-A +A

Valsheid in geschrifte: definitie van een door de wet beschermd geschrift

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 17/06/2014
A.R.: 
P.14.0391.N

Valsheid in geschrifte bestaat erin in een door de wet beschermd geschrift, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, de waarheid te vermommen op een bij de wet bepaalde wijze, terwijl hieruit een nadeel kan ontstaan; een door de wet beschermd geschrift is een geschrift dat in zekere mate tot bewijs kan strekken, dit is zich aan het openbare vertrouwen opdringt, zodat de overheid of particulieren die ervan kennis nemen of aan wie het wordt voorgelegd, kunnen overtuigd zijn van de waarachtigheid van de rechtshandeling of van het juridisch feit in dat geschrift vastgelegd of kunnen gerechtigd zijn daaraan geloof te hechten (1). (1) Cass. 21 juni 2005, AR P.05.0073.N, AC 2005, nr. 360.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. P.14.0391.N
1. B M, burgerlijke partij,
2. A M, burgerlijke partij,
eisers,
tegen
1. M K H, inverdenkinggestelde,
2. V M R B, inverdenkinggestelde,
verweersters.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 13 februari 2014.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

1. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 193, 196 en 197 Straf-wetboek: het arrest oordeelt ten onrechte dat een Europees aanrijdingsformulier geen beschermd geschrift is.

2. Valsheid in geschrifte bestaat erin in een door de wet beschermd geschrift, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, de waarheid te ver-mommen op een bij de wet bepaalde wijze, terwijl hieruit een nadeel kan ontstaan.

Een door de wet beschermd geschrift is een geschrift dat in zekere mate tot bewijs kan strekken, dit is zich aan het openbare vertrouwen opdringt, zodat de overheid of particulieren die ervan kennis nemen of aan wie het wordt voorgelegd, kunnen overtuigd zijn van de waarachtigheid van de rechtshandeling of van het juridisch feit in dat geschrift vastgelegd of kunnen gerechtigd zijn daaraan geloof te hechten.

3. Het opstellen van een aanrijdingsformulier waarin valse verklaringen worden opgenomen van de bij het ongeval betrokken personen, kan valsheid in geschrifte opleveren. Derden kunnen immers overtuigd worden van de waarachtigheid van die valse verklaringen of kunnen gerechtigd zijn daaraan geloof te hechten. De vraag tegenover wie dat formulier in rechte tegenstelbaar is, is daarbij zonder belang.

Het arrest steunt de beslissing tot buitenvervolgingstelling op de reden: "(...) het aanrijdingsformulier ingevuld door beide [verweersters] vermeldt enkel hun be-weringen volgens dewelke het kwestieus verkeersongeval gebeurd zou zijn; derge-lijk geschrift is geen door de wet beschermd geschrift, vermits het niet tot bewijs kan strekken; het is overigens niet eens tegenstelbaar aan de [eisers], die de be-weringen van de [verweersters] kunnen betwisten, hetgeen zij overigens succesvol voor de politierechtbank hebben gedaan; de vordering tot schadevergoeding van de eerste [verweerster], gestoeld op een niet door de wet beschermd geschrift, maakt derhalve evenmin een poging tot oplichting uit;". Aldus verantwoordt het arrest de beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Tweede onderdeel

4. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest doet geen uitspraak over de valse getuigenverklaring van 14 september 2010, terwijl dit feit zowel door het openbaar ministerie als door de eisers werd aangebracht.

5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de procureur-generaal bij het hof van beroep heeft gevorderd dat de appelrechters de verweer-sters naar de vonnisrechter zouden verwijzen wegens onder meer:

"te Hoegaarden en bij samenhang elders in het rijk, meermaals tussen 1 juni 2010 en 29 december 2011

A. Met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, in handels- of bankge-schriften of in private geschriften valsheid te hebben gepleegd door overeenkom-sten, beschikkingen, verbintenissen of schuldbevrijdingen valselijk op te maken of achteraf in de akten in te voegen, en met hetzelfde bedrieglijk opzet of met hetzelfde oogmerk om te schaden, van de hiervoren vermelde valse akte of van het hiervoren vermelde valse stuk gebruik te hebben gemaakt, namelijk naar aanleiding van een verkeersongeval op 2 juni 2010 in de Maagdenblokstraat te Hoegaarden valsheid in de ongevalsaangifte van 2 juni 2010 te hebben gepleegd en hiervan te hebben gebruik gemaakt in het geding voor de politierechtbank te Leuven en een valse verklaring dd. 14 september 2010 opgesteld op naam van V B m.b.t. dat ver-keersongeval en daarvan gebruik te hebben gemaakt in het geding voor de politie-rechtbank te Leuven."

6. In hun beroepsconclusie hebben de eisers de valsheid van de schriftelijke verklaring van 14 september 2010 aangevoerd en de appelrechters gevraagd de verweersters wegens die valsheid te verwijzen naar de vonnisrechter.

7. Met de redenen die het bevat, geeft het arrest niet de redenen aan waarom het de buitenvervolgingstelling voor dat feit verleent en beantwoordt het aldus de vermelde aanvoering van de eisers niet.

Het onderdeel is gegrond.

Overige grieven

8. De overige grieven die niet kunnen leiden tot cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord.

Dictum

Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.
Veroordeelt de verweersters tot de kosten.
Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldiging-stelling, anders samengesteld.
Bepaalt de kosten op 137,90 euro, waarvan 102,96 euro verschuldigd is.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer,  op de openbare rechtszitting van 17 juni 2014

Noot: 

• Journal des tribunaux [JT] HENROTTE, Shelley; Observations 'La notion de confiance publique dans le cadre du faux en écriture' 2015, n° 6601, p. 339-340.

• S. Van Dyck, Valsheid in geschriften en gebruik van valse geschriften, Antwerpen, Intersentia, 2007, 313.

• Cass. 21 juni 2005, Arr.Cass. 2005, p. 1390

Strafwetboek / 1867-06-08 / Artt. 193, 196 en 197

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 07/08/2017 - 14:59
Laatst aangepast op: ma, 07/08/2017 - 14:59

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.