-A +A

Undercover agent die algemeen bekende gegevens en gebruikte technieken onthult in een boek begaat geen misdrijf

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
din, 29/04/2014

Dit arrest behandelt het vraagstuk in hoeverre een under cover agent toevertouwde geheimen kan lekken. Het antwoord is onkennend. Deze handelingen worden strafbaar gesteld door art. 458 SW als een schending van het beroepsgeheim. Maar trivale gegevens worden niet beschermd door het beroepsgeheim. De feiten betreffen de onthullingen in het boek Alpha 20 door Kris Daels en slaan op de methodiek van het "Speciaal Internventie Eskadron" SIE Diane. Iin dit elitekorps zou Kris Daels geheime en zeer risicovolle opdrachten uitgevoerd hebben om later onder codenaam Alpha 20 under cover agent te worden in criminele bendes.

Het boek dat lekker leest kon niet gesmaakt worden door de politie die geheime informatie en methodiek onthuld meenden te zien. 

Publicatie
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Hof van beroep Gent 29 April 2014, Notitienummer Griffie 2013/NT/483-GC 1062 DE52.98.301852/09

Arrest

zeventiende kamer correctionele zaken

 

Te 9340 Lede, en bij samenhang elders In het Rijk, op niet nader te bepalen data tussen 1 januari 2008 en 17 april 2009:

Bij inbreuk op artikel 458 van het Strafwetboek, juncto artikel 28qulnqules, §1, alinea 2 van het Wetboek van Strafvordering en artikel 57, §1, alinea 2 van het Wetboek van Strafvordering, als geneesheer, heelkundige, officier van gezondheid, apotheker, vroedvrouw of andere persoon die uit hoofde van zijn staat of beroep kennis draagt van geheimen dié hem zijn toevertrouwd, in casu als degene die beroepshalve zijn medewerking diende te verlenen aan opsporingsonderzceken en gerechtelijk onderzoeken, te weten o.a, als undercoveragent, buiten het geval dat hij geroepen was om in rechte of voor een parlementaire onderzoekscommissie getuigenis af te leggen en buiten het geval dat de wet hem verplichtte die geheimen bekend te maken, deze geheimen te hebben bekendgemaakt,

in casu} niet door het boek 'Alpha 20' (zle OS 2611/20091 gedrukt te hebben of te hebben laten drukken, doch enkel door aan minstens Journalist Wim Van Den Eynde, uitgeverij Van Halewyck en aan diegenen die een peer review (evaluatieve nalezing) hebben gedaan (zie stuk 61 in fine strafdossier), kennis te hebben gegeven van bepaalde geheimen waarvan hij uit hoofde van zijn functie als (undercover)agent kennis had en die geheim zijn, meer bepaald In het algemeen met betrekking tot gebruikte technieken

en/of strategieën: ·

l. door vanuit zijn professionele politioneel-tactische kennis een beschrijving te geven van de techniek 'cold approach' (o.a, stuk 3 strafdossier- OS 2611/2009, blz. 94 van het boek 'Alpha 20');

2. door vanuit zijn professionele politioneel-tactische kennis en opleiding een gedetailleerde beschrijving te geven van hoe een inkijkoperatie kan gerealiseerd worden zonder sporen na te laten (o.a. zie OS 2611/2009, blz. 51-53 van het boek 'Alpha 20');

3. door vanuit zijn professionele politioneel-tactische kennis uit te leggen wat een 'frontstore' is en hoe deze tot stand kan komen of kan worden opgericht, terwijl deze techniek werd afgeschermd in het vertrouwelijk dossier, en waarbij bovendien wordt prijsgegeven welk politioneel procedé wordt gebruikt om provocatie te vermijden (o.a. stuk 5,.53 (onderaan), 54 (bovenaan) strafdossier - OS 2611/2009, blz. 139-140, 142 e.v van het boek 'Alpha 20');

4, door vanuit zijn professionele politioneel-tactische kennis te beschrijven hoe een undercover team, en in het bijzonder een UCA (undercover-agent), werkt, met vermelding van de rol van de coördinator (o.a, stuk 3-4 strafdossier - os 2611/2009, blz. 98-99 van het boek 'Alpha 20');

5. door vanuit zijn professionele politioneel·tactische kennis de tactiek van inzet van buitenlandse undercoveragenten prijs te geven, in casu 2 Engelse UCA's [o.a. stuk 5, 54 strafdossier- os 2611/2009, blz. 164 van het boek 'Alpha 20');

