen waarop de grief slaat.

16. Wat de omvang van de tussen te komen cassatie betreft zijn de beslissingen over de juridische kwalificatie en de rechtsgeldigheid van de koopovereenkomst, zoals opgeworpen door verweerder in zijn memorie van antwoord, niet te onderscheiden van de bestreden beslissing, en strekt de vernietiging zich uit tot die beslissingen(8).

III. CONCLUSIE: VERNIETIGING.
_______________________
(1) M. CALLENS en G. MAHIEU, "Overeenkomsten tussen echtgenoten", Rép.not., Deel IX, Contracten, Boek 3, Brussel, Larcier, 1980, nr. 51; J.-F. TAYMANS, "La vente et l'échange entre époux en droit belge" in X., Les contrats entre époux, Brussel, Bruylant, 1995, 5; E. BEGUIN, "La vente entre époux. Aspects de droit interne" in X., 15 années d'application de la réforme des régimes matrimoniaux, Brussel, Bruylant, 1991, 262; L. ROUSSEAU, "Les cessions entre époux de parts sociales et d'actions" in J.-L. RENCHON (ed.), Les sociétés et le patrimoine familial: convergences et confrontations, Brussel, Bruylant, 1996, 106, nr. 6; H. DE PAGE en A. MEINERTZHAGEN-LIMPENS, Traité élémentaire de droit civil belge, Brussel, Bruylant, 1997, 131, nr. 71; B. TILLEMAN, Totstandkoming en kwalificatie van de koop in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, Antwerpen, Kluwer, 2001, 599, nr. 1535 e.v.; J.-L. RENCHON en F. TAINMONT, "La vente et le droit de la famille" in X., Mise en vente d'un immeuble. Hommage au professeur Nicole Verheyden-Jeanmart, Brussel, Larcier, 2005, 142-143; R. DEKKERS, A. VERBEKE, N. CARETTE, K. VANHOVE, Handboek burgerlijk recht, Antwerpen, Intersentia, 2007, 466, nr. 817; N. TORFS, "Verkoop tussen echtgenoten versus verkoop tussen partners die ongehuwd samenwonen", RW 2010-11, 1515; A. VAN OEVELEN, "Het verkoopverbod tussen echtgenoten: een kritische analyse" in A.-L. VERBEKE, J.M. SCHERPE, C. DECLERCK, T. HELMS en P. SENAEVE (eds.), Confronting the frontiers of family and succession law: liber amicorum Walter Pintens, Antwerpen, Intersentia 2012, 1580-1581; A. AYDOGAN, "Vermogensplanning tussen echtgenoten: welke mogelijkheden?" in R. BARBAIX en N. CARETTE (eds.), Tendensen vermogensrecht, Antwerpen, Intersentia, 2014, 176.
(2) Cass. 25 februari 1926, Pas. 1926, 264; F. LAURENT, Principes de droit civil, XXIV, Brussel, Bruylant, 1887, nr. 42; M. CALLENS en G. MAHIEU, "Overeenkomsten tussen echtgenoten", Rép.not., Deel IX, Contracten, Boek 3, Brussel, Larcier, 1980 nr. 53; E. BEGUIN, "La vente entre époux. Aspects de droit interne" in X., 15 années d'application de la réforme des régimes matrimoniaux, Brussel, Bruylant, 1991, 261 J.-F. TAYMANS, "La vente et l'échange entre époux en droit belge" in X., Les contrats entre époux, Brussel, Bruylant, 1995, 16; L. ROUSSEAU, "Les cessions entre époux de parts sociales et d'actions" in J.-L. RENCHON (ed.), Les sociétés et le patrimoine familial: convergences et confrontations, Brussel, Bruylant, 1996, 106, nr. 7; H. DE PAGE en A. MEINERTZHAGEN-LIMPENS, Traité élémentaire de droit civil belge, Brussel, Bruylant, 1997, 134, nr. 74; B. TILLEMAN, Totstandkoming en kwalificatie van de koop in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, Antwerpen, Kluwer, 2001, 600, nr. 142; J.-L. RENCHON en F. TAINMONT, "La vente et le droit de la famille" in X., Mise en vente d'un immeuble. Hommage au professeur Nicole Verheyden-Jeanmart, Brussel, Larcier, 2005, 143; R. DEKKERS, A. VERBEKE, N. CARETTE, K. VANHOVE, Handboek burgerlijk recht, Antwerpen, Intersentia, 2007, 467, nr. 819; N. TORFS, Gezin en arbeid. Enkele huwelijkvermogensrechtelijke twistpunten, Gent, Larcier, 2008, 47; S. LOUIS, "Transfert entre époux de parts et actions de société", TEP 2010, 333, nr. 442; A. VAN OEVELEN, "Het verkoopverbod tussen echtgenoten: een kritische analyse" in A.-L. VERBEKE, J.M. SCHERPE, C. DECLERCK, T. HELMS en P. SENAEVE (eds.), Confronting the frontiers of family and succession law. Liber amicorum Walter Pintens, Antwerpen, Intersentia 2012, 1585.
(3) J. LIMPENS, La vente en droit belge, Brussel, Bruylant, 1960, 543, nr. 1700; P. HARMEL, "Théorie générale de la vente, 1ère partie", Rép.not., Deel VII, Boek 1, Brussel, Larcier, 1985, nr. 504; A. VAN OEVELEN, "De nietigheid van de overeenkomst" in Comm.Bijz.Ov. 2008, losbl.; P. VAN OMMESLAGHE, Droit des obligations, Brussel, Bruylant, 2010, nr. 637; J. ROODHOOFT, "Nietigheid" in BHVR 2015, II.4-105.
(4) M. CALLENS en G. MAHIEU, "Overeenkomsten tussen echtgenoten", Rép.not., Deel IX, Contracten, Boek 3, Brussel, Larcier, 1980 nr. 53; P. HARMEL, Théorie générale de la vente. 1ère partie",Rép.not., Deel VII, Boek 1, Brussel, Larcier, 1985, nr. 504; E. BEGUIN, "La vente entre époux. Aspects de droit interne" in X., 15 années d'application de la réforme des régimes matrimoniaux, Brussel, Bruylant, 1991, 261; L. ROUSSEAU, "Les cessions antre époux de parts sociales et d'actions" in J.-L. RENCHON (ed.), Les sociétés et le patrimoine familial: convergences et confrontations, Brussel, Bruylant, 1996, 106, nr. 7; H. DE PAGE en A. MEINERTZHAGEN-LIMPENS, Traité élémentaire de droit civil belge, Brussel, Bruylant, 1997, 135, nr. 74; B. TILLEMAN, Totstandkoming en kwalificatie van de koop in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, Antwerpen, Kluwer, 2001, 601, nr. 1542; J.-L. RENCHON en F. TAINMONT, "La vente et le droit de la famille" in X., Mise en vente d'un immeuble. Hommage au professeur Nicole Verheyden-Jeanmart, Brussel, Larcier, 2005, 143; N. Torfs, Gezin en arbeid. Enkele huwelijksvermogensrechtelijke twistpunten, Gent, Larcier, 2008, 47; S. Louis, "Transfert entre époux de parts et actions de société", TEP 2010, 333, nr. 442; N. TORFS, "Verkoop tussen echtgenoten versus verkoop tussen partners die ongehuwd samenwonen", RW 2010-11, 1515; A. VAN OEVELEN, "Het verkoopverbod tussen echtgenoten: een kritische analyse" in A.-L. VERBEKE, J.M. SCHERPE, C. DECLERCK, T. HELMS en P. SENAEVE (eds.), Confronting the frontiers of family and succession law: liber amicorum Walter Pintens, Antwerpen, Intersentia 2012, 1587.
(5) M. PUELINCKX-COENE, "Wetsvoorstel tot wijziging van de artikelen 1469 en 1595 van het Burgerlijk Wetboek (dossier nr. 4361)", CEL-CSW 2002/1, 545
(6) Vgl. Cass. 13 september 2012, AR C.11.0730.F, AC 2012, nr. 465, voor wat betreft lastgeving.
(7) Vgl. J. LIMPENS, La vente en droit belge, Brussel, Bruylant, 1960, 543, nr. 1700: "La vente annulable pour cause d'incapacité ne peut être confirmée par l'incapable que lorsqu'il a acquis ou recouvré la capacité légale".
(8) Cass. 23 februari 1968, AC 1968, 832; Cass. 13 januari 2005, AR C.04.0280.F, AC 2005, nr. 22.
 

