-A +A

Verandering rijstrook door signalisatie en voorrangsregels

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 07/10/2014
A.R.: 
P.13.0163.N

Wanneer omwille van gesignaleerde werken op een expresweg de rechterrijstrook van de in dezelfde rijrichting bestaande rijstroken wegvalt en de in de rechterrijstrook rijdende bestuurder ingevolge de aangebrachte signalisatie verplicht is zich met zijn voertuig in de voor hem links gelegen rijstrook te begeven, deze meest rechts rijdende bestuurder overeenkomstig artikel 12.3.1 Wegverkeersreglement voorrang van doorgang geniet; in die omstandigheden maakt het uitwijken naar links van de meest rechts rijdende bestuurder, die gezien de omstandigheden in die rijbeweging steeds zo dicht mogelijk bij de rechterrand van de rijbaan blijft, geen verandering van rijstrook of manoeuvre uit in de zin van artikel 12.4 Wegverkeersreglement (1). (1) Cass. 24 november 2000, AR C.99.0341.N, AC 2000, nr. 642; Cass. 22 oktober 2002, AR P.01.1058.N, AC 2002, nr. 556.
 

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. P.13.0163.N
S J A S,
beklaagde,
eiseres,
tegen
VLAAMS GEWEST, voor wie optreedt de Vlaamse Minister van Mobiliteit en Openbare Werken, met kabinet te 1000 Brussel, Koning Albert II-laan 20 bus 2,
burgerlijke partij,
verweerder,
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Brugge van 14 december 2012.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 12.3.1 en 12.4 Wegverkeersre-glement: het bestreden vonnis verklaart de eiseres schuldig aan een inbreuk op de artikelen 418 en 420 Strafwetboek omdat zij vanuit stilstand ingevolge gesigna-leerde wegenwerken van de rechter- naar de linkerrijstrook reed, wat volgens de appelrechters een manoeuvre uitmaakt zodat de eiseres voorrang verschuldigd was; bij een wegversmalling waar het rijden in parallelle files niet meer mogelijk is, heeft evenwel de meest rechts rijdende op grond van artikel 12.3.1 Wegver-keersreglement voorrang; zijn beweging naar links, door de omstandigheden ge-noodzaakt, is geen manoeuvre in de zin van artikel 12.4 Wegverkeersreglement; de voorrang van rechts vervalt niet als het van rechts komende voertuig vooraf tot stilstand is gekomen.

2. Krachtens artikel 12.3.1, eerste lid, Wegverkeersreglement moet elke be-stuurder voorrang verlenen aan de bestuurder die van rechts komt, behalve indien hij op een rotonde rijdt of indien de bestuurder die van rechts komt, uit een verbo-den rijrichting komt.

Artikel 12.4 Wegverkeersreglement bepaalt dat de bestuurder die een manoeuvre wil uitvoeren, voorrang moet verlenen aan de andere weggebruikers. Worden in-zonderheid als manoeuvres beschouwd: van rijstrook of van file veranderen, de rijbaan oversteken, een parkeerplaats verlaten of oprijden, uit een aanpalende ei-gendom komen, keren of achteruitrijden.

3. Wanneer omwille van gesignaleerde werken op een expresweg de rechterrij-strook van de in dezelfde rijrichting bestaande rijstroken wegvalt en de in de rech-terrijstrook rijdende bestuurder ingevolge de aangebrachte signalisatie verplicht is zich met zijn voertuig in de voor hem links gelegen rijstrook te begeven, deze meest rechts rijdende bestuurder overeenkomstig artikel 12.3.1 Wegverkeersre-glement voorrang van doorgang geniet. In die omstandigheden maakt het uitwij-ken naar links van de meest rechts rijdende bestuurder, die gezien de omstandig-heden in die rijbeweging steeds zo dicht mogelijk bij de rechterrand van de rijbaan blijft, geen verandering van rijstrook of manoeuvre uit in de zin van artikel 12.4 Wegverkeersreglement.

4. De appelrechters stellen onaantastbaar vast dat:
- de eiseres op de rechter rijstrook van de N31 reed die in de rijrichting van beide betrokken bestuurders afgesloten was voor het verkeer wegens herstellings-werken, zodat de weggebruikers van twee op één rijstrook gebracht werden;
- de eiseres op de rechter rijstrook reed en tot stilstand was gekomen achter de botsabsorbeerder;
- zij haar linker richtingsaanwijzer aanstak en toen zij net de linkerrijstrook was opgereden, aangereden werd door het voertuig, bestuurd door K D G, dat zij in de verte had gezien.

De appelrechters oordelen dat het uitwijken naar links vanuit stilstand een veran-dering van rijstrook en aldus een manoeuvre uitmaakt in de zin van artikel 12.4 Wegverkeersreglement en dat deze fout het gebrek aan voorzichtigheid of voor-zorg uitmaakt, zoals voorzien in de artikelen 418 en 420 Strafwetboek.
Aldus verantwoorden zij hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Omvang van de cassatie

5. De hierna uit te spreken vernietiging van de beslissing op de strafvordering tegen de eiseres brengt de vernietiging mee van de beslissing op de tegen die eise-res ingestelde burgerlijke rechtsvordering die er het gevolg van is.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden vonnis.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.
Veroordeelt de verweerder tot de helft van de kosten van het cassatieberoep en laat de overige kosten ten laste van de Staat.
Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank van West-Vlaanderen, rechtszit-ting houdend in hoger beroep, anders samengesteld.
Bepaalt de kosten op 140,97 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer

Noot: 

Dirk van Trimpont , Bij gelijktijdige manoeuvres geldt niet de voorrang die door artikel 12.4 wegverkeersreglement wordt voorgeschreven, maar gelden de overige bepalingen van het wegverkeersreglement.(Veelal wordt de voorrang van rechts toegepast). T. pol 2011-65

Overige rechtsleer

• A. vanDeplas, Over manoeuvres in het wegverkeer , RW 1999-2000, 498).

• S. Van Overbeke, “Inschakeling in het verkeer” (noot onder Antwerpen 25 november 1993), RW 1993-94, 990

Rechtspraak:

• Rb. Liège 19 oktober 2004, T.Vred.2005, 305

• Cass. 15 maart 1994, RW 1994-95, 255;

• Cass. 25 november 2005, Arr.Cass. 2005, p. 2373, nr. 630;

• Cass. 25 januari 2008, Arr.Cass. 2008, p. 24, nr. 63.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 14/04/2016 - 13:11
Laatst aangepast op: za, 16/04/2016 - 16:44

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.