6. door de contrastrategie prijs te geven hoe een observatie bemoeilijkt kan worden (o.a. stuk 6, 57 strafdossier- OS 2611/2009, blz. 189, 2e al, van het boek 'Alpha 20');

7, door de contrastrategie prijs te geven hoe een telefoonobservatie gedwarsboomd kan worden (o.a. stuk 6, 56 strafdossier - OS 2611/2009, blz. 180 van het boek 'Alpha 20');

en in het bijzonder ook (bijkomend) over concrete gerechtelijke dossiers waarin hij was aangesteld als undercoveragent:

8. door te beschrijven hoe in een concreet dossier de politionele contacten o.a, ten aanzien van de computer crime unit zijn verlopen naar aanleiding van de onderschepping van een server In een concrete undercoveropdracht (o.a. stuk 5, 54 strafdossier-OS 2611/2009, blz. 161-162 van het boek 'Alpha 20');

9. door een uitgebreide en gedetailleerde beschrijving te geven, niet alleen over hoe zijn "cover" en fictieve identiteit Danny Oesmedt werd gecreëerd en opgebouwd, doch ook praktisch werd geregeld, daarbij ook in het algemeen de praktische gang van zaken inzake een coveropbouw prijsgevend (o.a. stuk 3, 53 strafdossier - OS 2611/2009,blz, 97 e.v. van het boek 'Alpha 20'1;

10. door te beschrijven hoe hij in een concreet dossier aan zijn target voorstelde om een firma op te richten, o.a. met prijsgeving van een scenario en modus operandi (o.a. stuk 4-5 strafdossier-OS 2611/2009, blz. 134 van het boek 'Alpha 20');

11. door een beschrijving te geven van hoe hij In een concreet dossier bij een geldoverdracht de politie gemobiliseerd had om de transactie te observeren en arrestaties te verrichten, daarbij de kennelijke onderzoeksstrategie en/of visie van het Openbaar Ministerie prijsgevend (o.a, stuk 5, 54 strafdossier - OS 2611/2009, blz. 165 van het boek 'Alpha 20');

12. door een gedetailleerde beschrijving te geven van de finale fase van een opdracht waarbij kennelijk 25 mensen gemobiliseerd waren In het kader van een offensieve observatie, alsook 2 buitenlandse undercoveragenten, een mister cash en observatieteams in Nederland, daarbij cruciale technieken en contrastrategieën prijsgevend (o.a. met betrekking tot het laten plaatsvinden overdag, dat een Belg moet instaan voor het toongeld) (o.a, stuk 6, 57 strafdossier - OS 2611/2009, blz. 187 e.v. van het boek 'Alpha 20');

13. door zeer concreet te beschrijven hoe een technische observatie gerealiseerd werd en verliep in een concreet dossier (o.a, stuk 6, 55 strafdossier - OS 2611/2009, blz. 177-178 van het boek 'Alpha 20');

14. door zeer concreet te beschrijven hoe hij In het kader van een undercoveroperatie strafbare feiten heeft gepleegd, door de genaamde 'Frans' In elkaar te slaan (o.a. stuk 4 strafdossier-OS 2611/2009, blz. 107-109 van het boek 'Alpha 20');

15. door zeer concreet een vergadering van het undercoverteam en de agenda van die vergadering te bespreken en uit de doeken te doen (o.a, stuk 4 strafdossier - os 2611/2009, blz. 116-117 van het boek 'Alpha 20');

16, door een zeer concrete gebeurtenis (een ongeval) te beschrijven die zich heeft voorgedaan binnen de undercoveroperatie, daarbij het overleg en de interactie daaromtrent binnen de politionele en justitiële overheden blootgevend (e.a. stuk 5, 6 en 55 strafdossier-OS 2611/2009, blz. 167-170 van het boek 'Alpha 20');

17. door zeer concreet en gedetailleerd te bespreken op welke wijze hij werd ingezet in een Nederlandse undercoveroperatie In het kader waarvan hij werd opgesloten In de gevangenis BIJLMER te Nederland, daarbij de opzet van de undercoveroperatie prijsgevend, alsook de methodiek en strategie hoe concreet een undercoveroperatie binnen de gevangenis In scenario wordt gezet en welke (technische) middelen en technieken daarbij kunnen worden gebruikt (o.a. stuk 6-7 strafdossier - OS 2611/2009, blz. 202-207 e.v. van het boek 'Alpha 20'};

Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde van 11 februari 2013, 13d" kamer, werd op tegenspraak, als volgt beslist:

Op strafrechtelijk gebied:

Spreekt de beklaagde vrij, zonder kosten, voor de feiten vermeld onder de enig weerhouden tenlastelegging en ontslaat hem van alle rechtsvervolging.

legt de kosten in hoofde van het openbaar ministerie begroot op 25,63 euro, ten laste van de Belgische Staat.

