-A +A

Vennootschapsconstructies ter benadeling van erfgenamen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Datum van de uitspraak: 
don, 24/12/2015

Het gaat niet op om door middel van een vennootschapsrechtelijke constructie centrale elementen aan de nalatenschap. te onttrekken ten behoeve van één deelgenoot.

De vennootschap zelf staat als zodanig niet gelijk met een begiftigde deelgenoot in de nalatenschap. Enige vordering tot inbreng/inkorting ten laste van de vennootschap kan niet slagen. Enige vordering tot inbreng/inkorting ten laste van de diverse aandeelhouders kan evenmin slagen. Wanneer geen geen (tijdige) vordering met het oog op nietigverklaring dan wel niet-tegenwerpbaarverklaring van (met toepassing van art. 1167 BW) van de transactie voorligt mag de constructie aanzien worden als een vermomde schenking. De notaris-vereffenaar heeft in dit geval het recht de transactie in de nalatenschap vin te brengen.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
1585
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Cons. V.

...

IV. Beoordeling

A. Ontvankelijkheid

Het principaal hoger beroep, in zoverre het uitgaat van Willy V., is tijdig en regelmatig ingesteld en aldus ontvankelijk (artt. 1051, 1056, 2o en 1057 Ger.W.).

Het principaal hoger beroep, in zoverre het tegelijk uitgaat van Raymond V., is te laat ingesteld. Bij gerechtsdeurwaardersexploten van 5 en 10 september 2013 werd immers overgegaan tot betekening van het vonnis van 21/28 mei 2013 respectievelijk aan Raymond V. en aan Willy V. Het verzoekschrift tot hoger beroep van 8 oktober 2013 is derhalve te laat neergelegd wat Raymond V. betreft (art. 1051, eerste lid Ger.W.; Gent 29 maart 1999, TGR 2000, 72; P. Taelman en K. Piteus, «Dynamiek en evolutie van het geding in hoger beroep» in Goed procesrecht – Goed procederen, 2002-2003, XXIXste postuniversitair cyclus Willy Delva, Mechelen, Kluwer, 2004, p. 379, nr. 34).

Hoewel het principaal hoger beroep van Raymond V. zodoende niet ontvankelijk is, fungeert hij in onderhavig onsplitsbaar geschil als door Willy V. tijdig en regelmatig betrokken partij in de zin van art. 1053, tweede lid Ger.W. (Cass. 14 februari 1992, RW 1991-92, 1438, noot J. Laenens). Om die reden kunnen zowel Raymond als Willy V. verder regelmatig conclusie nemen (terwijl de ene zich aansluit bij de andere) teneinde, met hervorming van het beroepen vonnis, hun eerdere (door de notaris-vereffenaar verworpen) bezwaren te doen inwilligen.

...

B. Ten gronde

...

4. Voorts is het hof met de eerste rechter van oordeel dat de aangepaste staat van vereffening-verdeling van 28 oktober 2009 homologatie verdient met toepassing van de oude artt. 1223-1224 Ger.W.

5. Raymond en Willy V. blijven tevergeefs aanvoeren dat de notaris-vereffenaar niet ontvankelijk en onpartijdig is opgetreden. Het gegeven dat de notaris-vereffenaar bij de redactie van een (aangepaste) staat van vereffening-verdeling trancheert, maakt hem niet afhankelijk of partijdig. Het gegeven dat de notaris-vereffenaar de respectieve middelen en argumenten van de deelgenoten afweegt en beslecht in het kader van een bezwarenprocedure, maakt hem evenmin afhankelijk of partijdig. Dat de notaris-vereffenaar een deelgenoot als «tegenpartij» (t.a.v. een andere deelgenoot) aanduidt, moet in die context worden gezien. Een negatieve teneur blijkt geenszins, laat staan dat Raymond en Willy V. de beweerde «sfeer van vijandigheid» bewijzen. Dat zij een eigen notaris-raadgever inschakelen, is hun zaak, hoewel een dergelijke insteek afkeuring verdient (art. 9, § 1, eerste lid van de wet op het notarisambt van 16 maart 1803).

6. De litigieuze verkooptransactie van 4 oktober 1991 moet worden beschouwd als een vermomde schenking ten behoeve van Willy V., met de gevolgen van dien. Het gaat om een als rechtshandeling om baat vermomde rechtshandeling om niet, via een vennootschapsrechtelijke constructie. Het gaat manifest om veinzing. De litigieuze transactie bij notariële akte van 4 oktober 1991 (verleden door notaris S.) betreft een zogeheten verkoop door vader V. aan de NV P.B. van een onroerend goed te Turnhout aan de Rubensstraat. De NV P.B. wordt later (1) de NV I. en nog later (2) de BVBA O.I.T. De verkoop betreft een eigen onroerend goed van vader V. De prijs bedraagt 3.000.000 fr. (thans: 74.368,06 euro). De transactie voorziet in een éénmalig uitgestelde betaling van de koopprijs en voorts in een conventionele interest a rato van 10% per jaar, die een vergoeding uitmaakt voor de uitgestelde betaling van de prijs, maar als zodanig geen deel uitmaakt van de prijs.