Noot: 

• Verlooy, B., « Ontbinding van het huwelijk als voorwaarde voor de bevestiging van een nietige koopovereenkomst tussen echtgenoten », R.A.B.G., 2017/14, p. 1193-1196

• B. Tilleman, Beginselen van Belgisch Privaatrecht in X, Overeenkomsten, Deel 2, Bijzondere Overeenkomsten, A. Verkoop, Deel 1. Totstandkoming en kwalificatie van de koop, Antwerpen, Kluwer, 2001, p. 600, nr. 1539.

• A. Aydogan, “Het verkoopverbod tussen echtgenoten” in E. Alofs et al., Liber Amicorum Hélène Casman, Antwerpen-Cambridge, Intersentia, 2013, p. 38-39, litt. B;

• Torfs, “Verkoop tussen echtgenoten versus verkoop tussen partners die ongehuwd samenwonen” (noot onder GwH 23 juni 2010, nr. 72/2010), www.juridat.be.

• E. Dirix, “Art. 1595 BW” in X, Bijzondere overeenkomsten. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Mechelen, Kluwer, losbl., nr. 1.
• B. Tilleman, Beginselen van Belgisch Privaatrecht in X, Overeenkomsten, Deel 2, Bijzondere Overeenkomsten, A. Verkoop, Deel 1. Totstandkoming en kwalificatie van de koop, Antwerpen, Kluwer, 2001, p. 600-601, nrs. 1540-1541.

• Art. 1338 BW; A. Van Oevelen, “De nietigheid van de overeenkomst” in X, Bijzondere overeenkomsten. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, IV. Commentaar verbintenissenrecht, Titel II. Contractenrecht, Hoofdstuk IV, Mechelen, Kluwer, losbl., nr. III.

• P. Van Ommeslaghe in De Page, Traité de droit civil belge, II, Les obligations, vol. 2, Sources des obligations (deuxième partie), Brussel, Bruylant, 2013, p. 978, nr. 637;

• A. Van Oevelen, “De nietigheid van de overeenkomst” in X, Bijzondere overeenkomsten. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, IV. Commentaar verbintenissenrecht, Titel II. Contractenrecht, Hoofdstuk IV, Mechelen, Kluwer, losbl., nr. III.

• B. Tilleman, Beginselen van Belgisch Privaatrecht in X, Overeenkomsten, Deel 2, Bijzondere Overeenkomsten, A. Verkoop, Deel 1. Totstandkoming en kwalificatie van de koop, Antwerpen, Kluwer, 2001, p. 601, nr. 1542.

• A. Aydogan, “Het verkoopverbod tussen echtgenoten” in E. Alofs et al., Liber Amicorum Hélène Casman, Antwerpen-Cambridge, Intersentia, 2013, p. 29, nr. I.

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 21/12/2017 - 12:03
Laatst aangepast op: do, 21/12/2017 - 12:03

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.