Stelt het overtuigingsstuk vervat onder overtuigingsstaat 2611/2009 van het register der overtuigingsstukken van de correctionele rechtbank te Dendermonde ter beschikking van de Procureur des Konings om te handelen als naar recht •

Tegen voormeld vonnis werd hoger beroep ingesteld op 25 februari 2013 door het openbaar ministerie tegen alle schikkingen wat de beklaagde Daels Kris betreft.

Gezien het proces-verbaal van terechtzitting d.d. 10 september 2013 van de 17° correctionele kamer bij dit hof, waarbij de zaak werd uitgesteld naar de terechtzitting van 10 december 2013 om 14:00 uur.

Het hof hoorde op de openbare terechtzitting van 10 december 2013 in het Nederlands:

de eerste beklaagde Daels Kris In zijn middelen van verdediging […]

de getuige R.E.J. Steen, officier van Justitie bij het landelijk parket in Nederland, de getuige Johanna Erard, substituut-procureur-generaal,

de getuige Van den Eynde Wim, journalist,

het openbaar ministerie, in zijn vordering, bij monde van de heer Stefaan Guenter, advocaat-generaal.

Gezien het proces-verbaal van terechtzitting d.d. 10 december 2013 van de 17° correctionele kamer bij dit hof, waarbij de zaak op verzoek van de verdediging In voortzetting werd gesteld naar de terechtzitting van 31 maart 2014.

[…]

1.

1.1 Het tegen het vonnis van 11 februari 2013 van de correctionele rechtbank te Dendermonde door het openbaar ministerie aangetekende hoger beroep werd tijdig en regelmatig naar vorm ingesteld en Is ontvankelijk.

1.2 Het openbaar ministerie ging over tot dagvaarding van de genaamde R.E.J. Steen, officier van justitie bij het Landelijk Parket (Nederland), als getuige voor de terechtzitting van 10 september 2013. Daar het hof op die terechtzitting niet zetelde In zijn gebruikelijke samenstelling en de zaak niet door de volledige zetel was voorbereid in het licht van de voormelde dagvaarding van de getuige, werd de zaak uitgesteld naar de terechtzitting van 10 december 2013.

Op die laatste terechtzitting werd behalve de voormelde getuige ook de getuigen gehoord die als zodanig werden gedagvaard door de beklaagde, nl. de genaamde Johanna Erard, substituut-procureur-generaal, en de genaamde Wim Van den Eynde, journalist. Bij die gelegenheid werd door de getuige Johanna Erard een stuk neergelegd, waartegen noch de beklaagde, noch het openbaar ministerie zich heeft verzet.

2.

De beklaagde wordt vervolgd omdat hij als drager van het beroepsgeheim • nl. als Iemand die beroepshalve zijn medewerking diende te verlenen aan opsporingsonderzoeken en gerechtelijke onderzoeken, met name in zijn hoedanigheid van undercoveragent - geheimen zou hebben bekendgemaakt buiten de gevallen waarin de wet dit toelaat (art. 458 Sw.).

Uit de gegevens van het strafdossier blijkt - en het wordt door de beklaagde ook niet betwist - dat de beklaagde samen met een journalist als coauteur een boek heeft geschreven met de titel "undercoveragent bij de federale politie - Alpha 20" (in het strafdossier doorgaans aangeduid als "Alpha 20", hierna verkort aangeduid als "het boek"). In dit boek zouden behalve zijn leven en carrière blj de politie ook algemene politionele technieken en strategieën (zie de punten 1 tot en met 7 van de enige telastlegging) alsook concrete onderzoeksdossiers (zie de punten 8 tot en met 17 van de enige telastlegging) aan bod komen.