Blijkbaar heeft de NV I. de koopprijs ten bedrage van 74.368,06 euro voldaan op 4 november 2004, zo ook de bedoelde interesten. Deze interesten slaan blijkbaar op de periode vanaf oktober 1991 tot en met september 2004.

Aangezien deze vennootschap een voordeel geniet, staat zij als zodanig niet gelijk met een begiftigde deelgenoot in de nalatenschap van vader V.

Het is duidelijk dat Willy V. en zijn echtgenote Ingrid P. achter de vennootschapsconstructie zitten, zodat Willy V. als begiftigde deelgenoot moet worden beschouwd. De verkooptransactie maskeert de werkelijke wil van vader V., die erin bestaat Willy V. te bevoordelen. Hoewel deze laatste bijzonder karig is en blijft met het verschaffen van nochtans herhaaldelijk (ook in rechte) gevraagde informatie en zodoende met een weinig transparant dossier (volgens hem als zogeheten minderheidsaandeelhouder) wil wegkomen, blijkt afdoende dat de omkaderende (rechtstreekse of onrechtstreekse) structuur van aandeelhouderschap en bestuurdersmandaten (uiteindelijk) wijst naar Willy V. en zijn echtgenote Ingrid P. Het maatschappelijke doel van de NV P.B. was overigens winkeluitbating voor de detailverkoop van baby- en kinderkledij. Achter de schermen van het geheel zwaaien Willy V. en zijn echtgenote Ingrid P. de plak. Thans blijkt het met de BVBA O.I.T. te gaan om de realisatie van vastgoedprojecten.

Het geheel van omkaderende omstandigheden wijst op een schijnvertoning. De verkoopprijs is ruimschoots onvolkomen, gelet op het riante voorwerp van de verkooptransactie, bestaande uit een geheel van onroerende elementen (met een oppervlakte van ruim een halve hectare), die zich na de vereiste stedenbouwkundige vergunningen lenen tot een groot project met een aanzienlijke waarde. Om die reden is kort na de verkoop ook effectief doorgegaan met de reeds menige tijd geplande bouwpromotie door middel van renovatie van de bestaande magazijnen en kantoorruimten. Het was reeds geruime tijd de bedoeling om het doel van de gewezen winkeluitbating om te turnen in een vastgoedproject. De waarde van de verkochte goederen kan bezwaarlijk worden verengd tot povere elementen in de periode vóór de verkoop. Er moet veeleer naar de waarde van de verkochte goederen worden gekeken, gelet op riante verkoop- en verhuurwaarde kort na de verkoop, gelet op de mogelijkheden die reeds vóór de verkoop waren afgesproken.

Passende vergelijkingspunten ten tijde van de verkoop leren dat de op 4 oktober 1991 bepaalde verkoopprijs ver beneden de verkoopwaarde zit. Zoals de notaris-vereffenaar in het licht van de geanalyseerde deskundigenverslagen beoordeelt, correspondeert de verkoopprijs geenszins met de verkoopwaarde. Daarbij komt dat de verkoopakte een aantal niet-realistische en/of ongebruikelijke modaliteiten bevat, zoals (1) de uitgestelde prijsbetaling (zonder eigendomsvoorbehoud, maar met een voorrecht van niet-betaalde verkoper door middel van een ambtshalve inschrijving op het hypotheekkantoor), niettegenstaande het onmiddellijke genot door de koper en (2) de alsdan weliswaar qua rentevoet enigszins marktconforme maar qua termijn variabele en niet exact in te schatten interesten die de vennootschap hoe dan ook fiscaal in mindering kan brengen.

Het gaat niet op om door middel van de bedoelde vennootschapsrechtelijke constructie centrale elementen aan de nalatenschap van vader V. te onttrekken ten behoeve van één deelgenoot (Willy V.). Terwijl de litigieuze verkooptransactie dateert van vóór het openvallen van de nalatenschap van vader V., gaat het om een inbreng/inkorting (ten laste van Willy V.) in mindere ontvangst (artt. 859-860 BW). De vennootschap zelf staat als zodanig niet gelijk met een begiftigde deelgenoot in de nalatenschap van vader V. Enige vordering tot inbreng/inkorting ten laste van de vennootschap kan niet slagen. Enige vordering tot inbreng/inkorting ten laste van de diverse aandeelhouders kan evenmin slagen. Voorts ligt blijkbaar geen (tijdige) vordering voor met het oog op nietigverklaring dan wel niet-tegenwerpbaarverklaring van (met toepassing van art. 1167 BW) de verkooptransactie. De begiftigde deelgenoot dwars doorheen de constructie is Willy V. gelet op de animus donandi aan de zijde van vader V. De notaris-vereffenaar heeft derhalve terecht in de nalatenschap van vader V. een door Willy V. in te brengen bedrag van 297.472,23 euro opgenomen.

