-A +A

Valsheid in geschrifte welk geschrift wordt beschermd

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 18/11/2014
A.R.: 
P.13.1703.N

Het misdrijf valsheid in geschriften bestaat erin in een door de wet beschermd geschrift, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, de waarheid te vermommen op een bij de wet bepaalde wijze, terwijl hieruit een na-deel kan ontstaan.

Een door de wet beschermd geschrift is een geschrift dat in zekere mate tot bewijs kan strekken, dit is zich aan het openbare vertrouwen opdringen, zodat de overheid of particulieren die ervan kennis nemen of aan wie het wordt voorgelegd, kunnen overtuigd zijn van de waarachtigheid van de rechtshandeling of van het rechtsfeit in dat geschrift vastgelegd of kunnen gerechtigd zijn daaraan geloof te hechten.

Een geschrift kan één of meerdere rechtsfeiten vastleggen. Het feit dat een geschrift meerdere vermeldingen bevat, heeft niet steeds tot gevolg dat daarin ook meerdere rechtsfeiten worden vastgelegd. Het is immers mogelijk dat die vermel-dingen in hun geheel slechts één rechtsfeit opleveren, waarvan de valsheid zich uitstrekt tot het gehele geschrift. De rechter oordeelt daarover onaantastbaar.
 

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. P.13.1703.N
I
W J L A,
beklaagde,
eiser,
II
K P D,
beklaagde,
eiser,

III

J M K A W,
beklaagde,
eiser,
tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdedi-ging, met kabinet te 1140 Brussel, Koningin Elisabethkwartier, Eversestraat 1,
burgerlijke partij,
verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
De cassatieberoepen I en II zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 4 maart 2013.
Het cassatieberoep III is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 23 september 2013.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen I en III

1. Het arrest:

- spreekt de eiser I vrij voor de telastleggingen A.3, C.3, F.1 en F.2 en spreekt hem gedeeltelijk vrij voor de telastleggingen A.9 tot A.12 en C.9 tot C.12;

- spreekt de eiser III vrij voor de telastleggingen B.1 tot B.35, D.1 tot D.35 en E.1 en E.2 en spreekt hem gedeeltelijk vrij voor de telastleggingen A.1, A.2, A.4 tot A.8, C.1, C.2 en C.4 tot C.8;

- verklaart de burgerlijke rechtsvorderingen van de verweerder tegen die eisers gedeeltelijk niet gegrond en gedeeltelijk zonder voorwerp.
In zoverre tegen die beslissingen gericht, zijn de cassatieberoepen I en III bij ge-brek aan belang niet ontvankelijk.

Eerste middel

2. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3.c EVRM, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging: het arrest oordeelt dat de eiser zich bij zijn verhoren van 12 no-vember 2008 niet in een kwetsbare positie bevond en dat de verklaringen die hij bij die verhoren heeft afgelegd zonder bijstand van een advocaat, niet op onwetti-ge wijze of in strijd met het EVRM zijn verkregen, zodat er geen enkele reden is om deze verklaringen uit het debat te weren of om de strafvordering niet ontvan-kelijk te verklaren; het steunt hiervoor op het oordeel dat die verhoren plaatsvon-den nadat reeds een jaar een intern administratief onderzoek door de militaire au-toriteiten aan de gang was, zodat de eiser ruim de gelegenheid had juridisch ad-vies in te winnen en zijn procespositie met zijn raadslieden te bespreken, en dat hij aan het begin van zijn verhoren erop werd gewezen dat zijn verklaringen in rechte konden worden gebruikt en hij het recht had het stilzwijgen te bewaren; die redenen verantwoorden het vermelde oordeel echter niet; uit het feit dat de eiser in het kader van een intern administratief onderzoek juridisch advies zou hebben ingewonnen, kan het arrest immers niet afleiden dat hij naar aanleiding hiervan eveneens de effectieve mogelijkheid heeft gehad advies in te winnen over zijn rechtspositie in het kader van dit strafrechtelijk onderzoek.