In de enige telastlegging wordt uitdrukkelijk vermeld dat de strafvervolging geen betrekking heeft op het feit dat de beklaagde het voormelde boek heeft gedrukt of heeft laten drukken, doch louter op het feit dat hij aan derden kennis zou hebben gegeven van bepaalde geheimen waarvan hij uit hoofde van zijn functie als undercoverjagent kennis had en die geheim zijn, meer bepaald in het algemeen met betrekking tot gebruikte technieken en/of strategieën zoals nader omschreven in de punten 1 tot en met 7 van de enige telastlegging, en voorts in het bijzonder ook (bijkomend) over concrete gerechtelijke dossiers waarin hij was aangesteld als undercoveragent, zoals nader omschreven In de punten 8 tot en met 17 van de enige telastlegging. De bewuste geheimen zou de beklaagde, aldus de bewoordingen van de enige telastlegging, "minstens" hebben onthuld aan de journalist/coauteur van het boek, aan de uitgeverij van het boek, en ten slotte aan diegenen die het boek aan een evaluatieve nalezing (zgn. "peer review") hebben onderworpen.

Telkens wanneer hierna wordt verwezen naar de "bekendmaking" van deze of gene gegevens door de beklaagde, wordt dan ook de onthulling bedoeld aan de journalist/coauteur van het boek, aan de uitgeverij en aan diegenen die het boek aan een evaluatieve nalezing hebben onderworpen. Uit de gegevens van het strafdossier blijkt Immers niet dat de beklaagde de bewuste gegevens en informatie ook nog aan andere personen of instanties zou hebben meegedeeld.

3.

3.1 Op grond van de gegevens van het strafdossier en de behandeling voor het hof zijn de feiten, voorwerp van de enige telastlegging, en de schuld van de beklaagde aan die feiten ook voor het hof niet bewezen gebleven.

3.2 Dat de beklaagde, gelet op zijn hoedanigheid van politieman en in het bijzonder van (voormalige) undercoveragent, principieel gehouden is tot het beroepsgeheim, staat vast. Krachtens de artikelen 28quinquies,§1 en 57,§1 van het Wetboek van Strafvordering zijn een opsporingsonderzoek en een gerechtelijk onderzoek immers principieel geheim, en Is eenieder die beroepshalve zijn medewerking aan een dergelijk onderzoek dient te verlenen tot geheimhouding verplicht. Een schending van deze geheimhoudingsplicht wordt gestraft met de straffen die zijn bepaald in artikel 458 van het Strafwetboek.

De desbetreffende geheimhoudingsplicht heeft onder meer betrekking op vertrouwelijke informatie omtrent concrete (lopende of reeds afgesloten) gerechtelijke dossiers, met name op specifieke informatie In verband met derden die, in welke hoedanigheid ook, In die dossiers worden genoemd, alsook op specifieke informatie in verband met het verloop en de behandeling van de desbetreffende dossiers.

Deze geheimhoudingsplicht blijft bestaan na het afsluiten van de desbetreffende onderzoeken en ook na het definitief worden van de desbetreffende gerechtelijke eindbeslissing, en blijft eveneens onverkort bestaan wanneer de desbetreffende politieambtenaar zijn ambt of zijn specifieke functie binnen de politie, bijvoorbeeld als undercoveragent, tijdelijk of definitief niet meer uitoefent.

Tevens heeft de geheimhoudingsplicht van de politieambtenaar betrekking op niet-persoonsgebonden informatie omtrent de werkwijze en de politionele technieken die bij opsporingsonderzoeken en gerechtelijk onderzoeken worden aangewend, althans in zoverre het daadwerkelijk om vertrouwelijke informatie gaat, dat wil zeggen informatie waarvan de onthulling de openbare veiligheid in het gedrang kan brengen, inzonderheid omdat door die onthulling de opsporing of de vervolging van misdrijven wordt bemoeilijkt, onderzoekstechnieken of opsporlngsstrategieën geheel of gedeeltelijk worden onthuld of nog omdat interne informatie wordt vrijgegeven.

Hieronder valt uiteraard niet de informatie die algemeen bekend is en die reeds blijkt uit de wet zelf of uit (al dan niet gespecialiseerde) literatuur die algemeen toegankelijk is. zo bijvoorbeeld kan bezwaarlijk worden aangenomen dat een politieambtenaar zijn beroepsgeheim zou schenden wanneer hij aan een derde zou bevestigen dat naar aanleiding van een strafonderzoek in bepaalde gevallen telefoongesprekken kunnen worden afgeluisterd, dat personen soms worden geschaduwd, dat er soms gebruik wordt gemaakt van de techniek van de infiltratie, van gespecialiseerde (afluister)apparatuur enz.