De notaris-vereffenaar is terecht tot dit laatste bedrag gekomen, mede gelet op een schatting door notaris B., die meebrengt dat het verkochte goed (inzonderheid grond) een waarde vertoonde van 371.840,28 euro, terwijl slechts een verkoopprijs van 74.368,06 euro is bepaald. De loutere beweringen van Raymond en Willy V. als zou notaris B. (wiens vader destijds de gebruikelijke notaris van Willy V. was, terwijl deze laatste nu geen beroep meer doet op de vader van notaris B.) partijdig zijn, slaan nergens op. Notaris B. is als lokale notaris ingeschakeld door de notaris-vereffenaar om zijn zienswijze te kunnen stofferen. Op die manier hebben de deelgenoten, zo ook Raymond en Willy V., tegenspraak kunnen voeren, desnoods door middel van de bezwarenprocedure.

Voorts ligt, mede gelet op tal van zorgvuldig afgewogen antecedenten, afdoende informatie en stoffering voor, zodat verder deskundigenonderzoek of een andere onderzoeksmaatregel inopportuun en overbodig is. Afweging gebeurde mede gelet op de ligging (in het centrum van de stad Turnhout), de concrete inplanting, de bereikbaarheid via verbindings- en toegangswegen, de bestemmingsmogelijkheden, de functionele mogelijkheden en, meer algemeen, het potentieel in overeenstemming met de stedebouwkundige en ruimtelijk-technische basis. Voorstellen om de aanslepende discussie te beëindigen door middel van een bindende (deskundige) derde-beslissing, faalden. Thans alsnog tot herschatting overgaan, zou alleen al wegens de gewijzigde configuratie en het tijdsverloop hoe dan ook bijzonder moeilijk zijn.

Het gebrek aan een fiscale tekortschatting ten tijde van de verkoop dan wel ten tijde van de aangifte van nalatenschap van vader V., is irrelevant, gelet op de gebeurlijk gebrekkige mogelijkheden tot controle van weleer. Een fiscale tekortschatting is overigens facultatief en vanuit civielrechtelijk perspectief niet cruciaal.

De bedoelde eerdere tekoopstelling (door toedoen van vader V.) tegen de prijs van 6.000.000 fr. dan wel 9.000.000 fr. via de BVBA T.W. is evenmin tastbaar en cruciaal. De context van deze blijkbaar vergeefse tekoopstelling is overigens warrig en betwist.

De notaris-vereffenaar heeft op een direct bruikbare wijze een beredeneerd standpunt ingenomen tot waardebepaling van het onroerend goed ten tijde van het openvallen van de nalatenschap van vader V. op 28 augustus 1992, gelet op de staat van het onroerend goed ten tijde van de vermomde schenking op 4 oktober 1991 (overeenkomstig art. 922 BW). Punt daarbij is dat, anders dan een door Raymond en Willy V. bijgebrachte eenzijdige schatting van landmeter-schatter W. wil doen uitschijnen, ten tijde van de verkoop in 1991 reeds duidelijk was wat de mogelijkheden op het stuk van bouwpromotie waren. Die mogelijkheden komen in rekening. Terwijl vader V. is overleden op 28 augustus 1992, lag het bedoelde vastgoedproject al in het verschiet in overeenstemming met de (uiteindelijk) op 2 september 1993 toegekende bouwvergunning tot renovatie van de bestaande magazijnen en kantoorruimten. Het vastgoedproject is niet uit lucht komen vallen. Het was veel minder onzeker dan Raymond en Willy V. willen doen uitschijnen. Voorts spreekt het vanzelf dat met het uiteindelijk gerealiseerde vastgoedproject zelf als zodanig geen rekening kan worden gehouden. Om diezelfde reden verdient de waardering in het raam van de kredietverlening medio jaren 90 nuance. Aldus blijkt, na de oprichting en afwerking van diverse gebouwen, sprake van een venale waarde van 76.400.000 fr. (thans: 1.893.906,50 euro).

Terwijl de verkooptransactie voorziet in een éénmalig uitgestelde betaling van de koopprijs en voorts in een conventionele interest a rato van 10% per jaar, maakt de interest een vergoeding uit voor de uitgestelde betaling van de prijs, maar maakt deze interest als zodanig geen deel uit van de prijs. Anders dan Raymond en Willy V. aanvoeren, zijn de interesten dus geen bestanddeel van de koopprijs. Een en ander brengt mee dat enkel Willy V. tot inbreng is gehouden van het verschil tussen de waarde van het verkochte goed (371.840,28 euro) en de verkoopprijs (74.368,06 euro), zoals de notaris-vereffenaar terecht oordeelt.

De contractuele erfstelling van 12 november 1958 heeft tot gevolg dat het beschikbare gedeelte van de nalatenschap van vader V. volledig is uitgeput en toebedeeld aan moeder D., zodat de vermomde schenking aan Willy V. volledig moet worden verwerkt binnen het reservataire gedeelte. De gegevens (1) dat de contractuele erfstelling voor herroeping vatbaar is en (2) dat de contractuele erfstelling pas concreet wordt ten tijde van het overlijden van vader V., verhelpen niet. De vermomde schenking aan Willy V. behelst in de gegeven context sowieso geen herroeping van de contractuele erfstelling.

De bezwaren van Raymond en Willy V. slagen in zoverre niet.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 26/05/2018 - 21:11
Laatst aangepast op: za, 26/05/2018 - 21:12

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.