3. Het arrest steunt het in het middel vermelde oordeel niet enkel op de rede-nen die de eiser in zijn kritiek betrekt, maar onder meer ook op het feit dat:

- de eiser nooit van zijn vrijheid werd beroofd en de feiten steeds heeft ontkend;

- de eiser niet onder druk werd gezet om bekentenissen af te leggen en zonder voorbehoud zijn verklaring heeft ondertekend;

- eisers rang en persoonlijkheid niet van die aard zijn om zich door een recher-cheur te laten intimideren;

- de eiser redelijkerwijze in staat was het verhoor te verlaten of te onderbreken en zich te beroepen op zijn zwijgrecht of een raadsman te gaan consulteren;

- noch de eiser noch anderen die bezwarende verklaringen tegen hem hebben af-gelegd, hun verklaringen achteraf hebben ingetrokken of herroepen;

- de eventuele schuld van de eiser geenszins uit zijn eigen verklaringen zal blij-ken, maar uit de materiële vaststellingen en de overige bewijzen opgeleverd door materiële vaststellingen en de verklaringen van getuigen;

- de eerbiediging van het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging dient beoordeeld te worden in het licht van het geheel van het proces en eisers verklaringen geen zodanige impact hebben gehad op het verloop van het straf-proces dat dit geen eerlijk karakter meer zou vertonen.

4. Met het geheel van de vermelde redenen verantwoordt het arrest de beslis-sing naar recht.
Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

5. Het middel voert schending aan van de artikelen 193, 195, 196 en 197 Strafwetboek en artikel 2 Subsidiefraudebesluit: het arrest oordeelt dat de onder de telastleggingen A en C vermelde stukken, die fictieve en werkelijke duikpresta-ties vermengen, in hun geheel vals zijn omdat zij niet werden opgesteld op grond van de werkelijke duikprestaties van de hyperbaristen, maar enkel op grond van hun aanwezigheden en beschikbaarheden, en dat die stukken niet werden opge-steld voor het doel waarvoor zij bestemd waren, namelijk de betoelaging van ef-fectieve duikprestaties; het oordeelt verder dat door het gebruik van die documen-ten onterechte duiktoelagen van de verweerder werden verkregen; uit die motive-ring blijkt dat de betrokken stukken ook werkelijke duikprestaties vermeldden, waarvoor aldus terecht een duiktoelage werd betaald, zij het dat die prestaties niet meer identificeerbaar zijn en dat de verweerder op grond van die documenten niet kon uitmaken welke prestaties al dan niet effectief waren geleverd; de valsheid van die stukken dient echter niet te worden beoordeeld op basis van elk stuk in zijn geheel, maar op basis van de vermeldingen die in elk stuk zijn opgenomen; eenzelfde geschrift dat tot doel heeft meerdere rechtsfeiten vast te stellen, kan immers meerdere valsheden bevatten, naast vermeldingen die met de waarheid overeenkomen; de omstandigheid dat in een stuk voor een bepaalde persoon on-juist zou worden voorgehouden dat een bepaalde prestatie werd geleverd, betekent niet dat de vermelding in hetzelfde stuk dat een andere persoon een prestatie heeft geleverd, eveneens onjuist is; bijgevolg moesten de appelrechters op elk stuk nagaan welke prestaties wel of niet werden geleverd en konden zij enkel de vermeldingen die niet met de werkelijkheid overeenstemden vals verklaren, zodat zij de bedoelde stukken niet in hun geheel konden vals verklaren zonder vast te stellen dat alle vermeldingen vals waren.

6. Het misdrijf valsheid in geschriften bestaat erin in een door de wet be-schermd geschrift, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, de waarheid te vermommen op een bij de wet bepaalde wijze, terwijl hieruit een na-deel kan ontstaan.

7. Een door de wet beschermd geschrift is een geschrift dat in zekere mate tot bewijs kan strekken, dit is zich aan het openbare vertrouwen opdringen, zodat de overheid of particulieren die ervan kennis nemen of aan wie het wordt voorgelegd, kunnen overtuigd zijn van de waarachtigheid van de rechtshandeling of van het rechtsfeit in dat geschrift vastgelegd of kunnen gerechtigd zijn daaraan geloof te hechten.

8. Een geschrift kan één of meerdere rechtsfeiten vastleggen. Het feit dat een geschrift meerdere vermeldingen bevat, heeft niet steeds tot gevolg dat daarin ook meerdere rechtsfeiten worden vastgelegd. Het is immers mogelijk dat die vermel-dingen in hun geheel slechts één rechtsfeit opleveren, waarvan de valsheid zich uitstrekt tot het gehele geschrift. De rechter oordeelt daarover onaantastbaar.
In zoverre het middel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt het naar recht.