3.3 De gegevens die door de beklaagde werden onthuld - waarbij deze onthulling inzonderheid blijkt uit de desbetreffende beschrijvingen in het boek, zij het dat het drukken en uitgeven van het boek zoals reeds opgemerkt als zodanig niet het voorwerp van de telastlegging vormen - kunnen in het voorliggende geval naar het oordeel van het hof niet worden beschouwd als vertrouwelijke informatie die onder het beroepsgeheim zou vallen.

Dit geldt vooreerst voor het meedelen van de politionele technieken en/of strategieën zoals nader omschreven in de punten 1 tot en met 7 van de enige telastlegging.

De desbetreffende gegevens die de beklaagde in dit verband meedeelde aan derden - met name aan zijn coauteur, aan de uitgeverij en aan degenen die het boek dienden na te lezen - zijn immers van een dergelijk algemene aard dat ze geenszins kunnen worden beschouwd als onderzoeksmethoden of onderzoeksstrategieën die onder het beroepsgeheim van de beklaagde als politieambtenaar. inzonderheid als undercoveragent zouden vallen.

De desbetreffende informatie die de beklaagde in dit verband meedeelde, kan immers geenszins specifiek, laat staan gevoelig worden genoemd, en komt er in wezen op neer dat in eenvoudige woorden wordt uitgelegd wat moet worden verstaan onder een zgn. "cold approach" (zijnde een "koude aanpak", punt 1 van de telastlegging), een inkijkoperatie (punt 2 van de telastlegging) en een frontstore (zijnde een zgn. "dekmantelfirma", punt 3 van de telastlegging), hoe de werking van een undercoverteam in het algemeen geschiedt (punt 4 van de telastlegging), hoe er soms buitenlandse undercoveragenten (afgekort "UCA's") worden ingezet (punt 5 van de telastlegging) en hoe een observatie of een telefoonobservatie soms kunnen worden gedwarsboomd (punten 6 en 7 van de telastlegging).

Uit geen enkel gegeven van het strafdossier, en met name uit geen enkele passage uit het boek, blijkt dat de beklaagde in dit verband meer zou hebben gedaan dan het beschrijven van enkele algemeenheden en het weergeven van triviale gegevens, die geenszins kunnen worden beschouwd als gegevens dte door het beroepsgeheim zouden zijn gedekt. De door de beklaagde voorgelegde uittreksels uit de voor iedereen toegankelijke (rechts)literatuur tonen Immers afdoende aan dat de gegevens die door het openbaar ministerie worden geviseerd in de punten 1 tot en met 7 van de telastlegging, algemeen consulteerbare gegevens betreffen.

Het standpunt van het openbaar ministerie dat ook het loutere bevestigen van bepaalde gegevens die reeds in de openbaarheid werden gebracht in voorkomend geval een schending van het beroepsgeheim oplevert, is op zichzelf weliswaar correct, doch in het voorliggende geval irrelevant, daar de door de beklaagde meegedeelde gegevens geen door het beroepsgeheim gedekte informatie behelsden en als zodanig niet onder het beroepsgeheim vallen.

Ook de omstandigheid dat de beklaagde de desbetreffende technieken en strategieën heeft beschreven aan de hand van op het eerste gezicht concrete gegevens uit een welbepaald gerechtelijk dossier, kan in het licht van de gegevens van het strafdos~!er niet als een schending van het beroepsgeheim worden beschouwd. Immers blijkt nergens uit dat de beschreven situaties daadwerkelijk overeenstemmen met deze die in de realiteit ~an de orde waren In het desbetreffende strafonderzoek, te meer daar de beklaagde tijdens het strafonderzoek verklaarde dat hij een verhaal wilde brengen dat zo dicht mogelijk moest aanleunen bij de waarheid, doch "zonder daarom bijzondere technieken prijs te geven (stuk 61 in fine van OK 1 van het strafdossier). Dit werd ter terechtzitting van. het hof bevestigd door de coauteur van het boek, die als getuige onder ede bevestigde dat de beklaagde van in het begin heeft gesteld dat hij, gelet op zijn beroepsgeheim, bepaalde zaken niet zou meedelen.

Het verweer van de beklaagde dat bepaalde zaken in het boek eigenlijk "verhaalde reaUteit'1 zijn, in die zin dat het zaken betreft die echt gebeurd hadden kunnen zijn maar die feitelijk niet zijn geschied zoals meegedeeld en beschreven in het boek (zie o.m. randnr. 2.2.2 op p. 10 van de namens de beklaagde voor het hof neergelegde conclusie), is in elk geval niet van elke geloofwaardigheid ontbloot, zodat het hof het niet bewezen acht dat de beklaagde, wat de punten 1 tot en met 7 van de telastlegging betreft, concrete of Identificeerbare vertrouwelijke gegevens uit een strafdossier of vertrouwelijke politionele technieken zou hebben bekendgemaakt, noch dat hij vertrouwelijke informatie betreffende bestaande technieken en strategieën zou hebben bevestigd door het ophangen van het - bovendien op meerdere punten fictief - verhaal zoals hij dat heeft meegedeeld aan zijn coauteur, aan de uitgeverij en aan degenen die het boek hebben nagelezen.

Het openbaar ministerie voert In dit verband dan ook niet pertinent aan dat de beklaagde er als politieambtenaar niet toe gerechtigd is om politionele technieken; waaronder inzonderheid undercovertechnieken, mee te delen In zoverre hij de desbetreffende informatie, ingebed in de concrete context van een strafonderzoek, koppelt aan zijn eigen kennis en ervaring, opgedaan in concrete strafdossiers. Het is immers niet bewezen dat de beklaagde hem bekende, specifieke informatie met betrekking tot concrete strafdossiers zou hebben meegedeeld, daar integendeel moet worden aangenomen dat de door de beklaagde meegedeelde gegevens in wezen slechts betrekking hadden op algemeen bekende Informatie inzake undercoveroperaties, aan de hand waarvan een verhaal werd geconstrueerd dat op essentiële punten bestond uit fictieve gegevens en omstandigheden.

Voor het overige bevestigt het hof de desbetreffende oordeelkundige motieven van de eerste rechter, die alhier worden overgenomen en als herhaald worden beschouwd (zie de randnummers 2.4.1 tot en met 2.4.6 op het 6° tot en met het 11° blad van het bestreden vonnis), met uitzondering evenwel van de laatste alinea van randnummer 2.4.5 ("Naar oordeel van de rechtbank… dat dit wel het geval is"). Wat de in punt 5 van de telastlegging bedoelde techniek van de inzet van twee Engelse undercoveragenten betreft, benadrukt het hof andermaal dat het loutere feit dat bij undercoveroperaties in strafonderzoeken soms buitenlandse undercoveragenten worden ingeschakeld, op zichzelf geen door het beroepsgeheim gedekte informatie inhoudt maar als een algemeen bekend gegeven moet worden beschouwd, terwijl voor het overige niet blijkt dat de beklaagde, met betrekking tot de in punt 5 van de telastlegging bedoelde gegevens, feitelijk correcte en/of Identificeerbare gegevens zou hebben meegedeeld, daar integendeel aannemelijk Is dat hij ook op dit punt, minstens wat de vertrouwelijke Informatie betreft, een deels fictief verhaal heeft geconstrueerd.

3.4 Het hof acht het evenmin bewezen dat de beklaagde zijn beroepsgeheim zou hebben geschonden door vertrouwelijke gegevens mee te delen over concrete gerechtelijke dossiers waarin hij was aangesteld als undercoveragent (punten 8 tot en met 17 van de enige telastlegging). De onder randnummer 3.3 uiteengezette overwegingen zijn ook hier onverkort van toepassing.

Wat de punten 8 tot en met 16 van de telastlegging betreft, blijkt aldus nergens uit dat de beklaagde concrete of identificeerbare vertrouwelijke gegevens uit een strafdossier of vertrouwelijke politionele technieken zou hebben bekendgemaakt. Oe feitelijke gegevens die volgens die punten van de telastlegging door de beklaagde werden bekendgemaakt, betreffen immers ofwel algemeen bekende politietechnieken, ofwel gegevens waarvan niet met zekerheid blijkt dat ze met de werkelijkheid • zijnde het concrete gebeuren In het desbetreffende strafdossier - overeenstemmen.

Wat dit laatste betreft moet integendeel eerder worden aangenomen dat, mede gelet op het voormelde verweer van de beklaagde, de concrete gegevens die betrekking hebben op (en de specifieke technieken die werden aangewend in) het desbetreffende strafdossier waarin de beklaagde als undercoveragent is opgetreden, door de beklaagde niet werden meegedeeld in zoverre het daadwerkelijk om vertrouwelijke en identificeerbare informatie ging, maar dat de beklaagde die gegevens, alvorens ze mee te delen, gedeeltelijk heeft aangepast door ze te situeren tegen een fictieve achtergrond of door de concrete feitelijke situatie van het strafdossier deels een fictieve Inhoud te geven. In het licht hiervan is het niet bewezen dat de meegedeelde gegevens zouden overeenstemmen met • noch de identificatie zouden toelaten van - concrete, vertrouwelijke informatie uit het desbetreffende strafdossier.