9. Het arrest oordeelt onder meer dat:

- krachtens artikel 1 Subsidiefraudebesluit, elke verklaring afgelegd in verband met een aanvraag tot het verkrijgen van een toelage die ten laste is van de Staat, oprecht en volledig moet zijn;

- aldus op de aanvraag "model 6", die precies is bedoeld om duiktoelagen te ver-krijgen, enkel de personen mogen voorkomen die op de dag waarop het docu-ment betrekking heeft, effectief hebben gedoken en geen andere personen;

- indien dat niet het geval is, de aanvraag niet oprecht en volledig is en bijgevolg geen recht op enig welke toelage opent, noch geheel noch gedeeltelijk en dus ook niet voor de personen die toevallig op die dag wel gedoken hebben;

- mocht de verweerder geweten hebben dat de aanvraag niet oprecht en volledig was, hij op basis van dat document nooit tot uitbetaling, zelfs niet gedeeltelijk, van enige duiktoelage zou zijn overgegaan;

- duiktoelagen verkregen op grond van aanvragen die niet oprecht en volledig zijn, volgens artikel 1 Subsidiefraudebesluit bijgevolg onrechtmatig zijn ver-kregen en dan ook aanleiding geven tot teruggave, wat normaal is omdat de verweerder niet kan weten welke prestaties oprecht en welke fictief zijn;

- het alles of niets is en het niet volstaat dat het document een beetje oprecht is: ofwel is het document oprecht en volledig en dan wordt er gevolg aan gegeven ofwel is het dat niet en kan er geen gevolg aan worden gegeven;

- het feit dat bepaalde betrokkenen zouden vermeld zijn die op de opgegeven data wel zouden gedoken hebben, niets afdoet aan de vaststelling dat de lijst werd opgesteld zonder dat werd gecontroleerd wie effectief gedoken had;

- de lijst als één geheel te beschouwen is en nog steeds vals is wanneer ze niet volledig met de waarheid overeenstemt;

- de originele documenten waaruit de effectieve duikprestaties bleken, niet ge-klasseerd en bewaard werden, wat kadert in een bewuste politiek om alle do-cumenten te doen verdwijnen die de waarheidsvermomming aan het licht kun-nen brengen.

10. Met die redenen oordeelt het arrest dat, waar het doel van de stukken "mo-del 6" erin bestaat oprecht en volledig vast te stellen welke personen op bepaalde dagen duikprestaties hebben geleverd die recht geven op de uitbetaling van een toelage, de in de telastleggingen A en C bedoelde stukken niet met dat doel wer-den opgesteld omdat zij niet ertoe strekten enkel effectief gepresteerde en geveri-fieerde duikprestaties vast te stellen, maar wel om deze te vermengen met fictieve prestaties die gesteund waren op irrelevante criteria en die aanleiding hebben ge-geven tot in het geheel niet verschuldigde toelagen, ook al zouden bepaalde opge-geven prestaties toevallig wel waarheidsgetrouw zijn, wat niet meer te achterhalen is.

11. Het arrest dat aldus oordeelt dat de stukken "model 6" slechts tot doel had-den één rechtsfeit vast te stellen, namelijk de oprechte en volledige opgave van de erin vermelde duikprestaties, en dat de valse stukken die deze opgave niet bevat-ten noch beogen, niet aan dat doel beantwoorden, verantwoordt de beslissing dat die stukken in hun geheel vals zijn, naar recht.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Derde middel

12. Het middel dat geen betrekking heeft op het beginsel van aansprakelijkheid, maar enkel op de omvang van de schade, waarvoor de eiser afstand zonder berus-ting heeft gedaan, behoeft geen antwoord.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum
Het Hof,
Verleent akte van de afstanden.
Verwerpt de cassatieberoepen I en III.
Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep.
Bepaalt de kosten in het geheel op 1.471,32 euro waarvan de eisers I en II elk 396,94 euro verschuldigd zijn en de eiser III 677,44 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie

Noot: 

D. Wuyts, De rol van het misdrijf valsheid in geschriften in de strijd tegen verzekeringsfraude, R.W. 2011-2012, Noot onder Cass. 24/12/2009 RW 2011-2012 607.

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 02/04/2016 - 18:55
Laatst aangepast op: za, 02/04/2016 - 18:55

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.