Eén en ander geldt met name voor de (door de beklaagde bekendgemaakte) beschrijving van :

- de politionele contacten ten aanzien van de Computer Crime Unit (CCU) n.a.v. de onderschepping van een server (punt 8 van de telastlegging),
- de creatie, de opbouw en de praktische opvolging van een coveropbouw, waaronder zijn "cover" (fictieve Identiteit) in een concreet dossier (punt 9 van de telastlegging),
- het zogenaamde scenario en de modus operandi in een concreet dossier, waarbij aan zijn target werd voorgesteld om een firma op te richten (punt 10 van de telastlegging),
- de zogenaamde onderzoeksstrategie en/of visie van het openbaar ministerie, met name door de beschrijving van de mobilisering van de politie bij een geldoverdracht met het oog op de observatie van de transactie en het verrichten van arrestaties (punt 11 van de telastlegging),
- de zogenaamde cruciale technieken en contrastrategieën n.a.v. de beschrijving van de finale fase van een opdracht, waarbij 25 mensen zouden zijn gemobiliseerd in het kader van een offensieve observatie, alsook twee buitenlandse undercoveragenten, een mister cash en observatieteams In Nederland (punt 12 van de telastlegging),
- de realisatie van een technische observatie (punt 13 van de telastlegging),
- de strafbare feiten (opzettelijke slagen aan een persoon) die hij in een concreet dossier als undercoveragent heeft gepleegd (punt 14 van de telastlegging),
- een vergadering en de agenda van een undercoverteam (punt 15 van de telastlegging),
- een concrete gebeurtenis, met name een ongeval dat zich heeft voorgedaan tijdens een undercoveroperatie (punt 16 van de telastlegging).

Voor het overige bevestigt het hof de desbetreffende oordeelkundige motieven van de eerste rechter, die alhier worden overgenomen en als herhaald worden beschouwd (zie de randnummers 2.5.1 tot en met 2.5.10 op het 11e tot en met het 17e blad van het bestreden vonnis), met uitzondering evenwel van de voorlaatste alinea van randnummer 2.5.5 ("De vermelding van deze techniek ... het beroepsgeheim valt").

Wat de in punt 11 van de telastlegging bedoelde techniek van de politietussenkomst n.a,v, een geldoverdracht betreft, wijst het hof er andermaal op dat de desbetreffende beschrijving een loutere weergave inhoudt van alom bekende politionele technieken (waaronder ook het toongeld, de "flash-roll" of pseudo-koop enz.), die als zodanig geenszins onder het beroepsgeheim vallen, terwijl ook met betrekking tot dit punt van de telastlegging niet bewezen is dat de beklaagde feitelijk correcte en/of identificeerbare gegevens zou hebben meegedeeld, daar integendeel aannemelijk is dat hij ook hier, minstens wat de vertrouwelijke Informatie betreft, een deels fictief verhaal heeft geconstrueerd.

Ook wat de in punt 17 van de telastlegging bedoelde gegevens betreft, is het niet bewezen dat de beklaagde zich in dit verband schuldig zou hebben gemaakt aan een schending van zijn beroepsgeheim. De loutere omstandigheid dat de beklaagde aan derden heeft beschreven hoe hij als undercoveragent werd ingezet in een Nederlandse gevangenis, impliceert In de gegeven omstandigheden niet dat hl} zijn beroepsgeheim als politieambtenaar zou hebben miskend. Immers is het loutere gegeven dat er in sommige strafdossiers (al dan niet buitenlandse) undercoveragenten als zogezegde gedetineerden In de gevangenis worden opgesloten teneinde binnen de gevangenismuren informatie te verkrijgen, een algemeen bekend feit dat als zodanig geenszins onder het beroepsgeheim valt.

Voor het overige gaat punt 17 van de telastlegging er ten onrechte van uit dat de beklaagde zijn beroepsgeheim zou hebben geschonden "door zeer concreet en gedetailleerd te bespreken op welke wijze hij werd ingezet in een Nederlandse undercoveroperatie in het kader waarvan hij werd opgesloten in de gevangenis Bijlmer te Nederland, daarbij de opzet van de undercoveroperatie prijsgevend, alsook de methodiek en strategie hoe concreet een undercoveroperatie binnen de gevangenis in scenario wordt gezet en welke (technische} middelen en technieken daarbij kunnen worden gebruikt".

Het hof Is Immers van oordeel dat de door de beklaagde openbaar gemaakte beschrijving van de concrete uitvoering van de desbetreffende undercoveroperatie, zoals die blijkt uit de bewuste passage in het boek, niet overeenstemt met de in realiteit uitgevoerde undercoveroperatie. Aldus kan uit het strafdossier worden afgeleid dat de fictieve naam die de beklaagde als undercover gebruikte niet de naam is die wordt vermeld in het boek (stuk 47 van OK 1 van het strafdossier}.

Ook wat de overige specifieke gegevens betreft die door de beklaagde werden meegedeeld, is het niet bewezen dat deze corresponderen met de reële uitvoeringsmodaliteiten van de operatie waarbij de beklaagde als undercoveragent was betrokken. Aldus Is het verweer van de beklaagde dat de door hem bekendgemaakte informatie inzake het zogenaamde technische hulpmiddel om vanuit de gevangenis contact te houden met de coördinatiediensten van de undercoveroperatie, helemaal niet correspondeert met de werkelijkheid, heel zeker niet van elke geloofwaardigheid ontbloot, te meer daar de beklaagde op een aannemelijke wijze aanvoert dat het door hem zogezegd bekendgemaakte hulpmiddel, namelijk een wekkerradio met daarin een ingebouwde gsm-module, vanuit technisch oogpunt toentertijd niet eens mogelijk was.

Voor het overige is het hof van oordeel dat er geen elementen ten laste van de beklaagde kunnen worden afgeleid uit de getuigenis van de Nederlandse magistraat ter terechtzitting van het hof op 10 december 2013, daar niet met voldoende zekerheid vaststaat dat deze laatste een precies en gedetailleerd beeld heeft (en kon hebben) van de concrete uitvoering van de undercoveroperatie waarbij de beklaagde In Nederland was betrokken. Deze getuige verklaarde immers dat hijzelf niet was betrokken bij de concrete undercoveroperatie waarbij de beklaagde was ingeschakeld, en dat hij zijn informatie heeft gehaald uit indertijd opgemaakte journaals en contacten met de verantwoordelijken van destijds.

3,5 De eerste rechter heeft de beklaagde dan ook terecht ontslagen van rechtsvervolging met betrekking tot de (onderscheiden punten van de) enige tenlastelegging. Deze vrijspraak wordt door het hof bevestigd.

De kosten, gevallen aan de zijde van het openbaar ministerie in eerste aanleg, werden door de eerste rechter voorts terecht ten laste van de Staat gelegd. Ook de kosten die zijn gevallen aan de zijde van het openbaar ministerie met betrekking tot de procedure in hoger beroep, vallen ten laste van de Staat zoals hierna bepaald.

De eerste rechter oordeelde ten slotte terecht dat het in beslag genomen en ter griffie van de correctionele rechtbank te Dendermonde onder het nummer OS 02611/2009 neergelegde overtuigingsstuk (nl. een door de politie ambtshalve In beslag genomen exemplaar van het boek), ter beschikking moet worden gesteld van het openbaar ministerie teneinde ermee te handelen als naar recht.

OP DEZE GRONDEN,

het hof, recht doende op tegenspraak,

Gelet op:

artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

- de art1kelen 162, 190, 191, 194 en 211 van het Wetboek van Strafvordering,

Verklaart het hoger beroep tegen het vonnis van 11 februari 2013 van de correctionele rechtbank te Dendermonde ontvankelijk en er ten gronde over beslissend;

Bevestigt het bestreden vonnis in al zijn beschikkingen.

laat de kosten, gevallen aan de zijde van het openbaar ministerie in hoger beroep, ten laste van de Staat,

(Kosten hoger beroep ten laste van de Staat: afschrlft vonnis: 57,00 euro + expeditierecht: 3,00 euro + dagvaarding beklaagde: 35,38 euro dagvaardingskosten getuige: 42,14 euro = totaal: 137,52 euro).

Dit arrest is gewezen door het hof van beroep te Gent, zeventiende correctionele kamer,

en na ondertekening, uitgesproken In openbare terechtzitting, door de zeventiende correctionele kamer bij het hof van beroep te Gent, op 29 april 2014, door:
 

Noot: 

Dirk Voorhoof, Vrijspraak voor ex-undercoveragent die inkijk gaf in politiepraktijken, De Juristenkrant, 290, 28 mei 2014, 7

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 08/08/2017 - 12:22
Laatst aangepast op: di, 08/08/2017 - 12:22

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.